Londense verkiezingen - Links daagt Blair uit

De steun aan Livingstone is deels gebaseerd op herinneringen aan de Greater London Council (GLC), waar hij van 1981 tot 1986 Labour-fractievoorzitter was. De GLC richtte programma's op voor vrouwen, zwarten, homo's en mensen met handicappen, en Livingstone ontmoetten Sinn Fein-leiders als Gerry Adams lang voor van het Noord-Ierse 'vredesproces' werd gedroomd. Zelfs mensen die de GLC zich niet meer herinneren weten nog wat voor een hekel Thatcher aan Livingstone had. Ook is Livingstone een symbool voor veel mensen die vinden dat New Labour tegenvalt.
Tony Blair voert een model uit waarbij openbare diensten geprivatiseerd worden en de overheid gereduceerd wordt tot manager. Steeds meer traditionele Labour-stemmers worden ongerust over de aanvallen van de regering op werkende mensen. Deze basis werd vergroot en boos gemaakt door het schandalige proces die de steun van Labour aan Livingstone ontnam. Ofschoon Livingstone een overweldigende meerderheid haalde in de voorverkiezingen - 74.000 stemmen tegen 24.000 - werd Blairs lieveling Frank Dobson de kandidaat van Labour. Een 'electoraal college' bood uitkomst: de stem van een kamerlid telde opeens 1000 maal meer dan de stem van een gewoon partijlid!

Terughoudend
Livingstone had zijn uitdaging aan Blair kunnen maximaliseren door een eigen lijst samen te stellen voor de Greater London Assembly (2), tegelijk met hem gekozen. De Londense Socialistische Alliantie [zie kader] pleitte voor zo'n lijst, die activisten uit de vakbonden en bewegingen samen had kunnen brengen met linkse Labour-politici. In plaats van zo'n strategie deelde Livingstone mede dat, eenmaal verkozen, hij vier loco-burgermeesters zou benoemen - één van elke van de 'belangrijke' partijen: Labour, Liberaal-Democraten, Conservatieven en Groenen. Door zijn eigen basis niet te organiseren, zorgde hij ervoor dat veel mensen die de 'belangrijke' partijen niet meer kunnen luchten of zien zich van de politiek distantieerde.
Wat het beleid betreft heeft Livingstone zich vooral van Labour onderscheiden door zijn verzet tegen de privatisering van de Tube (metro). In interviewen met muziekbladen benadrukte hij ook zijn steun aan de legalisering van softdrugs en zijn kritiek op de Wereldbank en het IMF. Op allerlei andere terreinen deed hij echter veel moeite om zijn eenheid te onderstrepen met de Labour-leiding. Hij afficheerde een vriendelijke houding tegenover het bedrijfsleven, en bazuinde een peiling rond waarin 55 procent van de Londense Kamer van Koophandel hem een goed ambassadeur voor Londen noemde. Zijn eigen bedoelingen ten spijt, leidt Livingstones overwinning tot een dieper debat over de alternatieven aan New Labour.

1. Mensen mochten op hun eerste en tweede keus voor burgermeester stemmen. Livingstone kreeg 38,1 procent van de eerste keuzen tegen 26.5 procent voor Conservatief Steve Norris en 12,8 procent voor Dobson, maar versloeg Norris toen de tweede keuzen werden geteld.

2. De Greater London Assembly (GLA) is een orgaan dat vergelijkbaar is met de gemeenteraden in Nederland, maar dan over een gebied met ruim 7 miljoen bewoners.

Socialistische Alliantie
Voor de verkiezingen aan de Greater London Assembly vormde extreem-links een ongehoorde bondgenootschap, de Londense Socialistische Alliantie (LSA). De LSA stelde mensen verkiesbaar voor alle 14 districtenzetels, met haar topscorende kandidaten in de districten North East (7 procent) en Lambeth/Southwark (6,2 procent). Bij verkiezingen voor de 11 zetels gevuld op basis van evenredige vertegenwoordiging kreeg de LSA 1,6 procent.
Inspiratiebron voor de LSA waren de Socialistische Allianties in enkele regio's buiten Londen, die aan de Europese verkiezingen vorig jaar deelnamen. Nog belangrijker voor de vorming van de Londense alliantie was de verkiezing van Tommy Sheridan, kandidaat van de hergroepeerde Schotse Socialistische Partij, in het nieuwe Schotse parlement. Als derde element voor linkse deelname en samenwerking moet de invoering van evenredige vertegenwoordiging worden genoemd.
Zeven organisaties maken deel uit van de Londense Alliantie, de Britse sectie van de Vierde (ISG) inbegrepen (Greg Tucker van de ISG was tweede op de LSA-partijlijst). Ook aangesloten zijn de Independent Labour Network, opgericht door Europarlamentsleden Ken Coates en Hugh Kerrna na hun royement uit Labour twee jaar geleden; individuen als Ken Loach en Tariq Ali, en de leiding van de antiracistische Nationale Bewegingen voor Burgerrechten. De Socialist Labour Party van Arthur Scargill is de enige grote linkse groepering die buiten de alliantie staat; volgens Scargill verdient Livingstone het niet 'burgermeester te zijn van Madurodam'.
De eisen van de LSA zijn onder andere: geen privatisering van de metro; geen bezuinigingen meer van het gezondheidssysteem; geen verkoop van sociale woningen en,; een fatsoenlijk minimumloon.
De LSA heeft ook actief campagne gevoerd om vakbondsleden te verdedigen in ziekenhuizen en op de spoorwegen, om te protesteren tegen huisvesting privatiseringen, en bij antiracistische initiatieven. De rol van de grootste partij binnen de alliantie, de SWP (zusterorganisatie van de Nederlandse IS), is verassend positief geweest. Door jaren had de SWP zich eenzijdig gericht op eigen campagnes. Al voor de verkiezingen bleek de LSA een groot succes, met ruim 2000 actieve sympathisanten. Het is blijkbaar de belangrijkste ontwikkeling aan de linkerzij in Londen sinds decennia.
En na de verkiezingen? Het feit dat Livingstone geen belangstelling heeft en dat de SWP nog aarzelt maakt het voorbarig over een nieuwe partij te spreken. De alliantie moet sowieso versterkt worden om een links alternatief voor New Labour op te bouwen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop