Dat er voor de nieuwe havenpool mensen moesten afvloeien was van meet af aan duidelijk. In de bedrijfsplannen die toen werden opgesteld werd uitgegaan van een afgeslankte havenpool. De vakbondsbestuurders konden destijds hun status als werkgever op verschillende wijzen invullen. Zo was het voorstelbaar dat er voor een vorm van coöperatie gekozen zou worden. De Ondernemingsraad stelde dat dan ook voor. Maar voor de huidige vakbond is dat een revolutionaire gedachte die meer bij de negentiende eeuw hoort. De vakbond koos niet voor een vorm van arbeiderszelfbestuur, maar voor een uitzendorganisatie.
Nu wil iedere werkgever graag gemotiveerd personeel. Geen lastige vakbondsleden, geen arbeidsongeschikten, vooral mensen die doen wat de baas wil en dat ook fysiek kunnen. Ook deze baas - de vakbond - gebruikte dit selectiecriterium toen hij koos voor de afgeslankte pool. Het bijzondere was, dat er geen vakbond was die hier tegen protesteerde. De vakbondsbestuurders waren in deze 'unieke constructie' zelf werkgever en hadden geen last van een belangenorganisatie. De Ondernemingsraad, die eerder het idee van een coöperatie lanceerde, werd vakkundig buitenspel gezet. De OR vroeg adviesrecht, maar kreeg het niet. Dat vonden de vakbondsbestuurders in het geheel niet nodig.
Op 15 juni 1998 schrijft het bestuur van de havenpool aan de Ondernemingsraad (OR) op welke wijze personeel wordt geselecteerd. Criteria waren onder andere de bereidheid over te werken, werkhouding, attitude en de wensen van afnemers. Nog diezelfde dag nodigt de OR alle werknemers uit om op 1 juni om zeven uur 's ochtends op kantoor te komen, alwaar het bestuur tekst en uitleg zal geven. In de hal van het kantoor aan de Hemweg is het een drukte van jewelste. Dan wordt op zeker moment door Zwartswelder, de beoogde nieuwe directeur van de afgeslankte havenpool, op verschillende plaatsen een lijst opgehangen met als titel: 'eerste keuze'. Diegenen die niet op de lijst voorkomen moeten daaruit begrijpen dat zij niet voor de nieuwe havenpool zijn geselecteerd, maar voor een scholingspool. Twee maanden later, op 3 augustus 1998, schrijft de nieuwe directeur van de scholingspool, mevrouw Pront, een brief aan de medewerkers: 'De manier waarop u allen te horen kreeg wie een contract aangeboden zou krijgen, verdient op geen enkele manier de schoonheidsprijs. Echter door de situatie die in de nacht daarvoor ontstond kon dit helaas niet anders.' Later verklaart bondsbestuurder en werkgever Heilig in het blad Solidariteit dat de selectiecriteria wel wat 'klef' zijn. Vanuit werknemersbelangen is niet nog eens naar de selectiecriteria en selectie gekeken. De vakbondsbestuurders hebben er natuurlijk wel naar gekeken, maar dat was uit hoofde van hun nieuw verworven functie als baas van een uitzendorganisatie. In de maanden die hierop volgen blijft echter nog onduidelijk wat dan wel de gevolgen zijn van de splitsing.
Collectief ontslag
Voor degenen die niet door gingen naar de nieuwe havenpool wordt echter op 22 december 1998 een collectief ontslag gemeld aan de Regionaal Directeur Arbeidsvoorzieningen. De scholingspool houdt er mee op. Een afschrift van de melding gaat conform de wet op de melding van collectieve ontslagen naar de betrokken vakverenigingen. Hoe precies het verzoek van de scholingspool om in overleg te treden ingevuld is, is niet bekend. Veelzeggend is de brief van het bestuur van de scholingspool van 22 december 1998 aan de CNV Bedrijvenbond. De brief is geadresseerd aan Dhr. van Buchem. Het bestuur van de scholingspool vraagt aan van Buchem 'zo spoedig mogelijk overleg te hebben aangaande deze melding'. Van Buchem is echter ook bestuurslid van de nieuwe havenpool, wat maakt dat verzender en ontvanger dezelfde zijn. Nu aan de kant van de werkgever en van de kant de werknemersorganisaties het om dezelfde personen gaat, lijkt het op voorhand niet eenvoudig om aan de wettelijke eis tot overleg op een serieuze wijze inhoud te geven.
Gedurende maart en april 1999 worden ontslagvergunningen verleend, al was de ontslag- en adviescommissie aanvankelijk unaniem van mening dat geen vergunning verleend moet worden vanwege de belangenverstrengeling van de twee stichtingen. De werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers, die in de ontslag- en adviescommissie zitting hebben, stellen dat de gekozen constructie een manier is om de wettelijke ontslagbescherming te omzeilen. De Regionaal Directeur verleent echter toch, na raadpleging van de algemene directie, de ontslagvergunningen. Einde scholingspool hield in, einde arbeidsovereenkomst.
Zo wordt, blijkt achteraf, het scholingscriterium een jaar later ontslagcriterium.
Juridische stappen
Met de afgifte van de ontslagvergunningen is de zaak echter niet voorbij. Twintig havenarbeiders hebben de koppen bij elkaar gestoken en zetten het juridische wapen in. Ook de vakbond mag geen burgerlijke rechten schenden. Zij klagen bij de nationale ombudsman over de afgifte van de ontslagvergunningen. De werknemers stellen dat het deze werkgever niet vrij staat via een truc de wettelijke ontslagbescherming buiten spel te zetten. Vervolgens worden de bestuurders van de vakbond aangesproken. Maar voordat de werknemers alle kaarten op tafel leggen willen zij wel eerst weten hoe precies de vakbond te werk is gegaan. Wie mocht door? Hoe is de lijst met de 'eerste keuze' tot stand gekomen. De werknemers willen de vakbondsbestuurders hierover onder ede horen. De komende maanden gaat eerst de onderste steen boven gehaald worden.
Reactie toevoegen