Borderless

17 November 2019

Hoe verder na de overwinning van Syriza?

Terwijl het nieuws over de overwinning van Syriza nog vers was geeft Stathis Kouvelakis een eerste analyse van de Griekse verkiezingen. Stathis Kouvelakis is lid van Syriza en van het Linkse Platform binnen Syriza.

De electorale overwinning van Syriza heeft de Europese radicale linkerzijde en de arbeidersbeweging hoop gebracht doordat het hen een enorme kans biedt. We kunnen het ook andersom stellen: als deze test faalt zal dit ongekende gevolgen hebben...

Een aantal korte opmerkingen over de eerste moeilijkheden en problemen waarmee we geconfronteerd worden:

Om te beginnen kwam Syriza dicht bij het behalen van een absolute meerderheid in zetelaantal (de grootste partij krijgt 50 zetels extra), maar ze slaagde daar net niet in. De uiteindelijke uitslag (36,3%) bevond zich aan de lage kant van wat de peilingen hadden aangegeven. Dit terwijl de resultaten van Neo Democratia zich aan de hoge kant bevonden van wat de peilingen aangaven. In die zin was er afgelopen nacht enige teleurstelling voelbaar op de campagnebureaus en op het plein voor het Propylaea. Bovendien, moet ik - na al jaren op nogal wat uitslagenavonden in het centrum van Athene te zijn geweest - toch zeggen dat er minder mensen op straat waren dan na de overwinningen van Pasok in de jaren ’80 en ’90.

Het verslaan van Neo Democratia met 8,5% blijft een belangrijke overwinning, maar we moeten uitleggen waarom de dynamiek achter Syriza niet zo groot was als gehoopt. Een opvallend aspect in de uitslagen is dat terwijl Syriza op landelijk vlak bijna 10% meer stemmen haalde dan in juni 2012 en bij de Europese verkiezingen (in mei 2014), ze veel minder vooruitgang boekte in de grote stedelijke centra (in het bijzonder Athene en Thessaloniki), waar de stijging 6% bedroeg. Terwijl ze haar beste resultaten in juni 2012 vooral behaalde in het uitgesproken rode kiesdistrict van Piraeus (als we Xanthi, waar het een grote steun kreeg van de Turkssprekende minderheid, buiten beschouwing laten), behaalde Syriza deze keer meer stemmen in 7 andere regio’s (waaronder vroegere Pasok bastions zoals Kreta en de noordelijke Peloponnesos), dan in de industriële gordel van Piraeus (terwijl ze daar ook van 37% naar 42% steeg).

Syriza boekte dus vooral vooruitgang in rurale en semi-urbane gebieden en middelgrote provinciale steden: dat wil zeggen in delen van Griekenland waarvan het politiek gedrag eerder conservatief is. Haar invloed in het land is nu dus homogener, zodat ze zich op kan werpen als een legitieme ‘regeringspartij’, maar ze kon te weinig gebruik maken van de dynamiek om haar voorsprong in de grote steden te doen groeien en extra zetels te verwerven in de grote kieskringen van Athene en Thessaloniki. Ze heeft nu meer het electorale profiel van een ‘klassenoverstijgende’ partij, zonder de ‘onevenwichtigheden ’ van 2012. Haar aanhang is minder uitgesproken geworteld in de loontrekkers van de grote stedelijke centra, zelfs al is haar invloed onder deze bevolkingsgroepen zeer groot en maken ze een groot deel uit van haar electoraat.

Daarbij moeten we ook kijken naar de resultaten van de Communistische Partij de KKE die een beperkte winst van 1% boekte in vergelijking met juni 2012. En ook naar het antikapitalistische linkse front Antarsya dat van 0,33% naar 0,64% steeg. Hun vooruitgang was vooral zichtbaar in de grote stedelijke centra. Syriza heeft dus zeker een aantal stemmen verloren aan haar ‘linkerzijde’ en ze was vooral niet in staat om de grote hoeveelheid stemgerechtigden die zich onthouden hebben, te mobiliseren (er was nationaal een opkomst van slechts 64%).

De nieuwe regering (waarvan de samenstelling op het moment van schrijven onbekend was) zal een aantal zware obstakels moeten trotseren. De staatskas is leeg en de overheidsinkomsten dalen sneller dan verwacht. Heel snel zal aan het licht komen dat het financieringsplan van het ‘Thessaloniki programma’ van Syriza gebaseerd was op overoptimistische (of zelfs verkeerde) inschattingen. Het was eigenlijk de bedoeling om de indruk te geven dat het programma voor de helft gerealiseerd kon worden door de Europese kredieten, (die al toegekend zijn en sommige al uitgekeerd en waarvan de betaling volstrekt afhankelijk is van beslissingen van de EU), te heroriënteren en voor de helft door een effectievere belastinginning, zonder belastinghervorming en zonder de noodzaak van een stijgend begrotingstekort. De strategische oriëntatie van de regering naar de EU toe is ook vrij onduidelijk. Gisteren was Tsipras nogal enthousiast om de EU en de markten gerust te stellen. Hij sprak van een ‘eerlijke dialoog’ en ‘wederzijdse voordelige oplossingen’. Hij noemde het woord ‘schuld’ niet.

Gisteren schrok ik toen ik kameraden (ECB voorzitter) Draghi hoorde prijzen, waarbij hij als de één of andere grote tegenstander van Angela Merkel en (de Duitse minister van financiën Wolfgang) Schaüble, en bijna als een bondgenoot van Syriza werd voorgesteld. De enige Europese leider waarvan het lachend gezicht vandaag op de homepage van de officiële partijwebsite left.gr prijkt is dat van Martin Schulz de voorzitter van het Europees Parlement en lid van de Duitse SPD, die onmiddellijk overleg met Tsipras aangevraagd heeft. Het lijkt erop dat sommige kringen in de partij zo ver gaan dat ze zichzelf wijsgemaakt hebben dat partijslogans zoals ‘Europa verandert’ enige waarheid bevatten, in de zin dat de EU bereid zou zijn met ons een eerlijk compromis te sluiten. Maar de uitkomst op dit front zou uiteindelijk neerkomen op het overslaan van de Troika en de rechtstreekse ‘onderhandeling’ (dat magische woord!) over een licht afgezwakte versie van de memoranda met de EU-instellingen.

Tenslotte: hoewel  Kammenos en zijn rechtse soevereiniteitspartij ANEL (Onafhankelijke Grieken) zeker een minder kwaad zijn in vergelijking met formaties zoals To Potami (die de expliciete bedoeling had om Syriza te dwingen binnen de krappe marges van de EU en haar memoranda te blijven), zijn ze nog steeds een kwaad. Hun deelname aan de regering, zelfs met slechts één minister,  zou het einde betekenen van het idee van een ‘linkse anti-bezuinigingsregering’. Bovendien is dit een rechtse partij, die uitzonderlijk begaan is met het verdedigen van de ‘harde kern’ van het staatsapparaat (het zal belangrijk zijn om een oplettend oog te houden op de ministerspost die ze zal krijgen). Het zou niet verwonderlijk zijn als ze de voorkeur geeft aan het ministerie van defensie of openbare orde, hoewel de kans bestaat dat ze deze niet zal krijgen. (Inmiddels is bekend dat Kammenos benoemd is tot minister van defensie red.)

Syriza heeft een heel kleine manoeuvreerruimte – maar deze tegenstellingen moeten snel opgelost worden. De maatschappij blijft voorlopig passief, maar de hoop die in Syriza gesteld wordt is heel groot en heel concreet. Er wachten bijzonder grote opdrachten voor die krachten die zich bewust zijn van het naderende gevaar en die vastberaden zijn om de kernpunten van het partijprogramma over de breuk met de bezuinigingspolitiek te verdedigen. Meer dan ooit moeten we duidelijk maken dat er geen middenweg bestaat tussen confrontatie en capitulatie. Het moment van de waarheid is aangebroken.

Athene, 26 januari 2015

 

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van Verso

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren