Een coup in Brazilië?

Braziliaans rechts is vastbesloten presidente Dilma Rousseff af te zetten en bewegingen links van haar de kop in te drukken.

Van tijd tot tijd raakt de burgerlijke politiek in een crisis. Het staatsapparaat loopt vast, de naakte machtsmiddelen worden onthuld naarmate mensen hun eerdere instemming intrekken. Brazilië maakt nu een van deze momenten door. Voor sociale wetenschappers is het een droom, voor de rest van de wereld een nachtmerrie.

In 2010 versloeg Dilma Rousseff met 56 tegen 44 procent haar rivaal in de presidentsverkiezingen.  Haar tegenstrever vertegenwoordigde de rechtse, neoliberale Braziliaanse Sociaal Democratische Partij (PSDB). Vier jaar later werd Rousseff verkozen, dit maal met een kleinere maar nog steeds overtuigende uitslag: 52 tegen 48 procent, oftewel 3,5 miljoen stemmen verschil.

De tweede overwinning van Rousseff zaaide paniek onder de neoliberale en pro-Amerikaanse oppositie. Voor deze oppositie was het slecht nieuws dat voor de vierde keer op rij een kandidaat van de centrumlinkse Arbeiders Partij (PT) het presidentschap gewonnen had, onder andere omdat het mogelijk leek te worden dat in 2018 PT-oprichter Luís Inácio Lula da Silva terug zou kunnen keren. Tussen 2003 en 2010 was Lula president en toen hij het ambt verliet, had in peilingen 90 procent een positieve mening over hem waarmee hij de meest populaire leider in de geschiedenis van Brazilië is.

Deze dreiging van continuering zou kunnen betekenen dat de oppositie een hele generatie lang niet in de landelijke regering zou zitten. De oppositie verwierp onmiddellijk de uitkomst van de verkiezingen. Er waren geen geloofwaardige aanwijzingen dat de uitslag ongeldig zou zijn maar dit deed er niet toe – Dilma Rousseff moest op welke manier dan ook uit het presidentschap verdreven worden. Om te begrijpen wat vervolgens gebeurde, moeten we terugkijken naar 2011.

Dilma erfde van Lula een bloeiende economie. Net als China en andere landen met een middelbaar inkomen, herstelde Brazilië zich snel na de wereldwijde crisis. In 2010 groeide het BNP met 7,5 procent, de sterkste groei in decennia en het leek erop dat Lula's combinatie van neoliberale economie en stimulering van ontwikkeling precies de juiste mix was; orthodox genoeg om het vertrouwen te winnen van grote delen van de binnenlandse bourgeoisie en de formele en informele arbeidersklasse, en inventief genoeg om de grootste herverdeling van inkomen en privileges in de geschiedenis van Brazilië te bereiken.

Het werkelijke minimum loon steeg bijvoorbeeld met 70 procent en in de jaren 2000 werden er 21 miljoen, vaak laag betaalde banen gecreëerd. Sociale voorzieningen namen aanzienlijk toe, bijvoorbeeld in de vorm van het wereldberoemde Bolsa Família programma waarbij arme gezinnen onder bepaalde voorwaarden financiële steun kregen. De regering steunde ook een ingrijpende uitbreiding van het hoger onderwijs, inclusief quota's voor het aantal Zwarte leerlingen en leerlingen afkomstig uit het openbaar onderwijs.

Voor het eerst hadden de armen toegang tot onderwijs en tot een inkomen en leningen van de bank. Ze gingen studeren, geld verdienen en lenen en ruimtes innemen die eerder letterlijk het exclusieve domein waren van de hogere middenklasse: vliegvelden, winkelcentra, banken, privé klinieken, en wegen – deze raakten verstopt met goedkope, op makkelijke krediet gekochte auto's. In het zeer verdeelde parlement kon de regering op een comfortabele meerderheid rekenen en met zijn legendarische politieke vaardigheden slaagde Lula erin het grootste deel van de politieke elite aan zijn kant te houden.

En toen ging alles mis. Lula koos Dilma Rousseff als zijn opvolger. Ze was een betrouwbare organisator en een competente manager die weet hoe ze haar wil kan doorzetten. Ze was ook het meest linkse staatshoofd van Brazilië sinds João Goulart in 1964 door een militaire coup ten val werd gebracht. Ze had echter geen politieke voorgeschiedenis en, zoals we zullen zien, ontbrak het haar aan enkele voor het presidentschap essentiële vaardigheden.

Eenmaal verkozen wijzigde Rousseff het economische beleid, weg van neoliberalisme. De regering greep in verschillende sectoren in om investeringen en productie aan te moedigen en oefende intense druk uit op de financiële sector om de rente te verlagen waardoor leningen en de betalingen van de overheid over de staatsschuld verminderden. Hierdoor kwam geld vrij voor consumptie en investeringen. Een stijgende spiraal van groei en distributie leek mogelijk.

Helaas had de regering de voortdurende impact van de crisis miskend. De Verenigde Staten en Europa stagneerden, in China nam de groei af en de handel in grondstoffen, waar Brazilië voor een groot deel van afhankelijk is, nam sterk af. De Braziliaanse betalingsbalans was geruïneerd.

Erger nog, de VS, Groot-Brittannië en Japan pompten geld in hun economie waardoor kapitaal naar middeninkomen landen begon te stromen. Brazilië werd getroffen door een tsunami van buitenlandse valuta die de prijs van de munt opdreef en tot de-industrialisatie leidde. De economische groei nam dramatisch af.

De regering greep nog harder in op de economie door middel van investeringen, gesubsidieerde leningen en belastingverlagingen. Hierdoor stroomde de geldkas leeg. Het koortsachtige en schijnbaar door paniek gedreven ingrijpen joeg de binnenlandse bourgeoisie weg: lokale bazen waren bereid om regeringsbeleid over te laten aan de PT maar niet om zich te laten managen door een voormalige politieke gevangene die haar afkeer van hen niet onder stoelen of banken steekt.

Rousseff's antipathie gold niet alleen de kapitalisten, de presidente had weinig aandrang om te spreken met sociale bewegingen, linkse organisaties, lobby's, politieke bondgenoten, verkozen vertegenwoordigers of haar eigen ministers. De economie raakte in het slop en Rousseff's politieke bondgenootschap kalfde in hoog tempo af. De neoliberale oppositie rook bloed.

Jarenlange leek de oppositie tegen de PT stuurloos. De PSDB had niks te bieden en, zoals gebruikelijk in Brazilië, de meeste andere partijen bestonden slechts uit bandieten die voor eigen gewin de regering afpersen. De situatie was zo wanhopig dat de gevestigde media de rol van oppositie overnam, de anti-PT agenda ging zetten en letterlijk instructies gaf aan oppositie-politici over wat ze moesten doen. Ondertussen bleef radicaal-links klein en relatief machteloos. De PT streefde naar hegemonie en verachtte het.

In 2013 kwamen de verschillende vormen van onvrede samen. De gevestigde media in Brazilië zijn overtuigd neoliberaal en meedogenloos, het is alsof in de VS Fox News en haar klonen het gehele medialandschap domineren, inclusief alle Tv-kanalen en de belangrijkste kranten. Deze media richtten zich op de hogere middenklasse die alle economische, sociale en politieke reden had om zich ongelukkig te voelen.

Banen voor de hogere middenklasse waren aan het verdwijnen, in de jaren 2000 verdwenen er 4.3 miljoen. De bourgeoisie ging het ondertussen goed en de armen boekten snel vooruitgang; zelfs huishoudelijk personeel kreeg arbeidsrechten. De hogere middenklasse voelde zich economisch onder druk staan en uitgesloten van de gebieden die voorheen haar domein waren. Ze was ook buitengesloten van de staat.

Sinds de verkiezing van Lula waren ambtenaarsposten gevuld door duizenden activisten van de PT en links – ten nadele van concurrenten uit de zogenaamd beter opgeleide, wittere hogere middenklasse die claimde meer recht te hebben op deze banen. In juni 2013 braken voor het eerst massale protesten uit naar aanleiding van linkse oppositie tegen een verhoging van de kosten van openbaar vervoer in São Paulo.

Deze protesten werden ondersteund door de media en gekaapt door de hogere middenklasse en rechts en brachten de regering aan het wankelen. Maar blijkbaar was het niet genoeg om de regering ervan te overtuigen zichzelf te redden. Twee jaar later keerden de protesten terug en in 2016 opnieuw.

De neoliberale regeringen vóór Lula hadden het staatsapparaat gedecimeerd en de PT probeerde bepaalde delen van de bureaucratie opnieuw op te bouwen, waaronder – om redenen die Lula misschien in de toekomst in alle rust kan overdenken en betreuren – onder andere de Federale Politie en de  openbare aanklager. Meer nog, om zogenaamd 'democratische' redenen, maar waarschijnlijk om baantjes te scheppen voor vrienden en om goede sier te maken in de media, kregen deze overheidstakken een onevenredig hoge mate van autonomie: de Federale Politie werd niet goed geleid en de openbare aanklager werd de vierde macht in de republiek, gescheiden van en controle voerend over de uitvoerende- en wetgevende macht en de rechtbanken.

De overvloed van gekwalificeerde kandidaten leidde tot de kolonisering van deze goed betalende banen door specialisten uit de hogere middenklasse. Deze zaten nu op door de grondwet beschermde posities en konden de hand bijten die hen gevoed had en ondertussen, via de media, luidkeels roepen om nog meer middelen om de PT aan te vallen.

Corruptie was het ideale voorwendsel. Nadat ze in 1989 de eerste democratische presidentsverkiezingen verloren had, was de PT naar het politieke centrum opgeschoven. Om de hogere middenklasse en de binnenlandse bourgeoisie te lokken neutraliseerde de PT haar linkervleugel of zette deze de partij uit, werden de vakbonden en sociale bewegingen ontwapend, volgde de vorige regering neoliberaal economisch beleid en legde ze een kleurloos conformisme op om elke andere bron van autoriteit de kop in te drukken.

Alleen Lula mocht schitteren in de partij, iedereen behalve hem werd aan kant gezet. Deze strategie had uiteindelijk effect en in 2002 werd 'kleine Lula vrede en liefde' tot president verkozen. (Dit was werkelijk een verkiezingsslogan).

Jarenlang had de PT goed gedijd in de oppositie als de enige eerlijke politieke partij in Brazilië. Deze strategie werkte maar kende een fatale tegenstrijdigheid: om de dure verkiezingscampagnes te winnen, het bestuur te managen en een werkbare meerderheid te verwerven in het parlement moest de PT vuile handen maken. In de Braziliaanse 'democratie' is er geen andere manier om aan politiek te 'doen'.

Met nog slechts één extra ingrediënt werd de mix explosief. Petrobras is het grootste bedrijf van Brazilië en één van 's werelds grootste oliebedrijven. De firma had aanzienlijke technische en economische capaciteiten en was verantwoordelijk voor de ontdekking in 2006 van enorme olievelden voor de Braziliaanse kust. In haar functie als Lula's minister van mijnbouw en energie was Rousseff verantwoordelijk voor het opstellen van de ontginningscontracten voor deze gebieden, die Petrobras grote privileges zou gaan opleveren. De wetgeving stuitte op hevig verzet van de PSDB, de media, de grote oliebedrijven en de Amerikaanse regering.

In 2014 begon Sergio Moro, een voorheen onbekende rechter in Curitiba, een hoofdstad van een van de zuidelijke staten, onderzoek te doen naar een valutahandelaar die betrokken zou zijn bij belastingontduiking. Deze zaak mondde uiteindelijk uit in een dodelijke bedreiging voor de regering van Dilma Rousseff. Rechter Moro is aantrekkelijk, goed opgeleid, wit en goed betaald. Hij staat ook erg dicht bij de PSDB.

Moro's 'Lava Jato' (autowasserij) legde een buitengewone vervlechting bloot van grootschalige omkoperij, roof van publiek bezit en subsidies voor alle belangrijke politieke partijen, met als middelpunt de relatie tussen Petrobras en enkele van haar belangrijkste leveranciers – precies de PT bolwerken in olie, scheepsbouw en bouw.

Het was de perfecte combinatie, op precies het juiste moment. Rechter Moro´s zaak werd opgepikt door de media en welwillend leidde hij het onderzoek zo dat het maximale schade toebracht aan de PT terwijl de andere partijen uit de wind gehouden werden. Politici met banden met de PT en enkele van de rijkste zakenmensen van Brazilië werden opgepakt en vastgehouden tot ze een deal sloten om anderen aan te geven. Een nieuwe fase van Lava Jato zou dan tot nieuwe arrestatie leiden, enzovoort.

De operatie zit nu in haar zesentwintigste fase: veel mensen hebben al meegewerkt en degenen die dit weigerden zijn tot lange gevangenisstraffen veroordeeld om hen tot medewerking te dwingen terwijl ze hun hoger beroep afwachten. in de media is rechter Moro tot een held gemaakt; hij kan geen kwaad doen en pogingen om zijn groeiende macht in te tomen worden onthaald met hoon of erger.

Moro is nu de machtigste persoon in het land, machtiger dan Rousseff, Lula, de voorzitters van het parlement en senaat (beide verwikkeld in corruptie en andere schandalen), en zelfs machtiger dan de leden van het hooggerechtshof die tot zwijgen zijn gebracht of Moro's kruistocht ondersteunen.

Petrobras is verlamd door het schandaal en trekt daarmee de hele olieketen omlaag. Particuliere investeringen zijn geïmplodeerd vanwege de politieke onzekerheid en de politieke agenda van investeerders die Rousseff's regering in het nauw willen drijven. Het parlement heeft zich tegen de regering gekeerd, de rechtbanken staan vrijwel allemaal vijandig ten opzichte van de regering.

Na jarenlang beperkt te zijn geweest tot kritiek vanaf de zijlijn, glunderen de media nu bij het aanzicht hoe Lula ten val word gebracht door het Lava Jato geweld, ook al lijken de aantijgingen nogal vergezocht: is hij werkelijk eigenaar van een strandappartement dat zijn familie niet gebruikt, is die kleine boerderij echt van hem, wie betaalde voor het meer en de mobiele telefonie zendmasten daar en wat is het verhaal achter die waterfietsen? Hoe dan ook, in een vertoon van bravoure en macht liet Moro Lula op 4 maart oppakken voor verhoor. Lula werd naar het vliegveld van São Paulo gebracht en zou naar Curitiba zijn gevlogen voor het verhoor als de angst voor de politieke repercussies het plan van de rechter niet tot stilstand had gebracht. Lula werd op het vliegveld verhoord en daarna vrijgelaten. Hij was furieus.

Om haar in elkaar zakkende regering te versterken en Lula te beschermen tegen vervolging, benoemde Rousseff hem tot voorzitter van haar staf (deze heeft ministeriële status en kan alleen door het hooggerechtshof vervolgd worden). De rechtse samenzwering escaleerde. Moro maakte (illegaal) de (illegaal gemaakte) opname openbaar van een gesprek tussen Lula en president Rousseff over het onderzoek. Nadat deze eenmaal foutief was geïnterpreteerd kon het gesprek gepresenteerd worden als bewijs van aan samenzwering om Lula te beschermen tegen Moro's pogingen hem op te sluiten.

Grote massa's rechtse hogere middenklassers gingen op 13 maart de straat op. Vijf dagen later reageerde links met minder grote betogingen tegen de dreigende coup. In de tussentijd werd de benoeming van Lula opgeschort middels een juridische maatregel, toen hersteld en en weer opnieuw opgeschort. De zaak ligt nu bij het hooggerechtshof. Op het moment is Lula geen minister en ligt zijn hoofd op het hakblok. Moro kan hem ieder moment laten arresteren.

Waarom is dit een coup? Omdat er, ondanks agressief onderzoek, geen presidentiële misdaad die tot afzetting zou kunnen leiden, is ontdekt. En toch geeft politiek rechts Rousseff de volle laag. Rechts wees de uitkomst van de verkiezingen in 2014 van de hand en ging in beroep tegen overtredingen die Rousseff begaan zou hebben tijdens de campagne, hetgeen zou betekenen dat zij, en vicepresident Michel Temer, uit hun ambt gezet moeten worden. Michel Temer is nu in feite leider van de procedure om Rousseff af te zetten.

Tegelijkertijd is rechts in het parlement begonnen met een procedure om Rousseff af te zetten. De media nemen de regering onder vuur, neoliberale economen roepen 'onpartijdig' op tot vorming van een nieuwe regering om 'het vertrouwen van de markt te herstellen' en rechts zal haar toevlucht nemen tot straatgeweld indien nodig. De juridische procedures tegen de PT zijn een farce maar worden toegejuicht door de media, rechts en zelfs leden van het hooggerechtshof.

Toch is het nog altijd wachten op de genadeklap. In vroeger tijden zou het leger al hebben ingegrepen. Nu wordt het Braziliaanse leger meer gekenmerkt door nationalisme (een risico voor de neoliberale vloedgolf) dan door hun steun voor rechts. En de dreiging van de Sovjet-Unie is ook verleden tijd. In neoliberale tijden worden staatsgrepen voorzien van een juridische façade, zoals zichtbaar was in Honduras in 2009 en Paraguay in 2012.

Brazilië zal waarschijnlijk worden toegevoegd aan dit lijstje, maar nu nog niet. Grote delen van het kapitaal willen de hegemonie van het neoliberalisme herstellen; degenen die eens het ontwikkelingsbeleid van de PT steunden hebben zich weer bij het neoliberale koor aangesloten; de media maken zoveel lawaai dat het haast onmogelijk is om helder na te denken en het grootste deel van de hogere middenklasse heeft een fascistische haat ontwikkeld voor de PT, links, de armen en Zwarten.

Deze ongeregelde haat is zo intens dat zelfs politici van de PSDB uitgejouwd worden op demonstraties. En ondanks alles blijft links redelijk sterk zoals op 18 maart bleek. Rechts en de elite zijn machtig en meedogenloos – maar ook bevreesd voor de gevolgen van hun eigen handelen.

Er is geen makkelijke oplossing voor de politieke, economische en sociale crisis in Brazilië. Dilma Rousseff heeft de politieke steun en het vertrouwen van het kapitaal verloren en het is waarschijnlijk dat ze uit haar ambt gezet wordt. Echter, pogingen om Lula gevangen te zetten zouden onvoorspelbare gevolgen kunnen hebben en, zelfs al worden Rousseff en Lula verwijderd van het politieke toneel, dan nog zal een nieuwe neoliberale hegemonie niet automatisch leiden tot politieke stabiliteit of economische groei, noch zal het de sociale privileges kunnen garanderen waar de hogere middenklasse naar verlangt.

Ondanks de steun in de media voor een coup blijven de PT, andere linkse partijen en een groot aantal radicale sociale bewegingen krachtige spelers. Verdere escalatie is onvermijdelijk. Wordt vervolgd. 

Alfredo Saad-Filho is professor in politieke economie aan de faculteit van ontwikkelingsstudies van SOAS, Universiteit van Londen. Dit artikel verscheen eerder op jacobinmag.com. Vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop