Borderless

19 August 2019

Gaat kraken door?

Afhankelijk van hoe je er naar kijkt is Nederlands links nog nooit zo sterk geweest of verkeert zij juist in een crisis. Het aantal parlementszetels links van de PvdA is groter dan ooit maar sociale bewegingen blijven achter. Bijvoorbeeld de kraakbeweging. Jarenlang stond zij centraal in Nederlandse protestbewegingen en nog steeds is zij voor veel activisten een oriëntatiepunt. Maar de huidige toestand van de kraakbeweging is belabberd.

Dat is geen opvatting die je alleen buiten kraakkringen hoort. Ook veel krakers en sympathisanten uiten harde kritiek. Over wat de zwakke punten zijn van de kraakbeweging bestaat onder deze mensen wel enige overeenstemming. Op de vraag of en hoe de beweging uit het dal kan komen is het veel moeilijker een antwoord te geven.
De kraakbeweging was gedurende de jaren tachtig zonder meer een van de grootste, meest actieve en meest zichtbare sociale bewegingen in Nederland. Nog lang na de bloeitijd van het kraken is de kraakster het archetype van de links-radicale activiste gebleven. Ook in kraakkringen wordt geregeld nog steeds vol bravoure gesproken over krakers als 'de beweging'. En daarmee komen we bij een van de zwakheden van de kraakbeweging: een tunnelvisie, een sterke neiging om bewegingen buiten het eigen milieu te negeren of niet serieus te nemen. In een interview in Grenzeloos omschreef Louis Sévèke het zo: “Een minder positieve kant van kraken is de neiging om een eiland te vormen. Bij de een is dat vantevoren meer aanwezig dan bij de ander. Er zijn mensen die dat eiland al willen en zich daarom terugtrekken uit de maatschappij in een kraakpand. Bij een ander is het minder vooropgezet, maar is de kans dat het gebeurt groot omdat je nu eenmaal met zo’n gemeenschap in een kraakpand zit.” Het zijn woorden waarmee veel krakers kunnen instemmen. De neiging om te gaan navelstaren, misschien wel onvermijdelijk bij een beweging die zo sterk gericht is op het creëren van alternatieven in het hier en nu, was er dus altijd al.
De kraakbeweging is numeriek veel kleiner geworden. Alhoewel de daling van het aantal kraakpanden en krakers de laatste jaren heeft gedwongen tot wat meer openheid is het moeilijk te zeggen of de krimp zelfs maar gestopt is. Er zijn nog steeds honderden activisten die zich met kraken identificeren en zich politiek inzetten. Maar bij veel van hen slaat na verloop van tijd de vertwijfeling toe. Politiek actief zijn kan heel bevredigend zijn, een manier om de eigen persoonlijkheid te ontwikkelen, om dingen te leren die je anders nooit zou weten en te doen waarvan je anders nooit wist dat je het kon of durfde. Maar dat is niet de reden dat mensen actief worden en blijven. Linkse politiek heeft een doel; het bereiken van een meer gelijkwaardige, rechtvaardigere wereld. Zo'n samenleving creëren is een kwestie van lange adem. Dat een langetermijnstrategie of zelfs maar een gedeelde visie op de weg hiernaartoe ontbreekt in de kringen die zich tot de kraakbeweging rekenen is een andere veelvuldig gehoorde verzuchting.

Waarom?
Historisch zijn er altijd al verschillende groepen geweest in de kraakbeweging. Eind jaren zeventig, vroege jaren tachtig kwamen mensen samen omdat zij allemaal tegen hetzelfde kwaad streden, woningnood. Actievoeren hiertegen bracht de onderling zo verschillende werkloze jongeren, studenten, kunstenaars, drop-outs, politieke activisten et cetera samen in een beweging. Een deel van die beweging was op de eerste plaats op zoek naar eigen woonruimte, voor een andere groep was kraken een deel van de strijd voor een betere wereld.
Al vroeg in de jaren tachtig begon het meer ambitieuze, 'politieke' deel van de kraakbeweging zijn activiteiten uit te breiden naar andere gebieden dan huisvesting; solidariteit met buitenlandse bevrijdingsbewegingen, acties tegen kernenergie, protest tegen de wapenwedloop. Tussen de verschillende delen van de beweging bestond echter een grote mate van overlap. De politieke activisten waren talrijk genoeg om de meer individualistische krakers in ieder geval als sympathisanten te mobiliseren. Men steunde elkaar. En de verscheidenheid van de kraakbeweging was ook een van haar sterke punten. Radicale acties trokken enthousiaste, politiek gemotiveerde jongeren aan, exposities van kunstenaars uit het kraak-milieu nuanceerden het beeld van krakers als sensatiebeluste relschoppers.
Maar naarmate het activistische deel van de beweging kleiner werd en, gedeeltelijk als reactie hierop steeds dogmatischer en geslotener werd, dreven de groepen verder uit elkaar. Tegenwoordig is het moeilijk om nog over dé kraakbeweging te spreken, eerder is er sprake van een aantal verschillende kraakscenes.

Ondanks de beste bedoelingen
De problemen zijn niet alleen te verklaren als het gevolg van foute keuzes in de kraakbeweging, ze zijn ook het gevolg van veranderingen in de samenleving. De Nederlandse maatschappij is niet meer die van de jaren tachtig. De jeugdwerkloosheid is veel lager dan zij toen was en is nu vaak van korte duur. Voor mensen met flexwerk is het moeilijk om te kraken. Kraken betekent nu eenmaal veel tijd moeten besteden aan het bewoonbaar maken en bijhouden van een pand en vaak geregeld moeten verhuizen. Voor mensen die verzekerd zijn van een langdurige uitkering, zoals veel krakers dat in de jaren tachtig waren, is dit een makkelijkere levensstijl dan voor flexwerkers die tussen verschillende baantjes korte tijd werkloos zijn of voor studenten die aan een prestatiebeurs vastzitten. En de grote motivatie om in de eerste plaats te gaan kraken, woningnood, is sterk afgenomen. Bovendien kiezen sinds het begin van de jaren negentig jongeren er vaker voor om langer bij hun ouders te blijven omdat zij hun thuissituatie als veel prettiger ervaren dan hun leeftijdsgenoten in de jaren tachtig.
De verbreding van actie-terreinen was ook een reactie op deze veranderingen en een poging om aansluiting te vinden bij nieuwe mensen. Deze aanpak had een zekere mate van succes: krakers speelden een belangrijke rol in bewegingen die soms wel tienduizenden mensen op de been brachten. En deze thema's konden een ingang zijn in de wereld van de politieke kraakbeweging. Maar deze solidariteit met deelthema's leidde niet op grote schaal tot langdurige steun voor de kraakbeweging zelf omdat er geen gedeeld perspectief was waar mensen zich voor langere tijd mee konden verbinden.

Ideologische bloedarmoede
Volgens historicus Eric Duivenvoorden was juist deze afkeer van ideologie een van de sterke punten van de kraakbeweging; het maakte mogelijk dat allerlei verschillende mensen samen werkten en de theoretische haarkloverij waar radicaal-links zo vaak door geplaagd wordt achterwege bleef. Dit klopt, maar alleen zolang als al deze mensen een gezamenlijk doel hebben, bijvoorbeeld het bestrijden van woningnood, of zolang een activistisch ingesteld deel dat zich bijvoorbeeld druk maakte over het Apartheidsregime in Zuid-Afrika de rest op sleeptouw kan nemen. Naarmate de woningnood minder nijpend werd en het aantal activisten afnam kwamen de negatieve kanten van de theorie-vijandigheid naar boven. Naast het al eerder opgemerkte ontbreken van een gedeelde maatschappijvisie was een andere zwakheid het onvermogen om de gevolgen van bepaalde maatschappelijke veranderingen als de opkomst van flexwerk te bestuderen en tegenstrategieën te ontwikkelen.
Dat veel krakers een sterke afkeer hebben van theorie of discussies over politieke strategie zinloos vinden, betekent niet dat zij geen ideologie hebben. Naast het subculturele isolement en de versplintering loop je in de kraakbeweging geregeld tegen een vastgeroeste manier van denken aan. Er bestaat natuurlijk geen 'Krakersmanifest' of een Centraal Comité dat een politieke lijn uitzet maar dat is absoluut geen garantie voor het vermijden van dogmatisme. Er zijn wel degelijk gedeelde opvattingen over de wereld en over hoe actie gevoerd zou moeten worden.
Al meer dan tien jaar geleden vertaalde de Utrechtse info-groep Schism een Duitse brochure met kritiek op de 'autonomen', de naam die meestal gebruikt wordt voor dat deel van de kraakbeweging dat zichzelf als revolutionair ziet. Alhoewel geschreven met het oog op de Duitse situatie is zij in hoge mate ook van toepassing op de Nederlandse kraakbeweging. In een artikel van de groep Autonome Studis Bolschewik wordt bijvoorbeeld het wereldbeeld van de gemiddelde autonoom genadeloos uit elkaar gehaald: wouten – de smeris dus – en fascisten, fascho's genaamd, zijn de vijand en de staat is een combinatie van beide: “Dit geeft ons een helder zicht op de wereld, zonder 'als-en' en 'maren'. Het is oneindig uit te bereiden (eco-fascist, sanerings-fascist, enz.) zodat uiteindelijk geen hond meer kan ontkomen aan de vlijmscherpe messen van de autonome analyse.”.
Om aan de goede kant van de scheidslijn terecht te komen moet aan een per scene variërende trits van eisen voldaan worden, bijvoorbeeld de totale afwijzing van parlementaire politiek – opgevat als een compromis met een staat die enkel als repressie-apparaat gezien wordt – of een strikt vegetarisch, pardon, veganistisch dieet. Omdat de eigen ideologie niet als zodanig erkend wordt kan zij echter niet kritisch tegen het licht gehouden worden. Dit maakt een bijzonder nare vorm van dogmatisme en vluchten in een verondersteld eigen gelijk mogelijk.
De erkenning van het huidige isolement en politieke zwakte van de kraakbeweging kan ook een tegenovergestelde reactie oproepen. Men erkent dat de o-zo-revolutionaire slogans waar de kraakbeweging zich graag van bedient – 'Smash G8!' – in geen verhouding staan tot de eigen kracht. Vervolgens wordt de hele denkwijze waar ze een uiting van zijn maar overboord gegooid. En dan wordt het mogelijk dat krakers zich opeens in hoge mate conformeren aan de eisen van de maatschappij en elk perspectief op een niet-kapitalistische samenleving afzweren als het gedroom van oude linksen.

Moet kraken wel doorgaan?
De hoogtijdagen van de kraakbeweging zijn voorgoed voorbij. Wat de kraakbeweging in de jaren tachtig sterk maakte was dat ze reageerde op dagelijkse problemen en kwesties die breed leefden in de maatschappij. De strijd voor een dagelijkse behoefte – woningruimte – werd verder uitgebreid naar strijd tegen de kapitalistische logica en steeg daarmee boven het niveau van belangenbehartiging uit. Afname van de woningnood en aftakeling van de kraakbeweging hebben deze strategie allengs onbruikbaar gemaakt.
Durf om de oogkleppen af te werpen en de oude referentiekaders achter te laten is noodzakelijk voor de opbouw van radicaal-links in Nederland. Misschien is het tijd om kraken als referentiepunt op te geven, op zoek te gaan naar nieuwe vertrekpunten van de strijd voor een betere wereld en in plaats van een kraakbeweging een radicaal-linkse beweging op te bouwen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren