Borderless

20 July 2018

De FNV en het klimaat: eerlijk omschakelen

De FNV doet actief mee aan allerlei klimaatacties. Zo riep de vakbond op voor de klimaatmars in april in  Amsterdam, is actief voor een (sociaal verantwoorde) sluiting van kolencentrales en zet zich ook op allerlei andere plaatsen in voor het klimaat. Buitenstaanders, maar ook vakbondsleden verbazen zich daar soms over. Klimaat dat is toch een zaak voor de milieubeweging? Onzin, zegt Patrick van Klink van de klimaatwerkgroep  van de FNV. ‘Wat wij doen is gewoon vakbondswerk’ Grenzeloos sprak met hem.

Grenzeloos: Is dat nieuw dat de vakbeweging zich met milieuzaken zoals klimaat bezig houdt?

Patrick: De vakbeweging heeft zich altijd al bezig gehouden met milieu zaken. Vaak ging het dan om zaken die te maken hebben met veilig  werken, met gevaarlijke stoffen en dergelijke. En vaak was de blik daarbij  vooral  gericht op de werknemers die met die stoffen moeten werken.

Maar ook in het verleden was de FNV niet te beroerd om de zaken breder te bekijken. De FNV heeft heel strenge voorwaarden gesteld aan  kernenergie. In 2007 heeft ze samen met milieuorganisaties het Green4sure plan gepresenteerd. Dat was er op gericht om de uitstoot van CO2 terug te dringen door strenge normen te stellen aan energieverbruik,  verplichte opwekking van duurzame energie  en verplichte CO2 reductie in de industrie. Kernenergie is in dit plan overbodig. Ook in de huidige discussie over klimaat neemt de bond een duidelijk standpunt in. Dat kan ook moeilijk anders, het gevaar van kernenergie en de opwarming van het klimaat raakt iedereen, en daar kan je dus als vakbond niet omheen.

Werkgroep klimaat

Nieuw is wel dat er een FNV werkgroep klimaat actief is bestaande uit (kader)leden uit verschillende sectoren. Die werkgroep probeert de discussie over de klimaatproblematiek in de hele FNV te stimuleren en  tot acties aan te zetten. Dat die werkgroep er nu is is zowel  het resultaat van  de vernieuwing in de FNV die dit soort initiatieven mogelijk maakt als van de urgentie van de klimaatproblematiek.

Hoe is die werkgroep er gekomen?

Begin 2015 hebben we met een klein groepje FNVers het initiatief genomen.

Ik zelf ben al heel lang, naast de vakbeweging ook actief in de  milieubeweging. En ik vond al langer dat de FNV zich actiever op  moest stellen met betrekking tot de  klimaatverandering en de gevolgen daarvan. De klimaatconferentie van 2015 in Parijs zette het klimaat weer duidelijk op de agenda  en dat leek een goed moment om een initiatief te lanceren. Een handje vol mensen uit de milieubeweging die ook actief in de FNV waren hebben toen de koppen bij elkaar  gestoken en een  oproep gelanceerd. We hebben een flyer gemaakt met de titel ‘Klimaatverandering: een zaak van de vakbonden’, waarin we uitlegden waarom de bond zich actief met het klimaat en de gevolgen van klimaatverandering bezig moet houden. In  de flyer werden FNVers opgeroepen om  mee te gaan doen met een op te richten FNV klimaatgroep. Die flyer hebben we op de 1 mei manifestatie van het FNV in Amsterdam uitgedeeld. Daar hebben we tientallen reacties op gehad van mensen die mee wilden doen, waaronder een paar leden van het FNV ledenparlement.

Met die groep  zijn we bij elkaar gekomen samen met de beleidsmedewerkster klimaat en  zijn we plannen gaan maken. Een van de dingen die we voor elkaar kregen was dat we met een delegatie van FNVers naar Parijs zijn gegaan tijdens de klimaattop. Daar hebben we onder andere de bijeenkomst van de internationale vakbondskoepel ITUC bezocht. Daar merkten hoe veel er door de internationale vakbeweging al wordt gedaan en hoe veel we daar van kunnen leren. Zoals de campagne voor ‘one milion climat jobs’ in Groot Brittannië, de Green Blue Alliance in de VS of het werk van de vakbeweging in Zuid Afrika.

Ter voorbereiding van Parijs hebben we een bijeenkomst gehouden met geïnteresseerde FNVers. Daar kwamen zo’n honderd mensen op af, en dan merk je dat er heel wat FNV leden al op de een of andere manier, in hun bedrijf, of in hun eigen omgeving met klimaat bezig zijn.

Wat staat er centraal in het werk van de FNV klimaatgroep?

Kijk: wij hoeven als FNV niet te doen wat andere organisaties al doen.  De milieubeweging doet uitstekend werk, wij kunnen daar vaak bij aansluiten, zoals bijvoorbeeld met de klimaatmars, of bij andere acties. Maar wij moeten vooral doen waar we als vakbond voor zijn en goed in zijn. Wij hebben regelmatig te maken met transitie-processen, met bedrijven of bedrijfstakken waar grote veranderingen plaatsvinden waar wij als bond een antwoord op moeten formuleren en moeten zorgen dat de werknemers niet de dupe worden van de veranderingen. Bij de klimaatverandering zie je dat op grote schaal. Bedrijven, bedrijfstakken en productieprocessen moeten anders, en wij  moeten  er voor zorgen dat dit niet  ten kosten gaat van de mensen die er werken. Er moet een perspectief zijn voor mensen uit de fossiele industrie die hun baan kwijtraken, en de nieuwe banen moeten kwaliteit hebben en  zekerheid en koopkracht bieden. Wij  gaan voor echte groene banen.

Kolencentrales

De campagne rond de kolencentrales is daar een goed voorbeeld van. Die dingen moeten dicht, dat is duidelijk. Als milieubeweging zou je dan kunnen volstaan met zeggen: zo snel mogelijk sluiten. Maar als vakbeweging zeg je: ja sluiten, maar op zo’n manier dat de werknemers daar niet de dupe van worden. Dat daar dus ander werk voor komt. En dan niet alleen de mensen die in die centrales werken, maar ook in het transport en wie er verder allemaal nog mee te maken heeft. Je kan als vakbeweging niet zeggen: wij zijn tegen sluiting, want dat gaat ten koste van de werkgelegenheid, zoals vroeger in vergelijkbare situaties wel eens geroepen werd, maar er moet  dus een sociaal verantwoorde sluiting komen. Op die manier kan je dan ook met de milieubeweging samen optrekken.  De eis voor de vorming van een kolenfonds voor werknemers, wordt ook gesteunde door milieuorganisaties. Zo’n fonds helpt mensen de tijd te overbruggen bij het zoeken naar een andere baan. Want tot het laatste moment zijn er mensen nodig al is het maar om af te bouwen.  De meeste werknemers in de centrales zijn boven de 50. Zo’n fonds kan  ook zorgen voor inkomenscompensatie als in de nieuwe baan minder verdiend wordt en  zorgen dat pensioenopbouw veilig wordt gesteld.

Een sociaal rechtvaardige oplossing is ook van groot belang voor het verkrijgen van draagvlak voor de energie transitie.  Uit onderzoek van ECN blijkt dat de kosten van het huidige klimaatbeleid nu vooral bij armere huishoudens terechtkomen, terwijl grote bedrijven - de grootste vervuilers - nauwelijks bijdragen aan de klimaatkosten. En dat er, bij gelijkblijvend beleid, straks tienduizenden gezinnen zijn die hun energierekening niet meer kunnen betalen. Die gezinnen betalen wel mee aan de energiebelasting, maar profiteren niet van de subsidies. Subsidie krijg je alleen als je investeert in zonnepanelen, of in een elektrische auto. Als je geen geld hebt kan je niet investeren. Het is ook niet voor niks dat het bedrijfsleven de energie transitie vooral presenteert als een innovatie-programma. Er is geen groot bedrijf dat innoveert zonder subsidie.  Als we niet uitkijken wordt de energie transitie weer een grote herverdeling van inkomen van arm naar rijk.  Voor het draagvlak  en uit rechtvaardigheidsoogpunt zou het juist andersom moeten zijn.  De bovenste 10% inkomens van de wereld stoten  bijna  de helft van de CO2 uit.  Honderd grote bedrijven stoten wereldwijd 71% van de CO2 uit.  Dat zijn natuurlijk de fossiele industrie, maar ook een bedrijf als Wallmart.

Zeggenschap

Bij energietransitie gaat het ook over  de zeggenschap  van mensen over  hun werk. Dat mensen in bedrijven zelf iets te zeggen hebben over hoe het werk wordt georganiseerd. Dat er een einde komt aan het steeds maar uitbesteden van werk aan onder- aannemers en anderen, waardoor er geen zicht  meer op is hoe en onder welke omstandigheden dat werk  wordt gedaan. Dat mensen niet voortdurend tegen elkaar uit worden gespeeld. Dat er steeds meer geflexibiliseerd wordt.

Kijk: mensen vinden het klimaat belangrijk en willen er op hun werk ook best mee aan de slag. Maar dan moeten ze er wel bij betrokken zijn. Dat gebeurt niet als je elk moment weer aan de kant geschoven kan worden, als je voor een toeleverancier werkt, als je zelf elke dag moet bellen of er werk beschikbaar is. Werknemers moeten informatie hebben, inzicht in processen op hun werk, inzicht in de plannen van het bedrijf. Dan kunnen ze er over nadenken of processen anders kunnen, of er minder energie gebruikt kan worden en of er van fossiele energie naar duurzame energie overgeschakeld kan worden.

Onze leden moeten daar met anderen, in hun bedrijf, in hun sector en daar buiten over  kunnen praten, ervaringen uitwisselen, inspiratie opdoen. Daar ligt voor de vakbeweging een belangrijke taak.  De noodzakelijke vergroening van de economie kan een heleboel werkgelegenheid opleveren. Er is heel veel te doen in het isoleren van woningen, de ontwikkeling van groene energie, het duurzamer maken van productieprocessen enzovoorts. Daar moet ook door de vakbeweging aan gewerkt worden, plannen worden ontwikkeld, mensen geïnformeerd, en gemobiliseerd. Als we dat aan de werkgevers en de overheid overlaten dan weten we precies wat er gebeurt. Dan gaat het niet alleen allemaal  veel te langzaam, maar dan worden de kosten van de hele transitie afgewenteld op de werknemers en de consumenten. Op ons dus. We moeten dus zorgen dat we als vakbeweging daar een rol in spelen.

Als we als vakbeweging op dit thema op onze handen blijven zitten dan komen we definitief aan de kant te staan. Tegen de race naar beneden proberen we nu een inhaalslag te maken. Dat is met klimaatverandering niet meer mogelijk. De klappen vallen precies in de sectoren waar we nu nog goed georganiseerd zijn. In de nieuwe economie wemelt het van flexwerk, zijn geen CAO’s, zijn we als vakbond weinig aanwezig. In Duitsland heeft de vakbond dat begrepen. Die hebben een organisatie campagne gevoerd  in de windenergie sector met als gevolg dat daar de arbeidsvoorwaarden zijn verbeterd, de medezeggenschap is georganiseerd en de bond daar een positie heeft.

Er gebeurt in de bedrijven best veel  op het vlak van energiebesparing en omschakeling. De werkgevers zijn ook niet gek. Die willen hun energierekening zo laag mogelijk houden en die begrijpen ook wel dat duurzame energie de toekomst heeft en dat het fossiele tijdperk aan het aflopen is. Maar voor de werkgevers staat uiteindelijk altijd het bedrijfsresultaat, het maken van winst centraal. En ze hebben een korte termijn perspectief. Bij ieder oliebedrijf begrijpen ze dat het ooit afgelopen zal zijn met de olie, maar tegelijkertijd denken  ze dat zij wel het laatste vat olie op aarde moeten verkopen.

Productieprocessen

Maar bij het tegengaan van de klimaatverandering gaat het toch niet alleen om de processen in afzonderlijke bedrijven en bedrijfstakken. Het gaat er toch vooral om hoe de totale economie is georganiseerd. Dat productieketens zich over de hele wereld uitstrekken, dat daar geproduceerd wordt waar de lonen het laagst zijn en de  milieunormen het slechts gehandhaafd worden, dat producten over de hele wereld heen en weer gesleept worden, ons voedsel tegen grote milieukosten overal vandaan komt. Dat soort zaken.

Natuurlijk gaat het om het hele plaatje, om hoe de wereldeconomie functioneert. Dat het uiteindelijk steeds om de winst en niet om de mensen  en om het  milieu gaat. Voor werkgevers loopt de tijdshorizon hooguit tot 2030. Dan draait een deel van de wereldeconomie nog op fossiel. Het akkoord van Parijs heeft een horizon tot 2050. Dan moet fossiel uitgefaseerd zijn. Hoe langer we wachten om na te denken wat daarvoor nodig is, hoe langer we blijven rommelen om binnen de huidige ketens gebaseerd op olie efficiënter te werken en hoe moeilijker het wordt om de doelstellingen van 2050 te halen. Het geld, de plannen en de techniek zijn er. De grote 100 die voor de meeste CO2 uitstoot zorgen, hebben veel te verliezen. Er gaat alleen maar wat veranderen als we ons er mee bemoeien. Anders betalen we weer hun rekening en erger nog  zetten we de toekomst van onszelf op deze planeet op het spel.

Als vakbeweging moeten we dat internationale aspect steeds naar voren halen. Maar het werkt het beste als je dat zo concreet mogelijk doet. Je kan natuurlijk roepen: het is allemaal de schuld van het kapitalisme en daar moeten we  vanaf. Daar ben ik het mee eens, maar  met dat roepen maak je geen einde aan het kapitalisme. Als we de sluiting van kolencentrales op een eerlijke manier niet voor elkaar krijgen, hoeven we over het  afschaffen van kapitalisme niet te praten. Daar zal toch echt meer voor  nodig zijn en dat begint bij het bewustzijn van mensen, en het gevoel  dat ze zelf iets kunnen doen, dat ze macht kunnen hebben.

En dat wordt het meest gestimuleerd door directe verbanden te leggen. Mensen opzoeken als ze in actie zijn. Je kan tegen havenarbeiders aan gaan praten over de uitbuiting in het mondiale zuiden, en heel veel zullen het nog wel met je eens zijn ook. Maar wat moeten ze daar mee. Je kan het ook hebben over de kolen uit Colombia die zij overslaan en die hier in de energiecentrales worden verstookt. Onder welke voorwaarde die gedolven zijn:  over de repressie tegen  de vakbeweging in Colombia en de arbeidsomstandigheden. En je kan als vakbeweging samen met andere organisaties daar actie tegen voeren. Maar dan moet er wel een ander alternatief voor hen zijn. Klimaatactivisten en vakbondsleden leven vaak nog in verschillende werelden. Alleen samen kunnen we de wereld veranderen en dan moeten we elkaar kennen, elkaars zorgen kennen en elkaars taal spreken. Het zijn noodzakelijke stappen om tot samenwerking te komen.

Door er als vakbondsleden voor te strijden dat het dak van je bedrijf met zonnepanelen wordt belegd, en er overal ledverlichting wordt aangelegd red je de aarde niet. Maar het kan wel, ook voor anderen, het begin zijn van een bewustwordingsproces. Als je het voor elkaar krijgt is dat een overwinning.  Als je baas het niet doet, is het reden om uit te zoeken waarom niet en het debat aan te gaan en druk opbouwen om het wel voor elkaar te krijgen. Waarom wordt er niet op energie bezuinigen en wel op mensen bijvoorbeeld?

Wat zijn jullie verdere plannen als werkgroep?

We willen in het najaar een werkconferentie organiseren over het manifest ‘eerlijk omschakelen’ We willen daar meer leden betrekken bij dit manifest die deze boodschap uit gaan dragen en verder onderbouwen met ervaringen en voorbeelden. We willen concreter maken waar werk verloren gaat en waar werk te winnen is en nagaan hoe we daar meer inzicht en greep op kunnen krijgen. Als Groningen van het gas gaat, wat voor werk moet daar dan terug komen, waar zit Groningen op te wachten?  We willen de samenwerking met andere NGO’s verbeteren, en we willen een beter netwerk krijgen in de sectoren. Op het FNV congres is klimaatverandering met brede steun duidelijker op de agenda gekomen. Dat het een belangrijk thema is, dat is duidelijk. We moeten nu gaan invullen wat we kunnen en moeten doen. Daarvoor moeten we aansluiten bij de vragen en issues die onze leden hebben.  Zoals gezegd, we kunnen aanhaken bij veel goed vakbondswerk dat al gebeurt. De strijd voor echt banen,  de strijd voor een goed inkomen voor iedereen,  de strijd voor verantwoord beleggen,   de strijd tegen het steeds verder terugdringen van publieke diensten, want vergeet niet energiebedrijven waren  vroeger gewoon overheid. Als we de klimaatverandering serieus aan willen pakken moet er een planmatige aanpak komen. Als we het aan de markt overlaten gebeurt het te laat en alleen voor de rijken. Er moet voor iedereen winst inzitten. Dat was bij de omschakeling van kolen naar gas makkelijker te zien. Geen gesjouw met kolen, schone lucht een schoner huis. Met zonnepanelen en windmolens is dat niet evident. Als het om isoleren gaat is het duidelijk dat dit tot meer comfort kan leiden. Maar een andere vorm van warmte opwekking betekent meer dan alleen de gasketel eruit. Per wijk en stad zijn er andere mogelijkheden. De ene keer gebruik van restwarmte, de andere keer elektrisch of met warmtepompen. Dat zijn geen beslissingen die je huis voor huis neemt. Daar moeten mensen bij betrokken worden, hun vragen en twijfels moeten serieus beantwoord worden anders kunnen ze niet mee beslissen en zullen ze niet mee willen doen.

 Het is geen ethische discussie, het gaat niet over goed of slecht gedrag. Je leeft in een maatschappij die ingericht is op fossiele industrie. Niet op decentrale energieopwekking  en publiek beheer.  Het is net als met afval. Mensen produceren geen afval, ze blijven ermee zitten omdat de hele keten ingericht is op marketing en verpakken.  Biologische groenten is verpakt omdat Albert Heijn zijn klanten niet vertrouwt en omdat de kinderen die hij als personeel heeft  niet opgeleid zijn om het verschil te zien. Met koopgedrag verandert dat niet.  Het gaat om maatschappelijke verandering en dat moet samen  gebeuren. En daarin heeft de vakbond een belangrijke rol.

 

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <br> <br />
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren