Binnen de Britse elite zijn de ideeën van 'New Labour' (Blairs project) op defensiegebied omstreden. Zo verklaarde barones Thatcher op een bijeenkomst van de 'English-speaking Union' in New York: 'Het werkelijke motief voor een zelfstandige Europese defensie is hetzelfde als dat voor de gezamenlijke Europese munt - namelijk de utopische poging om een aparte Europese superstaat te creëren om met Amerika op het wereldtoneel te wedijveren.'
De nieuwsbrief van het Britse Royal United Services Institute (RUSI) van januari 2000 constateerde echter dat de draai van de Britse regering eerder pragmatisch dan dogmatisch was. Het gaat om de voorbereiding van strategische samenwerking met anderen, om kracht bij te zetten aan gezamenlijke belangen. De kleinere wereldmachten hebben simpelweg niet meer de hulpbronnen om hun politiek zelfstandig uit te kunnen voeren. Het RUSI concludeerde echter wel dat 'alles bij elkaar genomen de geest van de Europese defensie nu uit de fles is en een uitdaging voor iedereen vormt'.
Eurocorps
Op de laatste Europese top in Helsinki, afgelopen december, stelden de EU-leiders zich ten doel om in 2003 een snelle interventiemacht van vijftig- tot zestigduizend militairen gereed te hebben voor 'crisisinterventie', het eufemisme dat gebruikt wordt voor een heel scala van acties van vredesmissies tot en met kanonneerbootpolitiek om economische belangen veilig te stellen. Het geheel zal bestaan uit vijftien brigades, die binnen zestig dagen inzetbaar moeten zijn. Omdat de troepen regelmatig gerouleerd moeten worden, zullen in totaal tot 180.000 militairen gereed moeten worden gehouden. Ter vergelijking: de Europese bijdrage aan de in Kosovo gelegerde Navo-macht KFOR telt 36.000 militairen, tachtig procent van het geheel. Overigens wordt KFOR vanaf april gecommandeerd door de staf van het Eurocorps, de door Frankrijk en Duitsland opgezette multinationale troepeneenheid. Hoewel formeel binnen het Navo-kader moet dit een test-case gaan vormen voor Europees optreden als gepantserde vredesmacht.
Kiloland
Na 'Helsinki' begint het bureaucratische weefsel van comités en staven vorm de krijgen dat moet leiden tot het opstellen van de multinationale troepen en het plannen van de scenario's voor hun inzet. Er komt een interim politiek en veiligheidspolitiek comité, dat wekelijks als permanente leiding bijeenkomt en meest bestaat uit de ambassadeurs van de lidstaten. Daarnaast komt er een interim-comité van militaire vertegenwoordigers, dat twee maal per jaar vergadert en bestaat uit (vertegenwoordigers van) de nationale stafchefs. Ten slotte komt er een planningseenheid van militaire experts, de kern van een toekomstige Europese generale staf, die verantwoordelijk is voor het uitwerken van de scenario's. De verschillende organen zijn afgelopen maart met hun werk begonnen en zullen volgend jaar vervangen worden door definitieve.
Omdat de militaire ontwikkeling van Europa een zogenaamd intergouvernementeel project is, dus gebaseerd op besluitvorming tussen de regeringen, ontbreekt elke vorm van parlementaire controle op Europees niveau. Het is dan ook te verwachten dat het proces zich vooral achter de schermen zal voltrekken en in handen wordt gegeven van de militairen, vergelijkbaar met de manier waarop de Europese politiesamenwerking gestalte heeft gekregen in Europol.
Het is de bedoeling dat er eind dit jaar, als Frankrijk voorzitter is van de EU, een soort donorconferentie voor strijdkrachten bijeen zal komen, die zal bepalen welke troepen de verschillende landen ter beschikking stellen. Verder heeft de EU in februari al deel genomen aan een gezamenlijke jaarlijkse oefening in crisismanagement van de WEU en de EU (CMX/Crisex genaamd), zij het voorlopig als niet-actieve speler. Deze oefening moest een Bosnië-achtig scenario nabootsen waarbij Navo-materieel werd geleend voor een puur Europese militaire inzet, een imaginaire crisis in het mythische 'Kiloland'. Overigens was het alleen een oefening op politiek en stafniveau, er kwamen geen feitelijke troepenbewegingen aan te pas.
Dure Ambities
De vraag hoe hoog de rekening gaat worden voor al deze fraaie plannen wordt tot nu toe niet al te concreet beantwoord. Europa geeft momenteel ongeveer 150 miljard dollar per jaar uit voor defensie. Tot nu toe hebben vooral Engeland en Frankrijk hun legers omgevormd tot snel buiten het EU-gebied in te zetten strijdmachten, landen als Duitsland, Italië en Spanje lopen nog ver achter. Op papier zouden de legerhervormingen geld kunnen opleveren door ontdubbeling, organisatorische rationalisering en taakspecialisatie. In de praktijk zal eerder blijken - ook het Nederlandse voorbeeld wijst daarop - dat een kleiner en efficiënter leger dat zijn bewapening heeft gemoderniseerd, ongeveer evenveel blijft kosten als het oude. Dan is er nog geen rekening gehouden met de militaire zwaktes van Europa op het gebied van technische inlichtingen (lucht- en ruimtespionage), precisiebommen en elektronische oorlogsvoering. In dat licht is het een slecht teken voor de EU-ambities dat Frankrijk in dezelfde periode dat plechtige verklaringen werden afgelegd, zijn budget voor de aanschaf van militair materieel met 10,8 procent kortte om de begroting rond te krijgen. Duitslands militaire uitgaven zijn sinds 1990 zelfs teruggelopen van 3 tot 1,5 procent van het Bruto Nationaal Produkt.
Atlantische argwaan
Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan worden de ontwikkelingen met argusogen gevolgd. Natuurlijk wordt er van Europese kant om het hardst geroepen dat de autonome Europese legermacht geen aantasting, maar juist een versterking van de Navo vormt en dat het een bereidwillig antwoord is op het Amerikaanse aandringen voor een meer evenwichtige verdeling van militaire lasten. Maar het is toch opvallend dat nog een paar jaar geleden het grote publiek werd voorgespiegeld dat alle problemen opgelost waren met het creëren van een Europese pijler van de Navo, een proces dat ook in volle gang is. En nu zou dat opeens niet meer voldoende zijn?
In dit verband maakte Eurocommissaris voor externe relaties Chris Patton (verantwoordelijk voor het nogal onderbelichte aspect van de conflictpreventie in dit geheel) tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van Navo- en Europarlementsleden een interessante observatie: 'In de internationale omgeving na de Koude Oorlog, zullen onze transatlantische partners niet bij elke regionale crisis op het Europese continent willen interveniëren. Dat kan ik ze niet kwalijk nemen. Dit is onze achtertuin, niet die van hen (..) Misschien is het de uitdrukking Europese defensiepolitiek die verwarring zaait. We willen zeker niet de rol van de Navo verdubbelen. De kern van de Navo-taak is collectieve defensie. En niemand - ik herhaal NIEMAND - suggereert dat dit bij het mandaat van de EU moet komen.' Dus defensie van het EU-gebied tegen een vooralsnog onbekende vijand blijft bij de Navo, maar interventie voor de eigen regionale belangen gaat naar het Euroleger.
Daarnaast zijn er ook sterke industriële belangen die een Europese defensie nastreven. De Europese industrieën die tot nu toe nauw verbonden waren met de nationale legers, redden het niet tegen de grootschaliger Amerikaanse wapenreuzen. Een Europees leger zou hen aan een markt kunnen helpen.
Maar waarvoor zal het Europese interventieleger nu eigenlijk worden ingezet? Daarover wordt publiekelijk veelal gezwegen.
De NRC citeerde eind vorig jaar Europese diplomaten die dachten dat de EU op afzienbare termijn niet in staat zou zijn om een crisis-operatie zoals in Kosovo alleen uit te voeren. Orde scheppen in het chaotische Albanië zou het maximum zijn dat een EU-macht alleen aan zou kunnen. Voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie maakte de zaak er niet eenvoudiger op door uitgerekend in Litouwen voor de BBC te verklaren dat een aanval op een EU-land zou worden gezien als een aanval op de hele Unie. Deze uitspraak, vermoedelijk gedaan om de geringe geestdrift van zijn gastheren voor het EU-lidmaatschap te vergroten, veroorzaakte grote consternatie. Een inderhaast opgetrommelde voorlichter moest 'verduidelijken' dat Prodi niet in militaire maar in politieke termen had gesproken.V
Kees Kalkman is werkzaam bij AMOK
Literatuur: Diverse edities van AMI, Defense News, Jane's Defence Weekly, NRC/Handelsblad
Reactie toevoegen