Twee nieuwsfeiten zoals er wel meer zijn in een willekeurige week, met als groot verschil dat deze vrij goed de problemen samenvatten waar Zuid-Afrika voor staat; de non-keuze tussen een zelfverklaarde Thatcherite en een vrouwenverkrachter die al heeft gezegd het economische beleid niet te gaan veranderen als hij tot ANC-voorzitter en president wordt verkozen. En een voortdurende discriminatie door de machthebbers tegen de zwarte bevolking, nu weliswaar niet meer omwille van hun etniciteit, maar op basis van hun inkomen.
Lieve naïeve mensen
Over de neoliberale draai van het ANC in 1996 met de aanname van het economisch programma GEAR (Growth Employment and Redistribution) en de volgzame houding van alliantiepartner COSATU, de vakbondsfederatie, is al veel geschreven. Naar aanleiding van De Shockdoctrine van Naomi Klein is het onderwerp weer meer op de voorgrond gekomen. Zo schreef Paul Mepschen in de vorige Grenzeloos: ‘Om moedeloos van te worden is Kleins beschrijving van de teloorgang van de hoop op een ander Zuid-Afrika na het aan de macht komen van het ANC. (…) De nationalisatie van bepaalde sectoren van de economie was een van de maatregelen die beschreven stonden in het Freedom Charter van het ANC’ en daar is niets van terecht gekomen.
Het is inderdaad om moedeloos van te worden, maar misschien vooral om een andere reden dan waar Klein op aanstuurt. Klein betoogt dat zowel de leiding als de basis van het ANC door de Nasionale Partij zand in de ogen is gestrooid door tijdens de onderhandelingen de politieke macht centraal te zetten en de onderhandelingen over economische aangelegenheden als louter technische kwesties af te doen. Het is inderdaad niet moeilijk om aan te tonen dat het ANC op dat vlak opmerkelijke keuzes heeft gemaakt; het is akkoord gegaan met een onafhankelijke economische bank, met een IMF-lening met de gebruikelijke wurgende voorwaarden, met het overnemen van de staatsschuld… Volgens Klein waren de onderhandelaars verstrikt geraakt in een web van ‘geheimzinnige regels’ waar ze de spelregels niet van kenden noch de consequenties van konden overzien.
Natuurlijk zijn er deze externe factoren die ervoor gezorgd hebben dat het ANC van Mandela en Mbeki het historische Freedom Charter niet hebben uitgevoerd – had iemand verwacht dat er ruim baan gemaakt zou worden voor een massabeweging van radicale, gewapende zwarten? Ik mag hopen van niet en toch komt er een beeld naar voren van goedbedoelende, naïeve lieve mensen die een rad voor de ogen gedraaid kregen door de zittende machthebbers. Een beeld dat niet te rijmen valt met de jarenlange gewapende strijd die het ANC heeft gevoerd, de discipline die het zichzelf heeft moeten opleggen, de internationale steun en kennis waaruit het kon putten…
De interne ideologische machtsstrijd die, toen de de mogelijkheid om aan de macht te komen opkwam hard gevoerd werd, krijgt in het boek helaas geen aandacht. De uiteindelijke leiding van het ANC, Mandela incluis, heeft haar eigen verleden en arbeidersachterban ‘verkocht’ ten faveure van de uitbouw van een zwarte middenklasse en elite. De stroming die zich vooral concentreerde op het binnenhalen van de politieke macht kreeg voor het eerst de overhand op de radicalere vleugel die in vooral een revolutionair socialistisch programma voorstond; de rechtse stroming vond in zekere zin de hele wereld aan haar zijde. Het ANC heeft samen met zijn alliantie-partners, de vakbond COSATU en de Communistische Partij van Zuid-Afrika (SACP), de radicale linkervleugel vakkundig de mond gesnoerd. Mensen zijn uit hun functie gezet, geroyeerd, beschuldigd van corruptie…
Vooral in de COSATU zijn deze jaren zeer ingrijpend geweest. Een hele politieke oriëntatie, die bijvoorbeeld kritisch stond tegenover het Freedom Charter omdat het teveel gericht was op het verwerven van politieke macht en die kritisch stond tegenover de alliantie die de COSATU in ’90 was aangegaan met het ANC en de SACP, is in een paar jaar verdwenen. En het heeft gewerkt; COSATU steunt nog steeds het gevoerde neoliberale beleid. Om de zoveel jaar zijn er oprispingen van verzet, maar die zijn zodanig geïnstitutionaliseerd en geritualiseerd dat niemand die meer serieus neemt. Ook binnen de ANC zijn in die jaren oppositionele stemmen vakkundig de mond gesnoerd. Eén voorbeeld is die van Trevor Ngwane, gemeenteraadslid in Johannesburg, die zich verzette tegen de waterprivatisering en werd ontslagen door het ANC.
Van rassen naar klasse-Apartheid
Het gevolg van de gekozen neoliberale weg van het ANC laat zich raden. Verschillende commentatoren spreken over het hedendaagse Zuid-Afrika als een samenleving levend onder een nieuwe Apartheid, een klasse-Apartheid. In de Human Development Index (HDI), een meetlat van de Verenigde Naties, die probeert om naast economische ontwikkeling ook van ‘welzijn’ een indicator van beleid te maken, staat Zuid-Afrika op de 121ste plaats van de 177. Terwijl op basis van het Bruto Nationaal Product een hogere plek verwacht mocht worden; in die hitlijst bekleedt het de 56e plaats. Ter vergelijking: Vietnam heeft een veel lager BNP (3.071 USD tegenover 11.110 USD), maar scoort beter op de Human Development Index, namelijk de 105e plaats.
Vooral opmerkelijk is dat Zuid-Afrika het sinds de machtsovername van het ANC en hun meer neoliberale economische koers op veel vlakken slechter is gaan doen. Niet omdat de Klerk een beter beleid voerde maar omdat de doorbraak van het neoliberale eenheidsdenken, de zogenaamde Washington Consensus in die jaren dat het ANC het roer overnam plaatsvond. De HDI is tussen 1995 en 2005 gestaag gezakt, terwijl die voor sub-Sahara Afrika omhoog is gegaan.
Tegelijkertijd heeft Zuid-Afrika wel een gedegen economische groei gekend en is het BNP het laatste decennium omhoog gegaan. De armoede onder delen van de bevolking is dus met andere woorden zwaar toegenomen. Volgens een rapport van het South African Institute on Race Relations is ‘de armoede in Zuid-Afrika zowel in absolute als in relatieve aantallen toegenomen, als we de wereldwijd aanvaarde armoede standaard van mensen die leven van minder dan 1 USD per dag, als leidraad nemen. In 1996 leefden zo’n 1,9 miljoen Zuid-Afrikanen van 1 dollar per dag en in 2005 is dit aantal toegenomen tot 4,2 miljoen.’
Ruimte links van het ANC
Al jaren wordt er in Zuid-Afrika gespeculeerd over het einde van de drievoudige alliantie tussen de COSATU, het ANC en de SACP. In de jaren van toegenomen strijdbaarheid in 2001-2003, voorafgaand aan het laatste congres in september 2006 en nu met de verkiezing van de nieuwe leider van het ANC in het vooruitzicht, gaan stemmen om de banden door te knippen weer op. Tot nu toe is het echter eerder een wens die spreekt uit al deze artikelen en oproepen dan een weergave van een reële strijd binnen de leiding van de COSATU of zelfs van druk vanuit de basis.
Op het 9e Nationale Congres vorig jaar is het standpunt ingenomen dat ‘de COSATU een radicaler programma van transformatie van de samenleving, weg van haar koloniale basis, nastreeft.’, aldus Zwelinzima Vavi, de algemeen secretaris. Tijdens dat congres is ook aangekondigd dat de COSATU zich voor het eerst in de geschiedenis openlijk zou mengen in de discussie over de leiderschap van het ANC. Wat ze dus inderdaad heeft gedaan door Zuma te steunen. De steun aan Zuma geeft vooral aan dat de COSATU geen enkel serieus alternatief heeft.
Dat is jammer want volgens vele commentatoren is de onverwachte populariteit van Zuma vooral een teken dat de ANC-achterban het neoliberale beleid van Mbeki spuugzat is. Uit een onderzoek van het bureau Ipsos Markinor in het voorjaar van 2007 blijkt dat 27 procent van de Zuid-Afrikanen en 25 procent van de ANC-achterban vindt dat ‘arbeiders zich moeten verenigen om een nieuwe partij op te richten tegenover het ANC’. 27 procent van beide groepen ondervraagden vindt dat ‘vakbonden in Zuid-Afrika de enige organisaties zijn met de mogelijkheid en middelen om de huidige regering te vervangen.’ Beide cijfers geven aan dat er ruimte is naast het ANC en doen ook vermoeden dat deze ruimte zich links van het ANC bevindt. Dat de COSATU het morele gezag dat ze tijdens de Apartheidsstrijd heeft opgebouwd kwijt is, blijkt uit de vervolgvraag over stemmen op een arbeiderspartij geleid door de COSATU. Enkel 8 procent van de bevolking en 5 procent van de ANC-aanhangers zou dat doen. Respectievelijk 49 en 47 procent van de ondervraagden vindt dat de COSATU te dicht bij het ANC aanleunt.
Zuid-Afrika lijkt dus hetzelfde probleem te hebben als het overgrote deel van de wereld; een bevolking ontevreden over de economische en sociale gevolgen van het neoliberale beleid, maar een linkse dat in diskrediet is gekomen. Van de hoopvolle en inspirerende drie-eenheid Braziliës CUT, Zuid-Afrika’s COSATU en Zuid-Korea’s KCTU is enkel de laatste nog over. Steun en informeer u regelmatig op en over KCTU via www.kctu.org voordat het te laat is.
Reactie toevoegen