28 October 2020

Democratie in Amerika

Het theater van de gekte is het Amerikaanse verkiezingsdebacle wel genoemd. Even scheen het volle licht op de Amerikaanse democratie. Of beter, op het gebrek daar aan. Naar aanleiding van de laatste verkiezingen sprak Grenzeloos met Peter Drucker, Amerikaans staatsburger, activist, politicoloog en eveneens redacteur van Grenzeloos.

In welke opzichten vind je deze verkiezingen eerlijk en in welke opzichten niet?
Deze verkiezingen zijn in het geheel niet ‘eerlijk’. Veel mensen weten dat in de VS slechts de helft van de mensen stemt bij presidentsverkiezingen. Bij allerlei regionale verkiezingen is dat aantal nog veel kleiner. Minder bekend is dat dit het product is van een bewuste politieke keuze van ongeveer een eeuw geleden. Tot dan toe stemde ongeveer tachtig procent van de mannelijke bevolking van de VS. Maar de zogenaamde progressieve hervormingen van het begin van de twintigste eeuw, tijdens de reform era, moesten ervoor zorgen dat alleen verlichte, goed opgeleide burgers zouden stemmen. Sinds die hervormingen worden kiezers niet meer opgeroepen voor verkiezing –zoals in Europa– maar moeten mensen zich een aantal maanden voor de verkiezingen als kiezer laten registreren. Zolang je stemt blijf je ingeschreven, maar als je een keer niet meedoet word je uitgeschreven en moet je je opnieuw laten registreren. Bovendien moeten mensen een aantal maanden op een bepaalde plek blijven wonen. Daklozen en mensen in trailercamps kunnen daarom niet stemmen.
Deze hervormingen werden indertijd bewust ingevoerd om het arbeiders, maar vooral zwarten, moeilijker te maken om te stemmen. Na de Amerikaanse burgeroorlog is er door radicale Republikeinen wel campagne gevoerd voor stemrecht voor zwarten, maar vanaf 1880 is er openlijk en bewust voor gezorgd deze mensen buiten de stemlokalen te houden. Zwarten en Mexicaanse en Puertoricaanse migranten zijn gemiddeld minder goed opgeleid en hun leven is sociaal gezien minder stabiel. Daarom is het voor hen moeilijker om deel te nemen aan dit ingewikkelde systeem. Bovendien verliezen mensen die bepaalde misdrijven hebben gepleegd in een aantal staten hun stemrecht. Door de ‘war on drugs’ zijn er steeds meer mensen –waaronder ook weer veel zwarten– in de gevangenis terecht gekomen, wat er toe leidt dat in een staat als Florida 31 procent van de zwarte volwassen mannen hun stemrecht zijn kwijt geraakt.
In de staat New York stemde in het jaar 1810, toen mensen die afhankelijk waren van de armenzorg nog wettelijk van het kiesrecht waren uitgesloten, een groter deel van de mannelijke bevolking dan anderhalve eeuw later, toen zowel het algemene kiesrecht als de ‘progressieve’ kieswethervormingen al waren ingevoerd. Voor de hervormingen mochten mensen zonder de Amerikaanse nationaliteit ook stemmen. Nu zijn miljoenen werkenden in de VS uitgesloten van deelname aan verkiezingen.

Wat vind je van het systeem van kiesmannen, dat eigenlijk een systeem van indirecte verkiezingen is?
De grondwet van de VS is een soort religie geworden. Mensen vinden dat de grondwet en democratie synoniemen zijn. Maar in de begintijd van de VS was dat helemaal niet zo: de mensen die de grondwet opstelden zeiden heel openlijk dat zij geen democratie wilden, waarbij ze het heel klassieke verhaald hielden dat democratie de heerschappij van de armen is. Het systeem van indirecte verkiezingen op allerlei niveaus is heel bewust ingesteld om de invloed van het volk te beperken. Het is ondemocratisch.

Hoe functioneren de politieke partijen op lokaal en op staatsniveau?
Dat is heel verschillend. Veel regio’s zijn in feite eenpartijstaten. In de grote steden, waar de meerderheid van de bevolking vaak zwart is, heb je een echt machtsmonopolie van de Democratische partij. In New York heb je een gemeenteraad van 51 leden en daarin zitten nooit meer dan een of twee Republikeinen. Aan de andere kant heb je in veel plattelandsgebieden permanent een Republikeinse meerderheid. In het dagelijks leven van deze partijen spelen de leden nauwelijks een rol. Door de voorverkiezingen –nog zo’n uitvinding uit de reform era– krijg je extreem lange verkiezingscampagnes, die enorm veel geld kosten en waardoor de invloed van de big business steeds groter wordt. Tijdens de voorverkiezingen betekent het bedrag dat iemand bij het bedrijfsleven heeft weten in te zamelen veel meer dan de vraag hoeveel partijleden de kandidaat steunen.

Ik heb het idee dat een gedeelte van de machteloosheid van de gewone Amerikaan juist voortkomt uit het feit dat iedereen denkt dat politiek een ‘smerige business’ is, waarmee je je maar het beste niet kunt bemoeien. Het is opmerkelijk hoe een elite dat sentiment weet te benutten om in het zadel te blijven.
Er is inderdaad geen populairder thema in de VS dan de verdorvenheid van politici in Washington. De kandidaten benadrukken dat ze niet tot dit milieu behoren, terwijl er in feite helemaal geen ander machtscentrum bestaat dan dat in Washington. Maar het is ontzettend moeilijk iets tegenover die verdorvenheid op te bouwen. Het is op dit moment heel chique om tegen ideologie te zijn en voor een minder ideologische politiek, maar je ziet dat in een zeer onideologische situatie er maar weinig ruimte voor een tegenmacht is, die het kan opnemen tegen de invloed van de grote bedrijven op het politieke circuit in Washington.
De Democraten zijn afhankelijk van de steun van de vakbeweging en andere sociale bewegingen. Bovendien is het heel moeilijk voor deze bewegingen om zich los te maken van de Democratische Partij. Voor de laatste verkiezingen woedde er in het grootste linkse tijdschrift, The Nation, bijna een burgeroorlog. Iedere week waren er boze brieven van mensen die vonden dat je Gore, dan wel Nader moest steunen. Typerend is dan, dat hoe meer de verkiezingen beginnen te naderen, de redactie de teugels aanhaalt en iedereen oproept om voor Gore te kiezen. Dat maakt duidelijk dat de Democraten nog steeds een hegemonische positie binnen de sociale bewegingen hebben. Maar er is wel sprake van een sterke linkse oppositie, die ik niet zomaar zie verdwijnen en die juist sterker wordt. Je merkt dat andere geluiden echt aanslaan. De Groenen hebben de grootste verkiezingsmanifestaties georganiseerd. Hoewel Nader uiteindelijk slechts 2,5 tot 3 procent van de stemmen haalde, kwamen er soms tien- tot twintigduizend mensen naar hun bijeenkomsten. Dat lukt de twee grote partijen nooit.
Dat er nooit een arbeiderspartij is ontstaan in de VS heeft trouwens niet alleen met een ondemocratisch kiessysteem te maken. Repressie heeft daar ook altijd een belangrijke rol in gespeeld. Je hebt in de VS gedurende de hele twintigste eeuw periodes van zeer grote repressie tegen links gehad. En afhankelijk van de plaats waar je woont bestaat die repressie nog steeds. In New York, San Francisco of Detroit is ze niet zo sterk, maar in kleinere plaatsen in het Zuiden gebeuren nog steeds dingen die volgens de wet en het Hooggerechtshof helemaal niet mogen. Mensen raken hun baan kwijt vanwege hun politieke overtuiging. Want het is in Amerika nog steeds erg gemakkelijk om iemand te ontslaan. Je moet echt oppassen als je politiek actief bent. Dat maakt het opbouwen van een linkse partij, die bereid is om te vechten voor de belangen van de arbeidersklasse, de raciale minderheden en voor de overname van de macht natuurlijk niet gemakkelijker. De verkiezingscampagne van Nader en zijn Groenen heeft overigens wel laten zien dat hier ontwikkeling in zit, dat het niet onmogelijk is. V

Peter Drucker promoveerde in de politieke wetenschappen aan Yale University

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren