Borderless

13 November 2019

Armoede: macro-economisch thema of administratief probleem? Over de laatste Nobelprijs voor Economie

De zogenaamde Nobelprijs voor de Economie werd dit jaar uitgereikt aan drie onderzoekers die een nieuwe manier van werken in het onderzoek naar armoede in de wereld hebben ontwikkeld. Het zijn Abhijit Banerjee, Esther Duflo en Michael Kremer, die al twee decennia lang bezig zijn met een experimentele aanpak van armoedebestrijding.

Het onderzoek van Banerjee-Duflo-Kremer (BDK) heeft zich geconcentreerd op het kleiner maken van de grote vragen over armoede en het omzetten van de grote vragen over armoede in eenvoudigere en beter beheersbare vragen. Banerjee en Duflo hebben zich ten doel gesteld de ware aard van de armoede te ontrafelen door karikaturen en stereotypen te vermijden. Zij hebben ook getracht beter te begrijpen hoe de armen op stimulansen reageren.

In 2003 richtten zij het Abdul Lateef Jameel Poverty Action Laboratory (J-PAL) op in het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en hebben sindsdien veel experimenten uitgevoerd in verschillende landen in Afrika en Azië. Een belangrijk deel van hun werk is gericht op het verbeteren van de leerprestaties van kinderen. Als gevolg van de activiteiten van het J-PAL hebben vandaag de dag meer dan 5 miljoen kinderen op basisscholen in India speciale aandacht gekregen om hun prestaties te optimaliseren. Deze economen hebben ook studies en interventies in kindervoeding uitgevoerd.

Het werk van BDK is zeer interessant en heeft zeker geholpen om het leven van veel arme mensen in verschillende landen te veranderen. Het experimentele onderzoek van BDK heeft echter weinig te maken met de oorzaken van armoede en hoe het probleem duurzaam opgelost kan worden. Om te beginnen houdt niets in de analyse van BDK verband met het neoliberale economische beleid, dat het lot van de landen waarin zij hun experimenten hebben uitgevoerd, heeft gedomineerd. In de analyses waarvoor deze onderzoekers de Nobelprijs voor de Economie ontvangen, nemen fiscaal beleid noch handels- en financiële openheid een belangrijke plaats in. En als klap op de vuurpijl is in hun experimenten de kwestie van de stagnerende en gesaneerde lonen ook niet de moeite waard om aandacht aan te besteden. Het lijkt erop dat het armoedeprobleem niet langer een macro-economisch probleem is, maar een administratief of bestuurlijk probleem. Het is alsof het kapitalisme of neoliberalisme niets te maken heeft met de ware aard van armoede.

Volgens gegevens van de Wereldbank zijn er momenteel zo'n 760 miljoen mensen in de wereld in omstandigheden van extreme armoede, dat wil zeggen met een inkomen van minder dan 1,90 dollar [per dag]. Maar die cijfers zijn misleidend. Die indicator van 1,90 dollar heeft een absurde geschiedenis en is representatief voor niets meer dan het feit dat iedereen met een dergelijk inkomen in levensgevaar is. Veel onderzoekers hebben erop gewezen dat een bedrag van 7,40 dollar per dag realistischer zou zijn om armoede te meten. Anderen, zoals Harvard-onderzoeker Lant Pritchett, beschouwen 10 of 15 dollar per dag als een redelijker maatstaf voor armoede.

Wat gebeurt er als de norm van 7,40 dollar per dag wordt gebruikt? In dat geval is het aantal mensen dat in armoede leeft sinds 1981 (toen deze metingen werden gestart) toegenomen en ligt het aantal mensen dat in armoede leeft nu boven de 4 miljard. Met andere woorden, meer dan de helft van de wereldbevolking leeft in armoede en lijdt onder grote voedsel- en gezondheidsonzekerheid. Dit is meer in overeenstemming met gegevens over zwakke economische groeicijfers, stagnerende lonen en natuurlijk ook analyses van de groeiende ongelijkheid in de wereld.

Helaas heeft de Wereldbank moeite om haar gunstige cijfers over extreme armoede, waarmee zij zich kan beroepen op het feit dat de armoede in de wereld afneemt, los te laten. Dit alles is een passend decor voor het werk van Banerjee-Duflo-Kremer, dat, zonder de dynamiek van het neoliberalisme ter discussie te stellen, bijdraagt aan het bestendigen van het idee dat armoede een persoonlijke valkuil is waaruit een individu kan ontsnappen als hij of zij werkelijk de nodige inspanningen levert. We kunnen alleen nog maar concluderen dat er geen sprake is van onvrijwillige armoede.

In schril contrast met het werk van BDK is dit jaar een nieuw boek van Thomas Piketty, Kapitaal en ideologie, verschenen. Het is een voorstel voor ingrijpende veranderingen in de structuur van het kapitalisme, dat een sociale regeling probeert te bereiken die meer in overeenstemming is met het tijdperk vol dreigingen waarin we leven. Een van de belangrijkste aanbevelingen is dat 50 procent van de zetels in de raden van bestuur van bedrijven wordt toegekend aan werknemers en werkneemsters. Piketty beveelt ook een diepgaande fiscale hervorming aan die het mogelijk zou maken om extreme rijkdom te belasten en een universeel basisinkomensprogramma te financieren. Dit is het soort analyse en voorstellen dat een wereld mogelijk maken waarin armoede werkelijk een marginaal verschijnsel is en misschien zelfs een eenvoudig administratief probleem.

Dit artikel verscheen eerder op Jornada.com. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren