Iran tussen het Russische en het Chinese model

Iran evolueert in de richting van een model dat lijkt op dat van het Rusland van Vladimir Poetin, gebaseerd op militarisering en rentenierschap, in schril contrast met het Chinese model waar de hervormingsgezinden de voorkeur aan geven.

Donald Trump beweerde te streven naar 'regimeverandering' in Iran, maar op een andere manier dan de regering van George W. Bush die term gebruikte om de invasie van Irak in 2003 te rechtvaardigen, die werd gepresenteerd als het brengen van democratie na de omverwerping van Saddam Hoessein. Zoals we herhaaldelijk op deze pagina's hebben gesteld, zelfs vóór de gezamenlijke Amerikaans-Israëlische agressie tegen Iran, was – en blijft – Trumps doel om zijn Venezolaanse strategie te herhalen: de president ontvoeren om de weg vrij te maken voor een opvolger die bereid is samen te werken met Washington en zijn oliebelangen. Met andere woorden, zijn doel was om 'het gedrag van het regime te veranderen', niet om het regime zelf te veranderen.

Toch is het resultaat van Trumps optreden in Iran het tegenovergestelde van wat hij beoogde. Hij heeft de 'pragmatische' hervormingsgezinde vleugel binnen het Iraanse regime niet versterkt. Die hervormers pleiten ervoor dat Iran zijn uraniumverrijkingsprogramma stopzet, dat zich ongemakkelijk halverwege bevindt tussen de drempels voor kernwapens en vreedzaam gebruik van kernenergie. De waarheid is dat Iran geen kernenergie nodig heeft: het beschikt over overvloedige fossiele brandstoffen en een nog groter potentieel aan hernieuwbare energie, met name zonne-energie, waarvan China – zijn belangrijkste economische partner – de grootste producent ter wereld is.

Hervormers stellen ook dat het beleid van Iran om zijn invloed in de Arabische wereld uit te breiden er niet in is geslaagd tegenstanders af te schrikken, maar juist destructieve oorlogen heeft ontketend waarbij Iran en zijn Libanese bondgenoot, Hezbollah, betrokken waren. Het belangrijkste is dat zij geloven dat economische liberalisering en samenwerking met het Westen de Iraanse economie nieuw leven kunnen inblazen, de menselijke en technologische hulpbronnen van het land kunnen benutten en de verscheurde relatie kunnen herstellen tussen de regering en een bevolking die steeds vijandiger staat tegenover het huidige regime.

De door Washington geleide tweeledige agressie heeft echter de militaire vleugel van het Iraanse regime, met als middelpunt de Revolutionaire Garde (IRGC), versterkt. Die vleugel steunt op een renteniersmodel dat wordt gevoed door olie- en gasinkomsten en toont weinig interesse in de ontwikkeling van een productieve, wereldwijd geïntegreerde economie. China heeft dat bereikt door de historische economische openstelling die het in staat stelde het grootste economische wonder in de moderne geschiedenis te verwezenlijken. In feite neigt Iran naar een model dat vergelijkbaar is met dat van het Rusland van Vladimir Poetin, gebaseerd op militarisering en rentenierschap, in schril contrast met het Chinese model waar de hervormers de voorkeur aan geven.

Het is belangrijk op te merken dat religieuze ideologie geen leidende kracht meer is geweest in de Islamitische Republiek sinds de dood van haar stichter, grootayatollah Ruhollah Khomeini, in 1989 en de daaropvolgende opkomst van Hojjatoleslam Ali Khamenei – destijds een geestelijke van middelbare rang wiens benoeming grondwetswijzigingen vereiste die de theologische kwalificaties voor leiderschap in feite verlaagden. Khamenei’s opkomst, gefaciliteerd door Ali Akbar Hashemi Rafsanjani, was het resultaat van een politieke manoeuvre die het spirituele en religieuze leiderschap van het Khomeini-tijdperk geleidelijk uitholde. In tegenstelling tot Rafsanjani’s pragmatische aspiraties veranderde Iran echter in een militaire republiek gedomineerd door de Revolutionaire Garde, nauw verbonden met Khamenei, waarbij het zijn bredere islamitische ideologische claims steeds meer verliet ten gunste van sektarisch opportunisme om de regionale invloed uit te breiden.

Die expansie begon in Libanon tijdens het tijdperk van Khomeini, terecht gerechtvaardigd als steun tegen de zionistische bezetting van Zuid-Libanon. Later breidde de expansie zich veel minder terecht uit naar Irak, waar Teheran zijn sektarische bondgenoten aanmoedigde om mee te werken aan de Amerikaanse invasie en bezetting om de Iraanse invloed te vergroten. In Syrië maakte de steun aan het regime van Assad – ogenschijnlijk een regime dat behoort tot de 'Arabisch-socialistische Ba’athistische' ideologie die Iran al lang verafschuwde – deel uit van een bredere strategie om een sektarische as op te bouwen die loyaal is aan Teheran, die zich uitstrekt van Iran tot de Libanese en Syrische Middellandse Zeekusten, via Irak.

De Jemenitische Houthi’s sloten zich vervolgens aan bij die as, aanvankelijk in opstand tegen de gekozen regering die voortkwam uit de volksopstand van 2011 en de omverwerping van Ali Abdullah Saleh. Ze sloten tijdelijk een bondgenootschap met de afgezette dictator, met wie ze niets anders deelden dan hun sektarische band, om hem kort daarna te vermoorden.

De door de VS geleide tweeledige agressie heeft die gemilitariseerde expansionistische koers verder versterkt, wat de vastgelopen onderhandelingen tussen Teheran en Washington verklaart. Deze uitkomst sluit aan bij de wensen van de Israëlische regering, die, in tegenstelling tot Trump, niet louter een gedragsverandering nastreeft, maar de volledige omverwerping van het Iraanse regime, en zelfs de versnippering van het land langs etnische lijnen. Netanyahu is daarom voorstander van de impasse, in de hoop dat de reformistische Iraanse inspanningen om tot een onderhandelde regeling te komen zullen mislukken.

Trump wordt nu geconfronteerd met de gevolgen van zijn politieke kortzichtigheid en zijn vertrouwen op het herhalen van het scenario van Venezuela in Iran, zonder de diepgaande verschillen tussen de twee landen te onderkennen. Hij staat voor een dilemma: doorgaan met de tweeledige agressie zoals aangedrongen door Netanyahu, met enorme economische en politieke risico’s voor de VS, vooral met de naderende congresverkiezingen, òf zich terugtrekken onder een voorwendsel dat niemand zou misleiden en het vertrouwen onder zowel regionale als westerse bondgenoten verder zou uithollen. Hoe dan ook, de huidige toestand van 'noch oorlog, noch vrede' kan niet oneindig voortduren.

Dit artikel stond op Al-Quds al-Arabi. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop