De opkomst van Die Linke vormde een wezenlijke verandering in het politieke landschap in Duitsland. Om de orde van grootte aan te geven: Die Linke heeft ongeveer 80.000 leden (ter vergelijking: de SPD 400.000 - en de Groenen 60.000 leden. Met 8,6 procent van de stemmen heeft de partij nu 76 van de 614 leden in de Bondsdag. De partij is lid van Europees Links en haalde 7,4 procent van de stemmen bij de Europese verkiezingen in 2014 en zit met 7 leden in de fractie Europees Verenigd Links / Noords Groen Links van het Europees Parlement waarvan ook de Nederlandse SP met twee leden deel uitmaakt.
Die Linke wordt in Nederland vaak vergeleken met de SP en hun globale politieke positie, links van de sociaaldemocratie en de Groenen geeft daar ook aanleiding toe. Maar er zijn ook grote verschillen met de SP, zowel in de ontstaansgeschiedenis als in het functioneren.
Die Linke neemt op dit moment deel aan drie deelstaatregeringen: sinds november 2014in de deelstaten Brandenburg sinds december 2014 in Thüringen en na de verkiezingen van september 2015 voor de tweede keer in de deelstaat Berlijn in de zogenaamde rood-rood-groene coalitie (SPD, Groenen en Die Linke). Toch acht niemand in Duitsland het waarschijnlijk dat de partij in de landelijke regering kan komen. De media en de sociaaldemocraten zijn het in grote lijnen eens en omschrijven de partij als ‘onverantwoordelijk en niet in staat te regeren’ en benadrukken dat er in de partij utopische, uiterst linkse en extremistisch krachten zijn die door de staatsveiligheidsdiensten nauwlettend in de gaten worden gehouden.
Wij publiceren hier een tekst van onze kameraden van de Internationale Socialistische Linke (ISL) 1) met zeven stellingen over Die Linke en hun werking daarin.
I.
Sinds de regionale verkiezingen van maart 2016 in Baden-Württemberg, Rijnland-Palts en Sachsen-Anhalt, woedt er in Die Linke een debat over de oorzaken en de gevolgen van de rampzalige resultaten. 2) In hun tekst met de titel ‘Revolutie voor sociale rechtvaardigheid en democratie!’ 3) proberen de co-voorzitters Katja Kipping en Bernd Riexinger 4) een antwoord te geven op het falen van hun partij en de doorbraak van de uiterst-rechtse Alliantie voor Duitsland (AfD). Er worden duidelijke uitspraken gedaan tegen een koers om tegen elke prijs regeringsdeelname te zoeken, evenals tegen de benadering van een ‘links kamp’ (met de SPD en de Groenen) en vóór extra inspanningen om de mobilisatiecapaciteit van de partij te verbeteren. Deze oriëntatie is tijdens het congres in Maagdenburg in mei op indrukwekkende wijze bevestigd. En op het Regionale Congres van Noord-Rijnland-Westfalen in juni werd die trend doorgezet. De door ons gesteunde amendementen op de congrestekst, gericht op de versterking van antikapitalistische standpunten, werden met grote meerderheden aangenomen.
Het valt nog te bezien hoe we deze uitspraken in de praktijk kunnen brengen. Veel mensen die op Die Linke hebben gestemd, verwachten dat tenminste sommige van de linkse voorstellen en eisen ook uitgevoerd worden. Het antwoord daarop kan niet zijn dat Die Linke in regeringscoalities met de SPD en de Groenen zichzelf zodanig aanpast, dat ze niet meer herkenbaar is. Er zou bijvoorbeeld ook een politiek van wisselende meerderheden gevoerd kunnen worden die het mogelijk maakt om niet de verantwoordelijkheid voor pro-kapitalistische maatregelen te dragen.
II.
We moeten ook benadrukken dat de koers van de partij bijzonder zwalkend is, alle kleuren van de regenboog heeft en als zodanig divers is, maar niet overeenkomt met ons idee van een ‘pluralistische partij’, een partij die ‘consensus zoekt’ of ‘vragend voortgaat’. In alle vijf de deelstaten in het oosten en in Berlijn overheerst de politiek van meeregeren; de krachten die de partij zodanig willen omvormen dat ze op federaal niveau ‘regeringsverantwoordelijkheid’ kan nemen, zijn sterk en benutten altijd schaamteloos hun goede contacten met de massamedia om links in Die Linke als politiek onbekwaam en als ouderwets dan wel utopisch voor te stellen en te belasteren.
In Thüringen handelt de ‘rood-rood-groene' coalitie van Die Linke, de SPD en de Groenen, onder leiding van een minister-president die lid is van Die Linke, geruisloos de gebruikelijke politieke zaken af. In Brandenburg fungeert Die Linke in de ‘rood-rode' coalitie als een gehoorzame partner van de SPD en steunt onder andere de exploitatie van bruinkool tegen alle kritiek van bewegingen in en in tegenspraak met de standpunten van de partij, die herhaaldelijk bevestigd zijn, zoals in het ‘Rode project voor een sociale en ecologische transformatie’...
De tegenstelling tussen de interne debatten over de socialistische omvorming van de samenleving en de praktijk van het beheer van de staatsmacht wordt steeds duidelijker, omdat er nergens sprake is van bijzondere onrust of er radicale veranderingen in de machtsverhoudingen ten gunste van de onderlaag zijn. Toch wordt de fundamentele trend tot aanpassing, als je het op nationaal vlak bekijkt, tot nu toe nog iedere keer gevolgd door een terugslag, die de mogelijkheden om antikapitalistische standpunten in te brengen, hebben vergroot. Dit zal ook de komende periode tot de verkiezingen in het najaar van 2017 het geval zijn, maar het confronteert links in Die Linke wel met nieuwe uitdagingen.
III.
Die Linke neemt vaak deel aan mobilisaties tegen nazi's en racistische demonstraties. Op dit moment is het, samen met kwesties rond vrede, echt één van de sectoren van interventie die de partij zijn identiteit geeft, net als de deelname aan initiatieven die in 2015 bijdroegen aan het succes van de opvang van migranten. In de steden waar elk weekend extreemrechtse demonstraties waren, maakten partijafdelingen deel uit van tegen-mobilisaties. Partijleiders zoals Katja Kipping, Bernard Riexinger en Janine Wissler ontwikkelden door hun artikelen en standpunten een duidelijk partijprogramma: individueel asiel zonder beperkingen, open de grenzen, tegen Fort Europa, Frontex en het op de vluchtelingen afsturen van de marine. De parlementsfractie stemde tegen alle maatregelen die het recht op asiel en verblijf beperken.
Daarom is het betreurenswaardig dat Sarah Wagenknecht 5) en Oskar Lafontaine 6) publiekelijk stelling hebben genomen tegen het standpunt van de partij. Ze zijn van mening dat links in het debat over opnamecapaciteit, misbruik van asielrecht en aanrandingen met vergelijkbare alternatieven moet komen. In zijn bolwerk Saarland verdedigt Lafontaine openlijk immigratiebeperking op dezelfde manier als de Beierse CSU. 7) De interne partijdiscussies hebben inmiddels niet langer alleen maar betrekking op verschillende standpunten, ze zijn tegenstellingen tussen mensen geworden. Zo werd de oproep van Jan van Aken 8) om Sarah Wagenknecht terug te laten treden als voorzitter van de parlementsfractie beantwoord met een campagne die haar met bijna 10.000 handtekeningen steunde. Maar Sarah Wagenknecht is met haar publieke verklaringen in de minderheid in de partij. De partijleiding heeft in alle gevallen voor duidelijkheid gezorgd en haar misnoegen over de uitingen laten blijken. Klaarblijkelijk met succes, want tot nu toe zijn er geen activiteiten die standpunten over deze kwesties veranderen.
De aanhangers van Sara Wagenknecht gebruiken vaak het argument dat de reformistische vleugel van de partij van de gelegenheid gebruik maakt om de posities van de linkervleugel in de partij te verzwakken. Maar gelukkig heeft de stroming Antikapitalistisch Links 9) duidelijk stelling genomen tegen de publieke standpunten van Wagenknecht. Dit heeft de AKL-stroming in de partij, terecht, veel erkenning opgeleverd.
IV.
We zien in Die Linke bedenkelijke structurele veranderingen, die we ook van alle reformistische en op meeregeren georiënteerde linkse organisaties in de geschiedenis kennen. Het is nauwelijks overdreven om te stellen dat de leden vrijwel niets, de bestuursorganen weinig en de parlementsfractie alles te zeggen heeft. Dat is een bekend model. Bureaucratisering, samenklontering van functies, ontduiking van de regels van de scheiding van functies en mandaten nemen alleen maar toe, evenals het aantal mensen dat vasthoudt aan hun positie.. Dit gaat gepaard met het ongereguleerd en ongecontroleerd centraal stellen van het werk in het parlement en verkiezingen. Het is problematisch dat men zich in Die Linke nauwelijks van het probleem van deze ontwikkeling bewust is. Een ontwikkeling die zich, historisch gezien, bij alle linkse socialistische partijen die naar rechts opschuiven, voordeed en altijd voorafging aan programmatische verrechtsing op grote politieke thema’s.
V.
De AKL is momenteel de enige stroming in de partij die deze trend tot thema heeft gemaakt. Voorheen waren er ‘basisdemocratische’ stromingen die zich alleen maar bezighielden met de manier waarop de partij werkte. Ze verdwenen omdat ze apolitiek waren of werden. De AKL slaagt er gelukkig in om een overtuigend verband tussen de kritiek op de vermindering van de democratie in de partij en het steeds sterkere parlementaristische karakter aan te geven. Dit wordt door veel leden steeds meer erkend en is naast het helder geformuleerde doel om het kapitalisme te overwinnen en de oriëntatie op progressieve buitenparlementaire bewegingen de derde pijler van de identiteit van de AKL geworden.
De AKL wordt erkend als een programmatische stroming die loyaal aan de activiteiten van de partij deelneemt. De AKL is relatief goed geslaagd in het riskante project waarin ze zich - op dat moment tegen het advies van de kameraden van de ISL in - als statutair erkende stroming 10) in feite opnieuw organiseerde door een nieuw basisdocument aan te nemen en alle leden opnieuw te registreren. Ondertussen zijn 850 leden toegetreden tot de AKL en het nieuwe basisdocument blijft nog steeds nieuwe mensen aantrekken.
Er is veel jaloezie onder linkse groepen binnen Die Linke en we zien minder fraaie voorbeelden van sektarisme en van onaangenaam manoeuvreren (waarbij helaas ook onze kameraden niet altijd even collectief en slim gehandeld hebben). Maar de AKL kan niet meer weggedrukt of genegeerd worden en dit draagt in grote mate bij aan de huidige crisis van de concurrerende stroming ‘Socialistisch Links', SL. 11)
De AKL heeft haar standpunten altijd met open vizier verdedigd en heeft dat na haar nieuwe oprichting en de versterking van haar organisatorische structuur nog eens nadrukkelijk bevestigd. Het is een programmatische stroming die er niet op gericht is posities te veroveren. Er zijn integendeel nog veel situaties in de partij en verkiezingen, waarbij het lidmaatschap van de AKL niet bepaald bevorderlijk is voor de ontwikkeling van een carrière.
In de AKL zijn we vastbesloten samen te werken in de ontwikkeling van gemeenschappelijke standpunten waarmee we de hele partij benaderen in de geest van de strategie van overgangseisen.
Bij de SL – en dit geldt vooral voor de sub-stroming ‘marx21’ 12) – heeft men vaak de indruk dat er heel andere keuzes gemaakt worden. Het lijkt er vooral om te gaan de juiste mensen op de juiste posities in de partij en de fractie te zetten. Dit heeft veel fulltimers en betaalde vertegenwoordigers opgeleverd, maar niet meer programmatische duidelijkheid in de partij of een meer socialistische politiek.
De positionering van de AKL heeft ertoe geleid dat de SAV 13) de stroming ondersteunt, terwijl de SAV helaas maar al te vaak de indruk wekt als ‘partij in de partij’ alleen maar haar eigen korte termijn belangen na te streven. Dit werkt hier en daar ongunstig, maar niet zelden laten kameraden van de SAV zich overtuigen dat een redelijk gedrag beter is.
De permanente bevestiging van georganiseerde stromingen in de partij is een probleem. Zelfs zonder een duidelijk omschreven politieke identiteit zullen stromingen blijven bestaan, alleen al omdat hun bestaan, door de statuten erkend, ze formeel het recht geeft op afgevaardigden. Dit maakt het moeilijker de rivaliteit tussen de stromingen links van het ‘regeringssocialistische kamp’ te overwinnen.
VI.
De ISL stond vanaf het begin in 2004 in contact met het ‘initiatief voor werk en sociale rechtvaardigheid'(ASG), nam vervolgens deel aan het ‘verkiezingsalternatief’ (WASG) en was daarna continu aanwezig bij het fusieproces van WASG met PDS waaruit Die Linke ontstond. De ISL werkt ondertussen al vele jaren in Die Linke, zonder dat de activiteiten van de leden per se gecoördineerd worden. Vooral in Noord-Rijnland-Westfalen hebben ISL-leden verantwoordelijkheden in de lokale en regionale leidingen op zich genomen en zijn ze actief in de AKL. In het algemeen spant de ISL zich in de linkervleugel van de partij te versterken en banden te smeden met radicale sociale bewegingen en antikapitalistische krachten buiten de partij. Daarmee proberen we te werken aan de samenbundeling van marxistisch links in Duitsland en een sterker bewustzijn van de urgentie om op Europees niveau sociale bewegingen en politieke krachten tegen het bezuinigingsbeleid van de dominante elites in Europa te bundelen die niet alleen verbaal een antwoord geven, maar een echt tegenwicht en een beweging van onderop willen opbouwen.
De ISL zet zich ervoor in dat Die Linke ook buiten de verkiezingsperiodes in bedrijven, vakbonden en buurten aanwezig is en collectief actief is.
VII.
Er zijn veel punten waarop het praktische werk van de ISL in Die Linke (en op andere gebieden) moet worden verbeterd. Het moet een prioriteit zijn het individualisme, dat maar al te vaak bij ons aanwezig is, te overwinnen en systematisch gezamenlijk onze doelstellingen te bepalen en te volgen en op zijn minst in de belangrijkste kwesties van de partij tot gemeenschappelijke standpunten te komen. Bovendien willen we meer politieke uitwisselingen organiseren met die delen van de organisatie die hun prioriteiten elders zoals in vakbondswerk, sociale bewegingen, enzovoort leggen.
Het feit dat we de laatste tijd in de AKL in twee verschillende stromingen te vinden waren, geeft niet alleen aan dat we niet de organisatie volgens de gebruikelijke karikaturen van het ‘leninisme’ zijn die met één stem spreekt en met ijzeren hand door haar leiding wordt samengehouden, maar het geeft ook onze problemen aan. Onze leden die actief zijn in de partij moeten regelmatig bij elkaar komen. De echt belangrijke verschillen moeten uiteindelijk in of met de leiding besproken worden of op nationale conferenties van de hele organisatie, die het mogelijk moeten maken om de verschillen te overwinnen.
Onze leden presenteren in Die Linke en in de AKL geen ‘in de ISL voorgebakken’ standpunten, maar zeggen wat ze denken en nemen deel aan discussies met de bereidheid te overtuigen en overtuigd te worden. Dit is belangrijk voor ons. Ieder van ons die aan het eind van dergelijke discussies tot conclusies komt die niet overeenkomen met wat de consensus is in de ISL, stelt dit verschil ter discussie in de ISL. De uitkomst van de discussie is open.
In de nieuwe organisatie die zal ontstaan uit de fusie van de ISL met de RSB, zullen wij voorstellen om: 1. een nationale ‘Die Linke-commissie' te vormen; 2. voor de verkiezingscampagne voor de regionale verkiezingen in Noordrijn-Westfalen in mei 2017 een standpuntbepaling voor te bereiden; 3. door te gaan om nauwkeuriger ons werk te bespreken, in het bijzonder met het oog op de verkiezingen voor de Bondsdag in september 2017.
We houden vast aan onze niet-sektarische opstelling in die Linke. Tegelijkertijd zetten we ons in om kameraden van de partij en de AKL voor de ISL te winnen voor zover de inhoudelijke overeenstemming en de nauwe samenwerking dat toelaten.
Dit artikel verscheen eerder in een Engelse vertaling op International Viewpoint, het Duitse origineel is hier te vinden. Nederlandse vertaling: redactie Grenzeloos.
[1] De algemene lijn van dit document is op 8 oktober 2016, na een intensieve discussie met een zeer grote meerderheid en één onthouding aangenomen door de nationale (‘federale’) conferentie van ISL-leden. ISL (Internationaal Socialistisch Links) was één van de twee organisaties van de Vierde Internationale in Duitsland. Een proces van toenadering, nauwere samenwerking en eenwording met de andere organisatie, de RSB (Revolutionair Socialistische Bond), is begin december afgesloten met een fusiecongres. De nieuwe naam is: ISO (Internationale Socialistische Organisatie).
[2] Voor een gedetailleerde analyse, zie de volgende artikelen van Manuel Kellner: A victory of the far right – the results of the elections in Mecklenburg-West Pomerania,18/09/2016); Die Linke takes another step towards adaptation, 12/03/2014); The Grand Coalition and left perspectives, 21/12/2013); Merkel triumphs … what now?, 2/11/2013.
[3] De ondertitel van deze tekst, gepubliceerd in april 2016, is: ‘Voorstellen voor een offensieve strategie van Die Linke’. Zie: http://www.katja-kipping.de/de/arti....
[4] Voor de nationale bestuursorganen (Parteivorstand) is er de statutaire regel van de ‘tweehoofdigheid’: een vrouw en een man (of twee vrouwen!); in de Landesverbände in het westen is dat overal het geval, terwijl het in het oosten vrij zelden het geval is. Ten aanzien van de parlementsfractie, is het co-voorzitterschap niet verplicht: van 2005-2009 deelden Gregor Gysi en Oskar Lafontaine het voorzitterschap van de fractie in de Bondsdag, vanaf oktober 2009 Gysi alleen en sinds oktober 2015 Sarah Wagenknecht (oorspronkelijk uit het oosten, op de linkerzijde van de partij) met Dietmar Bartsch (vanuit het westen, maar aan de rechterkant van de partij). Ten aanzien van de twee leiders van de partij wordt er ook rekening mee gehouden dat het een man en een vrouw zijn, een vertegenwoordiger uit het oosten en één uit het westen en één vertegenwoordiger van de gematigde vleugel en één van de meest radicale vleugel. Dit zijn ongeschreven regels, maar die worden door iedereen gerespecteerd. Sinds 2012 zijn Katja Kipping en Bernard Riexinger de voorzitters van de partij, aan het hoofd van een 44-leden tellende partijleiding (Parteivorstand). Katja Kipping (geboren in 1978) is een inwoner van Dresden in Saksen en was voor de PDS (opvolger van de staatspartij SED) lid van het regionale parlement van 1999 tot 2005. Ze is lid van de Bondsdag en een leidend figuur in ‘Emancipatorisch Links’. Ze is tegelijkertijd ‘pragmatisch’, voor een basisinkomen, voor de compromisloze verdediging van de rechten van asielzoekers, pro-zionistisch, tegen antisemitisme, vóór de stemming van partijleden over de keuze van de twee lijsttrekkers voor de Bondsdagverkiezingen... Bernard Riexinger (geboren 1955) is vakbondsbestuurder sinds 1991 en van 2001-2012 was hij secretaris-generaal van ver.di (de grote dienstenvakbondsfederatie) in de regio Stuttgart. Hij was toen leider van de linkervleugel van de vakbond. Hij is nooit lid van een parlement geweest en is geen lid van een platform in de partij.
[5] Sarah Wagenknecht, geboren in 1969, was de belangrijkste leider van het ‘Communistische Platform’ in de PDS (grofweg, dogmatisch-nostalgisch). Ze is naar meer 'realistische' posities geëvolueerd, maar onderscheidt zich wel van ‘ministerieel’-rechts in de partij. Ze was vicepresident van Die Linke tot 2015 en is momenteel co-voorzitter van de parlementsfractie. Sinds 2014 is zij getrouwd met Oskar Lafontaine.
[6] Oskar Lafontaine, geboren in 1943, was een leidende figuur in de sociaaldemocratie en voormalig co-voorzitter van de SPD. Voorheen was hij president van de deelstaat Saarland, voorzitter van de SPD van 1995 tot 1999 en kort minister van Financiën onder Gerhard Schröder. Hij verliet de SPD in 2005, een paar maanden voor het begin van de federale verkiezingen en werd de leider van het ‘Electoraal Alternatief voor Arbeid en Sociale Rechtvaardigheid’ (WASG), dat linkse opposanten, vakbondsleden en verschillende mensen die teleurgesteld waren in de sociaaldemocratie en sommige sectoren van uiterst links gehergroepeerde heeft. Hij was een van degenen die in 2007 sterk aandrong op een gedwongen fusie met de PDS van Gregor Gysi voorstelde waaruit om Die Linke voort kwam te vormen. Nadat hij zich om gezondheidsredenen uit de Bondsdag had teruggetrokken, bleef hij voorzitter van de fractie van Die Linke in Saarland.
[7] [7] Christelijke Sociale Unie van Beieren (CSU), is de meest rechtse partij van de CDU-CSU-SPD coalitie die Merkel steunt.
[8] Jan van Aken is een lid van het Parlement voor Hamburg, een voormalige leider van Greenpeace, die actief is in de anti kernenergie- en de vredesbeweging.
[9] Antikapitalistisch Links (AKL) is één van de stromingen aan de linkerkant van de partij en werd opgericht in 2006. De leden van de ISL zijn er actief in. De AKL heeft zes afgevaardigden in de nationale leiding, van wie er één lid van de ISL is, een ander maakt deel uit van de SAV (zie noot 12 hieronder). Er zijn spanningen in dit platform en er zijn op dit moment twee sub-stromingen.
[10] Er zijn veel stromingen, sub-stromingen en opiniegroepen binnen Die Linke, met nogal verschillende kracht en oriëntaties en verschillend van deelstaat tot deelstaat. Bovendien zijn er meer informele netwerken of frequente ontmoetingen (zoals de ‘Middle Earth club’ (waarvan de naam is geïnspireerd door Tolkien). De stromingen die erkend worden door de partij en dus het recht op vertegenwoordigers in federale en nationale leiding en een budget hebben, zijn: Forum voor Democratisch Socialisme (opgericht en invloedrijk vooral in de deelstaten van de voormalige DDR en in Berlijn en vaak ‘rechts binnen links’ genoemd), Netwerk Reformistisch Links, Emancipatorisch Links, Socialistisch Links, Antikapitalistisch Links, Communistisch Platform, Ecologisch Platform, Geraer Dialoog-Socialistische Dialoog. De meeste hebben een eigen website. De linkervleugel bestaat vooral uit AKL en SL, maar ook uit veel activisten en niet-gebonden netwerken.
[11] Onder de oprichters van Socialistisch Links (SL) bevond zich in 2006 een aantal vakbondsbestuurders uit het westen. De standpunten zijn neo-Keynesiaans en SL heet ‘vakbondsgericht' te zijn. SL heeft ten minste tien afgevaardigden in de Bondsdag, veel regionale parlementsleden en twee leden in het Europees Parlement. Het lijkt erop dat SL nu ongeveer 800 leden heeft. SL heeft invloed verloren en is erg heterogeen. De aanhangers van ‘marx21’ (zie noot 12) zijn bijna overal bij betrokken, behalve in Noord-Rijnland-Westfalen (waar ze de AKL ondersteunen of zich buiten georganiseerde stromingen bevinden).
[12] Het ‘marx21’ netwerk bestaat al sinds 2007 en is de opvolger van de Linksruck organisatie die deel uitmaakte van de Internationale Socialistische Tendens, (IST (waar in Nederland de Internationale Socialisten deel van uitmaken en waarvan , gekoppeld aan de Britse Socialist Workers‘ Party de belangrijkste organisatie is). Het netwerk opereert autonoom ten opzichte van de SWP / IST. Er wordt gezegd dat ze ten minste 400 leden hebben, waaronder twee leden in de nationale leiding van Die Linke (met inbegrip van één van de vier vicepresidenten van de partij), een aantal leden van de Bondsdag en het parlement van de deelstaat Hessen en een aantal medewerkers. ‘Marx21’ heeft invloed binnen ‘dielinke.SDS’, de studentenorganisatie gelieerd aan de partij.
[13] Socialistisch Alternatief (SAV) is de afdeling van het Comité voor een Arbeiders Internationale (CWI), waarvan de belangrijkste sectie de Socialistische Partij in Groot-Brittannië is en waar in Nederland de groep Socialistisch Alternatief [voorheen Offensief] toe behoort. De bekendste vertegenwoordiger is Lucy Redler, een lid van de leiding van de partij als vertegenwoordiger van de AKL (samen met Thies Gleiss van de ISL).
Reactie toevoegen