De waarnemend president van Venezuela, Delcy Rodríguez, kondigde op 8 april verschillende economische maatregelen aan, waaronder een verhoging van het minimumloon. Hoewel het exacte bedrag niet werd genoemd, verklaarde ze dat het 'verantwoord' zou zijn. De volgende dag gingen arbeiders en gepensioneerden in Caracas de straat op om onder andere een leefbaar loon en pensioen te eisen.
In dit interview spreekt vakbondsleider Eduardo Sánchez met Federico Fuentes van LINKS International Journal of Socialist Renewal over die recente gebeurtenissen. Sánchez is voorzitter van de Federatie van Universiteitsmedewerkers (Fetraesuv) en van de Nationale Vakbond van Arbeiders aan de Centrale Universiteit van Venezuela (SINATRAUCV).
Kunt u, voordat we ingaan op de meest recente gebeurtenissen, de situatie beschrijven waarmee Venezolaanse arbeiders worden geconfronteerd? Waarom is de kwestie van de lonen zo belangrijk?
De situatie waarmee Venezolaanse arbeiders worden geconfronteerd is rampzalig. Sinds 2018 is er een neoliberaal economisch pakket doorgevoerd, dat de lonen van arbeiders heeft gedecimeerd. Dat pakket ging gepaard met twee valutahervormingen waarbij 11 nullen van de bolívar werden geschrapt — een ongekende devaluatie. Ook het minimumloon werd bevroren; de laatste verhoging naar 130 bolívars (0,27 dollar) vond plaats in 2022.
Tegelijkertijd voerde de regering twee ongrondwettelijke maatregelen in. De eerste is Memorandum 2792, dat de cao-onderhandelingen lamlegde en de arbeidsverhoudingen dereguleerde ten nadele van de arbeiders. Dat markeerde het begin van de verschuiving naar het uitbetalen van niet-salarisgebonden voordelen, zogenaamde bonussen, in plaats van lonen. Dat leidde op zijn beurt tot een daling van de koopkracht van arbeiders, aangezien bonussen niet worden meegerekend bij de berekening van zaken als vakantiegeld, kerstbonussen of ontslag- en pensioenuitkeringen. Het resultaat was dat het inkomen van arbeiders met 60 procent daalde.
De tweede is de ONAPRE-richtlijn, die de loonschalen dereguleert, wat leidt tot een daling van de reële lonen van arbeiders met 42 tot 72 procent. Dat heeft ertoe geleid dat een arbeider nu 670 dollar nodig heeft om de kosten voor basisvoedsel te dekken en 1175 dollar om de basislevensbehoeften te dekken, terwijl het minimumloon slechts 0,27 dollar bedraagt. Zelfs na toevoeging van bonussen krijgen die arbeiders slechts 160 dollar. Nu hebben we de laagste lonen ter wereld, ondanks dat we een land zijn dat rijk is aan olie, gas, goud, zeldzame aardmetalen en zoet water. Dat heeft arbeiders gedwongen om andere banen te zoeken, waarbij ze tot wel 14 uur per dag werken, alleen maar om het voedsel te kunnen kopen dat ze nodig hebben.
Daardoor is het percentage extreme armoede onder arbeiders gestegen tot 79 procent. Ook ondervoeding als gevolg van een gebrek aan voldoende voedsel en de kindersterftecijfers zijn toegenomen. Ongeveer 7,5 miljoen Venezolanen tussen de 18 en 45 jaar zijn naar buurlanden geëmigreerd, op een bevolking van 32 miljoen. En we leven in een situatie waarin diensten, belastingen, alles, in dollars wordt uitgedrukt, behalve de lonen, die in bolivars blijven. Dat is de tragedie waarmee ons volk wordt geconfronteerd.
Daarnaast moeten we nog de kwestie van de repressie en de gevangenneming van meer dan 500 arbeiders wegens protesten noemen, die deel uitmaken van de 12.000 politieke gevangenen (waaronder burgers en militairen) die worden vastgehouden vanwege verzet of afwijkende meningen.
Is de economische situatie van de arbeiders de schuld van de sancties of van het beleid van de regering-Maduro?
Ongetwijfeld hebben de Amerikaanse sancties de Venezolaanse economie geraakt. Maar het grootste probleem is de corruptie – op alle niveaus van de staat – die het land heeft leeggezogen. Dat, samen met de aflossingen van de buitenlandse schuld en subsidies aan de particuliere sector en multinationale ondernemingen. De realiteit is dat ze alles hebben weggenomen en alleen ellende, honger en wanhoop hebben achtergelaten voor de werkende bevolking.
Wat was de reactie van de meerderheid van de arbeiders op de imperialistische aanval van 3 januari?
Helaas steunde volgens sommige peilingen 75 procent van de bevolking de afzetting van Maduro. Haat tegen de regering, repressie en de crisis na de verkiezingsfraude bij de presidentsverkiezingen van juli 2024 waren enkele van de redenen hiervoor.
Delcy Rodríguez kondigde op 8 april een reeks maatregelen aan. Hoe kijkt u tegen die maatregelen aan? Wie zijn de begunstigden?
De toespraak van de waarnemend president viel niet in goede aarde bij de arbeiders en hun vakbonden. Ze kondigde een economisch 'verantwoorde' loonsverhoging aan, wat de mensen interpreteren als meer van hetzelfde. De mensen willen lonen, geen bonussen. En ze willen dat nu.
Ze kondigde ook een commissie aan bestaande uit de regering, de particuliere sector en arbeiders, naast de arbeidersgrondwetgevende vergadering. Maar de waarheid is dat de gewone arbeiders daar niet vertegenwoordigd zijn. Alleen de regeringsgezinde vakbondsfederaties — die een lege huls zijn en ons niet vertegenwoordigen — zullen worden uitgenodigd. En de arbeidersgrondwetgevende vergadering bestaat alleen uit de oplichters en stakingsbrekers van de regering — precies dezelfde mensen die de arbeidersklasse hebben verkocht en verraden.
Het standpunt van de regering is duidelijk in het voordeel van het bedrijfsleven, dat leeft van de arbeiders en er nu op uit is om onze ontslag- en pensioenuitkeringen af te pakken, die de arbeiders door strijd hebben veroverd en die de enige verworvenheid zijn die ze ons nog niet officieel hebben ontnomen.
De volgende dag vond er een grote mobilisatie van arbeiders en gepensioneerden plaats in Caracas. Wat waren de belangrijkste eisen van de demonstraties? Welke vakbonds- en politieke sectoren namen deel?
De protestactie op 9 april werd georganiseerd door de vakbonden in een verenigd front. Er waren vakbondsleden die de rechtse oppositie steunen, linkse vakbonden en niet-gebonden vakbonden. Politieke groeperingen proberen de arbeidersstrijd te kapen, maar de arbeiders hebben niet toegestaan dat hun strijd wordt gekaapt.
Er waren mensen bij die zich identificeren met de rechtse oppositie of die links zijn, maar ik geloof dat de meerderheid standpunten heeft die aansluiten bij het politieke centrum. De demonstratie weerspiegelde het feit dat de mensen hebben gezegd ‘genoeg is genoeg’ en de straat opgaan. Zelfs degenen die de regering steunden, lopen massaal over naar de sociale protestbeweging. Nu steunt niemand die bij de strijd betrokken is de regering.
De eisen van het protest waren onder meer: fatsoenlijke lonen en pensioenen nu, een minimumloon van 500 dollar per maand, afschaffing van bonussen, behoud van ontslag- en pensioenuitkeringen, intrekking van Memorandum 2792 en de ONAPRE-richtlijn, en vrijlating van gevangen arbeiders.
Er staat een vakbondsdemonstratie gepland voor 16 april, waarbij naar de Amerikaanse ambassade wordt gemarcheerd om verkiezingen en een loonsverhoging te eisen. Wat is uw standpunt ten aanzien van die mobilisatie?
Die mobilisatie wordt gepromoot door enkele rechtse vakbonden en pro-Amerikaanse partijen, niet door de arbeiders. Het is een kleine groep die nog steeds ten onrechte gelooft dat de VS hen kwam redden. Wij, de meerderheid van de arbeidersklasse, nemen niet deel aan die schijnvertoning, noch wijken we af van de doelstellingen die we als klasse hebben.
Hoe belangrijk is anti-imperialistische solidariteit met de Venezolaanse arbeiders in strijd?
Internationale solidariteit van links en de vakbeweging met de werkende bevolking van Venezuela is heel belangrijk. U moet begrijpen dat het niet de rechtse vleugel is die protesteert, maar gewone mensen, de wanhopigen, van wie alle rechten en vrijheden zijn afgenomen.
Nu reageert ons volk tegen een slechte regering, die, in naam van links, een beleid van neoliberale, kapitalistische en pro-zakelijke bezuinigingen heeft doorgevoerd. Een regering die de principes van het socialisme heeft verraden, een anti-arbeidersdictatuur heeft ingesteld, corrupt is en toegeeflijk tegenover het bedrijfsleven.
Nu, na 3 januari, staat die regering voor het dilemma: een republiek blijven of een Yankee-kolonie worden. Wat de zaak nog erger maakt, is dat precies dezelfde regering en partij die gisteren beweerden anti-imperialistisch te zijn, nu in de zak zitten van de gringo’s en de multinationals.
We hopen dat er positieve ontwikkelingen zullen plaatsvinden als gevolg van ons protest op 9 april. Bijvoorbeeld dat de regering een loonsverhoging afkondigt die voldoet aan de verwachtingen van de arbeiders. Maar als de regering blijft capituleren voor de multinationals en particuliere bedrijven, dan zullen we druk op de regering moeten blijven uitoefenen.
Dit artikel stond op LINKS. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen