Borderless

8 December 2019

Een 'constructief bloedbad'

Wereldwijd worden de jaren zestig herinnerd als een tijdperk van verandering. Maar waar in het westen het decennium vaak gezien wordt als een van hoop en optimisme, wordt het in Indonesië gekenmerkt door een golf van intens geweld. Tussen oktober 1965 en maart 1966 eiste moordpartijen daar talloze mensenlevens – met instemming van het democratische westen.

Het bloedvergieten vond plaats nadat een couppoging van pro-communistische officieren mislukte. Het daaropvolgende geweld was in de eerste plaats een anti-communistische pogrom, gepland en geleid door het leger. Het was het begin van generaal Soeharto’s Orde Baru (Nieuwe Orde) dictatuur. ‘1965’ kreeg een centrale plaats in de legitimatie van zijn regime: ‘het leger moet Indonesië leiden om het te beschermen tegen het communistische gevaar’, ‘communisten zijn verwerpelijk, denk aan hun couppoging in 1965!’ - en, meer gefluisterd dan hardop gezegd, ‘kijk uit, denk aan wat er met de communisten gebeurde...’

Groeiende tegenstellingen
Indonesië was in de jaren zestig een samenleving in beroering. In de jonge republiek was politiek iets dat talloze mensen in het dagelijkse leven bezighield. Politieke partijen organiseerden hun sympathisanten in uitgebreide netwerken van sociale organisaties, van coöperaties tot schaakclubs. De grootste van die zogenaamde alirans (‘stromen’) was die van de Communistische Partij, de Partai Komunis Indonesia (PKI). Gevormd in 1920 was de PKI een van de oudste communistische partijen buiten de Sovjet Unie.
Na in 1948 bijna door de Indonesische president vernietigd te zijn, nadat weigering van communistische onafhankelijkheidsstrijders om te ontwapenen was opgevat als muiterij, sloot de partij in de jaren vijftig een bondgenootschap met president Soekarno. PKI secretaris generaal D. N. Aidit formuleerde het idee dat de Indonesische staat twee aspecten had: de ene was democratisch en progressief, geleid door Soekarno, de andere was reactionair. Het was aan communisten om in en naast de instituten van deze staat het ‘progressieve aspect’ te versterken.
Dat ging nogal in tegen het marxistische idee dat een staat in laatste instantie een vertegenwoordiging van de heersende klasse is – maar zolang de partij groeide leek Aidit’s pragmatisme valide te zijn. Eind 1962 claimde de partij 2 miljoen leden, met tegen het midden van de jaren zestig 20 miljoen in massaorganisaties georganiseerde sympathisanten.
Deze groei alleen leverde de partij echter weinig op in termen van politieke invloed: Soekarno concentreerde het merendeel van de macht in eigen hand. Verschillende anti-Soekarno partijen werden verboden; het kabinet werd aangesteld door de president en de vrijheid van de media werd ingeperkt. De PKI steunde dit systeem van wat Soekarno ‘geleide democratie’ noemde. Naarmate de aanhang van de PKI groeide, en de partij voor de president steeds belangrijker werd, werd het bondgenootschap met Soekarno steeds inniger.
Indonesië polariseerde in deze jaren langs de tegenstelling links – rechts. Op rechts was de enige organisatie met genoeg gewicht om de PKI te weerstaan het leger. Reden voor zowel binnenlandse tegenstanders van de PKI – grootgrondbezitters, religieuze leiders en de elite in het algemeen - als buitenlandse, de regeringen van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bijvoorbeeld, om banden met het leger te cultiveren. Soekarno, in de eerste plaats een Indonesische nationalist, balanceerde voortdurend tussen het leger, waarborg voor de eenheid van het land, en de PKI.
De vurige retoriek van de president over het ‘voortzetten van de Revolusi’ werd steeds populistischer. De onafhankelijkheidsstrijd tegen de Nederlanders had het verlangen naar diepgaande veranderingen in de samenleving losgemaakt en Soekarno, de PKI en andere linkse groeperingen sloten aan bij deze radicale impulsen.
Soekarno’s steeds radicalere profiel ging echter niet gepaard met sociaaleconomische veranderingen in het land. Maar Indonesisch rechts werd steeds angstiger dat dit niet lang meer zou duren. De PKI stond ondertussen voor een dilemma: ze vertrouwde op Soekarno als schild tegen het leger – maar tegelijkertijd sloot hij de PKI uit van werkelijke macht. De PKI posten in het kabinet waren symbolisch. Genationaliseerde bedrijven, zoals voormalige Nederlandse bedrijven, kwamen in handen van het leger. Pogingen van de PKI om uitvoering van de wet op de landhervorming af te dwingen liepen stuk op hevig verzet van grondbezitters. Liever dan de PKI te steunen in deze confrontaties, riep Soekarno op tot ‘nationale eenheid’.
De ‘Revolusi’ in bloed gesmoord
Nadat Indonesië in een diepe economische crisis terecht kwam, steeg de politieke temperatuur tot een kookpunt. De uitbarsting werd uitgelokt door een mislukte couppoging van een militaire beweging die beweerde pro-Soekarno te zijn en hem te willen beschermen tegen een machtsgreep van rechtse generaals.
Over het karakter van deze ‘30 September Beweging’ bestaat nog steeds veel onduidelijkheid. Het meest waarschijnlijk is dat zij oorspronkelijk gepland had slechts een aantal rechtse officieren te ontvoeren. Daarin kregen ze steun van enkele leden van het PKI bestuur die zich gerealiseerd hadden hoe fragiel hun machtsbasis eigenlijk was. Nadat enkele van hun doelwitten echter omkwamen tijdens de kidnappoging en Soekarno de beweging niet wilde steunen restte hen slechts een wilde vlucht naar voren: een slecht geplande en slecht uitgevoerde couppoging.
Voor het leger en de andere vijanden van de PKI was het een geschenk uit de hemel. In analyses van de situatie had de CIA er al op gewezen dat actie tegen de PKI en Soekarno bijzonder moeilijk zou zijn vanwege de populariteit van de president – maar een mislukte couppoging bijvoorbeeld zou een prachtig excuus zijn.
Na de couppoging kon het leger een wig drijven tussen de president en de PKI, Soekarno terzijde schuiven en eens en voor altijd afrekenen met links. Een propagandacampagne tegen de PKI werd gevolgd door massaal geweld. Op het moment dat het ‘reactionaire aspect’ van de staat zich tegen de PKI keerde, bleek hun bondgenootschap met het ‘progressieve aspect’ weinig waard. Soekarno deed machteloze oproepen om het bloedvergieten te stoppen.
De PKI, een organisatie opgebouwd voor politieke actie binnen de beperkingen van de Indonesische staat, bleek totaal onvoorbereid. In fabrieken waarvan de arbeiders bekend stonden om hun activisme werd iedereen gedood. Hele dorpen waar de boerenorganisatie van de PKI veel aanhang had werden uitgemoord. Een groot deel van de moorden werd gepleegd door rechtse nationalistische en Islamitische milities – bewapend door het leger. Het totaal aantal slachtoffers is een raadsel – schattingen lopen uiteen van een half tot twee miljoen.
Westerse vreugde over een bloedbad
In westerse diplomatieke kringen werd het nieuws over de moordpartijen met vreugde ontvangen. ‘Een half miljoen mensen een kopje kleiner (‘bumped off’), het lijkt erop dat er een heroriëntatie heeft plaatsgevonden’, glunderde een Australische diplomaat. Interne documenten van Amerikaanse officials spraken bewonderend over de ‘vastberadenheid’ van het leger.
De CIA leverde het leger lijsten met namen van communisten. En middels een bescheiden stroom geheime materiële hulp aan het leger werd het belangrijke signaal afgegeven dat Soeharto op Amerikaanse steun kon rekenen. Na de machtsgreep van het leger werd de mythe van een PKI-couppoging een van de pijlers van de legitimatie van het nieuwe regime. Steeds werd herhaald dat door kordaat optreden, het leger het land gered had van een vreselijk communistisch plot. De cultuur van politieke betrokkenheid en debat – ook onder het steeds meer autocratische bewind van Soekarno levendig – werd tot op de grond toe afgebroken. Gewone mensen worden door politieke discussies in de war gebracht en dat houd ze af van hard werken om het land te ‘ontwikkelen’, was de kern van de nieuwe staatsideologie. De verkiezingen werden een inhoudsloos ritueel met steeds dezelfde winnaar: Soeharto. Oppositie en onafhankelijkheidsbewegingen werden hardhandig onderdrukt met als dieptepunt de massamoord in Oost-Timor.
Soeharto riep zichzelf uit tot beschermheer van de nationale ontwikkeling. En inderdaad: lange tijd bereikte Indonesië economisch recordcijfers. Voor westerse economen reden het land af te schilderen als voorbeeld voor andere ontwikkelingslanden, voor veel van de Indonesiërs die er van profiteerden reden genoeg om zijn bewind te accepteren.
Onvoltooide democratisering
Pas na meer dan 40 jaar kwam Soeharto in 1998 ten val – het resultaat van economische instabiliteit als gevolg van de ‘Aziatische crisis’ en escalerend massaprotest. Maar de ‘Reformasi’ is verre van voltooid. Veel van de oude supporters van de Nieuwe Orde hebben zichzelf omgedoopt tot ‘hervormers’ en ‘democraten’ en houden de touwtjes nog altijd in handen.
Tegenwoordig is de situatie tegenstrijdig. Na de val de ‘Nieuwe Orde’ is de ruimte voor protest toegenomen en er is een brede waaier van linkse groeperingen actief. Maar corruptie, politieke intimidatie en steeds hogere eisen voor een partij om mee te mogen doen aan verkiezingen zorgen ervoor dat de macht in handen van de elite blijft.
Reformasi creëerde in ieder geval de ruimte om de mythen over ‘1965’ en Indonesisch links te bekritiseren. De oude spookverhalen zijn hardnekkig maar steeds meer vinden alternatieve interpretaties van een van de grootste massamoorden van de eeuw gehoor. In een fototentoonstelling over Indonesische geschiedenis trok een foto van een PKI massabijeenkomst midden jaren zestig veel aandacht. De foto geeft het publiek weer: ze zijn jong en lijken het naar hun zin in te hebben. In het centrum van de foto staat een jonge vrouw die lachend naar de camera kijkt. Het complete tegendeel van bloeddorstige communisten.
Veel bezoekers van de tentoonstelling gaven blijk van sympathie voor de mensen op de foto, mensen die enkele weken later slachtoffers zouden worden van geweld en als ze dat overleefden, jarenlange gevangenschap en stigmatisering. Tegelijkertijd werden de idealistische jongeren geacht niet werkelijk op de hoogte te zijn geweest van het karakter van de PKI. Dat ze zowel mensen zoals wij, als communisten waren, dat ging veel mensen toch te ver.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren