Raadsinitiatief voor een initiatiefstelsel in Amsterdam - Centrum
Inleiding
Wij vinden het correctief referendum gewenst en legitiem, maar als énige optie voor burgers om zich direct te bemoeien met het beleid van stadsdeel Amsterdam - Centrum vinden wij het te eenzijdig. Bij het correctief referendum mogen burgers alleen ‘nee’ zeggen tegen door de politiek genomen besluiten en niet zeggen waar wij dan wél voor zijn. Enerzijds leidt dit tot frustratie onder politici omdat hierdoor een antipolitieke houding van de bevolking bevorderd wordt. Anderzijds raken ook burgers gefrustreerd omdat hun zeggenschap beperkt blijft. Zij kunnen immers geen eigen voorstellen op de agenda zetten en daarover zo nodig een referendum uitroepen.
Een initiatiefstelsel als aanvulling op het representatieve systeem zal volgens ons het democratisch bestel als geheel versterken. De belangrijkste argumenten hiervoor zijn:
* een voorstel dat vanuit de bevolking naar de raad wordt gebracht zal serieuzer bekeken worden en de kans vergroten dat er tussen politiek, bestuur, initiatiefnemers en het stadsdeel een echte dialoog op gang komt
* anders dan bij het correctieve referendum zullen initiatiefnemers en bestuur op inhoud niet snel recht tegenover elkaar komen te staan. De interactiviteit van ons voorstel doet recht aan het gegeven dat democratie een proces is
* als een meerderheid van de raad een voorstel afwijst en initiatiefnemers besluiten desondanks door te zetten, dan zullen raadsleden reeds vanaf dat moment moeten uitleggen waarom zij het voorstel wel of niet gesteund hebben
* individuele burgers worden gedwongen om zelf een standpunt in te nemen; daarmee is politieke besluitvorming geen`ver-van-mijn-bed show’ meer
* een volksraadpleging gaat om de inhoud van een voorstel. Burgers worden gedwongen om zich inhoudelijk over een voorstel uit te spreken. Het is een instrument rond issues, in plaats van partijen of personen.
In deze nota stellen wij een instrument voor dat zowel (deels) correctief als initiërend kan worden gebruikt. Dat voorkomt onduidelijkheid voor de burgers (met teleurstellingen en juridische procedures als gevolg), als wel het in stand houden resp. in het leven roepen van twee regelingen waar één kan volstaan. Met het initiatiefstelsel kunnen burgers ook vóór voorstellen stemmen. Het nadeel van het correctieve referendum dat alleen de mensen die tégen zijn naar de stembus komen wordt daarmee weggenomen.
Burgers moeten niet gedwongen worden alleen maar “nee” te stemmen als ze eigenlijk iets anders willen. Dit voorstel geeft kiezers niet alleen de rem, maar ook het gaspedaal. Daarmee kunnen burgers een bepaald onderdeel van een voorstel van het DB of de raad vervangen door een alternatief, of aan dit voorstel bepaalde voorwaarden verbinden. Hier stellen wij een instrument voor waarbij burgers net zulke uiteenlopende voorstellen kunnen doen als (deel)raadsleden dat kunnen.
In dit voorstel kiezen wij voor één initiatief-referendumstelsel. Eén regeling geeft minder kans op onduidelijkheid en juridische procedures dan twee losstaande, elkaar aanvullende regelingen. Het voorkomt correctieve referenda. De ervaring leert dat een aanzienlijk deel van de corrigerende referenda alleen een onderdeel van het voorstel afwijst, daaraan nadere voorwaarden wil stellen of een alternatief wil voorleggen. Ook stapeling van referenda wordt daarmee voorkomen. Voor een initiatief waarmee meer dan 100.000 euro gemoeid is bestaat de mogelijkheid de initiatiefgroep om een dekkingsvoorstel te vragen.
De raad krijgt ook de mogelijkheid om een eigen alternatief voorstel te doen, dat gezamenlijk in stemming komt. Referenda worden zoveel mogelijk gebundeld op één vaste stemdag, die zo mogelijk samenvalt met een verkiezing. Hierdoor blijft het beslag op de personele en financiële middelen van de gemeente relatief beperkt. De stadsdeelbegroting en discriminerende voorstellen zijn uitgezonderd van het initiatiefrecht.
Wij verwachten dat dit initiatiefstelsel, dat de burgers meer zeggenschap over hun directe leefomgeving geeft, het democratisch bestel in het stadsdeel zal versterken.
Amsterdam, 15 december 2003
Fjodor Molenaar GroenLinks
Joost Kircz Amsterdam Anders/de Groenen
Voorstel
1. De deelraad stelt een initiatief- en referendumcommissie (i&r-commissie) in die bestaat uit (duo) deelraadsleden; iedere partij mag een lid afvaardigen. De commissie blijft voor één raadsperiode aan. Na installatie van een nieuwe raad wordt een nieuwe commissie benoemd.
2. De leden van een burgerinitiatiefgroep (hierna: initiatiefgroep) maken zichzelf en de naam van hun groep bij aanvang kenbaar aan de i&r-commissie. De leden hoeven geen kiesgerechtigden te zijn uit Stadsdeel Centrum. De leden geven de naam van hun initiatief en de stelling aan die zij via het referendum aan hun medeburgers willen voorleggen. De initiatiefgroep kiest een voorzitter uit haar midden. De initiatiefgroep hoeft in de eerste fase geen rechtspersoon op te richten, maar indien zij financiële ondersteuning bij een eventueel referendum wenst, wordt dat wel vereist. De initiatiefgroep neemt beslissingen met gewone meerderheid van stemmen; stemonthoudingen tellen als stemmen voor intrekking; bij het staken der stemmen beslist de voorzitter.
3. De initiatiefgroep heeft recht op maximaal 4 uur ambtelijke ondersteuning bij de uitwerking van haar voorstel. Indien de initiatiefgroep dit verkiest kan zij een financieel equivalent daarvan echter ook besteden aan (een) externe adviseur(s). De i&r-commissie laat het initiatief toe indien het voldoet aan de vereisten onder punt 5.
4. Titel en stelling van het initiatief worden afgedrukt op een model handtekeningenlijst die het stadsdeelbestuur verstrekt. De lijst bevat de titel (naam) van het initiatief, de namen van de leden, met een minimum van één en een maximum van 7 en hun contactadres. De initiatiefgroep mag de lege lijsten zelf vermenigvuldigen. Bij een eventuele referendumaanvraag (dus alleen in de tweede fase) zorgt het stadsdeelbestuur ervoor dat burgers hun handtekening ook kunnen zetten op lijsten in een aantal nader te bepalen gebouwen in het stadsdeel. De initiatiefgroep heeft het recht het initiatief desgewenst terug te trekken tot aan 3 maanden voor het initiatiefreferendum) indien zij bijvoorbeeld menen dat het stadsdeelbestuur haar beleid voldoende heeft bijgesteld. Ondertekenaars vullen naam, adres, woonplaats, geboortedatum en handtekening op de handtekeningenlijsten in.
5. Een initiatiefvoorstel mag gaan over alle onderwerpen, tenzij
- het een onderwerp is waarover de stadsdeelraad niet bevoegd is
- het initiatiefvoorstel niet voldoet aan minimale vormvereisten, namelijk
a) dat geen twee onderling geheel losstaande onderwerpen in één voorstel mogen staan en
b) dat het voorstel minimaal moet bestaan uit een titel, een stelling en een onderbouwing
c) het voorstel strijdig is met het geldende recht op hoger niveau.
- Het voorstel een uitgezonderd onderwerp beteft. Uitgezonderd zijn:
a) beslissingen waarbij het belang van een burgerinitiatief niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving
b) de begroting, leges, precario en heffingen van het stadsdeel
Toetsing van het initiatiefvoorstel geschiedt door de i&r-commissie, voordat de handtekeningenlijsten voor de eerste fase worden uitgereikt. Hiervoor kunnen burgers desgewenst bij een in te stellen Initiatievenloket (voor al het contact met burgers omtrent burgerinitiatieven) advies vragen omtrent de formulering van hun initiatief en de gang van zaken.
6. Indien de initiatiefgroep de handtekeningen van 250 kiesgerechtigden van het stadsdeel verzamelt, moet de deelraad het voorstel behandelen en ter stemming brengen. Er geldt voor deze fase een maximale inzamelingstermijn van drie weken. Controle van het aantal geldige handtekeningen vindt plaats door het stadsdeelbestuur op door haar te bepalen wijze. Bij de behandeling in de deelraad heeft 1 lid van de initiatiefgroep spreekrecht in de betreffende deelraadscommissie- en deelraadsvergadering. Vervolgens zijn er 3 mogelijkheden. De deelraad kan het voorstel
a) gewoon ongewijzigd aannemen; het initiatief eindigt dan.
b) De deelraad wijst het voorstel af ; zie verder punt 9. Bij afwijzing is de deelraad verplicht schriftelijk de redenen van afwijzing op te geven.
c) Indien de initiatiefgroep hiermee akkoord gaat kan de deelraad het voorstel terugverwijzen naar de initiatiefgroep voor wijzigingen. Dit mag de essentie van het voorstel niet aantasten.
7. Het initiatiefstelsel kan voor initiërende voorstellen, voor corrigerende alswel mengvormen worden gebruikt. Indien burgers een initiatief lanceren dat een deelraadsbesluit ter discussie stelt, hieraan nadere voorwaarden verbindt of het in de plaats van het initiatiefvoorstel wil stellen, dienen burgers dit in hun voorstel aan te geven. Zij dienen hun voorstel, met de minimale ondersteuning van handtekeningen van 250 kiezers, dan niet later dan 1 week na het genomen deelraadsbesluit in bij het deelraadsbestuur. Hangende het onderzoek naar het aantal geldige handtekeningen en de toelaatbaarheid van het initiatief door de i&r-commissie wordt het deelraadsbesluit aangehouden. Wordt het besluit toegelaten, dan wordt het deelraadsbesluit tot aan het houden van het referendum opgeschort.
Vervolgens gelden dezelfde termijnen als in de huidige regels op centrale-stadniveau voor het correctief referendum:
a) binnen 3 weken na de vaststelling van de deelraad dat het initiatief is toegelaten, moet de initiatiefgroep de handtekeningen inzamelen van ten minste 1300 kiesgerechtigden in het stadsdeel;
b) na goedkeuring hiervan moet de initiatiefgroep binnen 6 weken de handtekeningen van 4000 kiesgerechtigden in het stadsdeel inzamelen. De aantallen zijn cumulatief; de in eerdere fases ingezamelde geldige handtekeningen tellen steeds mee bij de berekening van het aantal in latere fases.
8. Als een burgerinitiatief een financiële consequentie heeft van € 100.000 of meer, mag de deelraad vragen om een dekkingsvoorstel, bij gelijktijdige overlegging van een kostenraming van het voorstel. Zowel de vraag om een dekkingsvoorstel als de kostenraming behoeft de instemming van een raadsmeerderheid. Voor het dekkingsvoorstel gelden dezelfde eisen als de eisen die aan dekkingsvoorstellen van deelraadsleden gesteld worden. Burgers kunnen gebruik maken van 4 uur extra ambtelijke bijstand voor het opstellen van een dekkingsvoorstel, dan wel een financieel equivalent hiervan ter beschikking krijgen om elders advies in te winnen.
9. In geval de deelraad het voorstel afwijst, besluit de initiatiefgroep of zij een initiatiefreferendum wil aanvragen. Zij heeft het recht het voorstel te wijzigen na ontvangst van de redenen voor afwijzing van de deelraad, mits het onderwerp en de strekking ongewijzigd blijven. Bij een wijziging dient de i&r-commissie de wijzigingen te toetsen aan de bij punt 4 genoemde criteria. De tweede drempel bedraagt ook 4000 handtekeningen, in te dienen binnen 9 weken. Voor dit aantal tellen de handtekeningen van de eerste drempel mee. Handtekeningen worden ingediend bij en gecontroleerd door het stadsdeelbestuur. Zij stelt vast of voldoende geldige handtekeningen zijn ingediend en doet hiervan in een openbare zitting verslag; zo ja, dan vindt het initiatiefreferendum plaats.
10. Indien er een referendum gehouden wordt, heeft de deelraad het recht een alternatief voorstel te doen, dat als tegenvoorstel met het initiatief ter stemming wordt gebracht. Het alternatieve voorstel mag elementen bevatten van het voorstel van de initiatiefgroep.
11. Het DB (Dagelijks Bestuur)-lid dat verantwoordelijk is voor het onderwerp van het initiatiefvoorstel, is verantwoordelijk voor de inhoudelijke referendumcampagne (DB-lid A), tenzij de deelraad een ander DB-lid hiervoor benoemt. De deelraad wijst daarnaast een ander DB-lid aan dat verantwoordelijk is voor de organisatie van de stemdag en de telling van handtekeningen en stemmen (DB-lid B).
12. De deelraad stelt een budget voor de organisatie van het referendum en voor de campagne vast. Dit budget valt onder DB-lid B. Het budget wordt gelijk verdeeld onder DB-lid A en de initiatiefgroep. Beiden kunnen drie maanden voor de stemming over hun subsidie beschikken, het moment waarop de initiatiefgroep het referenduminitiatief niet meer kan terugtrekken. Ten aanzien van de subsidies geldt het staande beleid. Uitgangspunt is dat beide partijen een voldoende en passend budget ontvangen voor een goede PR-campagne. Zowel voor- als tegenstanders van het initiatiefvoorstel kunnen daarnaast privaat geld inzamelen ten bate van de campagne. Het stadsdeelbestuur verzoekt beide partijen of zij de herkomst en grootte van hun geldmiddelen willen vrijgeven.
13. Referenda worden elk jaar zo mogelijk gebundeld op één stemdag. Er moeten minimaal 6 maanden zitten tussen de vaststelling van het stadsdeelbestuur dat voldoende handtekeningen voor het houden van een referendum zijn ingeleverd, en de stemdag. Er geldt geen maximum aantal referenda per stemdag. Zonodig wordt een extra stemdag gehouden. Indien in de tijdsperiode van een referendumstemdag een verkiezing plaatsvindt, worden de referendumstemdag en de verkiezing gecombineerd.
14. Juridisch is het referendum niet bindend. De leden van de deelraad spreken zich individueel uit of zij uitkomsten van referenda zullen respecteren of niet (‘zelfbinding van de raad’).
15. Een maand voor de stemming krijgt iedere stemgerechtigde op naam een kiesbrochure thuisgestuurd met daarin
- de tekst van het burgerinitiatief of, indien deze meer dan 1000 woorden bevat, een zakelijke samenvatting zonder stellingname van het voorstel geschreven door de i&r-commissie;
- het eventuele alternatieve voorstel van de deelraad onder dezelfde voorwaarden, en
- gelijke ruimte voor het betreffende DB-lid en de initiatiefgroep.
Beide partijen leveren een tekst van 500 woorden aan, en reageren daarna in 500 woorden nog eens op elkaars stellingen. Verder mogen beiden in 250 woorden steunverklaringen van andere organisaties voor hun campagne aanhalen. De redactie van de kiesbrochure geschiedt onder verantwoordelijkheid van de i&r-commissie. De tekst van het burgerinitiatief is verkrijgbaar op de website en op de plaatsen waar de deelraad de handtekeningenlijsten aan het publiek verstrekt.
16. Indien de deelraad geen alternatief voorstel doet, luidt de vraagstelling:
- “Accepteert u het burgerinitiatief (Titel)?”
Indien de deelraad wel met een alternatief voorstel komt, wordt bij de stemming gebruik gemaakt van het zogenaamde ‘dubbele ja’ midddels drie vragen:
- “Accepteert u het burgerinitiatief (Titel)”?
- “Accepteert u het alternatieve voorstel van de deelraad (Titel)”?
- “Als beide een meerderheid krijgen, welk voorstel heeft dan uw voorkeur?”
(Burgers kunnen op de eerste 2 vragen zowel twee keer ja, twee keer nee, of ja en nee antwoorden.)
17. De meerderheid van de uitgebrachte stemmen is beslissend. De uitkomst is evenwel slechts geldig als minimaal 20 procent van de kiesgerechtigden een stem hebben uitgebracht.
18. Juridisch is het referendum niet-bindend. Als een meerderheid van de deelraadsleden heeft aangegeven een referendumuitslag te zullen respecteren, is er sprake van een de facto bindend referendum. In haar eerstvolgende vergadering na de stemming besluit de deelraad formeel of zij de uitkomst overneemt of niet.
19. Indien het stadsdeelbestuur binnen 5 jaar een beslissing wil nemen die naar het oordeel van de i&r-commissie strijdig is met de uitslag van een initiatiefreferendum, dan dient het stadsdeelbestuur over deze beslissing zelf een referendum uit te schrijven. Dit referendum vindt op zoveel mogelijk gelijke wijze plaats als het initiatiefreferendum in dit voorstel, behoudens het recht op een tegenvoorstel. De subsidieregeling is hetzelfde als bij overige initiatiefreferenda. Indien de organisatie van het burgerinitiatief niet meer actief is, verstrekt het stadsdeelbestuur de subsidie aan (een) andere maatschappelijke organisatie(s) die geporteerd is/zijn vóór het gerealiseerde burgerinitiatief.
20. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de verordening die uit dit voorstel volgt wordt een implementatie- en communicatieplan opgesteld dat ten doel heeft de burgers te informeren en te betrekken bij dit nieuwe instrument, en de toegang tot hulp en advies (o.a. het Initiatievenloket) zo optimaal mogelijk te regelen.
21. Drie jaar na het ingaan van de verordening vindt een evaluatie plaats door de deelraad van het functioneren van het initiatiefstelsel tot dan toe. Deze wordt voorbereid door een politicoloog met erkende expertise op dit gebied.
22. Dit initiatiefstelsel is zonder wettelijke beperking op stadsdeelniveau in te voeren. De Tijdelijke Referendumwet (TRW), vooralsnog geldig tot 1 januari 2005, stelt beperkingen aan gemeenten waar het correctieve referenda betreft. Deze beperkingen gelden echter niet voor het stadsdeelniveau, ook niet als in aanmerking wordt genomen dat de bevoegdheden van de stadsdelen door delegatie van het gemeentebestuur tot stand is gekomen.
Reactie toevoegen