The Missing Link

Internationaal bekeken verkeert het syndicalisme in crisis. Eén cijfer zegt genoeg: de afgelopen twintig jaar verloren de vakbonden van de ontwikkelde landen (VS, Japan, West-Europa) bijna de helft van hun leden. De oorzaken zijn talrijk en hebben alle te maken met de algemene en internationale verzwakking van de krachtsverhoudingen tussen kapitaal en arbeid. We sommen er een aantal op. De invoering van de soberheidspolitiek en van de eerste neoliberale recepten (eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vorige eeuw), als 'antwoord' van de burgerij op de overproductiecrisis die vanaf 1974 tot uiting kwam. De val van de Muur en de instorting van het 'socialistisch' blok begin jaren negentig, wat de burgerij in staat stelde haar offensief met verdubbelde kracht voort te zetten. En, vooral, de intrede van een nieuw regime van kapitalistische accumulatie (neoliberale politiek), gepaard gaan met technologische, culturele, sociale en politieke omwentelingen, beter bekend onder de term 'globalisering'.
Deze neoliberale globalisering en dit nieuwe regime van kapitaalaccumulatie ondermijnen de objectieve basissen van het syndicalisme. De arbeidersklasse en haar klasse-eenheid geraken gefragmenteerd en geatomiseerd door de massale invoering van precaire jobs (interims, part-time) en door de verveelvoudiging van statuten. De arbeidersklasse wordt versnipperd door de opsplitsing van bedrijven in 'netwerken' en door onderaanneming. Individualisering van de loonverhouding, toegenomen concurrentie die de werknemers onderling opgelegd wordt, het gewicht van de massale werkloosheid, nieuwe managerpraktijken, nieuwe productieprocessen... Het zijn even zovele nieuwe fenomenen waarop de vakbonden geen of onvolledige of onaangepaste antwoorden hebben kunnen bedenken. In de nieuwe ondernemingen (nieuw omwille van hun arbeidsorganisatie en/of hun productietype, zoals de industrieën van nieuwe technologieën, de call-centers, enz.) is de syndicale aanwezigheid bijna onbestaand, overal elders boert ze achteruit. De vakbonden hebben het ook aartsmoeilijk om nieuwe lagen precaire werknemers (vrouwen, jongeren, immigranten) aan te trekken, om nog maar te zwijgen van hun weigering om werklozen te organiseren. In een aantal landen - zoals bij ons bijvoorbeeld - wisten de vakbonden op papier een indrukwekkend ledenaantal te behouden. Maar op het terrein gaat het actieve en militante vakbondsleven er eerder op achteruit.
Immers, om een brede en actieve militante basis te behouden, is een zekere graad van klassebewustzijn en van eenheid noodzakelijk. Precies dat bewustzijn werd sterk aangetast ten gevolge van de hoger beschreven evoluties. Bovendien is ook een zeker vertrouwen in de kracht en het nut van de vakbond vereist. Ook op dat vlak ziet men dat het vertrouwen sterk werd verzwakt door het algemene onvermogen van de arbeidersbeweging om de soberheidsaanvallen en de neoliberale offensieven tegen te houden. In de strijd tegen de neoliberale globalisering is dat onvermogen zelfs flagrant.
Ten aanzien van de globalisering...
Deze impasse waarin vandaag heel wat vakbonden zich bevinden kan onder meer verklaard worden door de rol van de nationale specificiteiten: zo het syndicalisme een universele dimensie heeft, is het toch sterk vervlecht met nationale wetten en reglementeringen. De blokkering van elke efficiënte en duurzame internationale actie vloeit voor een stuk ook voort uit hun analyse van de huidige neoliberale globalisering, als uit hun oriëntatie ten opzichte van de bewegingen die de globalisering in vraag stellen. Tal van vakbonden beschouwen de huidige globalisering als een 'natuurlijk' onvermijdbaar proces, dat men slechts kan 'begeleiden', waarbij men zoveel mogelijk de meest negatieve gevolgen voor de werknemers moet trachten in te dijken.
Dat soort analyses vindt men uiteraard het meest terug bij vakbonden die het sterkst geïntegreerd zijn in de burgerlijke staat en/of bij vakbonden waarvan de band van de leiding met de christen- of sociaal-democratische 'arbeiders'partijen hecht blijven. In elk geval is het de analyse van de voornaamste internationale arbeidersorganisatie, de Internationale Vereniging voor Vrije Vakbonden (IVV) die 221 vakbonden overkoepelt uit 148 landen en die daarmee 156 miljoen werknemers vertegenwoordigt. Kort na Seattle verheugde haar voorzitter, Bill Jordan, zich weliswaar over "de overwinning van de civiele maatschappij op de kwade gevolgen van de globalisering". Om er dan direct aan toe te voegen dat "het fout zou zijn onze campagne af te schilderen als een kruistocht tegen de globalisering en tegen de Wereldhandelsorganisatie (...) Goedschiks of kwaadschiks, de globalisering is een feit en ze beschikt over het potentieel om een betere wereld te scheppen".
... en de 'antiglobalisten'
De recente ontwikkeling van de beweging tegen de neoliberale en kapitalistische globalisering wordt in het algemeen door de syndicale bureaucratieën met een scheef oog bekeken. Het wantrouwen is groot ten aanzien van ngo's en allerhande sociale bewegingen: hun representativiteit en hun legitimiteit worden vaak openlijk in twijfel getrokken. Maar achter deze 'argumenten' schuilt een visie die deze bewegingen als 'concurrenten' beschouwt in de omkadering van de contestatie van de werknemers, iets waarop de vakbonden een soort 'monopolie' zouden hebben. Zo is het IVV nog altijd niet te spreken over de succesrijke campagne van de ngo's tegen het Multilateraal Akkoord over de Investeringen, MAI) in 1998. Dat akkoord werd al vanaf 1995 discreet onderhandeld in het kader van de OESO. En laat het OESO nu precies één van die zeldzame internationale instellingen zijn waar de vakbonden over een permanente vertegenwoordiging beschikken via de 'consultatieve syndicale commissie'. Maar in plaats van de draagwijdte van dat MAI publiek te maken en hun leden te mobiliseren, verkozen de vakbonden discreet overleg en lobbying in salons in de vergeefse hoop 'het project te verbeteren'.
Tijdens belangrijke mobilisaties zoals in Praag tegen het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank in september 2000, in Genève net daarvoor naar aanleiding van een mobilisatie op het ogenblik van de 'sociale' VN-top, in Nice tegen de EU-top in december 2000... telkens was de betrokkenheid van de vakbonden onbestaand, uiterst miniem of achterop hinkend ten overstaan van de beweging tegen neoliberale globalisering.
Geslaagd bondgenootschap in het Zuiden...
Maar haaks op dat somber overzicht staan gelukkig enkele geslaagde ervaringen in een aantal landen waar de link tussen 'nieuw internationalisme' en vakbonden daadwerkelijk en duurzaam tot stand kwam. Tal van vakbonden uit het Zuiden spelen overigens een doorslaggevende rol in dat soort bondgenootschappen. In Brazilië maakt de grote koepelvakbond CUT (Eéngemaakte Confederatie van Werknemers) deel uit van het organisatiecomité van het eerste Wereld Sociaal Forum van Porto Alegre (januari 2001) waaraan ook deelgenomen werd door vele Latijns-Amerikaanse vakbonden, meer bepaald de bonden die samen de Amerikaanse tak van het IVV uitmaken. Die tak ondertekende ook de Oproep van Sociale Bewegingen aan het einde van het Wereld Sociaal Forum. Deze voorhoederol heeft te maken met het feit dat in Latijns-Amerika de strijd tegen het neoliberalisme bijzonder massaal is. Sinds 1998 bestaat er zelfs een permanente structuur: de continentale sociale alliantie ter bestrijding van het ALCA (de Amerikaanse vrijhandelszone, gestuwd door de VS). Deze structuur telt belangrijke sociale bewegingen, Via Campesina, ngo's en zelfs de Latijns-Amerikaanse tak van het IVVV.
... en in het Noorden
In het Noorden werden in de eerste plaats vernieuwende oplossingen gevonden in die landen waar het syndicalisme het meest verzwakt of het sterkst gedesoriënteerd was geraakt (VS, Frankrijk, Italië) en dit via een reeks ervaringen, bondgenootschappen, veel openheid en/of de totstandkoming van 'nieuwe vakbonden'. Dat geldt voor Frankrijk dat van heel Europa de laagste syndicalisatiegraad kent (10%), wat wordt in evenwicht gehouden door een actiever syndicaal militantisme. Zo ontstonden er contestataire vakbonden zoals SUD - een strijdvakbond die in 1989 opgericht werd bij de posterijen en in de telecomsector door syndicale ploegen die uit de CFDT waren gezet. Of zoals de FSU - de vakbond van het openbaar onderwijs die in 1993 werd opgericht na de uitsluiting van verschillende centrales uit de FEN.
Samen met sectoren van de CGT ondersteunden deze nieuwe vakbonden zeer actief de meeste sociale bewegingen van de afgelopen jaren: van de studentenstrijd in 1994 tot de Europese Marsen tegen werkloosheid en AC!, via de strijd van de daklozen (DAL) en die van de mensen zonder papieren. Alleen deze vakbonden stonden aan de zijde van de beweging tegen de neoliberale globalisering tijdens de betoging die de EU-top van Nice wilde 'blokkeren'.
In de VS maakte de syndicale beweging een echte draai in de richting van jongeren, immigranten, sociale bewegingen en ngo's. Zo bestaat er al een aantal jaren 'Jobs for Justice', een militante organisatie tegen precaire arbeid, lage lonen, enz. JfJ werd opgericht door tien nationale vakbonden en vervult een brugfunctie tussen die vakbonden, de studentenbeweging en de andere sociale bewegingen (werklozen, immigranten...). Nog een succesverhaal tussen vakbonden en studenten zijn de 'United Students against Sweatshops' (USAS, zie apart stuk naast dit dossier). De vakbonden voeren er ook doorgedreven campagnes om nieuwe immigranten lid te maken, onder wie vele mensen zonder papieren (de AFL-CIO eist overigens de regularisering van alle 'illegale' werknemers).
Die draai werd versterkt toen in 1995 de grootste vakbond, AFL-CIO (16,5 miljoen leden) een belangrijke wissel kende aan de top: tegen de wens in van de uittredende rechtse leiding, werd John Sweeney voorzitter. Ook vakbonden als de CWA (telecomsector), de Teamsters of de Steelworkers, ongetwijfeld de meest linkse bonden, maakten dezelfde draai. Al deze vakbonden waren actief in Seattle tegen de WTO en in Washington tegen IMF/WB, telkens zij aan zij met de 'antiglobaliseringsbeweging'. Net als in Frankrijk zijn deze vakbonden door openheid en samenwerking overtuigd geraakt van de globale en lokale inzet en maken ze integraal deel uit van deze nieuwe globale beweging.
Op hun congres van juli 1997 vatten de Steelworkers hun nieuwe oriëntatie duidelijk samen: "Het argument dat de vorming van deze strategische bondgenootschappen rechtvaardigt, kan samengevat worden in één verklaring: "wij kunnen al deze veldslagen (tegen de multinationals en de globalisering) niet op ons eentje winnen. Wij zijn een beweging, niet eenvoudigweg een organisatie. Heel haar geschiedenis lang heeft de arbeidersbeweging krachtig gesteld dat een aanval op één van ons een aanval op ons allen is. Door deze bondgenootschappen aan te gaan, doen we deze woorden herleven".
We mogen van deze positieve evolutie geen mythe maken, want de nationalistische ontsporingen van vakbonden in de VS zijn nog niet helemaal uitgeroeid. De aanslagen van 11 september tonen daar de zware gevolgen van: Teofilio Reyes stelt in het links-syndicale tijdschrift 'Labor Notes' de volgende vraag: "Zullen we blijven strijden tegen de kapitalistische globalisering door de banden strakker aan te halen met werknemers uit andere landen, of zullen we hervallen in een houding die kan omschreven worden als 'Amerika eerst'?". Het antwoord is nog niet helemaal duidelijk. Zo staat de band met de 'antiglobaliseringsbeweging' vandaag al onder sterke druk, want de vakbonden nemen niet deel aan de huidige betogingen tegen de oorlog, zoals die van Washington op 29 september jl.
Erger nog, net als de Teamsters ondersteunt AFL-CIO ook de acties van president Bush. Daarentegen lieten de Steelworkers een zeer kritische stem horen: ze vroegen rechtvaardigheid voor de slachtoffers (onder wie vele 'illegale' Zuid-Amerikaanse arbeiders), maar voegden eraan toe dat de VS geen onschuldige burgers mag treffen en dat armoede en onrecht "rekruten leveren voor het leger van de onverdraagzaamheid".
Keerpunt Genua
In Europa, waar de positie van het EVV (Europese tak van het IVV) beduidend rechtser is, deed de belangrijkste link tussen nieuw internationalisme en syndicalisme zich zonder enige twijfel voor in Italië sinds Genua. De drie grote Italiaanse confederaties (CISL, CGIL, UIL) waren als dusdanig afwezig. Het belette niet dat syndicalisten één derde uitmaakten van de in totaal 300.000 betogers. Waren aanwezig: de linkerzijde van de drie grote confederaties (zoals de tendens 'Syndicaal Alternatief' van de CGIL); de COBAS (letterlijk, basiscomités, geboren uit de coördinatie van de stakingen in de openbare diensten van eind jaren tachtig en van de strijd in de industrie in 1992 toen de grote vakbondskoepels afzagen van de koppeling van de lonen aan de index); en vooral de FIOM (de machtige metaalbewerkersbond van de CGIL). Deze vakbonden maakten integraal deel uit van het 'Genoa Social Forum' (GSF) en waren eerder al aanwezig in Porto Alegre, waar het idee van een GSF begon te gisten. Deze ontmoeting tussen die syndicale sectoren en de massale radicalisering van de jeugd heeft de Italiaanse sociale situatie ingrijpend gewijzigd (zie elders in dit nummer).
Noodzaak
Waarom zijn zo'n successen mogelijk? In elk van de gevallen is dat omdat de vakbonden zich begonnen te roeren, ontvankelijk werden voor maatschappelijke vraagstukken die niet strikt te maken hebben met de verhouding arbeid-kapitaal binnen de onderneming, en omdat ze begonnen te breken met een zekere traditie van 'monopolie' van de representativiteit. Lokaal, nationaal en internationaal voerden ze samen met andere sociale bewegingen campagnes op basis van een soort 'gemeenschappelijk front'.
Deze syndicale 'omvorming' (of 'herstichting') is van levensbelang om de neergang van de georganiseerde arbeidersbeweging te stoppen. De invloed van SUD bij France Telecom steeg op tien jaar tijd van 4 naar 28 procent, bij de post van 6 naar 24 procent. In de VS kwam er in 1999 een kentering in de neerwaartse syndicalisatiegraad. Niet toevallig is dat het jaar van Seattle: 265.000 nieuwe leden meldden zich aan, de grootste stijging in twintig jaar! De band met het nieuwe internationalisme versterkt, overal waar die tot stand komt, de arbeidersbeweging en haar strijd. In vergelijking daarmee hinken de Belgische bonden (zie elders) duidelijk achterop. Hoelang nog?

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop