Levensloop - niet zo: Een feministisch nee

De oorspronkelijke gedachte van een levensloopregeling was sympathiek. De huidige systemen voor pensioen en sociale zekerheid zijn meestal afgestemd op een mannelijk standaardlevenspatroon: eerst leren, dan veertig jaar fulltime werken, en dan met (pre)pensioen. Steeds meer werknemers hebben echter een andere levensloop. Vooral vrouwen onderbreken hun werk, geheel of gedeeltelijk, om voor kinderen te zorgen. Of voor hun eigen ouders bijvoorbeeld. Mannen en vrouwen willen hun werk een jaar onderbreken om iets bij te leren, of om gewoon eens tot rust en bezinning te komen. Migranten (m/v) hebben een deel van hun arbeidsverleden buiten Nederland liggen, of hebben een AOW-gat omdat zij pas na hun vijftiende naar Nederland zijn gekomen. Ook Nederlanders worden steeds vaker een tijdje migrant, doordat zij een paar jaar in het buitenland gaan werken.

Onbestendig
In dit soort situaties kun je problemen krijgen met je pensioenopbouw, of je opbouw van AOW, of WW- en WAO-rechten. Vandaar het terechte pleidooi dat die regelingen meer ‘levensloopbestendig’ zouden moeten worden. Zodat het bijvoorbeeld mogelijk is om betaald verlof te nemen niet alleen aan het eind van je loopbaan, maar ook tussendoor. En zodat je verzekerd bent van goede sociale rechten, ook als je niet veertig jaar fulltime in Nederland hebt werkt.
Helaas is dat allemaal zo’n beetje het tegenovergestelde van wat de levensloopregeling van Balkenende II te bieden heeft. Ten eerste komt er geen recht op verlof – maar alleen een regeling om te sparen voor het geval dat je werkgever in de toekomst akkoord gaat met verlof.
Verder is de spaarregeling voor velen niet realistisch. In theorie kun je sparen voor zorgverlof, sabbatsverlof, ouderschapsverlof, of prepensioen. Hiervoor mag je maximaal 12 procent van je loon per jaar opzij mogen zetten, en je zou maximaal voor anderhalf jaar verlof mogen sparen.
Maar mensen met een laag inkomen hebben de ruimte niet om 12 procent van hun inkomen te sparen. Ze hebben immers elke cent nu nodig. Uit een onderzoek door het Sociaal en Cultureel Planbureau bleek dat daardoor vooral vrouwen en migranten in de praktijk niet in staat zullen zijn om aan deze regeling mee te doen.

Zorgverlof
Sparen past bovendien wel redelijk bij prepensioen of sabbatsverlof, maar niet bij ouderschapsverlof en zorgverlof. Voor ouderschapsverlof is het probleem dat veel mensen nog niet zo lang gewerkt hebben op het moment dat ze kinderen krijgen. Je moet immers heel wat jaren sparen voordat je wat verlof bij elkaar hebt gesprokkeld (zie kadertje). Voor zorgverlof geldt nog een ander probleem: je weet van tevoren niet of (en wanneer) iemand in je naaste omgeving ziek gaat worden en verzorging nodig heeft. Daar kan je dus niet voor sparen.
Bovendien wijst de praktijk uit dat vooral vrouwen verlof opnemen voor zorgtaken. Dat zal met deze regeling niet veranderen, aldus ook de verwachting van het SCP. Zodat straks vooral vrouwen geen prepensioen meer zullen hebben – ze hebben hun gespaarde levenslooprechten immers al opgenomen voor zorgtaken, terwijl mannen wel een paar jaar eerder kunnen ophouden met werken.
De beeldvorming dat het verzet tegen deze regeling vooral een zaak is van middelbare witte mannen, is dan ook nogal vreemd. Het SCP concludeert juist dat de levensloopregeling nog het meest gebruikt zal worden door ‘hogere inkomensgroepen, mannen, ouderen, en paren zonder thuiswonende kinderen’. Voor hen zijn de regeringsplannen weliswaar slecht, maar voor jonge vrouwen (wit of migrant) zijn ze nog veel slechter. Een gezamenlijke strijd voor het recht op prepensioen, voor betaald zorgverlof en een kortere werkweek, blijft noodzakelijk om de problemen rondom werkloosheid, ongelijkheid van vrouwen en de traditionele taakverdeling tussen mannen en vrouwen te doorbreken.

NB: dit artikel is geschreven op 3 november 2004. Sindsdien bekend geworden wijzigingen in de levensloopregeling zijn dus niet meegenomen.

Rekenvoorbeelden
(Bij 12 procent sparen, gebaseerd op een rente van 4 procent die jaarlijks voor het spaartegoed wordt ontvangen en een gemiddelde jaarlijkse loonstijging in combinatie met een gemiddelde carrièreontwikkeling van 2,7 procent).
- Na twee jaar kan twaalf weken verlof worden gefinancierd tegen 100 procent van het salaris.
- Wie tijdens het verlof genoegen neemt met 70 procent van het salaris kan na twee jaar sparen 18 weken verlof financieren.
- Na zes jaar sparen kan 37 weken verlof worden gefinancierd tegen 100 procent van het salaris of 52 weken tegen 70 procent van het salaris.
- Om 150 procent van het salaris te sparen (= het maximum) heeft een werknemer 12,5 jaar nodig.
- Tegen 70 procent van het salaris kan een werknemer dan 2,1 jaar verlof financieren.

Bron: TK 2003/2004
Uit: een EER voor de levensloopregeling, red. Saskia Keuzenkamp (red.), Emancipatie Effectrapportage door het SCP in opdracht van het ministerie van SZW.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop