Duitsland: Die Linke moet een protestpartij blijven

Die Linke staat voortdurend onder druk om zich aan te passen aan de gevestigde politiek. In plaats daarvan moet de partij het als haar voornaamste taak zien om de onvrede over de regering en de elites te kanaliseren en zich te profileren als het echte alternatief.

Enkele maanden lang leek het erop dat Die Linke, gedreven door de spontane ontwikkeling, op de goede weg was. Solidariteit met Palestina werd – na decennia van onderlinge strijd – een vanzelfsprekend standpunt van de partij. En gezien het beleid van de CDU-SPD regering was het onmogelijk om nog langer te dromen van een coalitie tussen de Sociaaldemocraten, Die Linke en de Groenen.

Dat heeft de autoritaire opmars niet kunnen breken – hoe zou dat ook kunnen. Die voedt zich voortdurend met de erosie van de oude machtsstructuren en zijn morele bliksemafleiders: als de NAVO uiteenvalt, de VN – niet alleen door Trump – als nutteloos wordt bestempeld, het idee van universele mensenrechten onderhandelbaar wordt, de rijksten hun perversiteiten zonder gevolgen voor de ogen van de wereld kunnen uitleven, dan is het tijdperk van de monsters aangebroken.

De mogelijkheid om in deze tijden hoop te verspreiden blijft beperkt. Maar desondanks is een lang gemiste nieuwe generatie op het toneel verschenen en met haar de hoop om in de komende jaren een doorbraak te kunnen organiseren.

Tegelijkertijd zien we – niet verrassend – ook tegenstrijdige tendensen. Deels weerspiegelen ze simpelweg de onvermijdelijke onduidelijkheden binnen de bewegingen. In de strijd tegen rechts, in de beweging voor klimaatrechtvaardigheid en niet in de laatste plaats in de nieuw ontluikende socialistische beweging knarst het merkbaar – met heel concrete politieke gevolgen in het hier en nu.

De middenweg is de dood

Gezien de voortdurende escalaties is er echter geen reden om ons terug te trekken in pragmatische politiek. Het is tijd om te polariseren in plaats van ons aan te passen, tijd voor een opstand in plaats van onderhandelingen: wij, het volk, de gewone mensen, onze klasse, onze buurten tegen degenen daarboven, tegen de regering en de elite, tegen de baas, tegen de gevestigde politiek en hun handlangers. Die Linke moet laten zien dat het serieus is met een breuk, terwijl rechts rebellie slechts veinst; dat het de polarisatie en het massaal in twijfel trekken van deze zogenaamde 'democratie' toejuicht; dat het alle rechten en verworvenheden verdedigt, maar nooit deze staat als zodanig.

Het gaat niet alleen om de fundamentele tegenstelling tussen de belangen van het kapitaal en de loonarbeiders. De partij sluit terecht aan bij de slogan van de ‘99 procent’ tegen de ‘één procent’ aan de top. De onderste 99 procent is zeer gedifferentieerd en heeft uiteenlopende belangen. Maar de ideologisch met macht opgeroepen belangengemeenschap van de min of meer kleinburgerlijke middenklasse met het grootkapitaal berust grotendeels op bedrog en illusies – en op de belofte van een betere toekomst, die de heersenden in werkelijkheid niet kunnen waarmaken. De leuzen tegen de miljardairs in de verkiezingscampagne zijn goed ontvangen. Dat komt waarschijnlijk vooral door de razendsnel groeiende ongelijkheid, die door steeds meer mensen terecht als grotesk wordt ervaren. Nu moet de partij ook de werkelijke afschaffing van miljardenvermogens doordenken en concreet nastreven.

Het kamp van de loontrekkenden – de zogenaamde kleine mensen en al diegenen die van het grote eigendom zijn uitgesloten – heeft alle reden om verontwaardigd te zijn. Die Linke moet zich aan het hoofd van die verontwaardiging plaatsen en zo het tempo bepalen voor de maatschappelijke tegenstellingen. Makkelijk gezegd, maar blijkbaar helemaal niet zo makkelijk te doen. Een hoopvolle aanpak is onbetwistbaar de campagne tegen de huurcrisis, waarmee Die Linke zich als partij van de huurders tegen de huurmaffia wil profileren. Zo hoort het ook.

Maar juist in de omgang met extreemrechts, en met name met de AfD, zijn er onduidelijkheden die verlammend werken. Er strijden twee motieven in linkse kringen: zodra er ook maar een dreiging bestaat dat de AfD aan de macht komt, voelen we de neiging om haar gezamenlijk met alle andere politieke krachten te marginaliseren en af te weren. Dat betekent natuurlijk: juist ook met de burgerlijke vertegenwoordigers van de kapitaalheerschappij – dus degenen die ons anders altijd tegenwerken. Maar dat is geen strategie tegen de opkomst van autoritaire krachten, maar gewoon een morele reactie die de hoop op rebellie en omwenteling de grond onder de voeten dreigt weg te trekken.

Als Die Linke in de Bondsdag steeds weer samenwerkt met de burgerlijke regering van de CDU/CSU en de SPD om de sabotagepogingen van de AfD-fractie te omzeilen, ligt het toch voor de hand wie in de ogen van brede massa’s als tegenkracht tegen de gevestigde politiek overkomt: niet Die Linke, maar wel degelijk de AfD.

Er zijn al scenario's te voorzien waarin de AfD als sterkste kracht uit de verkiezingen komt en zich opwerpt als leidende regeringspartij. Eerlijk gezegd, moet Die Linke dan, als het op haar stemmen aankomt, deel uitmaken van een coalitie met de gevestigde burgerlijke partijen of een dergelijke regering steunen? De strijd met de AfD zou dan gegarandeerd verloren zijn: ze zou dan overkomen als de strijdbare oppositie tegen de gevestigde politiek in dit land – ten onrechte, maar toch zeker.

Een tegenstrevende houding

Al voordat het huidige rechtse autoritarisme het politieke landschap begon te bepalen, deed in delen van de Europese linkse beweging de pretentie de ronde om een tegenstrevende linkse beweging te zijn: een linkse beweging die niet meedeint op het ritme van de machtsverhoudingen, maar een reële tegenkracht vormt. Die ambitie is nooit een garantie voor succes geweest – en toch hebben de historische ervaringen aangetoond dat daar waar linkse krachten die ambitie niet nakwamen, de druk om zich aan te passen onmiddellijk toenam en hun eigen maatschappelijke verankering afbrokkelde.

Juist nu, onder de omstandigheden van een versnelde opkomst van het autoritarisme, verschuiven de machtsverhoudingen opnieuw: de maatschappelijke verscherping maakt het niet automatisch gemakkelijker om een tegenstrevende houding aan te nemen, maar ze maakt die wel noodzakelijker en strategisch effectiever. Ze scherpt ons inzicht in het feit dat het geen voordeel belooft om ons aan bestaande ordeningen aan te passen. Onze kracht komt niet voort uit de belofte van zeker succes, maar uit de bewuste keuze om de breuklijnen in de samenleving niet te ontwijken, maar ze tegemoet te treden als een onomkoopbare, loyale, partijdige kracht.

Die Linke in Duitsland heeft er alle belang bij om een profiel als tegenstrevend links te ontwikkelen. Geen socialisme in woorden, imperialisme in daden; geen verzet tegen miljardairs in woorden en medebestuur van de kapitaalheerschappij in daden. Er bestaat geen blauwdruk voor alle beslissingen in elke denkbare parlementaire spagaat. Maar altijd en te allen tijde tegen de politieke belangenvertegenwoordigers van het grootkapitaal staan, zou zwaarder moeten wegen dan alle andere motieven. Dat is geen dogma, maar een kompas. Elk compromis is hier schadelijk – onder de huidige omstandigheden van escalatie al snel een beslissend compromis.

De leidraad van de polarisatie geldt tot op zekere hoogte ook voor de standpuntbepaling binnen links. Het vermoeden dat elk conflict de partijpolitieke tegenstander ten goede komt en Die Linke verzwakt, is niet altijd op zijn plaats. Het is een verdienste van de partij dat het bestaan van interne tendensen erin al lang als vanzelfsprekend is ingeburgerd. Dat is veel beter dan het ontstaan van tendensen te verhinderen door administratieve maatregelen die iedereen op één lijn brengen, of zich te splitsen vanwege tactische meningsverschillen.

In de tendensencultuur van onze partij Die Linke is echter lang niet alles goud wat er blinkt. We blijven Die Linke verwelkomen als een pluralistische partij. Tegelijkertijd is de opstelling in 'Federale werkgroepen' (BAG's ) in deze bewogen fase ook een terugtrekking in de respectieve minderheidspositie en het verwaarlozen van de meningsverschillen binnen de partij als geheel. We hebben het hier niet over BAG's over verschillende onderwerpen, maar over de vorming van tendensen als BAG's, bijvoorbeeld met het recht om een bepaald aantal afgevaardigden naar partijcongressen te sturen.

In het ergste geval zal dat in het gestarte programmaproces leiden tot het gebruikelijke onderhandelingsspel van de meest uiteenlopende BAG's – een min of meer gedepolitiseerd, bureaucratisch gekonkel in achterkamertjes met onsmakelijke concessies voor iedereen in plaats van een openhartige, brede meningsvorming. Hierdoor is een belangenverhouding ontstaan die dergelijke tendensen in stand houdt, los van inhoudelijke samenhang, en er kliekjes van maakt met als doel het verwerven van ambten en mandaten. Dat verzwakt de rechten van de andere, niet in tendensen ‘georganiseerde’ leden.

In de ene voorloperpartij, de PDS, werd aanvankelijk gezegd dat de partij ruimte had voor leden met verschillende strategische oriëntaties: degenen met reformistische en degenen met revolutionaire standpunten. Alleen dat geeft links haar potentiële politieke waarde. Met inachtneming van alle inhoudelijke overeenkomsten is het namelijk zinvol en noodzakelijk om controversieel te discussiëren over die strategische oriëntaties: willen we een tegenstrevende linkse beweging die de omverwerping van de macht van het kapitaal nastreeft en dienovereenkomstig polariseert, of niet? Dat is zeker een vraag die het waard is om over te discussiëren.

Links populisme en waarheid

De verscherping van 'zij daarboven, wij hier beneden' is een linkse vorm van populisme, die zich direct en duidelijk onderscheidt van rechts populisme, dat juist polariseert tegen de delen van de bevolking die bijzonder achtergesteld zijn. Het begrip 'populisme' heeft in de Duitse context echter een negatieve connotatie. Manipulatie speelt daarbij een rol, evenals leidersfiguren als projectievlak, complottheorieën, misleidende vereenvoudigingen, enzovoort. In het Angelsaksische taalgebied daarentegen – en ook in het sociaalwetenschappelijke discours – wordt populisme eerder neutraal gebruikt. Daarom is hier een verduidelijking nodig.

Bij populisme gaat het namelijk niet om manipulatie en misleiding, maar om het duidelijk uitspreken van de cruciale waarheden. Een ‘socialisme van de gewone mensen’ in tegenstelling tot een ‘socialisme’ in intellectuele bubbels.

In populisme zit ‘volk’ – en wel in de zin van het Franse woord peuple. Het gaat hier om het volk van de leus ‘Wij zijn het volk’, voordat die verworden is tot het gejammer ‘Wij zijn een (namelijk Duits) volk’ – dus om een niet-nationalistisch begrip van het volk, dat verwijst naar al diegenen die uitgebuit, onderdrukt en bedrogen worden wat betreft aantrekkelijke levensperspectieven. Als dat volk in opstand komt, opstaat, in beweging komt en de tot nu toe heersenden ontmantelt, kan er een werkelijk menselijke samenleving ontstaan waarin iedereen in vrijheid kan leven, en niet alleen degenen die het nodige kleingeld over hebben.

Voordat er überhaupt uitzicht op een dergelijke maatschappelijke verandering ontstaat, moet een effectieve linkse beweging alles in het werk stellen om de voorwaarden daarvoor te verbeteren. Het gaat erom tegenmacht van onderop te organiseren: echte ruimtes van solidariteit op te bouwen, een tegenpubliek te creëren en plekken te maken waar mensen – los van staatsbemoeienis en de burgerlijke concurrentielogica – hoop, daadkracht en zelfvertrouwen kunnen ontwikkelen.

In veel wijken is al te zien hoe dat kan werken: de campagne tegen de huurcrisis van Die Linke is bijvoorbeeld een goede manier om sociale strijd te bundelen, buurten te organiseren en een stabiele basis te leggen voor politiek verzet op de lange termijn. Hier ontstaan kiemen van een solidaire tegenwereld, die iets overtuigends en effectiefs tegenover de dagelijkse verdeeldheid van mensen door de marktlogica stelt.

In de bedrijven en vakbonden daarentegen is de taak fundamenteel anders. Juist in de huidige fase van de-industrialisering – die door veel delen van links in de samenleving tot op de dag van vandaag wordt onderschat of zelfs ontkend – raken klassieke vakbondsstrategieën zelf in een structurele crisis. De partij kan die strijd niet ‘van buitenaf’ vervangen. Ze kan echter wel bijdragen leveren die niet mogen worden onderschat: de focus leggen op werk op de werkvloer, verdedigingsstrijd versterken – maar niet bezwijken voor de illusie dat ze zelf de toekomst van een strijdbaar vakbondsbeleid vormt. Slim en toekomstgericht zijn die benaderingen die op de lange termijn denken: de gezondheids-, logistieke, zorg- en voedingsindustrieën zullen ook in die fase blijven bestaan. Het zal zijn vruchten afwerpen om de krachten hier te bundelen en te focussen.

Beide samen – georganiseerde strijd in de wijk en de vernieuwing van het vakbondsverzet – vormen de noodzakelijke basis voor een tegenstrevende linkse beweging. Alleen vanuit dergelijke oppositionele tegenruimtes kan zich van onderop een alternatief ontwikkelen voor de bestaande staat, die pretendeert in naam van het algemeen belang te handelen, maar in werkelijkheid de belangen van de heersende klasse beschermt en die in geval van twijfel met alle geweld doorzet.

Naast de inhoud speelt ook de vorm van de overdracht een rol. Populariseren betekent in deze context vooral begrijpelijk zijn voor gewone mensen. Het is niet eenvoudig om de marxistische analyse te begrijpen. Dat vereist het aangeleerde vermogen om zich in te leven in behoorlijk ingewikkelde gedachtegangen. Marx was zich hiervan bewust, zoals blijkt uit zijn als brochure verschenen lezing Loon, prijs en winst. Marx’ inzichten in de kritiek op de politieke economie van de kapitalistische productiewijze hebben geen enkele voedingswaarde als ze de massa’s niet raken. Daaruit ontstaat de politieke noodzaak om ze begrijpelijk te maken. Niet alleen door middel van educatief werk, maar ook in de propaganda (het overbrengen van veel linkse ideeën aan een beperkt publiek) en in de agitatie (het overbrengen van een beperkt aantal ideeën aan brede massa’s, met de bedoeling hen aan te zetten tot collectieve actie tegen de klassevijand).

Deze vormen van overdracht dienen overigens ook om de overbrengers meer duidelijkheid te verschaffen over hun eigen ideeën. Een linkse beweging die haar inzichten begrijpelijk verwoordt, begrijpt daarmee pas wat ze bedoelt en leert uit de weerklank bij het volk om haar ideeën verder te ontwikkelen.

Proletarisering van de partij

De partij Die Linke wil geen partij voor de, maar een partij van de arbeidersklasse zijn. Dat is toe te juichen en een historische vooruitgang. Klasse is weer het referentiepunt; de langdurige bewering dat met het 'einde van de geschiedenis' ook klassenpolitiek weliswaar interessant is in de geschiedenisboeken, maar niet toekomstgericht, is van de baan.

Maar het is nog niet duidelijk wat de partij onder proletarisering verstaat: ten eerste is er nog geen gemeenschappelijke klassenanalyse, geen vanzelfsprekend onderscheid tussen arbeiders, kleine burgerij en ambtenaren. Ten tweede is er bijgevolg ook geen onderscheid tussen klassen- en volksstrijd. En ten derde vereisen de internationale escalaties en herschikkingen van de imperialistische heerschappij een nieuw begrip van imperialisme en kolonialisme.

Maar dat is oplosbaar, want op dit moment zorgen de ontwikkeling van de partij en de zich aftekenende praktische speerpunten voor verduidelijking – in de huurdersbeweging zien we hoe arbeiders, kleine burgerij en ambtenaren zich organiseren op basis van gemeenschappelijke belangen, ondanks wisselende standpunten in klassenpolitieke kwesties. De solidariteitsbeweging met Palestina creëert een internationalistische houding die onze nationale strijd in het juiste licht plaatst. Het werk in de bedrijven en de vakbonden daarentegen bevindt zich – ver buiten de maatschappelijke linkse beweging – in een zoekfase die niet willekeurig kan worden versneld, maar waar steeds meer kameraden zich voor inzetten. En dat alles zal bepalend zijn voor de toekomst van de linkse formatie.

Een linkse partij kan niets zonder een proletarische basis. Ze kan alles als haar leiding wordt gevormd door die proletarische basis. Dat was de kracht van de bolsjewistische partij in 1917. Het is zaak de realiteit van de klassenstructuur te onderkennen en in de vitale sectoren van de kapitaalverwerking – logistiek, gezondheidszorg, technologie, energie, zorg enzovoort – actieve kernen op te bouwen overal waar dynamiek heerst en waar in eerste instantie gedeeltelijke en rudimentaire klassenconflicten kunnen oplaaien en worden uitgevochten.

Daarvoor is een massalijn nodig: daarheen gaan en meewerken waar de klassebeweging ontstaat. Het is niet de minderheid van de actieve leden die we willen organiseren, wier belangen we formuleren en verdedigen, maar we hebben geen andere belangen dan de meerderheid, die in onze dagelijkse praktijk steeds weer onze focus bepaalt en ons werk op de proef stelt. We strijden niet 'voor de arbeiders' – wij zijn de arbeiders. Of, als we zelf tot de kleinburgerlijke klasse behoren, dan stellen we onze privileges ten dienste van hen, ook al betekent dat dat we onze eigen klassebelangen verraden.

Moet Die Linke leden naar dergelijke bedrijven sturen? Vanwege de de-industrialisering en andere ongunstige omstandigheden zouden de kansen op succes vandaag de dag klein zijn. Maar er is een andere reden om dergelijke initiatieven in de zin van ‘Salting’ te nemen, namelijk om ervaringen op te doen en beter te begrijpen hoe klassenbewustzijn aan de basis zich ontwikkelt.

Wij, de auteurs van dit artikel, bevinden ons in de gelukkige omstandigheid dat we dergelijke ervaringen vanuit volkomen tegengestelde perspectieven hebben opgedaan. De ene heeft geen middelbare school diploma, geen academische loopbaan, en heeft als opgeleid gereedschapmaker vele jaren in de industrie gewerkt, waar hij zich bezighield met belangenbehartiging, het organiseren van actieve leden en vakbondswerk. Hij is academisch geschoolden tegengekomen die de bedrijven binnenkwamen om de arbeiders de les te lezen – dat behoort tot de meest demoraliserende ervaringen die hij heeft meegemaakt.

De andere heeft – net als veel linkse mensen in de jaren zeventig en tachtig – na zijn afstuderen aan de universiteit een opleiding tot machinebankwerker gevolgd, in metaalbedrijven gewerkt, in de eerste helft van de jaren tachtig deelgenomen aan de campagne voor de 35-urige werkweek van IG Metall en een waarschuwingsstaking mede georganiseerd. In die tijd leerde hij hoe je je verstaanbaar maakt voor gewone mensen buiten de academische wereld en hoe klasse-solidariteit ontstaat.

Uit onze ervaringen en overwegingen trekken we de conclusie: partijkaders moeten minder praten dan luisteren en daarbij leren, leren en nog eens leren (zoals Lenin ooit zei). Geen verheerlijking van het proletarische milieu en geen arrogantie die zich afzet tegen de volksklassen. In plaats daarvan: oog in oog. Eenheden creëren die vandaag de dag nog niet georganiseerd zijn. De strijd die op alle gebieden plaatsvindt meemaken, ondersteunen, meedoen, om daarbij te leren. Door de organiserende deelname aan alledaagse strijd in wijken en bedrijven, de verscherping van de conflicten, het opbouwen van netwerken en het creëren van milieus met een eigen meningsvorming en daaruit voortvloeiende public relations, ontstaat veerkracht en onafhankelijkheid.

De technieken van transformerend organiseren zijn daarvoor allemaal van belang. Ze kunnen en moeten worden overgedragen, wat het werk van de actieve kernen ten goede komt. Maar die technieken staan niet los van de perspectieven waarmee ze worden toegepast. Ze kunnen ook in dienst worden gesteld van systeemconforme leiders, voor wie het er uiteindelijk op aankomt bewegingen te controleren, ze te ontkrachten en elke serieuze klassenstrijd te ondermijnen. Daarentegen is het van belang ze te verbinden met een systeemveranderend, tegenstrevend en revolutionair perspectief, gevormd door de ervaringen van de arbeidersklasse, niet van de bureaucraten, gedragen door structuren van tegenmacht, niet door partijstrategen.

Michael Heldt is opgeleid als gereedschapmaker en zet zich samen met anderen in voor een andere wereld, als vakbondsman, wijkorganisator, socialist en actief lid van die Linke.

Manuel Kellner is actief lid van die Linke en van de Internationale Sozialistische Organization, onze zusterorganisatie in Duitsland. Hij is auteur van onder andere Against Capitalism and Bureaucracy: Ernest Mandel’s Theoretical Contributions.

Dit artikel stond op Jacobin. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop