Van de 34 miljoen mensen in de wereld die geïnfecteerd zijn met het HIV-virus leven er 22,5 miljoen in de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. Deze bezetten de eerste 21 plaatsen op de lijst van landen met de hoogste HIV-besmetting onder volwassenen onder vijftig jaar. In dertien van deze landen is tussen de 10 en 25 procent van de volwassen bevolking besmet. In sommige steden is dit zelfs één op drie. Bij HIV-testen in bepaalde kraamklinieken blijkt 70 procent van de vrouwen seropositief. Van alle kinderen onder de vijftien jaar in Oost-Afrika heeft meer dan 40 procent tenminste één ouder verloren aan aids. Ter vergelijking: de gemiddelde HIV-besmetting onder volwassenen ligt wereldwijd ver onder de procent.
Zuid-Afrika is er het slechts aan toe. Recente cijfers van de Zuid-Afrikaanse overheid geven aan dat daar 20 tot 25 procent van de 15- tot 49-jarigen besmet zijn. Het totaal van besmette mensen ligt rond de 3,8 miljoen mensen en het aantal besmettingen stijgt er het snelst ter wereld. Van alle nieuwe aids-gevallen op het continent Afrika betrof het in één op de zeven gevallen een Zuid-Afrikaan. De levensverwachting van Zuid-Afrikanen zal in 2008 gedaald zijn van 60 naar 40 jaar gemiddeld. Het Zuid-Afrikaanse Ministerie van Gezondheid verwacht dat de komende jaren minstens 250.000 mensen zullen overlijden aan aids.
Progressieve wetgeving
In 1997 besloot de Zuid-Afrikaanse overheid dat er iets moest gebeuren. Het parlement nam een wet aan, sectie 15c van de Wet Geneesmiddelen, die aids-remmers en andere medicijnen een stuk goedkoper zouden moeten maken. Tot nu toe had slechts één procent van de Zuid-Afrikanen de mogelijkheid om levensverlengende medicijnen als bijvoorbeeld AZT te kunnen kopen. Dit terwijl het toedienen van AZT aan zwangere vrouwen die seropositief zijn, ervoor kan zorgen dat er jaarlijks 80.000 minder HIV-besmette baby's geboren worden. Door de wet is het mogelijk dat de overheid via parallelimport gepatenteerde medicijnen koopt in landen waar ze goedkoper geproduceerd worden. Dit in plaats van ze te kopen via de distributiepunten van de machtige patenthouders. Ook kan met deze wet geëist worden dat bedrijven een licentie geven aan lokale bedrijven die daarmee merkloze en daarmee veel goedkopere equivalenten van de medicijnen op de markt kunnen brengen. Dit kan normaal pas na het aflopen van de patenten, over het algemeen na vijftien tot twintig jaar.
Beide maatregelen kunnen erg effectief zijn. De farmaceutische industrie houdt er namelijk een vreemd prijsbeleid op na. Zo verschilt de prijs van medicijnen van land tot land. Het antibioticum Amoxil, gemaakt door SmithKline Beecham (in ons land vooral bekend van de tandpasta) kost in Pakistan 5 dollar, in Canada 9 dollar, 23 dollar in de Verenigde Staten, 25 dollar in Indonesië en in Duitsland 40 dollar. De kosten om een zwangere vrouw effectief met AZT te behandelen zijn 240 dollar per maand, als echter de uit India afkomstige merkloze versie wordt gebruikt bedragen de kosten per maand slechts 48 dollar.
Winst in plaats van mensenlevens
Afrika blijkt met één procent van de totale afzetmarkt voor geneesmiddelen niet interessant te zijn voor de farmaceutische industrie. Dat voor hen winst boven mensenlevens gaat blijkt ook uit hun wijze van aids-onderzoek. Dit spitst zich toe op het vinden van een vaccin voor virusstammen zoals die voorkomen bij Westerse aids-patiënten, terwijl 85 procent van de aids-slachtoffers te maken hebben met virusstammen die voornamelijk voorkomen in de Derde Wereld.
De farmamultinationals zullen in directe zin weinig 'verlies' lijden als merkloze versies van hun medicijnen geproduceerd worden in Afrika. Ze vrezen echter dat de industrie zwaar onder druk komt te staan als bekend wordt dat de prijzen die ze vragen voor essentiële medicijnen een stuk lager kunnen zijn dan die waartegen ze op dit moment in het Westen worden aangeboden. Ook zijn de geneesmiddelenproducenten bang dat het op grote schaal produceren van merkloze equivalenten van hun patent-medicijnen zal leiden tot een wereldwijde 'grijze markt'. Wat een drukkende werking heeft op de prijzen met alle gevolgen van dien voor hun miljarden winsten.
De farmaceutische industrie maakt van alle industrieën de grootste winsten. In 1998 boekte het bedrijf dat AZT produceert, Glaxo Wellcome, een winst van bijna tien miljard dollar. Door de industrie zelf worden deze winsten 'gerechtvaardigd' met het argument dat de inspanningen voor onderzoek en ontwikkeling van geneesmiddelen enorm hoog zijn. Het merendeel van dit onderzoek vindt echter plaats op universiteiten en in overheidinstituten en wordt dus door de overheid betaald.
Dit staat nog los van de morele keuzes die hierbij door de grote farmabedrijven worden gemaakt, zo is er bijvoorbeeld nog steeds geen medicijn tegen malaria terwijl men miljarden besteed aan onderzoek naar cholesterolverlagers, middelen tegen botontkalking en andere 'welvaartsmedicijnen'.
Industrie torpedeert wet
Geneesmiddelen zijn wereldwijd big business. Met behulp van massale overheidssteun en subsidies worden, mede door de exclusieve patentrechten, miljarden verdiend. Dat verklaart ook de verbeten reactie van de farmaceutische industrie op de nieuwe wetgeving in Zuid-Afrika. Maar liefst 41 Amerikaanse en Europese bedrijven vochten sectie 15c van de Geneesmiddelenwet aan bij het Hoger Gerechtshof in Cape Town. Met als resultaat dat de wet nog steeds niet van kracht is.
Ook de Amerikaanse overheid bemoeit zich actief met de zaak. 'We staan negatief tegenover het verplicht verlenen van licenties', zegt Joe Papovich, lid van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden belast met buitenlandse handel. 'Wij vinden dat bedrijven die nieuwe medicijnen uitvinden dit mogen verkopen zoals ze zelf willen.'
De lobby-organisatie van de industrie, de Pharmaceutical Research and Manufacturers of America (PhARMA), oefent grote druk uit op de Amerikaanse regering om voor hun belangen op te komen. PhARMA claimt dat sectie 15c in strijd is met de verdragen van de Wereld Handels Organisatie (WTO) over intellectueel eigendom. In 1998 werd Zuid-Afrika daarom door de VS op een zwarte lijst gezet van landen waar Amerikaanse patenten een groot risico lopen.
Al Gore's chantage-technieken
De Amerikaanse vice-president Gore is een van de voorzitters van de bi-nationale commissie South Africa-United States. In deze functie heeft hij meerdere malen aangedrongen op het amenderen of zelf intrekken van sectie 15c. Het bureau van Gore noemt de inspanningen: '... hulp aan aids-patiënten, door ervoor te zorgen dat de farmaceutische-industrie goede winsten blijft maken zodat ze beter onderzoek naar medicijnen kunnen doen.' De omgekeerde wereld.
Gore heeft een groot aantal ontmoetingen gehad met de Zuid-Afrikaanse president Mubeki. In deze gesprekken werd de kwestie van de parallel-import van medicijnen en de verplichte licenties direct gekoppeld aan een lager tarief voor Zuid-Afrikaanse import naar de Verenigde Staten. Het zijn geen loze dreigementen. Al eerder kondigde de VS sancties af tegen Derde Wereldlanden die merkloze substituten van het middel Taxol (tegen kanker) produceerden voor hun binnenlandse afzetmarkt. Thailand werd bestraft omdat zij toestonden dat het geneesmiddel Fluconazole, tegen een aan aids gerelateerde ziekte, lokaal werd geproduceerd en werd verkocht tegen vijf procent van de VS-prijs van 4000 dollar per jaar.
Smeergeld
Waar al deze compassie van de Amerikaanse vice-president (en de rest van de Amerikaanse overheid) voor de farmaceutische industrie vandaan komt, wordt duidelijk uit de cijfers van de Public Campaign Organisation (PCO), die registreert hoe de verkiezingscampagnes gefinancierd worden. Gore ontving volgens de PCO maar liefst 1,4 miljoen dollar aan campagne-gelden van de geneesmiddelenindustrie. De Clinton-Gore verkiezingscampagnes van 1992 en 1996 kregen bij elkaar van PhARMA en Glaxo Welcome meer dan een half miljoen dollar. Voor de net gestarte Gore 2000-campagne werd al 11.000 dollar opgehaald aan 'medicijnengeld', waaronder een persoonlijke cheque van duizend dollar van de directeur van Glaxo Welcome.
Westerse arogantie
De beschuldiging dat sectie 15c van de Zuid-Afrikaanse geneesmiddelenwet in strijd is met de regels van de WTO, houdt geen stand. In geval van nationale rampsituaties, zoals deze aids-epidemie, is het landen toegestaan dit soort wetgeving aan te nemen, mits de patenthouders hiervoor een redelijke vergoeding krijgen. Het is zelfs zo dat de Amerikaanse en Britse overheden er vaak genoeg zelf gebruik van hebben gemaakt. In het geval van Zuid-Afrika is het terugvallen op WTO-verdragen niet meer dan een krijgslist om de enorme winsten van de farmaceutische multinationals ook voor de toekomst zeker te stellen. Dat dit ten koste gaat van 23 miljoen Afrikaanse aids-slachtoffers is Westerse arrogantie ten top, het neo-imperialisme blijft zo zijn tol eisen.
Dit artikel verscheen eerder in de Green Left Weekly van 25 augustus 1999 en is vertaald en bewerkt door Marco Bijl.
Reactie toevoegen