Hoe bereik je de allerarmsten?

Armoedebestrijding staat hoog op de agenda van de internationale gemeenschap. De algemene vergadering van de Verenigde Naties riep het decennium 1997-2006 uit tot het eerste VN-decennium voor de bestrijding van armoede. Microkredieten kregen een prominente rol toebedeeld. Het concept werd wereldwijd tot speerpunt in de armoedebestrijdingscampagne uitgeroepen. Het toenemende besef bij donoren dat macro-economische ontwikkeling gepaard moet gaan met een gelijkere verdeling van welvaart, is een belangrijke stap in de strijd tegen armoede. Voor mensen in armoede hangt economische ontwikkeling zeer nauw samen met politieke ontwikkeling en politieke stabiliteit.
Bangladesh
Het enthousiasme voor microkredieten is vooral ontstaan vanuit het succesverhaal van de Grameenbank, die negen jaar geleden in Bangladesh begon met het verstrekken van microkredieten aan de allerarmsten. Het bleek een rendabel systeem te zijn om mensen in armoede te ondersteunen bij het ontwikkelen van eigen economische initiatieven. De Grameenbank verstrekt zelf geen krediet aan individuen, maar aan lokale spaar- en kredietorganisaties. Hiermee worden beslissingen overgelaten aan organisaties die de mensen en de lokale omstandigheden beter kennen. Met de leningen wordt tevens een totaalpakket van startersondersteuning, training en technische ondersteuning aangeboden aan de lokale kredietorganisaties.
De Grameenbank blijft echter een bankinstelling, en kredietprogramma’s moeten dus rendabel zijn. Terugbetaling is meestal de grootste zorg bij kredietverstrekking aan armen. Bovendien worden kleine kredieten vaak niet rendabel geacht. Administratie- en transactiekosten zijn per krediet relatief hoog. Het succes van de Grameenbank ligt in het vertrouwen van en de ondersteuning aan lokale organisaties. Kredieten worden verstrekt vanuit gemeenschapsorganisaties die dicht bij de mensen staan. Wekelijks (verplichte) publieke bijeenkomsten zorgen ervoor dat de afspraken over terugbetaling worden nagekomen. Het is de bedoeling dat de cliënten zelf uiteindelijk eigenaar worden van hun spaar- en kredietorganisaties. De Grameenbank is hier inmiddels in geslaagd, waardoor cliënten delen in de winst. De lokale organisaties maken eigenlijk gebruik van een sociaal controle-systeem dat al lang bestaat in arme gemeenschappen in de diverse vormen van rotating credit schemes.
Vrouwen
Microkredietprogramma’s richten zich vooral op vrouwen. Van de naar schatting 1,5 miljard mensen die moeten rondkomen van minder dan 1 dollar per dag, is tweederde vrouw. Het aantal vrouwen in absolute armoede dreigt in verhouding tot het aantal mannen sterker toe te nemen. De programma’s richten zich vooral op vrouwen omdat economische activiteiten van vrouwen vaak meer bijdragen aan het welzijn van de familie; kinderen zijn de uiteindelijke slachtoffers van armoede. Elk jaar sterven circa 14 miljoen kinderen in hun eerste levensjaar aan ondervoeding ten gevolge van armoede. De ervaring heeft geleerd dat vrouwen bovendien betere terugbetalers blijken te zijn.
Moeilijkheden en beperkingen
Naar aanleiding van de Microcredit Summit Campaign is het aantal microkredietprogramma’s in de wereld fors gestegen. De campagne lijkt succes te boeken. Naar schatting 22 miljoen mensen zijn in twee jaar bereikt, waarvan 12,5 miljoen behoort tot de allerarmsten; de groep waar de Summit zich op richt. De organisaties die de afgelopen 2 jaar aan de Summit rapporteerden hopen in 2006 gezamenlijk 39 miljoen armen te hebben bereikt - een aantal dat natuurlijk in het niet valt bij het totaal van 1,5 miljard allerarmsten.
Hoewel dit geen slecht resultaat is voor de eerste twee jaar van de campagne, blijkt uit een nadere blik op de resultaten dat de campagne nog lang niet zo stevig ‘op de rails staat’ als op het eerste gezicht lijkt. Ondanks het grote aantal microkredietprogramma’s, wordt het overgrote deel (72 procent) van de allerarmsten bereikt door slechts 34 grote programma’s. 9,5 Miljoen (van de 12,5 miljoen bereikte allerarmsten) woont in Azië. Alleen al circa vijf miljoen mensen zijn voor rekening van de vijf grootste kredietprogramma’s in Bangladesh; het land waar microkredieten zijn ‘uitgevonden’. In Afrika worden nog ‘slechts’ twee miljoen mensen bereikt.
Het is juist de directeur van de Grameenbank, Muhammad Yunus, die vorig jaar kritiek leverde op de inefficiënte wijze waarop veel microkredietprogramma’s functioneren. Hij schat dat maar circa 25 procent van alle middelen daadwerkelijk terecht komt bij de allerarmsten. Hoewel in de beginfase investeringen in de infrastructuur van nieuwe organisaties belangrijk zijn, en relatief veel geld kosten, wordt te weinig aandacht besteed aan het leggen van contacten met nieuwe organisaties in het Zuiden.
Veel geld zou volgens Yunus uiteindelijk weer terecht komen bij de organisaties waar donoren vertrouwd mee zijn: NGO’s (Niet Gouvernementele Organisaties), consultants en universiteiten uit het Noorden. Nieuwe lokale kredietorganisaties worden niet gemakkelijk ondersteund. Donoren blijken erg terughoudend te zijn met het ondersteunen van nieuwe organisaties die zich nog op geen enkele wijze hebben bewezen. Liever haken zij hun kredietprogramma’s (direct of via Noordelijke partner-NGO’s) aan bij bestaande programma’s op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, etc. Microkredietverstrekking vergt echter specifieke deskundigheid die NGO’s die op een ander vlak actief zijn, vaak niet in huis hebben. Wanneer deze projecten vervolgens falen, wordt vaak onterecht beweerd dat microkredieten niet werken in het betreffende land. Te weinig wordt aangesloten bij de vertrouwensstructuren van lokale gemeenschappen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop