Heeft India echt zijn onafhankelijkheid verworven door geweldloosheid?

Twee jaar geleden ontstond er in Birma (Myanmar) een enorme geweldloze beweging van burgerlijke ongehoorzaamheid als reactie op een militaire staatsgreep. Uiteindelijk werd het land echter gedwongen tot gewapende zelfverdediging tegen een genadeloze repressie. Was het anders in India? Werd de onafhankelijkheid, de bevrijding van de Britse koloniale overheersing in 1947, effectief verworven door de burgerlijke ongehoorzaamheidsbeweging belichaamd door Gandhi? We stellen deze vraag aan Sushovan Dhar.

Myanmar beleefde vanaf februari 2021 wat misschien wel de meest verstrekkende en wijdverspreide beweging van geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid in de moderne en hedendaagse geschiedenis was, als reactie op de wens van het leger om het monopolie op de staats- en politieke macht, dat het deelde met de Nationale Liga voor Democratie, veilig te stellen. De dag na de putsch weigerde de overgrote meerderheid van de bevolking samen te werken met de junta. Als de bevolking de internationale steun had gekregen die ze op dat moment verdiende, zou de militaire staatsgreep waarschijnlijk zijn afgeblazen. Dat was niet het geval.

Dankzij dat gebrek aan internationale steun voor de bevolking kon de junta geleidelijk het offensief hernemen en overgaan tot een meedogenloos optreden dat tot op heden aan meer dan 4.000 burgers het leven heeft gekost. In de centrale vlakte werd de volksbeweging gedwongen tot gewapend verzet (wat al het geval was in de etnische staten van de bergperiferie), tegenover een meedogenloze macht. De burgerlijke ongehoorzaamheidsbeweging was niet tevergeefs. Het onwettige karakter van de militaire regering werd overduidelijk, waardoor het onmogelijk werd om het regime in de diplomatieke arena snel te normaliseren. Er werden banden gesmeed tussen alle regio's van de centrale vlakte en veel etnische staten. Na verloop van tijd kon het verzet zich ontwikkelen. Geweldloze massale actie was echter niet genoeg om het leger te dwingen zijn terreurbeleid tegen de bevolking op te geven.

Was het anders in India? Pierre Rousset legde deze vraag voor aan Sushovan Dhar, een politiek activist en vakbondsman.

Werd de onafhankelijkheid, de bevrijding van het Britse koloniale juk in 1947, effectief verworven dankzij de burgerlijke ongehoorzaamheidsbeweging belichaamd door Gandhi?

Wat betreft India's bevrijdingsbeweging en Gandhi's geweldloosheid, het is een overdreven en gezuiverde versie van de Indiase geschiedenis die werd gepresenteerd door de Congrespartij en liberale historici, vooral na de onafhankelijkheid.

In feite waren de gewapende verzetsgroepen erg machtig en leverden ze een belangrijke bijdrage aan de strijd voor de onafhankelijkheid van India. De beweging was vooral sterk in Bengalen, Bihar, Uttar Pradesh (toen de Verenigde Provincie genoemd) en Punjab. Daarnaast was er een reeks gewapende massabewegingen onder leiding van links: Telangana, Tebhaga en veel andere opstanden in verschillende delen van India. Bhagat Singh en zijn kameraden in de Hindustan Socialist Republican Association speelden ook een belangrijke rol.

Zelfs aan de vooravond van de onafhankelijkheid werd het land in 1946 opgeschrikt door de beroemde zeemuiterij. Ook mogen we de rol van het Indiase Nationale Leger onder leiding van Subhash Chandra Bose niet vergeten.

Een aantal arbeiders- en boerenbewegingen maakten ook deel uit van het Congres. Het zou daarom verkeerd zijn om te denken dat het Congres alleen de traditie van geweldloosheid vertegenwoordigde. In feite kwam Gandhi pas in 1920 op het toneel met zijn non-cooperation beweging. Dat was een mislukte poging om de Britse regering van India ertoe te bewegen India autonomie, of swaraj, te verlenen. De mislukking van deze beweging leidde er echter toe dat Gandhi de controle over het Congres verloor. De socialistische facties van de partij, waaronder secties die Gandhi's geweldloosheid niet volledig onderschreven, namen de controle over de partij over. Hetzelfde gebeurde in 1934, toen Gandhi zijn burgerlijke ongehoorzaamheid afzwoer. Als we de geschiedenis van de vrijheidsstrijd in India analyseren, zien we dat Gandhi's geweldloze beweging tot 1942 niet op de voorgrond van de vrijheidsstrijd stond. Gandhi's politiek bleef grotendeels beperkt tot individuele daden (satyagraha).

Ook de Quit India beweging van 1942 kan niet volledig geweldloos genoemd worden. Als dat het geval was geweest, zou de druk op de imperialistische regering zeer beperkt zijn geweest. Veel pressiegroepen sloten zich aan bij de beweging. Laten we niet vergeten dat de belangrijkste leiders van het Congres allemaal in de gevangenis zaten toen de Quit India beweging werd gelanceerd. De partijleiders op middenniveau die een leidende rol in die beweging speelden, sloten zich later aan bij de Socialistische Partij en waren niet toegewijd aan het idee van geweldloosheid in de Gandhiaanse zin.

De Indiase communistische beweging was belangrijk. Toch lijkt ze in 1946-1947 geen grote rol te hebben gespeeld?

Het belang van de Indiase communistische beweging werd duidelijk als gevolg van de rechtszaken die de koloniale macht voerde. Al in de jaren 1920 werden communisten berecht in een reeks samenzweringszaken:

De Peshawar Samenzweringszaken (1922-1927): de Britse regering begon die zaken in vijf fasen tegen 50 muhajirs die in 1920 de CPI in Tasjkent hadden opgericht. Die leiders kregen politieke en militaire training in Tasjkent, dat deel uitmaakte van de toenmalige Sovjet-Unie, en aan de Communistische Universiteit van de Arbeiders van het Oosten (KUTV) in Moskou. De meerderheid van de muhajirs waren Khilafatis en ze waren van plan om naar Turkije te reizen om tegen de Britten te vechten. In Tasjkent ontmoetten ze echter MN Roy en samen richtten ze de eerste Communistische Partij van India op. Ze werden beschuldigd van het aanzetten tot 'een proletarische revolutie tegen de Britse imperialistische onderdrukkers om de massa's hun vrijheid terug te geven' en aangeklaagd onder Sectie 121-A.

De Kanpur Communistische (Bolsjewistische) Samenzweringszaak (1924-25): deze zaak werd gestart tegen communistische leiders waaronder MN Roy, Shaukat Usmani, SA Dange, Muzaffar Ahmad, Ghulam Hussain, Singaravelu Chettiar en anderen, van wie velen van de Tasjkent groep waren en anderen boeren- en arbeidersactivisten uit verschillende delen van India. De bovengenoemde personen werden aangeklaagd onder sectie 121-A omdat ze volgens de Britse regering probeerden om 'de Koning-Keizer te beroven van zijn soevereiniteit over Brits India, door volledige afscheiding van India van imperialistisch Groot-Brittannië door een gewelddadige revolutie'.

De Meerut Samenzweringszaak (1929-1933): deze rechtszaak was de belangrijkste in het vestigen van de Communistische Partij van India als een partij van de arbeidersklasse en de boeren. Voor het organiseren van een staking onder werknemers van de Indiase Spoorwegen en de textielindustrie werden verschillende vakbondsfunctionarissen uit heel India gearresteerd, samen met drie Engelsen die verbonden waren aan de Communistische Internationale, en terechtgesteld. De leiders waren onder andere Sohan Singh Josh, Muzzafar Ahmed, Philip Spratt, Shaukat Usmani en SA Dange. Ze kregen een artikel 121-A dagvaarding. De Grote Depressie leidde tot een golf van vakbondsactiviteiten, organisatie en stakingen in de belangrijkste industriële gebieden van India aan het eind van de jaren 1920, die werd gevolgd door de Meerut processen.

Helaas nam de Communistische Partij van India niet deel aan de Quit India beweging van 1942!

De gevolgen van het verdwijnen van de CPI?

Het bracht de massa's in de greep van de Congrespartij. Het resultaat was een machtsoverdracht en geen sociale revolutie... Het leidde tot de onafhankelijkheid van de nationale bourgeoisie en niet van de werkende massa's, die een belangrijke rol speelden in de onafhankelijkheidsstrijd. Het werd bereikt ten koste van volksstrijd in verschillende delen van het land gedurende bijna een eeuw.

Er waren kansen om lokaal zelfbestuur te creëren in verschillende delen van het land (bijvoorbeeld de onafhankelijke regering van Tamralipta in Bengalen), maar door de afwezigheid van een sterke ondersteunende kracht ‒ het leiderschap ‒ moesten die volksopstanden Gandhi's dictum accepteren en zich overgeven.

Laten we echter niet vergeten dat linkse volksorganisaties, met name de vakbonden, een belangrijke rol speelden in de Quit India beweging. Linkse krachten uit niet-PC tradities (RSP, RCPI, BLPI en anderen) namen met volle kracht deel aan de beweging.

Daarom was 1942 geen geweldloze beweging en ook geen door Gandhi geleide beweging. Maar de nationale bourgeoisie, die Gandhi altijd steunde, kwam helaas als enige overwinnaar uit de bus en speelde een belangrijke rol in het India van na de onafhankelijkheid en bepaalde de loop van de Indiase geschiedenis, waar de fundamentele structuren van uitbuiting en onderdrukking (kaste, geslacht, enzovoort) zelfs na het einde van de koloniale overheersing intact bleven. De Indiase ervaring werd een model voor de bourgeoisie van de Derde Wereld, die zich ontpopte als de belangrijkste kracht in de meeste delen van de gedekoloniseerde wereld.

Hier moet aan toegevoegd worden dat het stellen van geweld en geweldloosheid als binaire tegenstellingen bijdraagt aan het verheffen van methodologische of tactische kwesties boven de politieke inhoud van de strijd. Dat geldt niet alleen voor de Gandhiaanse politiek, maar ook voor haar tegenhangers, de gewapende marxistische, maoïstische en andere guerrillabewegingen in veel delen van de wereld. We zijn keer op keer getuige geweest van het falen van die politiek.

Bibliografie

- India’s Struggle for Independence, Bipan Chandra, Mridula Mukherjee, Aditya Mukherjee, Sucheta Mahajan en K.N. Panikkar, Penguin Random House, 1987.

- The Mahatma and the Ism, E. M. S. Namboodiripad, LeftWord, 2010 (eerste publicatie in 1959)

- Modern India 1885–1947, Sumit Sarkar, Palgrave Macmillan Londen, 1989

- A History of Indian Freedom Struggle, E. M. S. Namboodiripad, Social Scientist Press, 1986

- From Plassey to Partition and After: A History of Modern India, Sekhar Bandyopadhyay, Orient Longman, 2004

- An Open Letter to the Workers of India, Leon Trotski, juli 1939.

Dit artikel stond op Fourth International. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop