25 January 2021

De herinneringen van Europa

Verspreid over Europa zijn de afgelopen vijftien jaar wetten aangenomen die het verleden onderwerpen aan een soort juridische test. Dankzij een voortdurend heen-en-weer tussen herinnering en geschiedenis verwerft de representatie van het verleden zich een plek in het publieke leven.

In Spanje werd bijvoorbeeld in 2007 na een lang debat een wet aangenomen met de naam 'wet over de historische herinnering'. De naam brengt twee concepten samen die de sociale wetenschappen de hele twintigste eeuw lang gescheiden hebben proberen te houden. De herinnering is een samenspel van individuele en collectieve gedachten over het verleden – de geschiedenis is een kritisch vertoog over het verleden.
Om het vormen van een Europese herinnering te kunnen begrijpen moeten we vooropstellen dat de eenentwintigste eeuw aanbrak onder het teken van de dood van de utopieën. Dat maakt deze eeuw heel anders dan de twee voorgaande eeuwen. De negentiende eeuw opende met de Franse revolutie; ‘1789’ schiep een nieuw idee van revolutie en legde het grondwerk voor de toekomstige socialistische beweging. De twintigste eeuw opende met de Eerste Wereldoorlog, de Grote Oorlog die de Russische revolutie voortbracht. ‘Oktober 1917’ is de naam voor een groots en tragisch gebeuren. Het verval in een autoritair, later totalitair, regime was onmiddellijk maar Oktober bracht ook hoop op bevrijding voort, hoop die miljoenen mannen en vrouwen in beweging bracht. De geschiedenis van de twintigste eeuw loopt parallel aan deze beweging.
De eenentwintigste eeuw werd geboren in 1989, met de ondergang van deze utopie. In zijn val sleurde het Sovjetregime de utopieën die het in zijn vlucht hadden vergezeld mee naar beneden. We bevinden ons in een eenentwintigste eeuw zonder revoluties, zonder bestorming van Bastille of Winterpaleis. Als surrogaat hebben we de afgrijselijke aanslagen van 11 september 2001, daden die niet de hoop propageerden maar terreur brachten.
De twintigste eeuw, haar horizon ontdaan van haar utopieën, blijkt achteraf gezien een tijdperk van oorlog, totalitarisme en genocide te zijn geweest. Het eerbare figuur van het slachtoffer stelt zich discreet op in het centrum van dit tafereel. Massaal, anoniem, zwijgzaam nemen de slachtoffers het toneel in beslag en domineren ons beeld van het verleden. De getuigen van de nazi-kampen en de stalinistische Goelags hebben het woord. De herinnering van de Goelags vaagt die aan de revoluties weg, die van de Shoah vervangt het antifascisme. De nieuwe achting voor de slachtoffers plaatst de twintigste eeuw in een onbarmhartig licht.
Identiteiten
In deze context neemt de Europese herinnering vorm aan. Dit is geen een homogene herinnering. De kloven gaan verborgen achter een façade van eenheid maar worden zichtbaar bij een herdenking of bij het onthullen van een monument. Het heftige debat dat de Spaanse wet voorafging is een bewijs.
De geschiedenis van het moderne Europa is in feite die van gewapende conflicten tussen vijandige naties. Historisch gezien was het idee van een Europa met een gedeelde beschaving een reactie op gevoelde bedreigingen van buitenaf. Eerst stond het Europa van het christendom tegen de Islam, toen het blanke, imperiale, 'beschaafde' Europa tegen de wereld van koloniale 'wilden' en raciaal 'minderwaardigen'; ten slotte, tijdens de Koude Oorlog, stond Europa, katholiek en protestants, kapitalistisch, liberaal en democratisch, tegen het orthodoxe, islamitische en Sovjet Eurazië. De heimelijke bronnen van de 'Europese waarden' zijn de oriëntalistische clichés, het kolonialisme en het anticommunisme die de geschiedenis van het continent getekend hebben.
In onze dagen lijkt de Europese retoriek minder overtuigd van zijn eigen gelijk. De val van het communisme werd door sommigen gezien als een bewijs van de superieure aard van het westen. Maar deze triomf vond plaats in een tijdperk waarin Europa niet langer het centrum van de wereld vormde. De twintigste eeuw is getekend door de provincialisering van het continent. Het einde van de Eerste Wereldoorlog verplaatste de as van de westerse wereld van de ene zijde van de Atlantische Oceaan naar de andere. In 1945 betekende de creatie van een bipolaire wereld dat Europa het toneel van de tegenstelling tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie werd. Het opkomen van India en China als belangrijke internationale spelers geven aan dat de Amerikaanse neergang – ervan uitgaande dat deze plaatsvindt – niet bijdraagt aan het tot stand komen van een nieuwe Europese hegemonie. Mythen over een superieur Europa blijken echter niet noodzakelijk te zijn om de 'beschavingsmissie' van het continent vorm te geven – deze missie bestaat tegenwoordig uit het universaliseren van de herinnering aan haar slachtoffers.
Drie herinneringen
In een briljant essay vestigt de Duits-Israëlische historicus Dan Diner de aandacht op de herinneringsconflicten die zich rond de viering van eenzelfde datum afspelen, 8 mei 1945. In verschillende landen is het een nationale feestdag, maar de datum heeft niet hetzelfde belang voor West- en Oost-Europa of voor de landen van noordelijk Afrika.
West-Europa viert de onvoorwaardelijke overgave van het Derde Rijk als een moment van bevrijding. In de loop der jaren hebben ook de Duitsers zich in toenemende mate rond deze vaststelling van het verleden geschaard. In deze context heeft de herinnering aan de Shoah een bindende functie. De herdenking van de Holocaust is getransformeerd tot een soort 'civiele religie'. Tot ritueel en mediagebeuren gemaakt is de herinnering aan de genocide op de Joden in dienst van de grondwaarden van de liberale democratie - pluralisme, tolerantie, mensenrechten – gesteld.
De herdenking van de bevrijding van Auschwitz in januari 2005 in het bijzijn van verschillende staatshoofden liet zien dat men dikwijls een strategisch doel heeft met het construeren van een gedeelde herinnering. De aanwezigheid op de eerste rang van architecten van de oorlog tegen Irak als Dick Cheney was duidelijk politiek bedoeld. 'De herinnering aan de slachtoffers', zo leken zij te zeggen, 'dwong ons Irak binnen te vallen; het morele gelijk behoort aan ons'. En in de constructie van de Europese Unie dient de civiele religie van de Holocaust om het democratische tekort van een bouwwerk gebaseerd op een 'zeer competitieve' markteconomie en een in wezen oligarchische machtsverdeling achter een façade van deugdzaamheid te verbergen.
In het tijdperk van de slachtoffers is de Shoah tot het toonbeeld van de westerse herinnering geworden - de herinnering aan andere gewelddaden, in een ver verleden of meer recent, krijgt slechts vorm in verhouding tot deze standaard. Of het nu de genocide op de Armeniërs is of die op de Tutsis, van slavernij tot de Goelag, van koloniale bloedbaden tot de 'verdwijningen' tijdens Latijns Amerikaanse dictaturen. De geschiedenis wordt gereduceerd tot een tegenstelling tussen de vervolgers en de slachtoffers.
Oost Europa
In Oost-Europea is het einde van de Tweede Wereldoorlog niet altijd gevierd als een bevrijding. Het moment van de Duitse overgave in Berlijn is in de landen die door het Rode leger ingenomen werden deel van de herinnering aan een voortdurende bezetting door buitenlandse legers. Het einde van de nazi-nachtmerrie was hier niks anders dan het begin van een lange stalinistische winter. De 'bevrijding' kwam voor de Oost-Europese landen pas in 1989.
Dit verklaart ook de uitbarsting van geweld tijdens de zomer van 2007 toen in Tallian, de hoofdstad van Estland, de Russische minderheid in het geweer kwam tegen de afbraak van een monument voor de Sovjetsoldaten die tussen 1941 en 145 sneuvelden in de strijd tegen de Duitsers. Voor de meerderheid van de Estse bevolking symboliseerde het standbeeld decennia van nationale onderdrukking. In dit deel van Europa wordt de geschiedenis door een bijna exclusief nationalistische lens bekeken. In 1998 werd in Polen bijvoorbeeld een 'Instituut voor de nationale herinnering' opgericht. In het parlement van Kiev werd in november 2006 de collectivisering van de landbouw door Stalin in de vroege jaren dertig als 'genocide op het Oekraïense volk' aangemerkt - ook al werd dit beleid in heel de USSR uitgevoerd en waren de slachtoffers niet enkel Oekraïners.
Door zichzelf als de 'slachtoffers' te presenteren laten de Oost-Europese naties weinig ruimte voor de herinnering aan de Shoah - een herinnering die in deze landen niet de verenigende rol speelt die ze in het Westen heeft. Deze herinnering wordt juist gezien als een soort concurrentie voor die aan het ‘eigen nationale leed’. Verschillende vertegenwoordigers van de nieuwe Europese lidstaten klaagden over de in hun ogen te belangrijke plaats die aan de Shoah werd toegekend - volgens hen zouden de misdaden van het communisme op eenzelfde vlak als de Shoah geplaatst moeten worden.
Oost-Europa was echter het toneel van de genocide op de Joden. De grote meerderheid van de slachtoffers van de Shoah leefde hier en en het was hier dat het nazisme de getto’s, later de moordpartijen en ten slotte de vernietigingskampen creëerde.
Kolonialisme
In Noord-Afrika roept 8 mei weer andere herinneringen op. Het was de dag dat Franse troepen duizenden Algerijnen vermoordden die tijdens het vieren van de geallieerde overwinning op het nazisme in de straten van Setif de vlag van de onafhankelijkheidsbeweging hoog hielden. Het geweld breidde zich uit naar de omliggende woonplaatsen. De officiële Franse bronnen spreken van 15.000 doden, de Algerijnen van 45.000. Setif was het begin van een nieuwe golf bloedbaden in de Franse koloniën, zoals in Madagascar waar in 1947 met grof geweld een opstand werd neergeslagen. Toen de machtigen der aarde op 8 mei 2005 het einde van de Tweede Wereldoorlog vierden eiste de Algerijnse president Abdel Aziz Bouteflika officiëel erkenning van het bloedbad in Sétif. Hij merkt het kolonialisme aan als 'genocide' en eiste herstelbetalingen van Frankrijk. Deze stellingname was gedeeltelijk een reactie op de aanname door het Franse parlement enige maanden eerder van een wet waarin gesproken word over de 'positieve rol' van het Franse kolonialisme in noordelijk Afrika en de Antillen.
Dit gebeuren maakte een spanning zichtbaar die de hele Franse samenleving doorkruist omdat decennia van immigratie uit sub-Sahara Afrika en de Maghreb herinneringen aan het kolonialisme naar het land brachten.
Deze spanning uit zich in verschillende vormen in andere landen van West Europa. De ‘postkoloniale’ herinnering trekt de overgeleverde (of geconstrueerde) nationale identiteiten in twijfel, vereist een nieuwe definiëring van het idee van burgerschap en erkenning van de etnische, religieuze en culturele verscheidenheid. In Europa wordt immigratie steeds vaker gezien als een bedreiging voor de nationale identiteit. Echter, als de herinnering aan de kolonialisme en de gevolgen ervan worden ontkend verliest de bevolking van de voormalige koloniën hun status als vormgevers van haar geschiedenis.
Het Europese bewustzijn weigert de tegenstrijdige relatie van strijd en symbiose tussen het Westen en de Andere, tussen Europa enerzijds en anderzijds Azië, Afrika, de Islam en de voormalige koloniën, onder ogen te zien. Ondanks deze weigering blijven de herdenkingen van 8 mei gelaagd en soms tegenstrijdig.
Gezien door westerse of oosterse of postkoloniale ogen neemt de twintigste eeuw steeds een andere kleur aan. Het gaat er mij niet om een tegenstelling tussen verschillende herinneringen te creëren, iedere herinnering monolithisch en onbeweeglijk. Erkenning van een veelvoud van herinneringen kan juist een vruchtbare ruimte voor erkenning scheppen, aan gene zijde van vastgeroeste nationale identiteiten. Oost-Europa, voor de oorlog het tehuis van de meerderheid van de Joden in het continent, moet de geschiedenis van de Shoah, waarvan de sporen zichtbaar blijven in het landschap, onder ogen zien. Het postkolonialisme kan de Holocaust het exemplarische karakter ontnemen dat de herinnering eraan verwijst tot het domein van de civiele religie. De gemeenschappen die voortkwamen uit de dekolonisatie kunnen de Shoah niet karakteriseren als een 'zionistische mythe'. En ten slotte kan de erkenning van de veelvuldigheid van herinneringen het mogelijk maken om het communisme te begrijpen in al zijn verschillende dimensies - soms als een vorm van totalitaire overheersing zoals in het oosten, soms als een beweging die de onderworpenen tot politieke subjecten wilde maken, zoals in het westen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren