Iedereen die werd gezien als een supporter van de militaire dictatuur is afgestraft. De pro-Musharraf Pakistan Muslim League Q – PMLQ – leed een zwaar verlies, en dat ondanks verkiezingsfraude. De fundamentalistische partijen die deelnamen aan de verkiezingen kregen de zwaarste klappen. Dit was een electorale revolutie tegen de militaire dictatuur, te danken aan de advocatenbeweging die op straat de strijd tegen Musharraf heeft aangevoerd.
Een alliantie van verschillende oppositie-partijen over het hele politieke spectrum, de All Parties Democratic Movement - APDM – besloot de verkiezingen te boycotten omdat zij deze als corrupt beschouwden. De meerderheid van de religieuze partijen die voorheen deel uitmaakten van de APDM besloot echter deel te nemen aan de verkiezingen. Hierdoor verschoof de machtsbalans in de APDM ten voordele van de linkse partijen; voor de Labour Party Pakistan – LPP, een van de belangrijkere linkse partijen in het land – was dit de reden om zich bij de APDM aan te sluiten.
In tegenstelling tot wat veel mensen beweren, hielp de boycot campagne van de APDM volgens Farooq Tariq, voorzitter van de LPP, om de anti-Musharraf stemming zichtbaar te maken: indien deze partijen deel hadden genomen aan de verkiezingen zou de anti-Musharraf stem verdeeld zijn en had de PMLQ misschien meer zetels in de wacht kunnen slepen. De APDM organiseerde bovendien 18 massa bijeenkomsten waar stelling werd genomen tegen Musharraf. Voorafgaande aan de moord op Benazir Bhutto leek deze boycotcampagne aan kracht te winnen. De golf van sympathie voor de Pakistan Peoples Party - PPP - die volgde op de moord op hun leider Bhutto zorgde echter voor hoge opkomstcijfers, ondanks dreigementen van zelfmoordaanslagen door fundamentalisten.
De vraag van het al dan niet boycotten van de verkiezingen leidde wel tot een splitsing in de Muttahida Majlis-e-Amal – MMA -, een machtige alliantie van vier fundamentalistische partijen. Hiervan profiteerden seculiere partijen. Dankzij de splitsing werd de MMA vernederd; ze kromp van 13 procent naar minder dan vijf procent en zullen geen deel uitmaken van een toekomstige regeringscoalitie.
Iedereen, zowel zij die deelnamen aan de verkiezingen als zij die deze boycotten, deelden een slogan; ‘Go, Musharraf, go!’. De protesten van de advocaten en de rechters eind vorig jaar hebben Musharraf zeer impopulair gemaakt. De generaal weigerde echter de polls te geloven die voorspelden dat hij op minder dan 12 procent van de stemmen kon rekenen.
De nederlaag van de pro-Musharraf partijen vertoont veel parallellen met de historische nederlaag van de rechtse Bharatiya Janata Party in India tijdens de verkiezingen in 2004. Ook de PMLQ maakte gebruik van enorme advertenties in de media waarin zij de ‘ontwikkeling’ van het land aanprezen en dachten hiermee hun overwinning veilig te kunnen stellen. Dat ‘ontwikkeling’ die gekocht wordt met het leed van mensen nooit politieke winst zal opleveren is echter een les die uit deze verkiezingen getrokken kan worden.
PM leider Choudry Shujaat Hussain bijvoorbeeld was er zo van overtuigd dat zijn ontwikkelingswerk zijn zege veilig zou stellen dat hij tijdens de middag van de verkiezingsdag een uiltje ging knappen. Twee dagen eerder had hij verklaard dat ‘omdat ik elk dorp voorzien heb van elektriciteit campagnevoeren niet meer nodig is’. Hij verloor beide zetels waarvoor hij in de race was; Hussain had vergeten dat alhoewel alle dorpen in zijn district nu misschien wel elektriciteit hadden, de prijs van alledaagse levensmiddelen sterk waren gestegen.
Er is nog een tweede les te trekken uit de uitslag van de verkiezingen in Pakistan, namelijk hoe belangrijk de recente protesten geweest zijn en dat een oppositie tegen Musharraf hier contact mee moet maken. Dit bleek bijvoorbeeld uit de grote overwinning van de Pakistan Muslim League (Nawaz) – PMLN – in Punjab. Hun leider, Nawaz Sharif, sprak zich duidelijk uit voor het in hun functie herstellen van de door Musharraf ontslagen rechters en tegen elk compromis met de dictatuur. In Punjab is de advocatenbeweging erg populair, en vooral in de gebieden waar deze bijzonder zichtbaar was behaalde de PMLN een grote zege.
De PPP weifelde echter over de vraag of de rechters terug moeten keren en besloot uiteindelijk de eis dat ze terugkeren niet te steunen. Daarvoor moest het de prijs betalen in Punjab waar de PPP niet in staat was de anti-Musharraf stem volledig te verzilveren.
Op 25 januari schreef Farooq Tariq een artikel met de titel ‘Kan Musharraf overleven?’. Het begon met; ‘Het lijkt er op dat Musharraf op zijn laatste benen loopt. Hij is de meest gehate en verachtelijke president in de Pakistaanse geschiedenis geworden. Er zijn niet langer progressieven, liberalen of gematigden in zijn kamp. In de loop van de tijd is zijn verlichte, gematigde imago begraven.’ Het vervolgt met; ‘De PMLQ, de favoriet van Musharraf, is in een diepe crisis na de recente tekorten aan voedsel, elektriciteit en gas. De anti-Musharraf stemming treft de kandidaten van de PMLQ. De algemene stemming is dat als je tegen Musharraf bent, je ook niet op de PMLQ moet stemmen. De golf van sympathie voor Bhutto die volgde na haar dood keert zich tegen de PMLQ. Alleen totale verkiezingsfraude kan door Musharraf gesteunde kandidaten verzekeren van een overwinning.’
Het artikel eindigde met; ‘Boycot of geen boycot, de toekomst ziet er steeds problematischer uit voor Musharraf. Zijn vertrek lijkt overal aangekondigd te worden.’ Dit bleek een juiste inschatting van de stemming in het land.
De uitslag van 18 februari was een stem tegen Musharraf en tegen zijn beleid. Er moet een economische koerswijziging komen, de neoliberale agenda van Musharraf heeft al veel te veel schade aangebracht. De prijsstijgingen die het gevolg waren van dit beleid zijn zonder weerga. Musharraf heeft elk woord van de IMF en de Wereldbank opgevolgd en zijn claims van economische groei zijn hol. Indien de PPP en PMLN geen wijziging aanbrengen in de economische koers van het land zullen zij na enkele wittebroodsweken gezien worden als partijen die de wensen van het volk hebben verraden.
De PPP en PMLN worden echter gecontroleerd door de rijken en kapitalisten en zijn niet in staat om sterke oppositie te bieden aan de dictaten van de Wereldbank en het IMF. De manier waarop op 30 december Bilawal Asif Zardari, de zoon van Benazir Bhutto, werd benoemd als de nieuwe voorzitter van de PPP laat zien hoe groot de kloof is tussen de leiding en de sociale basis van de partij. Asif Zardari, de echtgenoot van Benazir Bhutto, werd in haar testament aangewezen als haar opvolger. Alhoewel hij deze positie aan zijn zoon heeft doorgegeven, is hij vice-voorzitter en zal hij de werkelijke dagelijkse leiding van de partij voeren. Asif Zardari heeft een lange geschiedenis van betrokkenheid bij fraude en corruptie: in Pakistan kreeg hij de bijnaam ‘mister 10 procent’. De opvolging van Benazir Bhutto heeft laten zien hoe zeer de PPP een persoonlijke vehikel is van de familie Bhutto.
Door de beslissing van PPP om mee te doen aan de verkiezingen, in een grotendeels succesvolle poging om te kapitaliseren op de sympathie voor de partij naar de moord op Benazir Bhutto, is er volgens Farooq Tariq een kostbare kans om een einde te maken aan de militaire inmenging in de Pakistaanse politiek verspeeld: ‘als de PPP zich had aangesloten bij de massa-beweging, dan had Musharraf gedwongen kunnen worden af te treden.’
Om een consequente oppositie te kunnen voeren tegen niet alleen Musharraf maar ook het huidige economische beleid heeft Pakistan een arbeiderspartij nodig, een partij die de onvrede over het Musharrafregime naar zijn logische eindconclusie, de afschaffing van feodalisme en kapitalisme in Pakistan, kan brengen.
Helaas is dit nog ver weg; de LPP heeft niet de massale aanhang die hiervoor nodig is. Links is in Pakistan in electoraal opzicht nooit erg sterk geweest en raakte in deze verkiezingen nog verder gemarginaliseerd. Tijdens de vorige verkiezingen won een lid van een trotskistische stroming in de PPP een zetel in het parlement; deze keer verloor hij echter. De belangrijkste linkse groeperingen steunden de verkiezingsboycot van de APDM.
De PPP, de grote winnaar van deze verkiezingen, moet naar de kiezers luisteren, het aftreden van Musharraf eisen en de kwestie van de terugkeer van de rechters op nemen. Wat ze niet moet doen is de macht delen met Musharraf. Maar gezien het optreden van partij tot nu toe is er reden om niet al te optimistisch zijn. Er zijn nog steeds onderhandelingen gaande over een power-sharing agreement tussen Musharraf en de oppositie. De Verenigde Staten probeert Musharraf aan de macht te houden en de PPP te bewegen een coalitieregering te vormen met Musharraf supporters. Gezien de stemming in Pakistan zal het echter voor elke partij die een alliantie aangaat met Musharraf moeilijk zijn een politieke toekomst op te bouwen. V
Dit artikel is voornamelijk gebaseerd op het stuk Pakistan: A golden opportunity to oust Musharraf van Farooq Tariq, dat eerder verscheen in Links. International Journal of Socialist Renewal. Daarnaast is er gebruik gemaakt van het artikel A dictator defeated van Farooq Sulehria in International Viewpoint.
Reactie toevoegen