Een stukje uit de tekst: ‘Ook al zijn onze standpunten minder prominent dan in de jaren tachtig, de Vierde Internationale denkt dat volledige vrijheid en gelijkheid van potten, flikkers, en transgenderisten alleen mogelijk is als de functies van het gezin gesocialiseerd worden, wat alleen bereikt kan worden door het omverwerpen van het kapitalisme. . . Wij werken aan een samenleving waarin onze lichamen, verlangens en emoties niet langer dingen zijn om te kopen en verkopen, waarin de keuzemogelijkheden voor alle mensen – vrouwen, mannen, seksuele wezens, jongeren en ouderen – veel groter zijn en mensen op een andere manier met elkaar om kunnen gaan, kunnen samenleven, werken en opvoeden.’
In Frankrijk is de discussie over seksualiteit nieuw leven in geblazen en linkse activisten spelen er een grote rol. In Portugal, waar de revolutionair socialisten van de PSR de pioniers waren, is de strijd pas goed begonnen. En in de Derde Wereld, bijvoorbeeld in Zuid-Afrika en Indonesië, beginnen flikkers en potten zich ook te roeren.
Wortels
Genoeg reden, zo leek de Vierde Internationale, weer eens te kijken naar haar theoretische uitgangspunten en haar ervaringen in de strijd. De socialisten pogen al jaren een rol te spelen in de linkervleugel van de potten- en flikkerbewegingen. Bewegingen die in veel landen belangrijke successen op hun naam hebben staan. In een aantal landen, vooral in West-Europa, bestaat nu juridische bescherming tegen discriminatie en er zijn wetten die formeel gelijke rechten garanderen.
Maar in het overgrote deel van de wereld moeten potten en flikkers het zonder wettelijke bescherming stellen. In veel landen is het de staat zelf die een bedreiging vormt voor de positie van flikkers en potten. In de Derde Wereld bestaat vaak geen enkele vorm van rechtsbescherming en worden homoseksuelen vervolgd en zwaar bestraft. Maar niet alleen in de Derde Wereld. Met het aan de macht komen van Bush in de Verenigde Staten is de rol van fundamentalistische christenen, die homoseksualiteit als een uitdrukking van een zieke samenleving zien, groter geworden.
Het geeft aan hoe kwetsbaar de positie van homoseksuelen in de imperialistische landen blijft. Bovendien blijkt de term ‘gelijke rechten’ soms mythische proporties aan te nemen. In de meest vooruitstrevende landen als Denemarken en Nederland lijkt de term de beweging te verlammen. ‘We zijn nu juridisch gelijk, dus we hebben niets meer om voor te vechten. We hebben alles al bereikt’ zo lijkt men te redeneren. Maar klopt het ook? Hoe definieer je bevrijding? De tekst van Vierde Internationale is een zoektocht naar mogelijke antwoorden.
Bevrijding?
De ideeën van marxisten spelen nu een minder grote rol in de bewegingen dan in de jaren zeventig. Dat was een belangrijke impuls voor het schrijven van de tekst. In de tekst benadrukt de Vierde het belang van seksuele bevrijding in plaats van integratie. Peter Drucker, lid van de SAP, actief in RozeLinks (GroenLinks platform voor seksuele diversiteit) en een van auteurs van de tekst: ‘In hoeverre betekent die term nog iets voor de beweging?’
Volgens Elmira Engel, lid van GroenLinks en RozeLinks blijft de term belangrijk. ‘Er wordt in Nederland altijd gezegd dat de emancipatie voltooid is, maar in werkelijkheid valt dat nogal tegen. Het woord bevrijding kan ons verder brengen.’ Michiel Odijk, ook lid van GroenLinks en RozeLinks, sluit daarop aan: ‘De huidige slogan ‘gelijke rechten’ heeft heel moeilijke kanten. Je krijgt discussies waarin gesteld wordt dat hetero’s geen seks zoeken in parken en darkrooms en dat flikkers er daarom ook geen recht op hebben. Dat moet anders: discussies over bevrijding moeten ook gaan over het recht op lust, over hoe je het leven seksueel inricht.’ Paul Mepschen (SAP): ‘Het gaat erom de discussie in de homobeweging verder te brengen. Gelijke rechten zijn een mythe geworden. Het lijkt alsof we klaar zijn. Daar moeten we vanaf.’ Dat vindt ook Jet van Wijsrijk, SAP-lid: ‘Binnen de bedrijfspoort valt het vooral nogal tegen. Ik ben daar jarenlang mee bezig geweest. Rondom de gay-games is er een boekje over homo’s en lesbo’s op het werk uitgekomen. Dat boekje maakte duidelijk hoe moeilijk de situatie vaak nog is: alle homo’s leken excentrieke beroepen te hebben. Maar juist in de ‘doorsnee’ beroepen zitten veel potten en flikkers die vaak niet open over hun seksualiteit kunnen praten.’
Gezin
De discussie maakt duidelijk dat het niet bij gelijke rechten alleen kan blijven. Ook als homo’s en lesbo’s wel uitkomen voor hun seksuele oriëntatie blijven ze vaak een vreemde eend in de bijt. Homoseksualiteit wordt niet gezien als een mogelijke manier van leven, een even goede keuze als heteroseksualiteit, maar blijft een uitzondering, een afwijking van de norm. De tekst stelt het als volgt:
‘Heteroseksisme, de onderdrukking waar homoseksuele mannen en vrouwen onder lijden, komt tot uitdrukking in alle sferen – zowel in de politiek, op het werk en in het onderwijs als in de meest intieme aspecten van het dagelijks leven. Het is geworteld in het heteroseksuele, patriarchale gezin dat karakteristiek is voor het kapitalisme (. . .) In zijn kapitalistische vorm is het gezin het goedkoopste en ideologisch meest geaccepteerde mechanisme voor de reproductie van menselijke arbeid (. . .) en reproduceert an sich de hiërarchische, autoritaire verhoudingen die noodzakelijk zijn voor het instandhouden van de klassenmaatschappij. (. . .) Zolang de samenleving zo georganiseerd blijft dat alleen in het gezin in basisbehoeften wordt voorzien zullen de mensen die er vervreemd van zijn of ervoor kiezen niet in gezinsverband te leven moeilijkheden hebben om hun basisbehoeften te bevredigen. Het gezin veronderstelt en reproduceert de heteroseksuele norm, die onderdrukkend is voor iedereen die ervan afwijkt. Zolang heteroseksuele liefde de basis is voor het vormen van een gezin zullen homoseksuelen ervan uitgesloten zijn. Zolang het gezin de centrale plek is waar kinderen worden opgevoed zullen niet-heteroseksuele kinderen vervreemd opgroeien. (. . .) Zolang alleen heteroseksuele verlangens en relaties in de consumptiecultuur verbeeld worden, zullen niet-heteroseksuelen zich onzichtbaar voelen. Deze onderdrukking wordt verergerd door repressieve wetten en maatschappelijke discriminatie, maar het afschaffen van die wetten en het verbieden van discriminatie zullen de onderdrukking niet opheffen.’
In het gesprek blijkt er geen consensus over de rol van het gezin te bestaan. Michiel is met zijn partner al twintig jaar parttime ouder en heeft eigen ervaringen: ‘Andere gezinsvormen beginnen langzamerhand beter geaccepteerd te worden. In mijn omgeving zijn steeds meer mensen ermee bezig. De definitie van gezin is ook echt veranderd. De Nederlandse regering heeft voor het internationale jaar van het gezin bijvoorbeeld erg hard gewerkt om de definitie zo te maken dat ook samenwonende homo’s en lesbo’s eronder vallen. In de discussie in de Kamer zie je ook dat mensen af willen van het idee dat een biologische band, wat betreft ouderschap, het belangrijkste is. Cohen heeft in een reactie op Femke Halsema’s vragen hierover gezegd: Laten we eerst deze stap zetten en dan zien we daarna verder. Het is volgens mij ook mogelijk om verder te gaan. Nu wordt nog, bijvoorbeeld in het successierecht, aan biologische verwantschap meer waarde gehecht dan aan intimiteit. Dat is belachelijk, maar het kan veranderen.’
Paul reageert: ‘Natuurlijk kunnen er verschuivingen optreden, maar ik blijf erbij dat het kapitalisme het gezin uiteindelijk nodig heeft voor de reproductie van arbeid en het doorgeven van de kapitalistische ideologie, zoals de tekst stelt.’
Michiel: ‘Dat geloof ik niet. Het huidige kapitalisme is juist sterk op het individu gericht. Iedereen is een potentiële consument. Mensen kunnen en moeten steeds meer voor zichzelf regelen. Intimiteit kan steeds persoonlijker en op maat ‘besteld worden’. Juist op het gebied van het persoonlijke leven en het gezin zal dat veranderingen te weeg brengen.’
Peter: ‘We staan nog maar aan het begin van veranderingen. Daarom is het moeilijk te zeggen hoeveel verzet er tegen die veranderingen zal komen. Maar ik heb het gevoel dat er veel angst bestaat. De paniek rond pedofilie is daar een uitdrukking van. Het lijkt me dat mensen bang worden zodra de traditionele verhouding tussen ouder en kind verandert. En juist in de landen waar het meest bereikt is op het gebied van homo-emancipatie zie je dat er grenzen worden gesteld. In Denemarken bijvoorbeeld is kunstmatige inseminatie verboden voor lesbische vrouwen.’
Elmira: ‘Mensen zijn inderdaad bang voor veranderingen. We hebben toch allemaal een geïnternaliseerd huisje-boompje-beestje gevoel. Er ontstaat ook onder homo’s en lesbo’s een sociale dwang om traditioneel te leven. Anders val je weer uit de boot.’
Jet: ‘Het systeem maakt het heel moeilijk te kiezen voor niet-traditionele relaties. Ik heb daarmee geëxperimenteerd, maar het leverde gewoon te veel onrust op. Op een gegeven moment dacht ik: Shit, ik word traditioneel.’
Paul: ‘Zo zie je volgens mij hoe belangrijk je opvoeding in een gezin is. Het heeft grote gevolgen voor hoe je verder wilt. Er zijn ook geen andere plekken waar je rust en stabiliteit kunt vinden. Je komt daar binnen deze samenleving niet uit.’
Michiel: ‘Maar ik zie toch veranderingen in de Nederlandse cultuur. Crèches waren 25 jaar geleden echt een uitzonderingen. Nu is het veel beter geaccepteerd dat werkende ouders hun kinderen naar de crèche brengen.’
Paul: ‘Maar juist daarin zie je toch ook een achteruitgang. Mensen willen hun kinderen niet meer in de crèche stoppen. Ze kiezen er dan toch voor om te stoppen met werken.
Michiel: ‘Ja, maar ik denk dat dat komt omdat in zorg en onderwijs zulke grote gaten vallen. Mensen vertrouwen het niet meer. Maar dat kun je veranderen.’
Peter: ‘Ook tijdens de discussie in de Vierde Internationale zag je dat mensen een beetje angstig werden. Ze dachten dat we staatsinstituties wilden en kinderen van ouders wilden scheiden. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het gaat erom andere, meer collectieve, vormen te vinden waar warmte en intimiteit bestaan. Nu is het zo dat er het gezin de enige plek is, die warmte kan bieden, hoewel trouwens heel vaak het tegenovergestelde het geval is.’
Gender
Potten en flikkers worden niet alleen geconfronteerd met hun seksualiteit, maar ook met hun genderidentiteit. Gender slaat op de sociaal bepaalde aspecten van sekse. Mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn een essentieel onderdeel van opvoeding en socialisatie. Afwijken van deze norm is in vele samenlevingen gewoon dodelijk. In Brazilië bijvoorbeeld wordt iedere dag een transseksueel vermoord. Transseksuelen, travestieten en anderen die de gender grenzen overschrijden zijn de meest opvallende voorbeelden van mensen die onderdrukt worden door de traditionele tweedeling man-vrouw, maar gender is in het algemeen een belangrijk onderdrukkingsmechanisme.
De categorieën man en vrouw zijn sociale constructies, geen onveranderlijke universelen.. Ze staan niet buiten de geschiedenis. In westerse landen zijn ze deels het product van achttiende-eeuwse ideeën over respectabiliteit die zich hadden ontwikkeld binnen de protestantse middenklasse en in de negentiende eeuw onderdeel werden van de gemeenschappelijke verbeelding. Ze hebben genderopvattingen zowel in de westerse landen als in de koloniën sterk beïnvloedt. Natuurlijk heeft de ontwikkeling ervan verschillende poten en hebben er sindsdien belangrijke verschuivingen plaatsgevonden, maar de kern van wat in het algemeen als mannelijk en vrouwelijk wordt gezien ligt in deze periode. In het rondetafelgesprek ontstond een korte discussie over de rol van gender nu.
Paul: ‘Jongens en meisjes die zich niet aan de gendernormen kunnen of willen houden worden eigenlijk keer op keer geconfronteerd met een bijna terroristische samenleving die wat dat betreft onverbiddelijk is. Je moet je aanpassen.’
Jet: ‘Eigenlijk moet het begrip homobevrijding daarom ook breder getrokken worden. In principe bedoelen we natuurlijk ook heterobevrijding. Je moet die strakke genderregels afschaffen.’
Peter: ‘De tekst heeft het daar ook over. Uiteindelijk moet homo- en heteroseksualiteit ophouden te bestaan.’
Elmira: ‘Datzelfde geldt voor inflexibele ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid.’
Michiel: ‘Ik ben een keer heel sterk geconfronteerd met het belang van gender toen onze jongens net konden praten. Een van de jongens had het over een mevrouw toen hij een man bedoelde. Toen stond ik voor een dilemma. Is het zo belangrijk? Ik vond het natuurlijk geen probleem, maar het was wel een dilemma. De samenleving accepteert het niet en je moet je kinderen dus leren mannen en vrouwen uit elkaar te houden. Dat is zo jammer.’
Peter: ‘Wij willen allemaal zoveel bereiken. Hoe kijken we dan aan tegen een overwinning als het homo-huwelijk. Is er reden om bang te zijn dat zoiets juist de traditionele manieren van denken bevestigt?
Paul: ‘Ook in de homoscene zie je dat. Het is vaak de normaalste zaak van de wereld om over elkaar te praten in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid: ook als het over seksueel gedrag gaat. We kunnen daar blijkbaar niet uitbreken.’
Tactiek
Peter: ‘Hoe moeten we nu verder? Roze Links heeft het homo-huwelijk proberen te relativeren, maar het overgrote deel van de homobeweging lijkt erg tevreden en stelt verder weinig vragen. Gelijke rechten en dat is het dan.”
Michiel: ‘Het is voor mensen nu eenmaal belangrijk. Voor RozeLinks is het nooit een strijdpunt geweest. We hebben kanttekeningen en bedenkingen, maar we zijn en waren niet tegen.’
Paul: ‘Ja, maar al die nadruk op het huwelijk heeft ook problemen. De discussie gaat daarom gewoon nergens meer over. En toch zullen mensen uiteindelijk tegen de beperkingen oplopen. Het is jammer dat dat nu nog niet gebeurt, want we moeten toch echt verder, een nieuwe politiek ontwikkelen.’
Peter: ‘Het standpunt van het COC is ook echt volledig veranderd.’
Michiel: ‘Ja, die is echt 180 graden gedraaid. Nou ja, zeg maar 170 graden. Vroeger zagen ze het huwelijk vanuit de feministische kritiek als een ongewenste aanpassing, toen de Gaykrant succes begon te krijgen met zijn lobby gingen ze om.
Peter: ‘Je ziet dat trouwens in veel landen: het huwelijk staat boven aan de agenda. Ik vind dat een achteruitgang. De radicale vleugel van de vrouwenbeweging en homobeweging zijn zwakker geworden en er wordt veel minder naar collectieve en meer naar individuele oplossingen gezocht. Dat is jammer, want er zijn ook mensen voor wie het huwelijk niet belangrijk is. Je ziet in die zin dat er een versmalling van de homobeweging optreedt. Het is een beweging geworden voor de middenklasse, die een vrij traditioneel leven ambieert. Het is niet meer de beweging van de queers, van transgenderisten, oudere homo’s of mensen met niet gangbare seksuele voorkeuren als SM.’
Michiel: ‘De beweging is gewoon verrechtst. Er zitten veel VVD’ers, mensen die een stabiel leven hebben en zekerheid willen.’
Paul: ‘Ja, verrechtst en gedepolitiseerd. Identiteit is steeds meer alleen gebaseerd op de commercie, muziek, kleding etc. Niet meer op een collectieve geschiedenis. Dat maakt het ook moeilijk strijd te organiseren. De symbolen van homoseksualiteit hebben steeds minder met politiek te maken.’
Michiel: ‘Maar toch is het COC met nieuwe speerpunten bezig. Nu alles juridisch goed geregeld is zie je dat ze zich bijvoorbeeld gaan richten op migranten. Er komt wel weer wat op gang.’
Peter: ‘Maar het wordt wel moeilijk gemaakt door de verrechtsing van de homobeweging. Dat lijkt me een slechte ontwikkeling.’
Michiel: ‘Daar ben ik niet helemaal mee eens. Ook voor de Nederlandse homobeweging geldt het poldermodel. Dat is ook haar kracht. Ik heb jarenlang in bewegingen gezeten met mensen met wie ik het politiek niet eens was, maar we konden wel samenwerken. We organiseerden samen die Roze Zaterdag. Ik heb gemerkt dat dat in andere landen niet mogelijk is. Als daar verschillende organisaties bij elkaar aan tafel zitten gaan ze het eerst hebben over hun meningsverschillen. Dat is niet productief. Door dat poldermodel hebben we wel wat bereikt.’
Paul: ‘Maar de vraag is of het niet tegelijkertijd beperkend is. Door het poldermodel is het moeilijk de strijd voort te zetten, want je moet voortdurend concessies doen aan burgerlijk links en aan rechts.’
Michiel: ‘Maar we kunnen onze punten toch op de agenda zetten. Dat moeten we gewoon doen. Door overleg met anderen hebben we wel eens moeten inleveren, maar ik ben nooit van standpunt veranderd. Dat hoeft ook niet.’
Na drie jaar hard gewerkt te hebben aan deze tekst heeft de Vierde Internationale een mooi document geproduceerd over seksuele bevrijding, waar ze daadwerkelijk de beweging mee in kunnen. Een beweging waarin belangrijke meningsverschillen bestaan, maar waar marxisten zeker een verhaal hebben.
Kadertje
De tekst ‘On lesbian/gay liberation’ is in het Engels te bestellen bij de SAP: saprebel@dds.nl. Hij zal binnenkort ook in het Nederlands verkrijgbaar zijn.
Reactie toevoegen