Gedachten over democratie

De kern van het socialisme is zelforganisatie en zelfwerkzaamheid. Alleen door de opheffing van de vervreemding van de arbeidskracht van zijn product en van de tegenstelling tussen produceren voor dé kost in loondienst en produceren als maatschappelijke activiteit is het mogelijk de mens als mens te ontwikkelen. De ontmenselijking in het kapitalistisch productiesysteem, waarin arbeidskracht gereduceerd is tot een, op de open markt, verhandelbaar goed, maakt het voor de producenten onmogelijk de eigen werkomgeving vorm te geven. De vervreemding van de eigen arbeid betekent bovendien dat men niet gewend is de resultaten van het eigen handelen te zien als een creatief proces waarin verantwoordelijkheid wordt uitgedrukt ten opzichte van de maatschappij. Een democratische houding is kortom geen menselijke eigenschap die slechts op een moment van ontplooien wacht; democratie moet geleerd worden.

Binnen het politiek bestel oefenen slechts enkelen de macht uit, terwijl de overgrote meerderheid daarvan is buitengesloten. In een vertegenwoordigende democratie, zoals wij die kennen, gaat het dus niet om een overeenkomst tussen gelijkwaardige burgers, maar om de politieke uitdrukking van machtsvorming tussen verschillende klassen, dat wil zeggen tussen hen die de macht hebben en hen die machteloos zijn. Weliswaar zijn er in het kapitalisme gemeenschappelijke, klassenoverschrijdende belangen aan te geven, maar in de meeste gevallen betreft het situaties waarbij kapitalisten hun eigen bestaan als mens aantasten en zich zo op één lijn gesteld zien met het lot van de gewone arbeider of (in de derde wereld) van de pauper. Het gaat hierbij meestal om oorlog, ziekte of de bedreiging van het milieu. In deze situaties wordt de schijn van het zogenaamde gemeenschappelijke belang, namelijk het voortbestaan van de mens als soort, gelijkgesteld aan de plicht gemeenschappelijk verantwoordelijkheid te dragen.
Binnen de parlementaire democratie gaat de werkelijke macht schuil achter de macht van de volksvertegenwoordiging, die beperkt blijft. De volksvertegenwoordiging heeft weliswaar wetgevende bevoegdheden die de economische macht gedeeltelijk kan dresseren, maar ze kan deze niet fundamenteel veranderen.

Aangrijpen op het laagste niveau

Onder het motto dat er veel zaken zijn die een ieder aangaat, wordt het landelijk (en straks Europees) bestuur boven het plaatselijk bestuur gesteld. Voor het lokale bestuur rest er over het algemeen weinig meer dan binnen het “hoger” gestelde raamwerk een zo prettig mogelijk invulling te geven aan de directe leefomgeving.
Aan de andere kant biedt het lokale bestuur een gelegenheid de burger direct aan te spreken in werk- en woonsituatie. De radicale draai die een tegencultuur kan geven, is de strijd aangaan op dit lokale niveau. Immers, het bewustzijn van de burgers (arbeidersklasse in eigenlijke zin, uitkeringsgerechtigden, (witte) illegalen, enz.) is zwaar aangetast door de haast onoverwinnelijk lijkende overmacht die boven het lokale niveau uittorent. Dit geldt zowel op het economische vlak (de hoofddirectie in Seattle beslist) als op het politieke vlak (Brussel zegt dat). Het ontstaan van actiegroepen op concrete punten als de kwaliteit van de arbeid, de leefomgeving, het milieu enz. is uitdrukking van een zelfbewustzijn dat weigert alle aspecten van het leven door anderen te laten bepalen. Het feit dat de uitdrukking van zulk bewustzijn soms niet erg politiek is of slechts een enkele uitwas betreft, zegt minder over zijn potentieel, dan over de huidige a-politieke mentaliteit in de maatschappij.
Toch zullen in hoofdzaak op het niveau van de directe ervaring mensen leren begrijpen dat “nee” zeggen mogelijk is en dat “wat dan” formuleren een noodzakelijk vervolg is.

In veel plaatsen bestaan stadspartijen die verbonden zijn met actiegroepen of buurtactivisten. Met veel inzet pakken ze lokale problemen in de eigen leefomgeving aan en vaak met succes. Hoewel de inzichten soms beperkt zijn, is het gevoel van eigenwaarde en de bereidheid om zaken serieus te nemen groot. Om die reden nam AmsterdamAnders/deGroenen afgelopen juni het initiatief om samen met het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) en de stichting Agora een ééndaags congres te houden waar zoveel mogelijk ervaring werd gebundeld. Het doel was de resultaten van de discussies te gebruiken als input voor het verkiezingsprogramma van AmsterdamAnders/deGroenen en het verslag van het congres te beschouwen als ijkmaat voor een in het najaar te houden congres waar de programma’s van diverse politieke partijen vergeleken gaan worden.

De stem van de burger

Veel tijd werd besteed aan het bespreken van de praktische plaatselijke initiatieven. Als belangrijk thema kwam naar voren het recht gelden direct te besteden. In Zaandam bestaat een systeem van wijkbudgetten ter grootte van rond de twee ton die besteedbaar zijn voor openbare ruimten. Het akkoord voor de besteding wordt gegeven tijdens openbare vergaderingen. In Delft kwam door de verkoop van een nutsbedrijf 115 miljoen gulden vrij. De bevolking is in rondes geraadpleegd. Van de oorspronkelijke 280 voorstellen uit de bevolking werden 140 voorstellen samengevat in 40 projecten. Deze werden rondgestuurd naar alle Delftenaren van 12 jaar en ouder. In totaal kwamen 36.000 (42 procent) stembiljetten terug met een hoge respons van jongeren. Het leverde een rangorde op voor de besteding van de gelden. Dit soort participerend budgetteren lijkt enigszins op wat in Porto Alegre (Brazilië) gebeurt. Het is een prima aanzet voor een bredere praktijk, mits het niet beperkt blijft tot toevallige meevallers bij een op zichzelf kwestieuze privatiseringsoperatie.
Een belangrijk onderwerp was ook dat van referenda en volksinitiatieven. Ervaringen uit Zwitserland en Duitsland werden aangehaald. Uitgebreid werd stilgestaan bij de fnuikende manier waarop referenda in Amsterdam plaatsvinden. Naast een correctief referendum (mensen kunnen zich uitspreken over al genomen besluit) moet er, zo werd alom betoogd, vooral het recht op initiatief komen. Burgers moeten zelf voorstellen aan de bevolking ter stemming kunnen voorleggen en dat zonder belemmerende drempels die het recht in de praktijk tot een farce maken. Voorwaarde tot burgerinitiatieven en permanente participatie is natuurlijk dat elke gewenste en noodzakelijke informatie ook daadwerkelijk aanwezig is. Hoewel het recente rapport Wallage over de wenselijkheid alle overheidsinformatie on-line beschikbaar te hebben, nog niet openbaar was, ging de discussie al een stapje verder. Niet alleen werd cruciaal gevonden dat informatie in principe beschikbaar is. Maar zeker ook dat de burger daadwerkelijk toegang krijgt tot de informatie die voor haar of hem belangrijk is. Het betekent dat de structurering en indexering van overheidsinformatie veel transparanter moet. Dit vergt een cultuuromslag die verder reikt dan pure technische beschikbaarheid.

Democratie betekent daadwerkelijke en voortdurende participatie op een manier die in een normaal leven van werken en wonen mogelijk is. De politicus of bestuurder moet dan ook gebonden zijn aan controles en het afleggen van rekenschap. Daarbij gaat het niet alleen om het “afrekenen” op gestelde doelen, maar vooral ook om het besluitvormings- en uitvoeringsproces meetbaar, vergelijkbaar en inzichtelijk te maken. De terugroepbaarheid van gekozen bestuurders (een voorwaarde die reeds in 1870 gesteld werd in de Commune van Parijs) heeft nog niets aan belang ingeboet.

En nu verder

De resultaten van de Amsterdamse conferentie waren erg positief, voor het eerst sinds lange tijd staan er nu duidelijk zaken op een rij en kunnen partijprogramma’s vergeleken worden. Ieder initiatief om op lokaal niveau het politieke leven zelf ter hand te nemen is een stap vooruit. Maar aan de discussie kleeft natuurlijk een groot probleem. De burger is geen onbepaalde grootheid. Geen twee burgers zijn gelijk. In de radicaal democratische gedachte van “één mens één stem” wordt vergeten dat de sociale tegenstellingen, cultuur- en opleidingsverschillen enorm zijn. Over straatverlichting, vervuiling of straatmeubilair verschillen weinig burgers echt van mening Maar op het niveau van de werkelijke politieke macht telt geld en positie wel degelijk. Parkeertarieven naar 10 gulden per uur laat de auto over aan mensen met geld of aan bedrijven en biedt geen oplossing voor de deplorabele toestand van het openbare vervoer. Radicaal-democratische ideeën kunnen niet gemakkelijk ingevuld worden, waar belangen fundamenteel met elkaar botsen. Naast de controle op bestuurders, budgetten en projecten op een zo laag mogelijk niveau, blijft een duidelijk politiek debat over de macht in de samenleving onverminderd noodzakelijk. Dat vereist de georganiseerde inbreng van politieke groepen en partijen met een duidelijk maatschappelijke visie op alle niveaus van georganiseerde democratie.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop