Borderless

16 September 2019

De vakbeweging moet haar klassenidentiteit opnieuw uitvinden

De vakbeweging bevind zich in een structurele crisis. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar in de hele westerse wereld hebben bonden te maken met teruglopende ledenaantallen en mede als gevolg daarvan een verminderde slagkracht. Ze slagen er niet, of onvoldoende in om aansluiting te vinden bij nieuwe vormen van flexibele arbeid en nieuwe groepen op de arbeidsmarkt.

‘Voor de wederopbouw van de vakbeweging is het noodzakelijk om een gemeenschappelijke en brede klassenidentiteit te ontwikkelen, die in staat is om verschillende kwetsbare groepen - die allemaal onderhevig zijn aan de aanvallen  van het neoliberalisme - te verenigen,’ zo betogen vier vakbondsactivisten uit Canada.

Van alle sociale bewegingen in de moderne tijd heeft de vakbeweging de organisatie van het grootste aantal mensen bevorderd en de grootste sociale voordelen opgeleverd. We moeten echter erkennen dat de vakbeweging vandaag de dag in het defensief zit en een politiek project mist.

Dit gebrek aan een door de vakbeweging gedreven perspectief van sociale verandering, draagt bij aan haar verzwakking. Vakorganisaties hebben de neiging om te kiezen voor meer bescheiden strategische perspectieven. Het idee dat de arbeiders en de bevolking op een dag de macht kunnen overnemen, is van de agenda van vakbonden verdwenen, terwijl het kapitalisme onuitwisbaar lijkt te zijn.

In de meeste ontwikkelde kapitalistische landen hebben vakbonden het neoliberale offensief beter overleefd dan de sociaaldemocratische en socialistische partijen. Op de lange termijn zou de vakbeweging echter niet hetzelfde lot beschoren moeten zijn als deze partijen, namelijk een definitieve breuk met de dynamische eisen die op straat tot uitdrukking komen. Vakbonden staan op een tweesprong en velen vragen om vernieuwing.

In deze situatie  van neergang staat de vakbeweging voor verschillende uitdagingen. Van bijzonder belang is de groeiende kloof tussen de organisatiegraad in de publieke en de particuliere sector. Hetzelfde kan worden gezegd van de aanzienlijke en steeds groter wordende afstand tussen de leden en de vakbondsvertegenwoordigers en van het wettelijke kader dat het vakbondsoptreden geleidelijk aan beperkt. Wat uit de vele uitdagingen voor de arbeidersbeweging naar voren komt, is haar toenemende onvermogen om veranderingen te bereiken die het dagelijks leven van werknemers aanzienlijk verbeteren.

Een andere uitdaging is de verandering  van de identiteit van de arbeidersklasse. Die identiteit is niet mechanisch, niet een kwestie van een specifieke arbeidsvoorwaarden of een specifieke relatie tot de productiemiddelen, maar wordt gevormd in en door collectieve politieke actie die een collectief bewustzijn vormt van het delen van vergelijkbare sociaaleconomische omstandigheden of een gemeenschappelijke wil tot sociale transformatie. De geboorte van de arbeidersklasse was een zeer langdurig proces, waarin heftige debatten plaatsvonden en de actoren hun subjectieve oordeel gaven en er een groot aantal keuzes gemaakt moesten worden, die niet vanzelfsprekend waren.

Arbeidsmarkt

De veranderingen op de arbeidsmarkt aan het einde van de twintigste en het begin van de eenentwintigste eeuw hebben  een aantal historische kenmerken van de klassenidentiteit uitgewist, waardoor het concept van de arbeidersklasse vandaag de dag enigszins exotisch is geworden. De diversificatie van de regelgeving op economisch gebied is een grote uitdaging voor de eenmakende dynamiek die de arbeidersbeweging van oudsher kracht heeft gegeven, vooral in een context waarin de opsplitsing van verschillende functies in het huidige vakbondsbeleid in de mode is.

Deze diversificatie impliceert dat de rol van vakbondsorganisaties zowel complexer als bepalender wordt. Het organisatiewerk van de vakbeweging wordt geconfronteerd met delicate keuzes, waarvan de uitkomst in de toekomst een beslissende rol zal spelen. Voor de wederopbouw van een massale en machtige vakbeweging is het noodzakelijk dat men in staat is om een gemeenschappelijke en brede klassenidentiteit te ontwikkelen, die in staat is om verschillende kwetsbare groepen die allemaal onderhevig zijn aan de aanvallen van het neoliberalisme, te verenigen.

De vakbeweging heeft dus de taak om verder te kijken dan de verdediging van de arbeiders die ze traditioneel vertegenwoordigt. Ze moet  een eenmakende identiteit proberen te herscheppen, niet op een arbitraire of hegemonische manier, maar door zich te baseren op actieve gemeenschappen en de zeer eigentijdse gevechten, die zich vaak in de periferie van het reguliere betaalde werk bevinden (dat zelf steeds zeldzamer wordt). Aangezien deze gemeenschappen en deze strijd deel uitmaken van het verzet tegen kapitalistische uitbuiting en bezuinigingsmaatregelen, moeten ze van meet af aan als prioriteiten worden beschouwd in het perspectief van de heropbouw van de klassenbeweging.

De 19e-eeuwse geschiedenis van de arbeidersbeweging leert ons dat klassenidentiteit een geconstrueerde werkelijkheid is - geduldig gesmeed door sociale actoren, uiteraard vanuit hun materiële toestand - maar ook door het mobiliseren van culturele referenties, symbolen, politieke gevoeligheden, verschillende soorten visies en een onmiskenbaar tactisch gevoel. Is het niet tijd dat de vakbeweging, die zich op een kruispunt  bevindt, zich aansluit bij deze veelheid aan hedendaags verzet en initiatieven, in al hun diversiteit?

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op de website van Le Devoir. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reacties

Door johan horeman ( ) op

 
Van de week heb ik een artikel van Katja Kipping (PDS, Die Linke) uit 2007 gelezen en vertaald over juist deze problematiek. Zij geeft aan dat de positie van de factor arbeid tegenover de factor kapitaal versterkt kan worden door invoering van het basisinkomen. Dat basisinkomen kan er ook voor zorgen dat de vakbeweging weer sterker wordt en haar democratische rechten op kan eisen.
 
De ideeënontwikkeling is al een tijd gaande, ook in socialistische hoek. Ze sluit aan bij Fassbinder: angst voor het bestaan verslindt de democratische ziel. De onzekerheid van de baan creëert ook onzekerheid in het burgerlijk bestaan. De zekerheid van een forfaitair bedrag, een basisinkomen, geeft de kracht om de strijd om het dagelijkse bestaan aan te gaan, en om je te organiseren.
 

Door Gerrit Zeilemaker ( ) op

Nu stel ik mij zo'n vakbondslid voor die dit stuk leest, bijvoorbeeld een bouwvakker of een treinmachinist (zo eentje die een paar maanden geleden nog staakte). Dan leest zo iemand 'dat de vakbeweging aansluiting moet vinden bij nieuwe vormen van flexibele arbeid', de vakbeweging moet een 'klassenidentiteit' ontwikkelen en liefst 'gemeenschappelijk en breed' en 'eenmakend' en vooral niet 'op een arbitraire of hegemonische manier'. Hoe je niet hegemonisch en toch breed kunt zijn is mij een raadsel, maar het gemiddelde vakbondslid heeft allang afgehaakt. Want die vraagt zich af waarvoor gaan we nu precies actie voeren; voor diversiteit?
Dus laten we het concreet houden, solidair voor:
- 10% loonsverhoging; verhoging minimumloon en bijstandsuitkeringen met 25%;
- verkorting van de werkweek naar 25 uur met behoud van loon;
- pensioenleeftijd naar 60 jaar;
En voor de veertigurige werkweek en de achturige werkdag hadden we ook het basisinkomen niet nodig. 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren