Vrouwen op de Westelijke Jordaanoever worden dagelijks lastiggevallen door Israëlische kolonisten en soldaten. Hoewel Israël zichzelf vaak afschildert als vooruitstrevend op het gebied van vrouwenrechten, onderdrukt de bezetting de autonomie van Palestijnse vrouwen en stelt het hen bloot aan geweld.
Vrouw zijn in Palestina betekent dat je op twee fronten te maken krijgt met geweld. Er is het geweld dat wordt gepleegd door de Israëlische staat, het leger en de kolonisten. Daarnaast is er het geweld door mannen, of dat nu soldaten, kolonisten of echtgenoten zijn. Naast de meest zichtbare uitingen van de Israëlische bezetting – willekeurige executies, huisvernielingen, landonteigeningen en gedwongen verplaatsingen – tast die bezetting ook langzaam de structuur van de Palestijnse samenleving aan.
Palestijnse feministen en maatschappelijk werkers zien al lang het verband tussen intern geweld, dat in stand wordt gehouden door patriarchale culturele codes, en extern geweld door het Israëlische leger en kolonisten. Die relatie speelt zich op meerdere niveaus af, wat het werk van feministische organisaties buitengewoon moeilijk maakt. Enerzijds verminderen de dagelijkse intimidaties en aanvallen waarmee de gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever te maken hebben, de deelname van vrouwen aan het sociale leven. Daardoor worden ze gedwongen terug te keren naar huis. Anderzijds versterken collectieve trauma's en individuele vernederingen het interpersoonlijke geweld en de geleidelijke erosie van emotionele banden. Het gevolg is dat geweld wordt doorgegeven van de machtigen aan de kwetsbaren, waarbij vrouwen en kinderen het zwaarst worden getroffen.
'Waar de bezetting het strengst is, met name in Gebied C [het volledig door Israël gecontroleerde gebied van de Westelijke Jordaanoever], in vluchtelingenkampen of in steden als Hebron waar nederzettingen zijn, zien we een aanzienlijke toename van gendergerelateerd geweld en geweld tegen kinderen in vergelijking met Gebied A [onder volledig bestuurlijk en veiligheidsgezag van de Palestijnse Autoriteit]', legt Khawla Al Azraq, directeur-generaal van de Palestijnse ngo Psychosociaal adviescentrum voor vrouwen (PSCCW), uit. Dat geldt zowel voor geweld door bezettingsmachten als voor geweld binnen gezinnen.
Dat was zelfs al vóór 7 oktober 2023 het geval: volgens een vier weken eerder gepubliceerd rapport van PSCCW meldden vijf vrouwen in Hebron dat ze door Israëlische soldaten voor de ogen van hun kinderen waren uitgekleed en met wapens en honden waren bedreigd. Tegelijkertijd dragen de verslechterende levensomstandigheden bij aan een stijging van het aantal gevallen van posttraumatische stress. Dat leidt bij gebrek aan een openbaar systeem voor de behandeling van psychosociale trauma's vaak tot geweld tegen familieleden.
'Die constatering is geenszins bedoeld om misbruikers te rechtvaardigen', benadrukt Al Azraq. Het is veeleer een erkenning van de werkelijke situatie ter plaatse. 'We werken ook op scholen en universiteiten om het bewustzijn over de rechten van vrouwen en kinderen te vergroten, we geven affectieve educatie en we vechten tegen systemisch geweld in Palestijnse rechtbanken en ziekenhuizen.' Toch voegt ze eraan toe: 'Het is een feit dat waar de bezetting harder is – vooral in vluchtelingenkampen – ook het gendergerelateerde geweld binnen gezinnen toeneemt.'
Daar zijn concrete redenen voor. Veel Palestijnse vrouwen die vroeger werkten en deelnamen aan het dagelijks leven in steden en op het platteland, zijn geleidelijk aan gestopt met uitgaan, studeren of werken uit angst voor verkrachting, ontkleding of schendingen van hun privacy. 'Dat weerhoudt hen er ook van om misbruik te melden of hun huis te verlaten, omdat ze geen andere veilige plekken hebben en geen baan die hen economische onafhankelijkheid garandeert', legt Al Azraq uit. Dat beperkt de autonomie van vrouwen nog verder en maakt hen kwetsbaarder voor mannelijk geweld. 'In de praktijk ontmoedigt de ernst van de bezetting verzet tegen huiselijk geweld of zelfs het idee dat ontsnappen mogelijk is. We bieden psychologische ondersteuning aan honderden vrouwen die om die redenen in een gewelddadig huwelijk blijven.'
In 2025 meldde het Palestijnse Bureau voor de Statistiek dat 19,8 procent van de getrouwde vrouwen op de Westelijke Jordaanoever aangaf ten minste één vorm van geweld te hebben meegemaakt. Algemeen wordt aangenomen dat dat cijfer een onderschatting is: de Palestijnse autoriteiten zijn van mening dat ten minste 46,5 procent van de vrouwen geen aangifte doet van misbruik vanwege een gebrek aan ondersteunende diensten en alternatieven, of vanwege het sociale stigma.
PSCCW is niet alleen actief op psychologisch vlak – alleen al in 2024 bereikte de organisatie 1.300 mensen via groepstherapie, ongeveer 200 via individuele therapie en 194 via zaakmanagement – maar biedt ook juridische en financiële bijstand in Palestijnse rechtbanken en oefent politieke druk uit als ze institutionele weerstand ondervindt. 'Onlangs hebben we een vrouw bijgestaan wier man drie van haar vingers had afgehakt. Het ziekenhuis weigerde het incident als huiselijk geweld te classificeren en de politie weigerde hem te arresteren', vertelt Al Azraq. 'Pas na weken van druk vanuit de media en e-mails aan het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Palestijnse Autoriteit werd de man uiteindelijk aangehouden'.
Een andere belangrijke doelstelling van de organisatie is het onderwijs en de empowerment van vrouwen door middel van beroepsopleidingen, ook als middel om kindhuwelijken tegen te gaan. Hoewel die praktijk de afgelopen decennia was afgenomen, neemt ze nu weer toe. Volgens rapporten van Girls Not Brides over 2019-2020 was 2 procent van de vrouwen tussen 15 en 49 jaar getrouwd voordat ze 15 waren. Sinds 7 oktober 2023 hebben echter 'de ernstige economische crisis, het wijdverbreide verzuim van scholen en werkplekken uit angst voor de bezettingsmacht, en de overbevolking van grote gezinnen in steeds krappere ruimtes als gevolg van ontheemding allemaal bijgedragen aan een toename van kindhuwelijken', aldus Al Azraq. Het is bijzonder moeilijk om dat fenomeen in de gaten te houden, voegt ze eraan toe, omdat veel van die illegale huwelijken niet worden geregistreerd, ondanks het feit dat huwelijken onder de achttien jaar – behalve in zeldzame gevallen – illegaal zijn in Palestina.
PSCCW werkt ook met kinderen en biedt recreatieve activiteiten aan om psychologische trauma's te verwerken, academische ondersteuningsprogramma's en bewustmakingscampagnes binnen schoolcommissies die gericht zijn op de rechten en behoeften van kinderen. 'In situaties waarin prestaties worden beperkt door psychosociale in plaats van cognitieve moeilijkheden, hebben we in 2024 2.297 begunstigden bereikt'.
Bij gebrek aan een bestuur dat hun bescherming kan garanderen, beschermen Palestijnse vrouwen elkaar. Ze organiseren zich autonoom en putten kracht uit hun zusterschap. Steun van ngo's zoals PSCCW is onmisbaar geworden. 'Zonder de psychologische ondersteuning en groepssessies van PSCCW zou ik nu waarschijnlijk dood zijn', zegt Hala Khalil Abu Saltah. Naast de gedwongen opsluiting thuis als gevolg van invallen door het leger en kolonisten, heeft het onvermogen om routines in overeenstemming met culturele normen te handhaven bijgedragen aan toenemende depressies onder vrouwen. 'Ik heb een gewelddadige echtgenoot en ik word behandeld voor uitgezaaide kanker. Voordat ik die uitlaatklep vond, voelde ik me hopeloos alleen, ik kon me aan geen enkel sprankje hoop vastklampen', zegt ze.
Abu Saltah is geboren en getogen in het Balata-vluchtelingenkamp in Nablus, waar het geweld van de bezetting alomtegenwoordig is sinds de eerste intifada eind jaren tachtig. 'Zelfs alleen in mijn kamer kon ik geen rust vinden. In het kamp staan de huizen muur aan muur; het raam van mijn buren kijkt rechtstreeks uit op mijn slaapkamer. Iedereen kan zien en horen wat ik doe. Voor Palestijnse vrouwen is privacy van fundamenteel belang, en ik ben daar mijn hele leven van beroofd geweest.'
Gedwongen ontheemding stelt vrouwen nog meer bloot aan mannelijk geweld. 'Duizenden mensen zijn uit hun huizen in de kampen van Jenin en Tulkarm verdreven en hebben hun toevlucht gezocht in scholen en overheidsgebouwen', legt Alaa Abu Hashish uit, een medewerker van PSCCW die in het noorden van de Westelijke Jordaanoever werkt. 'Dat betekent dat duizenden vrouwen samenleven met duizenden mannen, zonder enige garantie voor hun veiligheid.' Hoewel het verklaarde doel van PSCCW het bevorderen van psychologisch welzijn en sociaaleconomische rechten is, vragen de omstandigheden om andere taken: 'Onder deze omstandigheden wordt dat bijna onmogelijk. Formeel bieden we psychosociale ondersteuning, maar in werkelijkheid doen we uiteindelijk alles: water, voedsel en medicijnen leveren.'
Vóór 7 oktober 2023 kon PSCCW alle districten bereiken waar het wilde werken, met name gemarginaliseerde gebieden zoals Gebied C en vluchtelingenkampen. Sindsdien heeft de Israëlische staat echter, zoals Abu Hashish het omschrijft, 'de bewegingsvrijheid nog verder aan banden gelegd: honderden nieuwe controleposten, nieuwe beperkingen op de distributie van hulpgoederen en de intrekking van werkvergunningen voor de tweehonderdduizend Palestijnen die in Israël werkten.'
Daardoor is het steeds moeilijker geworden om gemeenschappen te bereiken en in te spelen op de behoeften van vrouwen. 'Als het leger Balata binnenvalt – wat gemiddeld één keer per week gebeurt – kunnen de vrouwen die wij ondersteunen onze kantoren in Nablus niet bereiken voor groepssessies. Anderen kunnen zich vanwege de economische crisis simpelweg geen vervoer veroorloven.' Ze concludeert: 'Zelfs als onze diensten slechts een pleister op een structureel probleem zijn, verhinderen die obstakels ons om zelfs dat toe te passen. De bezetting belemmert ons vermogen om interne sociale kwesties aan te pakken, laat staan die welke door de bezetting zelf worden veroorzaakt.'
PSCCW, opgericht in 1997, was van oudsher uitsluitend actief op de Westelijke Jordaanoever. Sinds het begin van de genocide voelden de medewerkers zich echter genoodzaakt hun werk ook uit te breiden naar Gaza. 'De vrouwelijke bevolking daar is verwoest', legt Al Azraq uit. 'Samen met verschillende Europese ngo's proberen we de distributie van maandverband te organiseren en psychologische steungroepen op te zetten om vrouwen te helpen het dagelijks leven te overleven te midden van dood en vernietiging.' In de Gazaanse steden Deir al-Balah en Khan Yunis hebben ze tenten opgezet voor de distributie van gynaecologische medicijnen, 'schoonheidsklinieken' die bedoeld zijn om een schijn van normaliteit en zelfzorg te herstellen, en therapeutische groepen.
Dat werk in Gaza ontvangt geen formele financiering. 'Het wordt allemaal uitgevoerd door vrijwilligers, die we vanaf hier zo goed mogelijk ondersteunen', zegt Al Azraq. Een andere prioriteit is toegang tot drinkwater – 'een fundamenteel recht dat in Gaza bijna volledig wordt ontzegd'. Ze concludeert: 'In de politieke economie van genocide wordt de waardigheid van vrouwen volledig met voeten getreden. Naast de bombardementen moeten ze omstandigheden doorstaan die zo vernederend zijn dat ik ze nauwelijks klinisch kan beschrijven. Posttraumatische stressstoornis is geen adequate term.' Hun vrouwelijkheid wordt uitgewist, hun privacy is onbestaand, zelfzorg is onbereikbaar. 'Veel vrouwen scheren hun hoofd kaal omdat ze zelfs de meest elementaire hygiënische omstandigheden ontberen. Er is geen stromend water en duizenden mensen worden gedwongen om een handvol badkamers te delen. Onze groepssessies geven hen net genoeg kracht om door te gaan. Maar het geweld dat vrouwen in Gaza wordt aangedaan, zal diepe, generatieoverschrijdende littekens achterlaten.'
Dit artikel stond op Jacobin. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen