27 November 2020

Eerste stappen

Op 29 juni staakte het openbaar vervoer in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Honderden actievoerders trokken naar Den Haag om hun banen te verdedigen en op te komen voor goed openbaar vervoer. Het waren niet de eerste acties in het Ov en het zullen ook niet de laatste zijn. De inzet is namelijk veel meer dan het OV in de drie grote steden.

Goed openbaar vervoer is van cruciaal belang en dit kabinet is van plan daar met een grove bijl op in te gaan hakken: volgens het regeerakkoord moeten de drie grote steden 120 miljoen euro bezuinigen op het openbaar vervoer. Voor een stad als Amsterdam zou dat volgens het Gemeentelijk Vervoersbedrijf (GVB) 30 tot 40 procent minder openbaar vervoer betekenen. Welke lijnen er precies weg zouden vallen is nog niet bekend, maar het ligt voor de hand dat de minst winstgevende routes als eerste zullen verdwijnen. Dat zijn vooral lijnen door woonwijken, ver van centrale knooppunten als treinstations. Als het kabinet zijn zin krijgt zal het OV in Amsterdam zich concentreren op het vervoer van de massa’s toeristen en forenzen terwijl bijvoorbeeld ouderen in de kou blijven staan.

Niet alleen wil de regering bezuinigen op het OV, ook wil zij de drie grote steden verplichten het OV aan te besteden. Nu wordt het contract om het OV te verzorgen nog ‘onderhands’ aan de plaatselijke vervoersbedrijven gegund. Volgens de regering zal aanbesteding, dankzij concurrentie en de magie van de vrije markt, tot goedkoper OV leiden omdat verschillende bedrijven zullen wedijveren om het contract.

Maar het OV verzorgen is iets heel anders dan het verkopen van televisies. In de drie grote steden reizen jaarlijks honderden miljoenen mensen met het OV dat daarmee een cruciale rol speelt in de sociale samenhang en de bereikbaarheid van de stad. Dat zie je niet meteen terug in de winstmarge op een ritje met de bus maar een leefbare stad kan niet zonder. Wordt het OV openbaar aanbesteed, dan verliezen lokale bedrijven onvermijdelijk de concurrentieslag met internationale giganten als het Franse Veolia of de Deutsche Bahn. Deze bedrijven kunnen het zich veroorloven om onder de prijs te gaan zitten en enige jaren tegen verlies OV aan te bieden. De lokale vervoersbedrijven zullen de concurrentie niet aankunnen en verdwijnen, waardoor het nieuwe bedrijf een quasi-monopolie positie verwerft en de handen vrij heeft om door het schrappen van lijnen, slechtere arbeidsvoorwaarden en hogere prijzen winst te gaan maken.

Nieuwe aanpak

Reden genoeg dus voor het OV-personeel om in actie komen. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat 29 juni een politieke staking was: het gaat niet om een conflict tussen werknemers en hun bedrijf, maar om verzet tegen regeringsplannen. Dat is een extra moeilijkheid voor de actievoerders omdat de rechter eerder geneid is in te grijpen bij politieke stakingen. Dat maakt het cruciaal dat de actievoerders de publieke opinie aan hun kant krijgen en houden. Daarom is ook gekozen voor een variëteit aan actiemiddelen – een keer een 24-uurs staking, de andere keer een staking in de daluren en een manifestatie in Den Haag – om reizigers zoveel mogelijk te ontzien en de boodschap zo duidelijk mogelijk te maken. Tot nu toe zit het wel goed met de publieke steun. Bij stakingen in het OV spreekt deze sympathie niet voor zich. De actievoerders bij het Amsterdamse GVB, de Haagse HTM en de Rotterdamse RTM hebben dat goed aangepakt. Door over een langere periode naarmate in de loop der tijd meer en meer bezuinigingsmaatregelen duidelijk werden, een aantal actiemomenten in te plannen hebben steeds meer mensen, meer sympathie gekregen.
Voor de vakbeweging is nu een van de grote uitdagingen om mensen in beweging te brengen. Vanaf het begin was er onder het personeel een grote actiebereidheid maar met een regering die zo vastbesloten een zo rechtse koers vaart zijn de oude methodes niet meer vanzelfsprekend. We moeten niet alleen de meest rechtse regering ooit verslaan maar ook het publiek aan onze kant houden. Daarvoor is actieve betrokkenheid nodig, je intekenen als staker en verder niks doen is niet genoeg. Staken is meer dan alleen wat geld inleveren. Door bijvoorbeeld mensen te mobiliseren om mee te gaan demonstreren in Den Haag wordt nu al ebegonnen met meer mobiliserende actiemiddelen.

Ook wat dit betreft kunnen lessen getrokken worden uit de schoonmakersstaking van vorige jaar. Die staking werd gekenmerkt door actieve betrokkenheid van de stakers en een hoog publiek profiel. Hiermee verwierven zij veel aandacht en sympathie voor hun zaak – zaken die ook voor succesvolle acties in het OV onontbeerlijk zullen zijn. Natuurlijk bestaan er grote verschillen tussen de acties in het OV en de schoonmakersstaking. Met de schoonmakersstaking deden veel mensen mee die voor het eerst in hun leven staakten en daarom stonden ze ook meer open voor een alternatieve aanpak. De schoonmakers hadden weinig te verliezen, ze kregen weinig betaald en werden respectloos behandeld. Bij het OV liggen de verhoudingen anders. De vakbond is er relatief sterk en mensen verdienen meer. Het is een minder kwetsbare groep maar dit gevoel van kracht kan ook een valkuil zijn. Het kan leiden tot een houding van; ‘we gooien de boel plat en gaan afwachten tot we onze zin krijgen’. Dat is een manier van denken die onvoldoende is en ophoudt bij de poort van het bedrijf. De regering zal proberen om de publieke opinie tegen de acties te doen keren en desnoods via de rechter acties verbieden.

Samenbrengen

Als het OV alleen staat, zal het het gevecht met de regering verliezen. Er zijn bondgenoten nodig, om te beginnen op lokaal vlak. Lokale comités kunnen bijvoorbeeld acties organiseren bij haltes. Ouderenorganisaties en studenten zijn voor de hand liggende bondgenoten. Het moet zichtbaar worden dat dit niet alleen een gevecht is van de werknemers van het OV voor het behoud van hun banen en arbeidsomstandigheden maar van de hele bevolking voor een bereikbare, leefbare stad. De manifestatie van 7 juni bij de Stopera in Amsterdam was hier een goed begin van. Het Amsterdamse Steuncomité Sociale Strijd, een verband van mensen uit sociale organisaties, politieke partijen, vakbonden en actiegroepen, is een voorbeeld van het soort bondgenoten dat nodig is en speelde een belangrijke rol in het organiseren van deze manifestatie. Hier waren niet alleen de werknemers van het OV aanwezig maar mensen uit alle groepen die de dupe dreigen te worden van de afbraak van het OV. De manifestatie maakte de steun van het publiek voelbaar wat heel belangrijk is voor de motivatie om door te gaan. Het zal moeilijk worden deze steun uit te breiden maar zeker niet onmogelijk.

Veel mensen zijn immers boos over het regeringsbeleid – maar nu schrikken ze vaak nog terug voor actievoeren, er is gewoon weinig ervaring. Daarnaast is het polderen niet beperkt tot de bonden maar ook tot allerlei belangengroepen en buurtverenigingen. Die knop gaat niet zo snel om maar blijven hangen in het poldermodel leidt tot zelfvernietiging. Het is niet alleen onwil en een gebrek aan ervaring die het moeilijk maken om mensen in beweging te brengen. Veel sociale bewegingen zijn verzwakt door jarenlang teveel de nadruk te leggen op overleggen en vergaderen en moeten nu eerst weer hun eigen organisaties opbouwen.

In die situatie van groeiende onvrede en veel twijfel en onvermogen om in actie te komen spelen de de OV-acties een belangrijke rol. Ze kunnen een ander klimaat creëren, mensen inspireren om ook in beweging te komen. Verspreid over verschillende sectoren nemen de acties toe maar hoe succesvol ze zullen zijn hangt af van de vraag of en hoeveel steun ze kunnen verwerven en of ze elkaar zullen weten te vinden en steunen. Een gezamenlijke actie ergens rond Prinsjesdag is eeen logische volgende stap maar dit zal niet vanzelf gaan. De bonden moeten een front vormen en ook daadwerkelijk gaan werken aan massale acties.

De bezuinigingen op het OV gaan miljoenen mensen raken en zijn een duidelijk voorbeeld van het asociale marktdenken van de regering. Kunstenaars, trambestuurders, ambtenaren, ouderen, studenten, verplegers, we worden allemaal gepakt door dit kabinet. Langzaam lijkt er echter iets te schuiven, mensen worden wakker en vooral bozer. Een vakbond die weer doet waar een vakbond voor bedoelt is, de belangen van werkende mensen verdedigen, is harder dan ooit nodig. Er lijkt nu momentum in de acties voor het OV zitten, het is een kwestie van doorpakken. Als we dat doen, dan kunnen deze acties een voortrekkersrol spelen in de opbouw van het verzet tegen deze regering.

robmarijnissen[at]grenzeloos.org

Tags: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren