Borderless

20 July 2019

Een nieuwe Amerikaanse burgeroorlog

Wie de VS volgt moet de felheid en polarisatie in de presidentiële verkiezingscampagne dit jaar hebben opgemerkt. De uitslag hangt af, zo lijkt het, van de negen procent stemmers die nog twijfelt tussen Bush en de kandidaat die vooral bekend staat als ‘anybody but Bush’, John Kerry. De rest weet het al. Maar waar gaan deze verkiezingen eigenlijk over? Grenzeloos-redacteur Peter Drucker ging voor het eerst sinds 11 september op bezoek in het land waar hij opgroeide. Een verhaal over de grote culturele en politieke tegenstellingen die onder de oppervlakte spelen.

Mijn laatste bezoek in de VS dateerde al weer van een aantal jaren geleden. De toegenomen ongelijkheid is nauwelijks te missen. Of was ik vooral op plekken waar die ongelijkheid juist wordt uitvergroot. Zoals Nantucket, een mooi toeristisch eiland in Massachusetts. Toen ik dertig jaar geleden Nantucket voor het eerst leerde kennen (op vakantie met mijn ouders en broer), kwam je nog redelijk veel vissers en kleine winkeliers tegen. Dat waren vaak typisch New England’ers, de streek in het noordoosten van de VS waar staten als Massachusetts en Maine liggen. Die mensen verdienden in de zomermaanden hun kost en leefden in de winter van een werkloosheidsuitkering. De keuringsambtenaren waren vaak familieleden of kennissen, zo streng waren ze dus niet.
Nu zijn die mensen bijna allemaal weg, want Nantucket kunnen ze niet meer betalen. Het vakantieoord van mijn kindertijd heeft het hoogste modale inkomen van de VS, ruim 70.000 dollar. Het aantal huizen is ontzettend toegenomen (natuurlijk ten koste van het prachtige landschap), de huizen die er toen al waren zijn nu veelal verbouwd en twee keer zo groot, en de prijzen zijn de hemel in gestegen. Een huis dat enkele decennia geleden nog voor 30.000 dollar te koop was kost nu drie miljoen.

Wie doet het werk op zo’n eiland? Mensen van elders die heel even ergens onderdak vinden terwijl ze het gras maaien of andermans huizen verbouwen. Op het Nantucket dat ik me herinner woonden bijna uitsluitend blanke mensen. Maar dit jaar, vlak voor Memorial Day - de dodenherdenking eind mei die traditioneel het begin van de zomer inluidt – delen we het eiland met de Mexicanen en Antillianen die de klussen aan het opknappen zijn.
Nantucket is weliswaar een uitzonderlijk eiland, maar niet zo uitzonderlijk dat de situatie daar niets zegt over de VS in het algemeen. We reizen bijvoorbeeld ook naar North-Carolina, waar ik nooit eerder geweest was – ik ken het ‘Zuiden’ van de VS eigenlijk nauwelijks. Maar mijn vriend herinnert zich dat een jaar of veertig geleden de armoede in de staat geconcentreerd was in de zwarte gemeenschap, en onder de zogenaamde poor white trash. Nu ligt het ingewikkelder. Als er op de snelwegen werkzaamheden zijn, zien we vooral Mexicanen en andere Latijns-Amerikanen aan het werk. Tot voor kort zag je hen nauwelijks in het Zuiden. Maar vandaag de dag zijn Latijns-Amerikanen en Aziaten de snelst groeiende bevolkingsgroepen in de VS.
John F. Kerry en zijn vrouw Teresa Heinz-Kerry (van de steenrijke ketchupfamilie) hebben trouwens een huis op Nantucket. Dat is nou typisch iets dat veel Bush-aanhangers ergert – het beeld van Kerry als zo’n ‘witte wijndrinker uit Massachusetts’. Kennissen van kennissen vinden Heinz-Kerry overigens een aardige vrouw. Maar aan haar man hebben ze een hekel – hij is zo’n politicus die niet weet hoe je normaal met mensen moet praten.
Met de mensen die lijden onder het neoliberalisme in de VS heeft Kerry helemaal niks gemeen. Nu de verkiezingen naderen worden ongunstige economische cijfers bekend. Maar Kerry weet er nauwelijks munt uit te slaan. Dat het economische herstel ongekend weinig nieuwe banen oplevert zal hem een zorg zijn, want kennissen onder de werklozen heeft hij niet. Bovendien heeft hij geen echt alternatief voor het beleid van Bush. Hoe verstandig zijn voorstellen om het federale budget weer in evenwicht te brengen ook klinken, soelaas voor de miljoenen werklozen en nog meer werkende armen bieden ze niet. Na acht jaar Bill Clinton en vier jaar Bush zijn steeds meer mensen geneigd de schuld voor hun economische problemen aan de reeks vrijhandelsverdragen te geven. Kerry was en is ook voor die verdragen.

De meeste vakbonden, hoewel fel tegen de vrije handel, zijn zo bang voor Bush dat ze alles op alles zetten om Kerry in het zadel te helpen. En de belangrijkste koepel AFL-CIO is nog steeds in staat om miljoenen vakbondsleden te bewegen Democratisch te stemmen, ofschoon er ieder jaar minder vakbondsleden zijn. Miljoenen arbeiders zullen inderdaad op Kerry stemmen. Omdat hun ouders op Lyndon Johnson en hun grootouders op Franklin Roosevelt stemden. En daar rekent Kerry op, meer dan dat hij werkelijk probeert hun stemmen te winnen.
Bush is natuurlijk ook een multimiljonair, maar hij weet dat beter te camoufleren. Het enige dat Kerry kon bedenken om van zijn chique imago af te komen was John Edwards als kandidaat voor het vice-presidentschap te kiezen. Edwards is natuurlijk ook een miljonair, maar een gewone jongen die niet rijk is geboren, uit het Zuiden komt en populistische taal bezigt. Tot nu toe is het Edwards echter niet gelukt om van het falende economische beleid van Bush een hoofdthema te maken. De campagne gaat vooral over terrorisme en normen en waarden.

Terrorisme
Naast de tweedeling is het vooral de toegenomen veiligheidsobsessie die opvalt. Een jaar of tien geleden was de sfeer op vliegvelden in de VS nog relaxed vergeleken met Europa. Maar nu niet meer. Je moet iedere keer je schoenen uittrekken – stel je voor, een hele rij keurige zakenmannen in colbert en stropdas en op sokken – en je nagelschaartje wordt echt in beslag genomen.
De ene maatregel is nog belachelijker dan de andere. Een van onze vluchten (treinen waren veel te duur en die treinen rijden ook bijna nooit) gaat naar North-Carolina vanaf Ronald Reagan Washington National Airport, dat na 11 september maandenlang dicht bleef omdat het zo dichtbij het Pentagon ligt. Tegenwoordig mag weer van dit vliegveld gevlogen worden, maar het is nog steeds verboden om op te staan tijdens het eerste halfuur nadat de deuren dichtgaan. Dat geldt ook voor de stewardessen, die zich ervoor verontschuldigden niets te drinken aan te kunnen bieden. Maar gelukkig is aan de reeks vliegtuigkapingen door stewardessen een eind gekomen....

Al in de Koude Oorlog ontstond de traditie die het de overheid mogelijk maakt om onder het mom van veiligheid veel geld te besteden aan allerlei zaken die anders nooit mogelijk waren geweest. Het uitgebreide snelwegnetwerk in de VS bijvoorbeeld heet officieel ‘Interstate and Defense Highways’. Maar gek genoeg wordt de slag tegen het terrorisme vooral uitgevochten in gebieden waar Republikeins wordt gestemd. Het bedrag dat in het afgelegen Montana per bewoner is besteed aan ‘terrorismebestrijding’ is honderden keren groter dan in New York, terwijl een aanslag in Montana toch wel iets minder waarschijnlijk is dan in de ‘big apple’. In twee kleine zuidelijke stadjes vertellen vrienden ons dat de straatnaambordjes er pas sinds 9/11 staan. Je kun je dus afvragen of de oorlog tegen het terrorisme nu winst of verlies oplevert. Immers, nu de FBI overal de weg kan vinden, kunnen de terroristen dat ook.
De vraag naar de zin van de surrealistische war against terror wordt in de campagne nauwelijks gesteld. Het debat gaat vooral over de vraag wie de beste leider is, de held uit de Vietnam-oorlog (die zijn latere rol in anti-oorlogsprotesten steeds minder vaak noemt) of de president die door 11 september even ongekend populair werd. Heeft Kerry gelogen over z’n daden op het slagveld? Hebben Bush en Cheney hun militaire dienstplicht ontweken? Dat zijn de sleutelvragen geworden, ook al liggen de antwoorden zo voor de hand.

Allebei voor de oorlog
Het electoraat moet begin november kiezen tussen twee kandidaten die voor de oorlog in Irak zijn, in een land waar al de helft van de bevolking de oorlog als mislukt beschouwt en onverwijld de troepen terug zou trekken. Kerry zegt steeds minder dingen die zijn kijk op Irak van het beleid van Bush onderscheiden. Hij heeft zelfs gezegd dat hij in de Senaat opnieuw het groene licht zou geven voor Bush’ oorlog, ‘zelfs als hij wist dat Saddam Hoessein niets met de terroristen van al-Qaida te maken had, niet over massavernietigingswapens beschikte, en geen echte dreiging vormde voor de wereld’. Nu Bush vrede heeft gesloten met de Veiligheidsraad, is de voornaamste kritiek van Kerry dat Bush niet genoeg troepen heeft gestuurd.
Toch zijn verreweg de meeste mensen die op Kerry gaan stemmen of voor hem campagne voeren, tegen de oorlog. Net als in Nederland is de bevolking in de VS verdeeld over de vraag of de troepen in Irak moeten blijven of vertrekken. Maar de meningsverschillen in de VS liggen scherper.

In Nederland raak je vrij makkelijk in gesprek met activisten of zelfs niet-activisten over de rol van de VN of de Europese Unie. Maar in de VS wordt dat soort zaken bijna alleen maar door experts besproken. Mensen hebben minder illusies in internationale instellingen. Als de Irakezen aan hun ellendige lot worden overgelaten, vindt men dat niet leuk, maar van schuldgevoelens of verantwoordelijkheidsgevoel is zelden sprake. Als men eens de conclusie trekt dat de oorlog in Irak niet te winnen is – en zelfs sommige rechtse mensen beginnen die conclusie te trekken – is het helaas, pindakaas voor de Irakezen.
Waarom bepleit Kerry niet gewoon terugtrekking. Dat heeft alles te maken met het trauma dat de Democraten opliepen in 1972. Toen beloofde de Democratische kandidaat George McGovern, in die tijd door John Kerry gesteund, de VS-troepen binnen zes weken uit Vietnam terug te halen. Om door Nixon echt verpletterd te worden in de verkiezingen. Wat Kissinger er vervolgens niet van weerhield begin 1973 de papieren te tekenen die de Amerikaanse terugtrekking regelden. Kerry wil niet dezelfde vergissing begaan als McGovern. En veel linkse mensen willen Bush zo graag straffen voor de oorlog dat ze ieder middel, zelfs een stem op Kerry, geoorloofd vinden. Want Bush wordt in die kringen echt gehaat.

Homohuwelijk
’s Ochtends vroeg op 17 mei worden in de universiteitsstad Cambridge de eerste officiële huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht gesloten. De avond daarvoor werd de doorbraak feestelijk op het stadhuis gevierd, onder andere door een kinderkoor. In het koor zit het dochtertje van een lesbische vriendin van me, die jarenlang redactielid was van het eens toonaangevende linkse homoblad Gay Community News. Ze heeft veel betekend voor mijn vorming als homoactivist.
In die dagen kon ik me niet voorstellen dat het ‘homohuwelijk’ een centraal politiek vraagstuk zou worden in de VS. Had ik het geweten, dan had ik vermoedelijk net als nu gemengde gevoelens gehad. Toch stonden die huwelijken in Massachusetts dit jaar op alle voorpagina’s in de VS. Ook in de presidentsverkiezingen staan ze centraal, vooral door het mislukte voorstel van Bush om de federale grondwet te amenderen om zulke huwelijken te verbieden.
Dat voorstel is geen reëel gevaar. Een voorstel om de grondwet te amenderen moet een tweederde meerderheid van de stemmen in beide kamers van het federale Congres hebben en daarna nog de staatsparlementen in driekwart van de staten worden goedgekeurd. Het voorstel van Bush haalde niet eens een gewone meerderheid in de federale Senaat. Maar het Republikeinse voetvolk is wel gemobiliseerd. En niets doet de meeste Democraten erger beven dan het spook van een fundamentalistische zegetocht op het gebied van seksuele wetgeving. Het voorstel zette de verhoudingen verder op gespannen voet.

Downloadt Jezus?
Onze reis door North-Carolina geeft ons een gevoel voor de diepe culturele verdeeldheid in de VS. We gaan eerst naar Chapel Hill, de zetel van de oudste openbare universiteit van de VS en traditioneel een centrum van het ‘verlichte’ Zuiden.
De kwaliteitskrant voor hoger opgeleiden in Chapel Hill is de Raleigh News and Observer, een traditioneel en ‘gematigde’ krant. Dat wil zeggen dat ze tijdens de burgerrechtenbeweging van de jaren vijftig en zestig afstand nam van de ‘extremisten’ aan de beide kanten, zowel van de burgerrechtenactivisten als van de Ku Klux Klan. Maar een krant moet altijd rekening houden met de plaatselijke bevolking. Een jaar of twintig geleden kon je aan de columns in de News and Observer niet zien dat een aanzienlijk deel van haar lezers diep gelovig is. Nu merk je dat wel.
Zo kan ik het debat volgen over de vraag: ‘Zou Jezus bestanden downloaden?’ Ik had geen idee, maar hier blijkt dat er ieder jaar meer christelijk muziek verkocht wordt in de VS dan klassiek, jazz en wereldmuziek bij elkaar. Het zijn dus niet alleen seculiere humanisten die met de verleiding worstelen om hun liedjes gratis van het Internet te pikken, maar ook jonge christelijke punkers. Hoewel de christelijke punkmuziek gewoon in de christelijke boekhandels te koop is, wordt er toch veel gedownload. Hun dominees zijn nog in debat over de vraag hoe zondig dit eigenlijk is.
In dezelfde editie van het blad lees ik het verhaal over een nieuw christelijke themapark over dinosauriërs. Dit nieuws is zelfs internationaal bekend geworden. Fundamentalisten in de VS zijn ten strijde getrokken tegen het gevaar van themaparken over dinosauriërs die onschuldige kinderen stiekem indoctrineren met de evolutieleer. Nu kunnen christelijke ouders hun kinderen ook trakteren op een dinosauriërpark. Maar dan een waar de waarheid wordt vertelt: dat dinosauriërs op de vierde of vijfde dag door God zijn geschapen.

Het hoeft misschien niet te verbazen dat een staat waar zulk nieuws de kwaliteitskranten vult jarenlang door een rechtse, fundamentalistische Republikein als Jesse Helms in de Senaat is vertegenwoordigd. Of dat North-Carolina tot de staten hoort waar George Bush zeker zal winnen. Wat wel bevreemdt, is dat het mogelijk is om wekenlang in zo’n staat rond te reizen zonder een Republikein of fundamentalist tegen te komen. Ons is dat wel gelukt.
De werelden van de diepgelovige christenen en van de links-liberale humanisten in de VS komen gewoon nauwelijks met elkaar in aanraking. De scheidslijnen zijn steeds duidelijker geworden. Natuurlijk, er zijn nog steeds miljoenen evangelische christenen die op de Democraten stemmen, en duizenden neoconservatieve professoren. Maar steeds vaker wordt iemands politieke overtuiging bepaald door culturele milieus die elkaar steeds minder overlappen.

Links verdeeld
Als boegbeeld van het radicale, seculiere humanisme overtuigt Kerry niet. Zijn standpunt over het homohuwelijk bijvoorbeeld is dat hij er persoonlijk tegen is – hij is voor een vorm van geregistreerd partnerschap – maar de kwestie aan de staten wil overlaten.
Zelfs op het gebied van abortus - het punt dat het hele anti-Bush kamp verenigt - wist Kerry een saai, ongeïnspireerd standpunt te ontwikkelen. Het is een groot gevaar dat Bush, als hij wordt herkozen, de kans krijgt om een nieuwe rechter te benoemen tot het Hooggerechtshof. Die rechter, voor het leven benoemd, kan een einde maken aan de grondwettelijke bescherming van het recht op abortus. In april gingen honderdduizenden mensen de straat op om dat recht te verdedigen. En wat zegt Kerry? Als katholiek is hij persoonlijk tegen abortus; als Democraat is hij voor abortusrechten; als president zou hij bij benoemingen alle factoren in overweging nemen en sluit hij dus de mogelijkheid niet uit dat ook hij een rechter benoemt die tegen abortusrechten is. Wat moet een kiezer ermee?
Binnen links heerst enorme ontevredenheid over Kerry. En toch gaat bijna iedereen op Kerry stemmen. Mensen worden zelfs vaak heel boos als je ze vertelt dat je dat niet van plan bent. Want Bush moet weg.
Toch staat links niet echt vierkant achter Kerry, als we onze vrienden en kennissen – waarvan de meeste helemaal niet zo erg politiek zijn - als maatstaaf mogen gebruiken. Een paar vrienden vertellen bijvoorbeeld spontaan en onafhankelijk van elkaar dat ze hebben overwogen om met de presidentsverkiezingen op de linkse Dennis Kucinich te stemmen, hoewel deze totaal kansloos was. Zo sterk is hun afkeer van Kerry, Bush en Nader. Op de Democratische conventie in Boston vroeg Kucinich zijn afgevaardigden de kandidatuur van Kerry te steunen. Maar een deel van zijn mensen kwam in opstand en stemde alsnog op Kucinich.
Vier jaar geleden was Ralph Nader, namens de Groenen, het belangrijkste linkse alternatief voor zowel Bush als Gore. Dit jaar is hij weer kandidaat, maar is zijn kandidatuur voor links veel minder vanzelfsprekend – en niet alleen vanwege de sfeer van ‘anybody but Bush’.
Mijn zwager in Baltimore, al jarenlang activist bij de Groenen, heeft zich bij de Groene meerderheid aangesloten en de kandidatuur van David Cobb gesteund. Anders dan Nader voert Cobb alleen in ‘veilige staten’ campagne, staten waar de overwinning van Bush of Kerry en dus de bestemming van de kiesmannen al vaststaat. Deze tactiek leidt tot rare toestanden. De Groene kandidaat voor het vice-presidentschap bijvoorbeeld, Pat LaMarche, woont in Maine, een staat die niet ‘veilig’ is. In andere woorden, LaMarche stemt waarschijnlijk niet op zichzelf, maar op de rechtse Kerry.

Mijn zwager is niet overtuigd van de tactiek van ‘veilige staten’. Wat hij zeker weet is dat de VS nooit van het tweepartijenstelsel zullen worden verlost als er geen sterke, onafhankelijke partij wordt opgebouwd. Na het relatief succes in 2000 was Ralph Nader, die nooit lid werd van de Groenen, bereid om een tijdje voor de partij op te treden. Hij kwam echter snel tot de conclusie dat het niet de moeite waard was.
Nader is een fel tegenstander van de multinationals en de neoliberale globalisering, maar voor vraagstukken als het homohuwelijk, abortusrechten of racisme heeft hij nooit veel belangstelling gehad. Ted Glick, een ervaren voorstander van een onafhankelijk linkse partij, zegt dat nu Nader niet meer onder druk staat van de Groenen, hij een aantal linkse thema’s laat vallen. Als bewijs daarvoor noemt hij Naders bereidheid om de steun te aanvaarden van de Reform Party, die in 2000 de extreemrechtse Pat Buchanan als kandidaat had.
Toch weet Nader uiterst links nog te paaien. Gedeeltelijk omdat Peter Camejo, eens presidentskandidaat voor de trotskistische Socialist Workers Party en een bekende Groene, zijn kandidaat is voor het vice-presidentschap. De twijfel binnen links is bijvoorbeeld te zien bij de socialistische organisatie waar ik ooit lid van was, Solidarity, die onlangs besloot een stemadvies te geven voor ‘een van de twee’.
Geen van de twee zal de verkiezing winnen. Het wordt Bush of Kerry. Maar deze verkiezingen zijn meer dan ooit een uitdrukking van de diepe culturele kloof tussen twee verschillende Amerika’s. Er lijkt een stille, koude oorlog op gang te komen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren