29 October 2020

De mantra van ‘verkiesbaarheid’

Het is duidelijk dat de verkiezingsstrijd in november gaat tussen John Kerry en George W. Bush. Gelukkig is de strijd om de democratische nominatie voorbij voordat het voorseizoen van het baseball begint. En de verkiezingen zelf komen precies als het honkbalseizoen al weer is afgelopen.

Het opvallende aan de verkiezingen voor de democratische nominatie is niet de opkomst van Kerry maar de snelle ondergang van Howard Dean, de vroegere gouverneur van de staat Vermont. De quasi-populistische kandidaat Dean schoot als een raket omhoog, een raket die voortgedreven werd door de woede van jongeren en internet fundraising. Maar die raket kwam snel in slecht weer terecht - een hagelstorm die aangeduid wordt met de term, verkiesbaarheidsfactor. Toen was het afgelopen met Howard Dean.
Op sommige linkse internetdiscussiegroepen wordt gezegd dat de commerciële media Dean bewust en op smerige wijze discrediteerden, omdat ze voorkeur gaven aan Kerry, de favoriet van het establishment. Sorry, kameraden. Kerry’s overwinning werd democratisch beslist.
Vanaf de eerste voorverkiezingen in Iowa en New Hampshire – en later in de grote staten – besloten gewone Democratische kiezers dat het maar om een ding gaat: Bush verslaan. Die keuze maakten ze terwijl ze wisten dat Kerry staat voor beleid dat ze in alle opzichten naait. Kerry is de ‘pro-investeerders Democraat’. Hij stemde voor het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag (NAFTA). Hij steunde Bill Clintons hervormingen die een einde maakten aan het recht op bijstand, stemde in met Bush’ oorlog tegen Irak en steunde de doctrine van de preventieve oorlog.
Ondanks dit alles kreeg Kerry de steun van vakbondsleden die weten dat NAFTA hun banen vernietigt; van Afro-Amerikaanse gemeenschappen die de afgelopen jaren zwaar getroffen zijn door de afbraak van de verzorgingsstaat; en van gewone leden van de Democratische partij die bijna allemaal tegen de oorlog waren.

De Democratische kiezers hebben dus, net als de gewone Democratische partijbonzen, voor een door en door conventionele big business kandidaat gekozen. En als Kerry in november president wordt, dan krijgen ze precies waarvoor ze gestemd hebben.
De meeste mensen denken, en daar hebben ze waarschijnlijk ook gelijk in, dat de kandidaten in deze verkiezingen ongeveer even sterk zijn. Behalve natuurlijk als de regering Bush een spectaculaire debacle meemaakt, de ineenstorting van de bezetting van Irak, een beurscrash, of een al even spectaculair succes boekt, zoals de arrestatie van Bin Laden. Als we in ons achterhoofd houden dat de uitkomst van de verkiezingen in 2000 zelfs niet voorspeld konden worden nadat ze al voorbij waren en dat de feitelijk verliezer in het Witte Huis terecht kwam, is het onverstandig om voorspellingen te doen. Maar het land is verdeeld en gepolariseerd en de druk om mee te gaan in de logica van ‘alles behalve Bush’ is groot. Zelfs het minuscule socialistische links voelt die druk.
Deze schrijver kan voorbeelden noemen van mensen die Ralph Nader in 2000 steunden, betrokken activisten voor sociale rechtvaardigheid, mensen waarmee ik samen een bezoek aan de bezette gebieden bracht, ervaren linkse Palestijnse kaders die alles weten wat er maar te weten valt over de Midden-Oosten politiek van de Democraten, die nu besloten hebben dat we ons dit jaar ‘gewoon geen Nader kunnen permitteren.’
De links-liberale redactie van The Nation gingen over tot de extreme en nooit eerder vertoonde stap om een redactioneel te plaatsen waarin ze Nader opriepen om dit jaar niet aan de verkiezingen mee te doen. Dit bewijst hoezeer uiterst rechts erin is geslaagd de politieke agenda te bepalen.

Tegenover deze druk, komt in ieder geval een stroming in de Green Party op voor een strijdbare en compromisloze presidentscampagne van de Groenen, de stroming rond het Avocado Education Project georganiseerd door de invloedrijke Californiër Peter Camejo. Maar zelfs als zo’n campagne er komt zal dat minder impact hebben dan vier jaar geleden. Dat je niks hebt aan Democratisch presidenten was toen meer dan duidelijk gemaakt door acht jaar Bill Clinton. Bovendien ging het de beweging na Seattle voor de wind, terwijl we nu zitten met de nederlaag van de Irak-oorlog.

Toch kan alternatieve kandidatuur de hoop op dit moment levend houden. Al gaat het niet om de hoop op het winnen van het Witte Huis. Het gaat erom de verpletterende verveling van een campagne zonder alternatief te vermijden. Komt die er niet, dan zullen de vakbeweging en de sociale bewegingen enkel en alleen nog maar dienen als de linkervleugel van een steeds rechtser wordende politieke agenda.

David Finkel is redacteur van AGAINST THE CURRENT en woont in Detroit in de VS. Kijk op www.solidarity-us.org voor meer informatie.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren