Hermilitarisering, de hoeksteen van het nieuwe project van Europa als wereldmacht

Afgelopen maart kondigde de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, met veel bombarie een plan aan om Europa opnieuw te bewapenen vanwege het Russische gevaar en de onvoorspelbaarheid van de historische Amerikaanse sheriff: een nieuwe, ongekende stijging van de Europese militaire uitgaven: tot achthonderd miljard in vier jaar tijd. [leestijd 18 minuten]

Om dat te bereiken wordt voorgesteld de alomtegenwoordige regels voor begrotingsdiscipline te versoepelen, waardoor de 27 lidstaten schulden kunnen maken; nieuwe leningen aan de lidstaten zullen worden bevorderd door een hervorming van de Europese Investeringsbank (EIB) en regeringen zullen zelfs geld dat bestemd is voor cohesiefondsen mogen gebruiken voor militaire uitgaven. Wat nooit mogelijk was om een sociaal Europa op te bouwen, is nu wel mogelijk om een Europa van oorlog op te bouwen.

Nog maar vijf jaar geleden [op 28 november 2019] begon de Europese zittingsperiode met de verklaring van de klimaatnoodtoestand door het Europees Parlement, die de politieke rechtvaardiging vormde voor de zogenaamde Europese Green Deal; nu heeft de Europese Commissie zojuist de Europese herbewapening aangekondigd. Zo zijn we van het tijdperk van het Green Deal overgegaan naar de militarisering van de Europese economie. Een goed voorbeeld van hoe de Russische invasie van Oekraïne een belangrijke verstorende factor is geworden om een hervorming van de integratie van de Europese Unie op militair gebied te rechtvaardigen.

Maar we zouden ons vergissen als we dachten dat de militaristische neigingen van de Europese elites een reactie zijn op een tijdelijk gevoel van onveiligheid tegenover de Russische dreiging. Het is eerder een fundamenteel onderdeel van een langetermijnproject dat tot doel heeft de Europese Unie te heroriënteren als macht in een geopolitieke context van meervoudige crises, gekenmerkt door een nieuwe race om de wereld te herkoloniseren en een verscherping van de interimperialistische concurrentie.

In die context speelt de hermilitarisering van Europa verschillende belangrijke rollen in het nieuwe project van de EU als macht. Extern door het spreken van de harde taal van de macht in het kader van de noodzaak om de handelsroutes veilig te stellen die de bevoorrading van essentiële grondstoffen waar Europa een tekort aan heeft mogelijk maken. Intern door het opbouwen van een nieuw model van Europese integratie dat niet langer alleen op de markt is gebaseerd, maar ook op veiligheid/militaire zaken. Terwijl tegelijkertijd een verandering van het productiemodel wordt doorgevoerd door middel van een herindustrialisering op militair gebied. Maar laten we het stap voor stap bekijken.

Militarisering als project voor Europese integratie

De Europese Unie verkeert praktisch in een existentiële crisis sinds ze het perspectief op een project voor politieke eenheid verloor na de nederlagen in de referenda over de Europese Grondwet in Frankrijk en Nederland. Een afwijzing door de bevolking van het Europese integratiemodel die niet alleen door de Europese instellingen en elites werd genegeerd, maar juist leidde tot een versnelling van de structurele hervormingen met als motto: beter decreteren dan vragen. Bij gebrek aan een politieke grondwet werd het marktconstitutionalisme in de communautaire regelgeving verder uitgediept, met name in het Verdrag van Lissabon, dat weliswaar niet formeel het karakter van een grondwet heeft, maar wel als een overeenkomst tussen staten met constitutionele status werd opgesteld. Een soort neoliberale economische grondwet die de beroemde gouden regels vastlegde: monetaire stabiliteit, begrotingsevenwicht, vrije en onvervalste mededinging.

De toepassing van artikel 50 van het Verdrag van Lissabon, waarmee het Britse vertrek uit de EU werd uitgevoerd, veroorzaakte een zekere existentiële crisis in Europese instellingen die onbewogen leken toe te kijken hoe ze langzaam uit elkaar vielen. Maar juist het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese club opende een mogelijkheid die tot dan toe door de Britten werd geblokkeerd: militaire integratie.

In zijn toespraak over de staat van de Unie in 2016, toen het referendum over de Brexit nog vers in het geheugen lag, brak de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, met het traditionele Europese taboe op militaire kwesties door te spreken over een gemeenschappelijk defensiefonds, een 'Europees hoofdkwartier' en een 'gemeenschappelijke strijdkracht' ter 'aanvulling op de NAVO'. Zo kwam in de wandelgangen van Brussel de oude militaristische ambitie weer naar boven, die fel werd verdedigd door Frankrijk, dat een Europees leger nodig had om zijn neokoloniale belangen in Afrika te beschermen.

Ter gelegenheid van de 60e verjaardag van het Verdrag van Rome [1957] en met de Brexit op de achtergrond presenteerde de Europese Commissie het Witboek over de toekomst van Europa, waarin de aandacht werd gevestigd op de gevaren voor Europa om een 'zachte macht' te zijn in een context waarin 'kracht boven de wet kan prevaleren'. Een duidelijke oproep om de militaire uitgaven te verhogen om de harde taal van de macht te kunnen spreken. Want het 'Europa à la carte' dat al in het Witboek van Juncker werd geschetst, had een heel concreet en beperkt menu: wie dat wil en kan, is welkom om mee te doen aan 'meer Europa' op het gebied van defensie en veiligheid. Eindelijk stond de deur open voor militaire integratie.

Zo was, minstens acht jaar voor de aankondiging van Ursula von der Leyen over het Europese herbewapeningsplan, de militarisering van de EU al de grote (en blijkbaar enige) strategische inzet van de Europese elites. Op die manier begint zich een 'versterkte samenwerking' tussen de lidstaten te ontwikkelen, met als doel een Europees Defensiefonds, een gemeenschappelijke militaire en wapenindustrie en een betere politie- en militaire coördinatie te creëren, met het zo vaak aangekondigde Europese leger in het vooruitzicht. Een plan voor Europese militaire integratie waarin een sleutelbegrip naar voren komt: strategische autonomie, dat sindsdien een soort wondermiddel is geworden om alle problemen van een EU zonder bestaansrecht op te lossen.

De strategische autonomie van Europa betekende meer wapens

In die context komen we bij de eerste Commissie-Von der Leyen, die twee jaar vóór de invasie van Oekraïne aan haar mandaat begon met de ontwikkeling van het Strategic Compass, een actieplan om het veiligheids- en defensiebeleid van de EU tegen 2030 te versterken. Dat Strategisch Kompas, dat uiteindelijk in maart 2022 door de lidstaten werd goedgekeurd, tegen de achtergrond van het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, werd snel aangepast aan de nieuwe context en gebruikt als rechtvaardiging voor een eerder vastgesteld beleid: 'Deze vijandigere veiligheidsomgeving dwingt ons tot een beslissende sprong voorwaarts en vereist dat we onze capaciteit en onze bereidheid om op te treden vergroten, onze veerkracht versterken en solidariteit en wederzijdse bijstand garanderen'.

Zo herhaalt het Strategisch Kompas meerdere keren dat 'de agressie van Rusland tegen Oekraïne een aardverschuiving in de Europese geschiedenis is' waarop de EU moet reageren. En wat is de belangrijkste aanbeveling van dat Strategisch Kompas? Meer geld uitgeven en militaire coördinatie. Dat terwijl de militaire begrotingen van de EU-lidstaten al meer dan vier keer zo groot waren als die van Rusland en de Europese militaire uitgaven sinds 2007 verdrievoudigd zijn. Tijdens de Europese Raad van Versailles werd daarom besloten dat elke lidstaat 2 procent van zijn bbp extra gaat uitgeven aan directe defensie-uitgaven. Dat is de grootste stijging van de Europese defensiebegrotingen sinds de Tweede Wereldoorlog tot het recente voorstel voor Europese herbewapening. In dat verband verklaarde de toenmalige voorzitter van de Raad, Charles Michel, openlijk dat de Russische invasie van Oekraïne en die begrotingsreactie van de EU 'de geboorte van de Europese defensie hadden bezegeld'.

Hoewel het voorstel om het EU-integratieproject rond de herbewapening van Europa nieuw leven in te blazen al jaren in gang is, kan niemand ontkennen dat de invasie van Oekraïne dat proces heeft versneld en vooral maatschappelijk heeft gelegitimeerd. Zonder de echte shockdoctrine, aangevuld met een sterk gevoel van onveiligheid dat zich in de EU-lidstaten heeft verspreid, zou het ondenkbaar zijn om dergelijke verhogingen van de militaire begroting door te voeren zonder sterke maatschappelijke en electorale weerstand. Zoals Von der Leyen enkele dagen na de Russische invasie van Oekraïne zei, had de EU 'in zes dagen meer vooruitgang geboekt op het gebied van gemeenschappelijke veiligheid en defensie dan in de afgelopen twee decennia', verwijzend naar het vrijmaken van 500 miljoen euro aan EU-middelen voor militaire uitrusting voor Oekraïne.

Militarisering en commerciële agressiviteit

Een visie op Europese defensie zoals verwoord in het Strategic Compass, die niet langer gebaseerd is op vredeshandhaving, maar op de bescherming van kritieke infrastructuur, energiezekerheid, grenscontrole en de bescherming van 'belangrijke handelsroutes'. Met andere woorden, het beschermen van Europese belangen door de 'strategische autonomie' van de EU te waarborgen. In dat opzicht hangt de interesse van de Europese elites om de harde taal van de macht te spreken nauw samen met de nieuwe neokoloniale en extractivistische 'groene' agressiviteit van de EU, die tot doel heeft de aanvoer van schaarse en essentiële grondstoffen voor de Europese economie en haar vermeende groene transitie veilig te stellen, in een context van toenemende strijd tussen oude en nieuwe imperiums.

Zoals Mario Draghi zegt: 'In een wereld waarin onze rivalen een groot deel van de grondstoffen die we nodig hebben in handen hebben, moeten we een plan hebben om onze toeleveringsketen veilig te stellen – van essentiële mineralen tot batterijen en laadinfrastructuur'. De hermilitarisering van Europa wordt gezien als een noodzakelijke stap om de harde taal van de macht te kunnen spreken die de grondstoffen en hulpbronnen voor Europese bedrijven veiligstelt.

De hermilitarisering van Europa kan dus niet los worden gezien van de toenemende commerciële, extractivistische en neokoloniale agressiviteit van de Europese Unie, die het tempo in de imperialistische race om schaarse grondstoffen wil opvoeren. In dat kader worden nieuwe investeringsmechanismen geïntroduceerd, zoals de Global Gateway. Een pakket publiek-private investeringen dat 300 miljard euro wil mobiliseren om te kunnen concurreren met China's Belt and Road, oftewel de Nieuwe Zijderoute. Hiermee wil de EU haar rol in de wereldorde versterken en de groeiende aanwezigheid van China over de hele wereld tegengaan, vooral in sectoren die te maken hebben met infrastructuur en verbindingen.

Op die manier zijn de investeringsagenda Global Gateway en de nieuwe golf van handelsovereenkomsten die de EU de afgelopen twee jaar heeft gestimuleerd – vernieuwing van de verdragen met Chili en Mexico, het sluiten van de overeenkomst met Mercosur, het ondertekenen van strategische partnerschappen over grondstoffen met een tiental landen – ontworpen in het kader van de strategische autonomie van de EU, met als duidelijk doel de toegang van Europese multinationale ondernemingen tot de minerale rijkdommen van die regio's te verzekeren. De wereldwijde concurrentie om een plekje te veroveren op de nieuwe groene en digitale markten, tegenover de onstuitbare dominantie van China, is de reden waarom de EU zo snel een hele reeks tools heeft ontwikkeld om ervoor te zorgen dat die mineralen altijd beschikbaar zijn.

De onmogelijke Militaire Green Deal

Hoewel de Green Deal niet genoeg was en niet helemaal de ambities van de Europese jongeren in hun klimaatprotesten weerspiegelde, was het wel een handig excuus om een versleten Europees project weer sociaal te legitimeren. Vooral sinds de crisis van 2008, met de verkeerd genoemde reddingsoperaties van de ‘mannen in het zwart’ van de Trojka, de staatsgreep tegen Syriza in Griekenland, de vluchtelingencrisis en de Brexit. In die zin leek de Green Deal de perfecte reden om het Europese neoliberale project, dit keer met een groen tintje, een nieuwe politieke en sociale legitimiteit te geven.

De Europese Green Deal was niet alleen een manier om de EU sociaal te legitimeren, maar ook een manier om de overgang van het Europese productiemodel naar nieuwe groene en digitale zakelijke niches voor multinationals te sturen. De groene Next Generation-fondsen werden het vlaggenschip van het Europese voorstel om uit de postpandemische crisis te komen. Het was de bedoeling om een fossiel energiesysteem te vervangen door een zogenaamd koolstofvrij systeem, alsof het voldoende was om de boel gewoon om te draaien, zonder het economische model, de machtsverhoudingen of de logica van de exploitatie van het grondgebied aan te raken. In feite is de Green Deal niet alleen ontoereikend gebleken, maar heeft het uiteindelijk ook geleid tot een toename van de commerciële agressiviteit van de Europese Unie en neokoloniaal extractivisme, onder het mom van het verkrijgen van grondstoffen voor de zogenaamde ecologische transitie.

Maar met de invasie van Oekraïne door Poetin is zelfs de Green Deal in rook opgegaan: niemand lijkt zich nog iets aan te trekken van de klimaatcrisis; alles is geoorloofd als we in oorlog zijn. Een goed voorbeeld hiervan is hoe de richtlijn 'Van boer tot bord', de meest ambitieuze van de Green Deal, het slachtoffer werd van de oorlog in Oekraïne. Zelfs gas en kernenergie werden van de ene op de andere dag als groene energiebronnen beschouwd, onder het voorwendsel dat we onze energieafhankelijkheid van Rusland moesten doorbreken.

Megaprojecten op het gebied van gas werden nieuw leven ingeblazen en kernenergie kreeg een nieuwe impuls. Zo is de zo vaak aangekondigde energietransitie die nodig is om de plannen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen te verwezenlijken, onder de bommen begraven. Maar de Europese wapenwedloop laat niet alleen zien dat het groene en digitale greenwashing niet werkt, maar versnelt ook de weg naar de afgrond van de klimaatcrisis, door essentiële en schaarse materialen te verbruiken – zelfs om een ecosociale transitie te garanderen – die nu ook gebruikt zullen worden voor Europese herbewapeningsplannen.

Een gewapende herindustrialisering

De Europese hermilitarisering is veel meer dan alleen maar een verhoging van de militaire uitgaven: we hebben te maken met een echte paradigmaverschuiving die niet alleen de uitgaven voor bewapening wil stimuleren, maar ook een Europese herindustrialisering op militair gebied wil bevorderen, zoals de voormalige president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, al verdedigde in zijn rapport Een plan voor de economische toekomst van Europa. Daarin stelt hij dat we in de EU het economisch beleid hebben kunnen scheiden van veiligheidsoverwegingen en de 'vredesdividenden' hebben kunnen gebruiken om andere beleidsdoelstellingen na te streven, dankzij de bescherming van de Verenigde Staten. Maar in de nieuwe context van een wereldwijde policrisis moeten we 'leren reageren in een geopolitiek onstabiele wereld, waar afhankelijkheden kwetsbaarheden worden en veiligheid niet langer kan worden uitbesteed'.

Want, zoals het rapport van Draghi aangeeft, komt 78 procent van de Europese aankopen van militair materieel tegenwoordig van buiten de EU, voornamelijk uit de Verenigde Staten (63 procent van het totaal). Om de afhankelijkheid te verminderen en de strategische autonomie te vergroten, moet het Europese militair-industriële complex nieuw leven worden ingeblazen. Zoals de toenmalige Duitse bondskanselier Olaf Scholz zei tijdens de ceremonie ter gelegenheid van de start van de bouw van een nieuwe munitiefabriek van wapenfabrikant Rheinmetall: 'We moeten overstappen van fabricage naar massaproductie van wapens'. Zoals het Draghi-rapport zegt, is het de bedoeling dat in 2030 minstens 50 procent van de militaire aankopen binnen de EU gebeurt en dat 40 procent van al het gekochte militaire materiaal samen door verschillende EU-landen wordt ontwikkeld.

In dat verband heeft de Europese Commissie in maart 2024 de eerste industriële defensiestrategie gepresenteerd, die een ambitieus pakket nieuwe maatregelen beoogt om het concurrentievermogen en de paraatheid van de defensie-industrie in de hele Unie te ondersteunen. Het belangrijkste doel is het verbeteren van de defensiecapaciteiten van de Unie door de integratie van de industrieën van de lidstaten te bevorderen en de afhankelijkheid van wapenaankopen buiten het continent te verminderen. Kortom, de Europese industrie voorbereiden op oorlog. Zoals Von der Leyen voor het voltallige Europees Parlement zei: hoewel 'de dreiging van oorlog misschien niet direct is, is ze niet onmogelijk', is het tijd dat 'Europa een stap naar voren zet'.

Om op deze veranderingen in te spelen, stelt het rapport-Draghi een nieuwe industriële strategie voor Europa voor, die vooral gebaseerd is op de volledige verwezenlijking van de interne markt, de afstemming van het industriebeleid, het handelsbeleid en het mededingingsbeleid, de verhoging van het totale investeringspercentage in verhouding tot het bbp tot ongeveer 5 procent per jaar – ongeveer 800 miljard euro aan extra investeringen per jaar – en de hervorming van het bestuur van de Unie. Het marktconstitutionalisme dat tot nu toe de boventoon voerde, wordt zo aangevuld met een militaire en veiligheidsintegratie die de Europese economie wil omvormen voor oorlog.

Een versterking van het oligarchische en technocratische federalisme van de EU

Die veranderingen zijn alleen mogelijk, zo stelt het rapport-Draghi, door ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de institutionele structuur en de werking van de Unie. Door sneller gezamenlijke besluitvormingsmechanismen van de Europese instellingen op te zetten om de eenwording van de kapitaalmarkten van de EU te bevorderen en beter te kunnen concurreren met de andere grote mogendheden, of ze nu in verval zijn of in opkomst, na het einde van de gelukkige globalisering. Een model dat het oligarchische en technocratische federalisme van de EU versterkt.

Dat alles gaat ten koste van zowel het Europees Parlement als de nationale parlementen en natuurlijk ook van het respect voor de soevereiniteit van de verschillende volkeren. Een proces dat wordt vergemakkelijkt door de gewoonte van consensus die zich in de EU heeft ontwikkeld, waarbij wordt geprobeerd de behandelde kwesties te depolitiseren om ze te reduceren tot louter beleid zonder politiek.

Een goed voorbeeld van die trend is het miljardenplan voor herbewapening dat is goedgekeurd en zal worden uitgevoerd zonder controle door het Europees Parlement. Ursula von der Leyen heeft de uitzonderlijke aard van de situatie vastgesteld en daarbij op nogal twijfelachtige wijze een beroep gedaan op artikel 122 van het Verdrag [noodprocedure] betreffende de werking van de EU om het Europees Parlement te omzeilen.

Een versnelde militarisering van de Europese geesten via een decreet dat niet alleen de unanieme steun heeft gekregen van de regeringen van de 27 lidstaten, maar ook van bijna alle Europese parlementaire fracties, die, afgezien van hun klachten over de manier waarop het is goedgekeurd – waarbij het Europees Parlement is gepasseerd – het plan van de Commissie voor Europese herbewapening hebben toegejuicht. Een echte oorlogsconsensus.

Een ongekende overheidsuitgave waarvan nog niet helemaal duidelijk is hoe die gefinancierd gaat worden. Voorlopig heeft de Commissie gezegd dat de regels voor begrotingscontrole versoepeld gaan worden, zodat militaire uitgaven niet meetellen als tekort, dat er nieuwe leningen komen (waardoor er meer schulden gemaakt kunnen worden) en dat er zelfs geld uit het cohesiefonds gebruikt kan worden. Maar dat zijn allemaal maatregelen voor de korte termijn en met een tijdelijk karakter. Zoals de voorzitter van de Commissie heeft gezegd, zullen de regeringen op een gegeven moment hun tekort moeten terugdringen om weer begrotingsdiscipline te krijgen.

Want het activeren van de begrotingsflexibiliteitsclausule om de uitgaven te verhogen, betekent al snel dat er op middellange termijn begrotingsaanpassingen nodig zijn, hetzij door belastingverhogingen, hetzij door bezuinigingen op andere posten. Zoals de secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte, in een toespraak in het Europees Parlement al zei: 'Europese landen geven gemakkelijk een kwart van hun inkomsten uit aan pensioenen, gezondheidszorg en sociale zekerheid, en we hebben maar een klein deel van dat geld nodig om de defensie veel sterker te maken'. De boodschap is duidelijk: een sociaal Europa is niet te combineren met een Europa van oorlog.

Het nieuwe Europa kantelt naar Parijs

Een Europa van oorlog dat ook van machtscentrum verandert, van Berlijn naar Parijs. Tot nu toe was de Duitse locomotief, met zijn handelsoverschot, het onbetwiste centrum van het Europa van de markten. Nu de locomotief vastloopt door het gebrek aan goedkoop Russisch gas en gezien de oorlogszuchtige wending van de EU, krijgt Frankrijk een rol die het de afgelopen jaren niet heeft gehad. De Franse wapenindustrie, met bijna 20.000 bedrijven die werk bieden aan ongeveer 200.000 mensen, is de ruggengraat van de EU op het gebied van defensie. De Verenigde Staten en Frankrijk zijn nu de grootste wapenexporteurs ter wereld, want Washington heeft zijn export tussen 2014-2018 en 2019-2023 met 17 procent verhoogd en Parijs met 47 procent in dezelfde periode. Voor het eerst stond Frankrijk boven Rusland op de lijst van grootste wapenexporteurs ter wereld, op de tweede plaats, terwijl Rusland de derde plaats innam.

Een van de grote problemen voor de Europese strategische autonomie is de extreme afhankelijkheid van de Amerikaanse wapenindustrie. In de periode 2020-2024 hebben de Europese NAVO-landen hun wapenimport met 105 procent verhoogd, wat samenviel met de oorlog in Oekraïne en de verhoging van het defensiebudget. 64 procent van dat totaal werd geleverd door de VS, veruit de belangrijkste leverancier van Europa, die zijn wapenexport naar het oude continent met 12 procent heeft verhoogd ten opzichte van de vorige periode. Hier kan de Franse wapenindustrie een sleutelrol spelen om de afhankelijkheid van Washington te verminderen: zij is de enige die op korte termijn een deel van de ruimte kan innemen die momenteel door de VS wordt ingenomen.

Niet alleen de militaire industrie geeft Frankrijk een uniek voordeel in deze context, maar ook het feit dat het land het enige EU-land is met kernwapens en een zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Ook hier zou Frankrijk kunnen proberen de plek in te nemen die de VS zou kunnen achterlaten. In dat verband heeft Emmanuel Macron al een 'strategisch debat over het gebruik van Franse nucleaire afschrikking' voorgesteld om de bescherming van de Europese bondgenoten uit te breiden, waarbij hij de mogelijkheid suggereert om Franse kernwapens in een bondgenootschappelijk land in te zetten, vergelijkbaar met wat de VS in Europa heeft gedaan.

Deze wapens zouden echter onder de exclusieve controle van Frankrijk blijven. De Poolse premier Donald Tusk heeft in het Poolse parlement al gezegd: 'We zouden veiliger zijn als we ons eigen nucleaire arsenaal hadden', waarbij hij zijn bezorgdheid over de 'ingrijpende verandering in de Amerikaanse geopolitiek' als reden aanvoerde. Hij stelde niet echt voor dat Warschau een atoombom zou maken, maar reageerde meer op het aanbod van Macron om een strategisch debat te voeren over het gebruik van Franse nucleaire afschrikking.

Sinds Macron acht jaar geleden president van Frankrijk werd, is het zijn doel om de plek van Angela Merkel als Europees leider in te nemen. Daarvoor heeft hij zijn eigen groep in het Europees Parlement opgericht, voorgesteld om de Europese verdragen te vernieuwen en zich vanaf het begin ingezet voor het idee van strategische autonomie in de meest gaullistische versie. In 2017 zei hij in een toespraak aan de Sorbonne in Parijs: 'Op het gebied van defensie moeten we Europa de mogelijkheid geven om zelfstandig op te treden, als aanvulling op de NAVO'; in 2019 verklaarde hij de NAVO hersendood en nu stelt hij een van de VS onafhankelijk Europees nucleair schild voor, onder Franse leiding.

Een neogaullistisch Europees project dat serieus in gevaar is, aangezien Macron zelf in de laatste twee jaar van zijn ambtstermijn te maken heeft met grote parlementaire instabiliteit en een horizon waarin de figuur van Le Pen opdoemt. We zullen de komende maanden ongetwijfeld zien hoe Macron druk zal uitoefenen om voor het einde van zijn ambtstermijn vooruitgang te boeken met belangrijke beslissingen.

De militarisering van de Europese geesten

Herbewapening is de hoeksteen geworden van het nieuwe project van Europa als grootmacht in het kader van de wereldwijde policrisis, als aanvulling op het marktconstitutionalisme dat tot nu toe de boventoon voerde, met een versterkte veiligheidspijler ten behoeve van een vermeende Europese strategische autonomie. Maar het plan dat in de kantoren van de Europese Commissie is bedacht, heeft een moeilijk op te lossen probleem: de bevolking mist oorlogszuchtigheid.

In dat verband heeft de vicepresident van de Verenigde Staten, J. D. Vance, gezegd dat de 'levendige legers' van weleer, die 'op zijn minst hun grondgebied konden verdedigen', niet meer bestaan, op enkele 'uitzonderingen' na. Een paar weken eerder had hij op zijn persoonlijke account op het sociale netwerk X gepost: 'Laten we eerlijk zijn: er zijn veel landen die steun bieden, privé of in het openbaar, maar die niet de ervaring op het slagveld en de militaire uitrusting hebben om echt een verschil te maken'..., verwijzend naar het Britse en Franse aanbod om troepen naar Oekraïne te sturen.

De verschillende uitspraken van J. D. Vance sinds de veiligheidsconferentie in München in februari hebben de vinger op de zere plek gelegd en het grote probleem van de Europese defensie blootgelegd: noch de samenlevingen, noch de legers van de zevenentwintig EU-lidstaten zijn in staat een gewapend conflict te voeren. En zolang ze die capaciteit niet terugkrijgen, zal elk hermilitariseringsbeleid ongeloofwaardig blijven. Zoals de toenmalige chef van de Europese diplomatie, Josep Borrell, zei: 'De Europese legers zijn tot op het bot uitgekleed'.

De demilitarisering van de Europese samenleving, met de geleidelijke professionalisering van de legers en het verdwijnen van de dienstplicht, was een aanhoudende trend tot aan de invasie van Oekraïne. Opnieuw dient de oorlog in Oekraïne als excuus om een echte militarisering van de Europese geest te bewerkstelligen, waarbij de dienstplicht opnieuw wordt ingevoerd als een manier om een reservekorps voor de beroepslegers te verzekeren.

Zo heeft Donald Tusk voorbereidingen aangekondigd 'om elke volwassene in Polen een grootschalige militaire opleiding aan te bieden en die mensen in staat te stellen in conflictsituaties volwaardige soldaten te worden'. In Italië heeft de Lega van Matteo Salvini een wetsvoorstel ingediend bij het parlement om een militaire of civiele dienstplicht van zes maanden in te voeren voor mensen tussen 18 en 26 jaar, als een soort gemeenschapsdienst. Ondertussen willen Duitsland, Nederland en België economische en sociale prikkels geven aan jonge mensen om vrijwillig in militaire dienst te gaan, om zo de lijsten met reservisten uit te breiden. In Frankrijk stelde Macron in 2017 al voor om de dienstplicht weer in te voeren, maar onlangs heeft hij gekozen voor een model zoals dat van Duitsland: hervorming van de vrijwillige universele nationale dienst, met stimulansen om het aantal reservisten in de komende tien jaar van 40.000 naar 100.000 te brengen.

In dat verband is de overlevingskit die de Europese Commissie heeft gelanceerd om elk huishouden voor te bereiden op 72 uur zonder hulp van buitenaf bij 'aanvallen', 'natuurrampen', ‘pandemieën’ of 'cyberaanvallen' een goed voorbeeld van hoe verhalen worden gecreëerd om de bevolking te leren leven met angst, onder het mom van nuttige adviezen. Een angst die bedoeld is om de oorlogszucht van de bevolking aan te wakkeren, om de Europese herbewapening te rechtvaardigen en de legers weer te vullen met vrijwilligers. Een echte militarisering van de Europese geesten die verder gaat dan alleen maar meer geld uitgeven aan het leger en die een echte verandering betekent in Europa, waardoor we elke dag dichter bij een gevaarlijk oorlogsscenario komen.

Bronnen:

Balhorn, Loren (2024) 'Unión Europea: Mercados dispuestos al combate'. SinPermiso, maart 2024. 

González, Erika y Ramiro, Pedro (2024) 'Global Gateway: alianzas público-privadas para el control de fronteras y el extractivismo neocolonial'. viento sur, juni 2024.

Ramiro, Pedro (2024) 'Ecologismo, internacionalismo y lucha de clases contra la Europa-fortaleza'. Zona Estratégica, december 2024.

Ramiro, Pedro (2025) 'ReArm Europe, el triunfo del capitalismo verde militar'. El Salto, maart 2025.

Ramiro, Pedro y Hernández Zubizarreta, Juan  (2024) 'La Unión Europea y el capitalismo verde militar: materias primas y acuerdos comerciales para el extractivismo neocolonial'. Informes OMAL, juli 2024.

Pastor, Jaime y Urban, Miguel (2024) 'Hacia un despotismo oligárquico, tecnocrático y militarista'. viento sur, juni 2024.

Ruiz Ainhoa, Vranken Bram, Vignarca Francesco, Calvo Jordi Sédou Laëtitia, de Vries Wendela (2022). 'Una Unión Militarizada'. Informe Fundacion Rosa de Luxemburgo, april 2022. 

Urban, Miguel (2022) 'La remilitarización de Europa y la mirada cansada de la izquierda'. viento sur, juni 2022.

Urban, Miguel (2025). 'El Imposible pacto verde militar', Público, maart 2025.

Urban, Miguel (2025). 'ReArm Europe y la militarización de los espíritus', Público, maart 2025.

Miguel Urbán, activist, is lid van onze Spaanse zusterorganisatie Anticapitalistas en voormalig lid van het Europees Parlement.

Dit artikel stond op Viento Sur. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier
Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop