In de openingsvergadering van het Festival of the Oppressed van rs21 [Britse revolutionair socialistische organisatie – red.] pleitte JS Titus voor een ‘marxisme dat weigert ras te zien als iets dat afleidt van klasse, of als een simpele ideologische toevoeging’.
We leven in een tijd van diepe en overlappende crises. Economische stagnatie, politieke instabiliteit, imperiale oorlog en ecologische ineenstorting bepalen het landschap. De heersende klasse grijpt naar een van haar meest duurzame instrumenten, racialisering, niet alleen als ideologie, maar als structuur; niet alleen als verdeeldheid, maar als organisatie.
Als we een revolutionaire beweging willen opbouwen die die crises het hoofd kan bieden, moeten we begrijpen hoe ras en klasse met elkaar verbonden zijn als wederzijds bepalende krachten. Dat is de kern van het ‘verbrede marxisme’, een term ontleend aan Frantz Fanon en ontwikkeld door Robert Knox. Dit marxisme weigert ras te zien als een afleiding van klasse, of als een louter ideologische toevoeging.
Laten we beginnen met Marx.
Marx begreep dat het kapitalisme vanaf het begin mondiaal was. In Het Kapitaal schreef hij over 'de ontdekking van goud en zilver in Amerika, de uitroeiing, slavernij en begraving in mijnen van de inheemse bevolking van dat continent, de verovering en plundering van India en de omvorming van Afrika tot een jachtgebied voor de commerciële jacht op zwarte [mensen]'. Hij zag dat de zogenaamde primitieve accumulatie, het gewelddadig creëren van de voorwaarden voor het kapitalisme, onlosmakelijk verbonden was met kolonialisme en slavernij.
Maar Marx begreep ook dat racisme en nationalisme instrumenten van verdeeldheid waren. Hij veroordeelde het Engelse chauvinisme jegens de Ieren en stelde dat ‘de Engelse arbeidersklasse nooit iets zal bereiken zolang zij Ierland niet kwijt is’. Hij steunde de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten en zag dat als een revolutionaire breuk in de mondiale orde van het kapitaal. Voor Marx was solidariteit over raciale en nationale grenzen heen geen morele plicht, maar een strategische noodzaak.
Fanon ging nog een stap verder.
Schrijvend vanuit de frontlinies van de antikoloniale strijd stelde Fanon dat ras niet alleen een culturele constructie was, maar ook een materiële relatie. In de koloniën, zei hij, ‘is de economische onderbouw ook een bovenbouw. De oorzaak is het gevolg; je bent rijk omdat je wit bent, je bent wit omdat je rijk bent’. Ras bepaalde in de koloniën de toegang tot hulpbronnen, politieke macht en ideologische legitimiteit.
Fanon wees het marxisme niet af. Hij verbreedde het.
Hij stond erop dat marxistische categorieën opnieuw moesten worden bekeken in de koloniale context, waar het economische en het raciale met elkaar verweven waren. Hij liet zien hoe racialisering werd gebruikt om onteigening te rechtvaardigen, arbeid te disciplineren en verzet te beheersen. Hij zei dat de gekoloniseerden niet alleen werden uitgebuit, maar ook ontmenselijkt. Dat was niet toevallig, maar juist functioneel. Zo werkte het imperialisme.
Dat is de basis van het verbrede marxisme: de erkenning dat ras en vermarkting geen concurrerende verklaringen zijn, maar fundamenteel met elkaar verbonden. Racialisering leidt niet af van de klassenstrijd, maar is een van de belangrijkste terreinen ervan.
Stuart Hall schreef dat ‘ras de modaliteit is waarin klasse wordt beleefd’. Hij zei dat de structuren waardoor zwarte arbeid wordt gereproduceerd ‘niet alleen gekleurd zijn door ras, maar ook werken door middel van ras’.
Hij liet zien hoe ras een rol speelt in de verdeling van arbeid, de samenstelling van politieke krachten en de vorming van ideologie.
Tegenwoordig is geracialiseerde arbeid essentieel voor het functioneren van het kapitalisme. Migrantenarbeiders, die overwegend geracialiseerd zijn, zijn geconcentreerd in sectoren die worden gekenmerkt door onzekerheid: logistiek, zorg, horeca, landbouw. Dit zijn de sectoren die de economie draaiende houden, maar het zijn ook de sectoren die het meest blootstaan aan intensieve vormen van uitbuiting.
Migratiecontroles spelen hier een belangrijke rol. Ze regelen grenzen en structureren de arbeidsmarkt. Migrantenarbeiders zijn tegelijkertijd onmisbaar en vervangbaar. Het kapitaal heeft hun arbeid nodig, maar houdt ze in een permanente staat van onzekerheid. Boven gezinnen hangt de dreiging van uitzetting. De grens is een regime van discipline. Racialisering bepaalt wie welk soort werk doet, onder welke omstandigheden en met welke rechten. Het is een manier om de arbeidersklasse op te splitsen, waarde te onttrekken en crises te beheersen.
Zoals Hall het zegt: 'De vorming van deze klassefractie als klasse en de klassenverhoudingen die haar kenmerken, functioneren als rassenverhoudingen. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.' We zien dat duidelijk in de zorgsector, waar migrantenvrouwen, vaak afkomstig uit het Zuiden, onder uitbuitende omstandigheden werken en hun immigratiestatus aan hun werkgever is gekoppeld. Het 'betere leven' dat migratie belooft, wordt voortdurend uitgesteld, terwijl de dreiging van uitzetting altijd aanwezig is.
Op politiek vlak is ras een centrale as van mobilisatie. We zien dat in de opkomst van anti-migrantenretoriek in het hele politieke spectrum. Economische achteruitgang wordt niet verklaard door het kapitalisme, maar door migratie. Extreemrechtse en rechts-populistische groeperingen, zoals Reform UK, gebruiken dat verhaal om hun achterban te vergroten. Maar steeds vaker mengen ze openlijke reactie met gecodeerde racialisering, waardoor ze delen van de geracialiseerde midden- en hogere lagen aantrekken.
Die strategie verklaart waarom de aanwezigheid van geracialiseerde elites in de staat en in beroepen ideologisch zo krachtig is. We zien dat in het leiderschap van de Conservatieve Partij, waar figuren als Rishi Sunak en Kemi Badenoch een nieuwe geracialiseerde elite vertegenwoordigen. Hun aanwezigheid ontkent racisme niet, maar verandert de manier waarop het werkt. Figuren als Zia Yusuf van Reform UK laten zien hoe ras- en migratiebeleid worden hervormd om een bredere achterban aan te spreken dan de traditionele witte reactionaire basis. Ze spelen een sleutelrol in het creëren van een meritocratisch discours, terwijl raciale uitsluiting in stand wordt gehouden. Ze leiden haar weg van het kapitaal en richten haar op ‘nieuwe’ migranten. We zien dat ook in de rol van het hindoenationalisme onder delen van de Britse Indiase gemeenschap, waar reactionair nationalisme in diaspora-vorm opnieuw wordt geformuleerd. Ras is niet statisch, maar wordt voortdurend opnieuw geconfigureerd in het theater van de politiek.
Dat is het terrein waarop we moeten vechten. Als het idee van ‘verbreed marxisme’ ons iets leert, dan is het wel dat de categorieën ras en klasse niet vastliggen, maar historisch zijn ontstaan en politiek omstreden zijn. Het marxisme vandaag de dag verbreden betekent erkennen dat gender, net als ras, geen afleiding is van de klassenstrijd, maar een van de belangrijkste terreinen ervan. We zien dit duidelijk in de brute aanvallen op transgenders door de Britse staat. De recente uitspraak van het Hooggerechtshof, die transgenders in feite hun wettelijke erkenning ontneemt, zelfs als ze een gendererkenningscertificaat hebben, is een klassenaanval. Het ontzegt transgenders het recht op gelijke beloning, bescherming tegen discriminatie en de fundamentele waardigheid om erkend te worden als wie ze zijn. Het is een uitspraak die onwetendheid en vijandigheid in de wet verankert, en het is een nederlaag, niet alleen voor transgenders, maar voor alle arbeiders, alle vrouwen, alle onderdrukte mensen.
Het maakt deel uit van een breder project van rechtse genderpolitiek, dat onder het mom van ‘bescherming van vrouwen’ en ‘verdediging van kinderen’ patriarchaal gezag wil herstellen. Zoals rs21 heeft betoogd, gaat dat project over het opnieuw opleggen van rigide genderrollen en het controleren van lichamen. Het gaat om het creëren van zondebokken in een tijd van crisis waarin de heersende klasse geen antwoorden heeft op dalende lonen, instortende diensten of de klimaatramp. Het is geen toeval dat dezelfde krachten die transgenders aanvallen, ook migranten, raciale gemeenschappen en vakbonden aanvallen.
De heersende klasse probeert haar controle te herstellen door de grenzen te verleggen van wie als mens, als arbeider, als man of als vrouw wordt beschouwd. Als het beeld tot nu toe somber lijkt, is dat begrijpelijk. Zoals we in onze publiciteit voor dit festival hebben gezegd: ‘De wereld is in een slechte staat en de toekomst ziet er niet rooskleurig uit’. Maar we moeten ook vertrouwen hebben in elk geval van verzet.
Tienduizenden mensen zijn de straat opgegaan om op te komen voor transgenders. Vakbonden hebben verklaringen van solidariteit afgegeven. Transgenders en cisgenders, queer en hetero, hebben samen gedemonstreerd tegen de uitspraak van het Hooggerechtshof. Zo ziet solidariteit eruit. De massale mobilisatie voor Gaza heeft ons laten zien hoe een strijd tegen racisme en voor diversiteit eruit kan zien. Die bewegingen zijn niet alleen symbolisch. Ze laten zien dat er buiten de mainstream partijstructuren een groeiende politieke radicalisering gaande is. De verkiezing van vijf onafhankelijke pro-Gaza-parlementsleden en de vele tweede en derde plaatsen voor links bij de verkiezingen van vorig jaar zijn daar maar een voorbeeld van. Om een beweging op te bouwen die racisme en genocide kan bestrijden, moeten we ook gendergerelateerd kapitalisme aanpakken. We moeten vechten voor trans-emancipatie, niet als een bijzaak, maar als een centraal onderdeel van onze klassenpolitiek. Want de emancipatie van transgenders is de emancipatie van ons allemaal.
Nu is het zaak om voort te bouwen op die doorbraken. Om anti-migrantenpolitiek tegen te gaan op een manier die verder gaat dan alleen maar racisme aan de kaak stellen. Om een strategische visie te ontwikkelen voor politieke organisatie in het licht van raciaal en gendergerelateerd kapitalisme. We hebben een revolutionaire beweging nodig die begrijpt dat de arbeidersklasse niet homogeen is, maar versplinterd, geracialiseerd, gendergerelateerd en ongelijk verdeeld. Dat betekent dat solidariteit moet worden opgebouwd door middel van verschillen.
Zoals Stuart Hall ons eraan herinnert: 'Ras bepaalt een deel van de strijdvormen. Het biedt ook een van de criteria waarmee we de adequaatheid van de strijd meten ten opzichte van de structuren die ze wil veranderen.' Hetzelfde geldt voor gender. De aanvallen op transgenders zijn een test voor het vermogen van onze beweging om te vechten voor bevrijding in de meest volledige zin van het woord.
Dus: wat moeten we doen? We moeten de valse keuze tussen klasse en onderdrukking afwijzen. We moeten de liberale fantasie verwerpen dat vertegenwoordiging alleen het structurele geweld van het systeem ongedaan kan maken. We vechten voor migrantenrechten en genderzelfbeschikking. Niet als morele kwesties, maar als klassenkwesties. We confronteren extreemrechts niet alleen met slogans, maar met strategie. We bouwen aan strijd en organisaties die multiraciaal, multigender en strijdbaar zijn. We verbreden het marxisme. Niet om het te verwateren, maar om het te verdiepen.
Dit artikel stond op rs21. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen