Borderless

14 November 2019

Democratie als strategie van het imperium

De plannen van Washington voor de politieke reconstructie van het Midden-Oosten krijgen steeds vastere vorm: het verwijderen van de regeringen van Syrië en Iran, de politieke nederlaag en de vernedering van de Palestijnen en een permanente Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak. Het sleutelwoord in deze campagne is ‘democratie’.

De eis van George Bush voor de volledige Syrische terugtrekking uit Libanon – gesteund door de strijd van een deel van de bevolking - is onderdeel van het reactionaire Amerikaanse offensief rond het thema democratie. Dat begrip is tegenwoordig een centraal element in het Amerikaanse buitenlands beleid. Het doel ervan is het installeren van pro-Amerikaanse, neoliberale regeringen overal ter wereld. En tegelijkertijd bekendheid te krijgen als kampioen van de democratie en voorvechter van ‘de wil van het volk’.

Oekraïne als voorbeeld
De laatste democratische contrarevolutie - het merkwaardige geval van Kirgizië daargelaten - voltrok zich enkele maanden geleden. De zogenoemde ‘oranjerevolutie’ schudde het westen van Oekraïne op, bracht Viktor Joesjenko aan de macht en schopte zijn rivaal Viktor Janoekovitsj eruit. In Oekraïne en de rest van de wereld werden de gebeurtenissen gezien als een democratische overwinning op de post-Sovjet autocraten, de corrupte oude wacht.
Joesjenko’s campagne werd flink gesubsidieerd door de VS en een aantal Europese landen. Het team rond Joesjenko bestond uit net zo veel gerecyclede bureaucraten als de regering; het verschil was dat Joesjenko pro-westers beleid voorstond en Oekraïne uit de Russische invloedsfeer wilde halen. De heren zelf hadden ook meer met elkaar gemeen dan alleen hun voornaam. Zo deelden zij een voorkeur voor neoliberale economische hervormingen.
Gedurende de crisis, toen de aanhangers van Joesjenko zich begonnen te verzamelen buiten het parlementsgebouw in Kiev, bemoeiden de VS zich openlijk met de ontwikkelingen. Colin Powell eiste vanaf het begin nieuwe verkiezingen. Het is een typisch voorbeeld van de beproefde Amerikaanse strategie om met behulp van rechtse krachten de leiding te winnen over legitieme (en onvermijdelijke) bewegingen tegen dictatuur en voor democratie. Het doel is de rol van het volk en van links te marginaliseren, door de strijd te versmallen tot een keus tussen het verdedigen van de oude dictatuur of het accepteren van pro-Amerikaanse ‘democraten’.

Syrische troepen
Op diezelfde wijze hebben Bush en zijn team handig gebruik gemaakt van de steeds luider klinkende roep om echte Libanese onafhankelijkheid en zelfbeschikking. De eis van terugtrekking van de Syrische troepen is in Libanon heel populair, en vindt door etnische en confessionele groepen heen veel weerklank. In 1976, op het hoogtepunt van de Libanese burgeroorlog, vielen Syrische troepen het land binnen. Op dat moment hadden Arabische nationalisten en strijders van de PLO bijna de rechtse christelijke Maronitische milities verslagen. De Syrische interventie stak daar een stokje voor, en voorkwam zo dat radicale Arabisch-nationalistische krachten het voor het zeggen kregen in Libanon.
De aanwezigheid in Libanon zorgt ervoor dat de afschuwelijke Syrische dictatuur tamelijk veel steun heeft binnen de Arabische wereld. Het biedt Syrië immers de mogelijkheid zichzelf te presenteren als een staat in de frontlinie van de strijd tegen Israël. Syrië ontvangt dan ook enorme subsidies van Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Wat niet wegneemt dat toen Israël Libanon in 1982 binnenviel, met als doel de gewapende tak van de PLO het land uit te drijven, de Syrische troepen niets deden. Zelfs niet toen Beiroet werd gebombardeerd.

Door in te spelen op de groeiende onvrede over de Syrische aanwezigheid in Libanon heeft de regering Bush twee vliegen in één klap geslagen. De terugtrekking van de Syrische troepen is op de eerste plaats een nederlaag voor Hezbollah. Dat is de sjiietische fundamentalistische beweging in Libanon, met een grote en goed bewapende militaire tak. Hezbollah geniet bescherming van Syrië en is in het verleden ook gesteund door Iran. Hoewel de activiteiten van Hezbollah rond de grens met Israël op een laag pitje staan, zijn Washington en Tel Aviv er niet gerust op. Ze verdenken de strijders ervan wapens te hamsteren en af te wachten tot ze een opening zien voor een nieuw offensief in Israël, bijvoorbeeld als het huidige vredesproces in crisis raakt.
Belangrijker dan een tik uitdelen aan Hezbollah is het plan van Bush voor regime change in Syrië zelf. Het regime onder leiding van van Bashar al-Assad moet gezien worden als een gedegenereerd overblijfsel van het Arabisch nationalisme van na de Tweede Wereldoorlog. Het houdt zichzelf in het zadel door te steunen op het leger en op de extreem gewelddadige veiligheidspolitie. Zonder het Syrische verzet tegen Israël en de steun aan anti-Israëlische bewegingen, die door Washington terroristisch worden genoemd, zou iedere steun voor Assad al lang in rook zijn opgegaan.

Amerikaanse plannen
Het plan van Washington voor de gehele regio is nu duidelijk. Ten eerste, vrede met de Palestijnen bewerkstelligen, maar dan met minimale concessies van de regering Sharon en een historische nederlaag voor het Palestijnse nationalisme. Ten tweede, de stabilisering van een ‘democratische’ regering in Irak die zich niet actief verzet tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid of een centrale Amerikaanse rol in de economie. Ten derde, het omverwerpen van de regeringen van Iran en Syrië en ze vervangen door pro-Westerse, ‘democratische’ regimes.
Op dit moment gaat de campagne tegen Iran vooral over de beschuldiging dat het land kernwapens ontwikkelt. Maar de kans dat de Verenigde Staten besluiten Iran en Syrië militair tot regime change te dwingen is niet groot. Een politieke campagne rond het begrip ‘democratie’ is waarschijnlijker. Dat neemt niet weg dat, als al het andere mislukt, militaire actie tot de mogelijkheden behoort.

De ontwikkelingen in Irak zijn van centrale betekenis voor de Amerikaanse plannen. Als de opstand tegen de bezetting standhoudt en het niet mogelijk blijkt een stabiele pro-Amerikaanse regering te krijgen, maakt dat de hele regio heel wat minder geschikt voor dominantie door de VS. De massale opkomst tijdens de Irakese verkiezingen zorgde internationaal weliswaar voor een tijdelijke boost voor het Bush regime, maar in Irak is de situatie veel minder duidelijk. De sji'ietische Iraakse Verenigde Alliantie, die de verkiezingen gemakkelijk won, deed dat op basis van de belofte de Amerikanen het land uit te zetten. Slechts veertien procent van de mensen stemde op Allawi, de huidige minister-president en de favoriet van Washington. En alle andere pro-Washington krachten leden grote verliezen.
Het zou heel goed kunnen dat de belangrijkste sji'ietische leider, Ali al-Sistani, probeert tot een vergelijk te komen met de VS en stilzwijgend toestemt in de Amerikaanse aanwezigheid, in ruil voor klerikale dominantie over de civil society. Of dat zal werken is maar de vraag. De oppositie tegen de Amerikaanse aanwezigheid is enorm.

Syrische kwetsbaarheid
De situatie in Irak is voor de VS onhandelbaar, maar dat betekent niet dat Amerika niet succesvol kan zijn in Libanon en Syrië. Twee factoren zijn hier van centraal belang. Ten eerste doen in Syrië wilde geruchten de ronde dat de politieke elite verdeeld is over de vraag of ze zullen afrekenen met de laatste overblijfselen van het Arabische nationalisme om zich te voegen in de gemeenschap van neoliberale naties. Zo’n uitkomst zou aantrekkelijk zijn voor de Syrische kapitalistische klasse, die altijd op zoek is naar openingen in de wereldmarkt en naar instroom van buitenlands kapitaal om de voortdurend sukkelende economie uit het slop te halen.
Het tweede punt is dat er recente signalen zijn dat het regime zijn grip op de politieke situatie verliest. Tijdens de laatste Irak-oorlog waren er onofficiële demonstraties tegen de Amerikaanse aanval, iets wat dertig jaar lang onmogelijk was. In september 2000 publiceerden 99 Syrische intellectuelen - schrijvers, leraren, advocaten, ingenieurs, filmmakers - een als Charter 99 bekend geworden brief. Daarin verklaarden zij min of meer de oorlog aan de regering. Het manifest eiste een eind aan de noodtoestand die al sinds 1963 duurt, de vrijlating van politieke gevangenen, de terugkeer van de bannelingen, persvrijheid en het recht op vergadering en het organiseren van publieke bijeenkomsten.
Twee maanden later liet Assad ongeveer zeshonderd politieke gevangenen vrij. Ook sloot Damascus de beruchte Mezzeh gevangenis, waar al sinds de bouw door de Fransen politieke dissidenten werden gemarteld. Een maand later kwam de regering met een licentie voor de krant al-Domari, het enige dagblad in private handen. Ondertussen vormden zich meer oppositienetwerken en werden meer verklaringen gepubliceerd. Op scholen en universiteiten circuleerden opruiende pamfletten. In 2003 publiceerde 287 Syrische burgers een oproep aan Assad in het Libanese dagblad as-Safir. De petitie waarschuwde dat Syrië twee vijanden heeft, Israël en de VS, en het veel te zwak is zich tegen hen te verdedigen. Naast de gebruikelijke oproepen om een eind te maken aan de gemilitariseerde noodtoestand, en de politieke gevangenen vrij te laten, wordt er ook gepleit voor iets veel fundamentelers. ‘De autoriteiten hebben geen remedie voor onze ziektes. Er is een ding dat ons kan genezen, en dat is nationale hervorming.’
Deze eis voor nationale hervorming stuit op een probleem waar alle bewegingen tegen autoritaire regimes de afgelopen twintig mee te maken kregen. Of het westen steunt en bewapent autoritaire regimes – Colombia, Egypte, El Salvador, Oezbekistan – of het steunt de strijd voor democratie maar probeert de democratische beweging te overvleugelen en naar zijn hand te zetten. Het is hetzelfde dilemma als dat in de Sovjet Unie en Oost-Europa tijdens de val van het stalinisme: hoe kan je, in een situatie met ongunstige internationale machtsverhoudingen, een onafhankelijke politieke ruimte creëren die vijandig tegenover het imperialisme blijft staan en voor democratie in eigen land vecht?

Phil Hearse is redacteur van het Britse blad Socialist Resistance. Dit artikel is vertaald en bewerkt door Paul Mepschen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren