Borderless

16 June 2019

De globaliseringsbeweging in Nederland: Globaal anders in de polder

Een van de zaken die op het zestiende SAP congres van begin juni werd besproken was de globaliseringsbeweging in Nederland. Daarover werd een resolutie aangenomen. Wij legden die tekst voor aan een aantal mensen die actief zijn in die beweging. Dat leverde een veelheid van meningen en discussies op. Grenzeloos vatte ze samen en geeft weerwoord.
De gehele resolutie en de volledige reacties daarop van Kees en Peyman zijn hier te vinden op de Grenzeloos website.

In de SAP-resolutie wordt - in een poging om het 'anti' te voorkomen - over de 'globaliseringsbeweging' gesproken. 'Globaliseringsbeweging' in de zin van de beweging die zich bezig houdt met 'de globalisering'. Kees Hudig, campagnemedewerker van fondsorganisatie xminy, is daar wel van gecharmeerd: 'dat moeten we er in houden'. Hans van Heijningen, coördinator van xminy en voorzitter van Attac Nederland, Rene Danen (duoraadslid van Amsterdam Anders/De Groenen) kiezen voor 'andersglobaliseringsbeweging'. Belangrijker lijkt echter de vraag of we het wel als een beweging moeten zien.

Beweging of netwerken
De resolutie begint met een beschrijving van de globaliseringsbeweging in Nederland. Er wordt geconstateerd dat die - in tegenstelling tot in een aantal andere Europese landen - zeer beperkt is, maar dat de uitstraling ervan veel groter is dan haar beperkte omvang en ontwikkeling doen vermoeden. Dat is te danken aan het feit dat de beweging onderdeel uitmaakt van een internationale beweging, maar het is ook 'een gevolg van het feit dat de problemen die door de beweging aan de orde worden gesteld bij velen weerklank vinden. Vooral omdat traditionele organisaties als de vakbeweging en de sociaal-democratie de neoliberale globalisering ondersteunen, is de globaliseringsbeweging het enige tegenwicht'.
Peyman Jafari, lid van de Internationale Socialisten en actief in het secretariaat van 'de wereld is niet te koop', sluit hier bij aan: 'Ik denk dat we in Nederland niet eens van een 'beweging' kunnen spreken, hooguit van milieus en groepen die zich met de mondiale beweging identificeren.' Kees Hudig heeft een andere benadering. 'Ik geeft de voorkeur aan de term netwerken om het hele globaliseringsgebeuren te beschrijven en te begrijpen. Beweging suggereert een veel grotere overeenkomst tussen alle actoren dan er in werkelijkheid bestaat. Het feit dat diverse groepen samen protesten organiseren - en het er over eens zijn dat ze het over veel niet eens zijn - is een van de meest opmerkelijke aspecten . Een dergelijk denken in decentrale netwerken en het waarderen van de diversiteit ervan leidt', zo stelt hij 'ook tot andere conclusies over de rol die je daarbinnen zou mogen en moeten spelen'.
Hans van Heijningen heeft geen probleem met de term beweging. 'Ook in de zeventiger jaren bestond er een antikapitalistische stroming van belang, maar wat er van de Derde Wereldbeweging overbleef is blijven hangen in het paradigma van de tegenstelling tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden. De andersglobaliseringsbeweging weet echter de werkelijkheid van vandaag wel te raken door bijvoorbeeld de verbinding te leggen tussen economische transformatieprocessen, vluchtelingen, arbeidsmigratie en open grenzenproblematiek.' Rene Danen: 'In de kraakbeweging van de jaren tachtig zag je ook een systeemkritiek en het is niet toevallig dat juist restanten uit die beweging actief zijn in de andersglobaliseringsbeweging. '
De meeste deelnemers aan het debat zijn het er over eens dat er een zekere continuïteit is tussen het 'nieuwe' en de oude bewegingen - een punt dat de SAP-resolutie ook maakt. Kees Hudig is het stelligst in het benadrukken van verschillen met oude bewegingen, en zelfs van bewegingen als organisatievorm op zich.
Achter het gebruik van het woord 'beweging' of 'netwerk' gaat meer schuil dan alleen een verschil van mening over hoe je het moet beschrijven: het zegt, zoals Kees zelf ook benadrukt, iets over hoe je ermee om wilt gaan. De SAP kiest er in haar resolutie voor het wel degelijk als een beweging te beschouwen; niet omdat het geen netwerkachtige trekken zou hebben; niet omdat het een kopie zou moeten zijn van voorgaande bewegingen; maar wel omdat het de vrijblijvendheid van een los netwerk moet zien te doorbreken om een effectieve politieke kracht te zijn. Overigens lijkt soms de neiging te bestaan bewegingen als iets heel strak georganiseerd en centralistisch te zien: dat zijn bewegingen zelden geweest, en dat is zeker niet wat wij voorstaan.

Jongeren
Wat dat in de praktijk betekent wordt duidelijk bij de discussie over de positie van jongeren. In de resolutie staat daar over: 'Natuurlijk nemen er jongeren deel aan acties en mobilisaties, maar hun aantal is beperkt en onder de organiserende kaders van de beweging vormen ze een kleine minderheid.' De resolutie ziet de beweging in deze fase vooral als een samensmelten van voorheen afzonderlijke bewegingen. 'De eenmakende werking van het proces van globalisering leidt er toe dat mensen en organisaties die zich in het verleden specifiek op een werkterrein of thema richtten (milieuproblematiek, derde wereld) dat nu veel meer zien als onderdeel van een bredere beweging tegen de neoliberale globalisering. De organiserende kaders van de beweging zijn met name mensen die in allerlei verschillende organisaties actief zijn en elkaar incidenteel of op meer structurele basis weten te vinden, in afzonderlijke of gezamenlijke initiatieven.' Even verder wordt opgemerkt dat: 'Het merendeel van de organiserende kaders bestaat uit mensen die in een andere politieke periode geradicaliseerd en actief geworden zijn terwijl het potentieel van de beweging natuurlijk bij jongeren ligt. [...] Dat is overigens geen specifiek Nederlands probleem. Ook in landen waar de beweging veel omvangrijker is speelt dit. Het antwoord op dit probleem bestaat noch uit het ontkennen ervan, noch uit het geforceerd alleen op jongeren richten van het werk van de beweging. Het omvatten van meerdere generaties is voor iedere beweging op langere termijn een geweldig voordeel, hoe bepalend jongeren ook zijn voor een actieve beweging.'
Hans ziet dat anders. Hij benadrukt dat jongeren weliswaar een minderheid vormen, maar dat de gemiddelde leeftijd van de andersglobalisten toch nog altijd een jaar of twintig, dertig lager ligt dan in de nog bestaande Derde Wereldorganisaties en hun achterban. Ook Peyman is het er niet mee eens: 'Het aandeel van jongeren in de beweging is in tegenstelling tot wat beweerd wordt niet gering. Een aantal van hen is actief bij de Internationale Socialisten of andere groepen, maar dat is de minderheid. De nieuwe generatie activisten zal een belangrijke rol spelen in het opzetten van activistische structuren met een open karakter, die in staat zijn honderden anderen bij de beweging te betrekken'.
Rene benadrukt dat er geen traditionele generatiekloof is in de beweging van twintigers tegenover veertigers. Wel is er in Nederland, zo stelt hij 'een generatiegat'. 'De afgelopen tien jaar is er door een gebrek aan actieve jongeren- en studentenorganisaties geen nieuwe aanwas geweest. Maar die is er nu duidelijk wel', zegt hij.
Het blijkt een punt te zijn, waarin de SAP alleen staat. Natuurlijk vind de SAP, net als Peyman, dat jongeren een belangrijke rol in het succes van de beweging spelen en zouden moeten gaan spelen; en natuurlijk kun je zoals Hans benadrukken dat hun rol elders nog geringer is - maar wat de resolutie probeert aan te kaarten is een serieus probleem waarmee de beweging volgens de SAP zit. En dat is dat niet alleen kwantitatief - op straat - maar vooral kwalitatief jongere activisten een grotere stempel op de (keuzes van de) beweging zouden moeten drukken. Het feit dat dat (nog) niet gebeurt is niet zozeer de schuld van de 'oude' kaders, maar wel een belangrijk probleem, wil de beweging niet de fouten van het verleden herhalen. Onze benadering is dat we dat niet oplossen door een 'geforceerd ons alleen op jongeren richten'. Het is jammer dat de discussie die we hiermee wilden aanzwengelen, eigenlijk door niemand wordt aangegaan en door sommigen zelfs wordt begrepen als een onderschatting van de rol van jongeren. In wezen is juist het tegendeel het geval.

Taken en perspectieven
Dit soort discussies zijn natuurlijk ook van belang voor de vraag waar je in de beweging moet zitten en wat er moet worden opgebouwd. Kees: 'Jullie richten je vooral op de macrostructuur van 'de beweging'. Het uitbouwen van Attac; het platform 'De wereld is niet te koop' en iets als een Nederlands Sociaal Forum. Veel van de meer activistische organisaties beschouwen dat juist als een gepasseerd station. Ik ben het niet altijd met hen eens, maar kan hun redenering wel volgen. Deze groepen benadrukken dat campagnes vooral gestoeld moeten zijn op daadwerkelijke politieke inhoud en minder op een recruteringsstructuur. Daarnaast, en dat mis ik ook in jullie stuk, wordt benadrukt dat het activistische karakter van de campagnes niet onder mag sneeuwen. Dat laatste vind ik heel belangrijk. 'Seattle' was niet alleen zo'n shock omdat er zoveel mensen op de been kwamen, maar omdat ze zich georganiseerd hadden om de WTO-top daadwerkelijk te verhinderen. Dat was het vernieuwende: de combinatie van massaliteit en directe actie. Het feit dat er nieuwe mogelijkheden gevonden werden om als basisbewegingen in te grijpen op politieke en economische ontwikkelingen vormt een deel van de kroonjuwelen van deze netwerken. Platformen als 'De wereld is niet te koop' en sommige leidinggevende organisaties daarbinnen geven veel te weinig blijk van waardering voor dit aspect.'
Peyman is de omgekeerde mening toegedaan. Voor hem is de zwakte juist dat, terwijl er honderden mensen actief werden en bijvoorbeeld in Brussel gingen demonstreren, er onvoldoende permanente structuren zijn om campagnes en acties continuïteit te geven. Hij haalt het platform 'de wereld is niet te koop' dan ook als positief voorbeeld naar voren en omschrijft het als een beweging die radicale eisen combineert met openheid.
Rene ziet het breder. Volgens hem heeft 'Keer het Tij' de potentie om uit te groeien tot de Nederlandse tak van de andersglobaliseringsbeweging. 'Net als in Italië waar de protesten tegen Berlosconi een belangrijke motor waren achter de protesten in Genua', stelt hij. 'Nu voelen de organisaties in 'Keer het Tij' zich nog niet echt verbonden met hun internationale zustersbeweging. Een voorstel om als 'Keer Het Tij' af te reizen naar het Europees Sociaal Forum in Florence haalden dan ook geen meerderheid in de algemene vergadering van het platform. Maar mogelijk kan op termijn Keer Het Tij wel uitgroeien tot een Nederlands Sociaal Forum'. Als voorwaarde daarvoor ziet hij wel dat ook grote organisaties als bijvoorbeeld Novib en de FNV zich daarbij aansluiten.
Hans legt de nadruk op het belang van bondgenootschappen naar de werkende bevolking toe.'In Nederland - en in mindere mate in andere landen van West-Europa - was de vorige progressieve golf in de zeventiger jaren niet zozeer een volksbeweging maar vooral een rebelse middenklassebeweging die zich sterk maakte voor culturele, maatschappelijke en politieke veranderingen. Qua samenstelling en gerichtheid zie ik sterke overeenkomsten met de andersglobaliseringsbeweging in de hele westerse wereld. Wat mij betreft ligt er de uitdaging om vanuit de andersglobaliseringsbeweging aansluiting te zoeken bij vakbondsoppositionelen zoals de mensen rond Solidariteit maar ook daarbuiten'.

Socialistisch, antikapitalistisch
Een ander punt van discussie is de vraag of de globaliseringsbeweging als een socialistische of anti-kapitalistische beweging moet worden opgevat of opgebouwd of dat het om iets veel breders gaat. De resolutie: 'De globaliseringsbeweging is dus niet zomaar een nieuwe sociale beweging naast andere sociale bewegingen. Het is in eerste instantie vooral de doorwerking in het bewustzijn van de eenmakende werken van het proces van globalisering binnen verschillende sociale bewegingen. Dat bepaalt ook het zeer ongelijkmatige karakter van de beweging, en het feit dat de organiserende kaders in eerste instantie voortkomen uit de (voorheen versnipperde) deelbewegingen. Tegelijkertijd heeft de beweging door haar internationale karakter, haar analyses van het proces van globalisering en de gevolgen daarvan, haar strijd daartegen en de discussie over de alternatieven, een grote aantrekkingskracht op nieuw radicaliserende jongeren. [...] Dit brengt met zich mee dat ze in zeer verschillende vormen en structuren en rond zeer verschillende thema's actief kan zijn. Dit veelvormige en veelkleurige karakter van de beweging is haar grote kracht en er is geen enkele reden om haar organisatorisch of wat betreft thematiek per se op één lijn te willen krijgen. Het is juist van belang om structuren te ontwikkeling die voldoende flexibiliteit en openheid combineren met een minimaal noodzakelijke coördinatie.'
'Onze benadering is gebaseerd op het uitgangspunt dat de overgrote meerderheid van de wereldbevolking de dupe is van het huidige proces van neoliberale globalisering en dat de opbouw van de beweging daar ook op gericht moet zijn.' Daar wordt onder andere de conclusie uit getrokken dat 'wij consequent werken aan de verbreding van de beweging, zowel in sociaal opzicht als qua thematiek. In tegenstelling tot een ultra-linkse benadering gaan wij er niet vanuit dat een dergelijke verbreding van de beweging haaks staat op haar strijdbare en radicale karakter. De radicaliteit van de beweging zit hem in de eisen die ze formuleert en in de consequente en vasthoudende wijze waarop ze die verdedigt. Het op langere termijn opbouwen van de beweging staat voor ons centraal.
Daarvoor is naast verbreding en verdieping vooral noodzakelijk dat er gewerkt wordt aan concrete actieperspectieven en dat er een grote mate van openheid, transparantie en interne democratie bestaat in de beweging. Iedere schijn van manipulatie, uitsluiting van bepaalde stromingen en andere vormen van instrumentalisering van de beweging moeten bestreden worden.
We steunen die initiatieven die er op gericht zijn de beweging te versterken, te verbreden en te verdiepen. We verzetten ons tegen pogingen om de beweging als een specifiek 'anti kapitalistische' of 'socialistische' beweging op te bouwen. Niet omdat we niet 'antikapitalistisch' of 'socialistisch' zijn, maar omdat het bij voorbaat op willen plakken van dergelijke labels in de huidige situatie een rem vormt bij het opbouwen van de beweging'.
Peyman kiest een andere benadering. 'De beweging moet een breed en open karakter hebben, zonder dat bepaalde ideeën als voorwaarde aan anderen worden opgelegd. Binnen de beweging spelen echter verschillende ideeën een rol - over onder andere de strategie en de richting van het verzet. Naast de reformistische kant is er een door autonome en anarchistische ideeën beïnvloede deel dat kiest voor elitaire actiemethoden zoals die van de Witte Overalls of het Black Block.Voor mij zijn antikapitalistische en socialistische ideeën voor de beweging relevante, zelfs onmisbare ideeën en zeker geen labels. Revolutionair socialistische politiek kan helpen een massabeweging tegen de neoliberale globalisering op te bouwen, die uiteindelijk in staat is te winnen. Daarom moeten socialisten in de beweging ook een duidelijke revolutionaire pool opbouwen die deze politiek versterkt en mede de richting van de beweging bepaalt.'

Virus of bundeling
Ook hier vormt Kees de duidelijkste tegenpool. 'Uitgaande van een analyse van het bestaan van netwerken eerder dan bewegingen, kom ik op het voor jullie misschien wel meest heikele punt. Namelijk dat van het bestaansrecht van een (voorhoede)partij. Aan de ene kant kan ik me goed voorstellen dat je kiest voor die veilige haven, die het immers mogelijk maakt om een maximum aan planning en organisatie te bereiken, met een relatief klein aantal gelijkgezinden. Toch ben ik meer en meer geneigd om te denken dat er voor zo'n soort benadering geen plek meer is, dat die benadering vaak de ontwikkeling van daadwerkelijk veranderingsgezinde processen eerder in de weg staat.'
Kees stelt daar tegenover: 'Initiatieven om de globaliseringnetwerken die nu opbloeien te versterken, zouden vooral gericht moeten zijn op een soort zichzelf als organisaties ondergeschikt maken aan het algehele proces. De initiatieven mogen niet meer primair gericht zijn op het versterken van de eigen organisatie, maar moeten prioriteit geven aan strategische input ten dienste van de kritiek en verzet als geheel. Elke aspiratie om daarbinnen een - al dan niet geheime - voorhoede te vormen zouden overboord gegooid moeten worden. Voor een organisatie als de SAP wil dat allerminst zeggen dat je het bijltje erbij neer moeten gooien. Gedegen analyse van en onderzoek naar de politieke en economische verhoudingen en het delen van expertise over manieren om daar een georganiseerd antwoord op te geven, is bijvoorbeeld zeer gewenst en nuttig. Alleen zou je de eventueel daaraan gekoppelde aspiratie om een leidinggevende politieke rol te spelen, zoveel mogelijk moeten beperken. Waar het tenslotte om gaat, is dat we mensen middelen geven om hun eigen problemen op te lossen, om daadwerkelijk op te komen voor hun belangen terwijl ze die koppelen aan de mogelijkheden tot zelfontplooing van alle overige slachtoffers op deze aardbol. Mogelijkheden tot verzet en bevrijding moeten als een virus de wereld rondgaan, dat niet gereguleerd moet worden maar zo wijd mogelijk verspreid moet raken.'
Anders dan Kees lijkt te denken zijn de initiatieven van de SAP niet primair gericht op het versterken van de eigen organisatie, of zelfs maar de 'revolutionaire pool' waarover de IS het heeft. Ook al zijn we natuurlijk niet van mening dat een partij, of een politieke organisatie 'daadwerkelijk veranderingsgezinde processen eerder in de weg staat'. De rol die de SAP zichzelf toedenkt in de beweging is precies zoals die in de resolutie wordt verwoord: 'Ondanks haar beperkte omvang kan de SAP een serieuze rol spelen in dit proces van opbouw van de beweging. Vooral omdat wij de ervaringen van verschillende sociale bewegingen en verschillende perioden van strijd vertegenwoordigen kunnen we een rol spelen in het bij elkaar brengen van die ervaringen. Onze rol is dan ook vooral een politieke rol. Die kunnen we alleen optimaal spelen als we open staan voor de dynamiek en het potentieel van deze beweging in opbouw.'

Willem Bos is lid van de SAP en bestuurslid van Attac Nederland. Hij vatte de discussie samen, en probeerde op basis van de opmerkingen de SAP-resolutie toe te lichten.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren