Na de G20 protesten

De leiders van de G20 zijn ondertussen vertrokken nadat ze, zoals verwacht, nieuwe plannen hebben gemaakt om de winsten van de bedrijven op te krikken ten koste van werkende en arme mensen.

De beweging tegen de politierepressie en tegen de agenda van de G8/G20 duurt echter voort. In de aanloop naar de top werd de hele stad een gevangenis. Groepen zwaargewapende politieagenten patrouilleerden de straten en metro. Willekeurig werden mensen gefouilleerd. Er werd een kilometerslange muur gebouwd om ons bij de top weg te houden. Het regionaal bestuur nam in het geheim een buitengewone verordening aan die in de nabijheid van die muur burgerlijke vrijheden opschortte.
De demonstraties, acties en bijeenkomsten tegen de G8/G20 waren groot en leken nieuwe activisten aan te trekken. De politie trad echter met harde hand op. De Toronto Community Mobilization betoging werd bijvoorbeeld ingesloten door een grote politiemacht die de demonstratie de achterstraten indreef, weg van de geplande route.
Met ongeveer 10.000 deelnemers was de People First demonstratie van 26 juni een van de grootste betogingen in Toronto in de afgelopen jaren. De hoofdstroom van de demonstratie was een van die zinloze rondjes die zoveel activisten frustreren en wende zich af van het doel van de betoging. Twee groepen die afbraken van de demonstratie om naar de muur te trekken werden tegengehouden door een overmacht aan politie. Enkele demonstranten liepen klappen op.
Een andere groep liep de route van de oorspronkelijke demonstratie in tegenovergestelde richting. Enkele van hen waren betrokken bij vernielingen – ruiten gingen aan diggelen en enkele politieauto’s werden gesloopt. De enorme media-aandacht hiervoor staat in geen verhouding tot hoeveel schade er eigenlijk gedaan is. Op het moment is het nog onmogelijk om te zeggen wat de rol van de politie hierin was - maar het staat vast dat enkele actiegroepen zwaar geïnfiltreerd waren en dat in het verleden agenten zich verkleed hebben als leden van het ‘Black Bloc’.
Wat in ieder geval duidelijk is, is dat de politie deze vernielingen aangreep als aanleiding om de controle over de stad over te nemen en in wezen het recht op protest in Toronto af te schaffen. Traangas, rubber kogels en massale arrestaties werden als vanzelfsprekend ingezet om een einde te maken aan protesten. Journalisten liepen klappen op, activisten werden van hun bed gelicht, er waren invallen in onderkomens voor demonstranten. Een van deze onderkomens was het gebouw van een studentenbond van de Universiteit van Toronto en op het moment van schrijven zitten nog steeds leden van hun bestuur vast.
Dit politieoptreden is de hevigste aanval op politieke vrijheden in Canada sinds 1970. In dat jaar gebruikte de overheid twee ontvoeringen door het Front de Liberation du Quebec (FLQ) als voorwendsel om de noodtoestand uit te roepen, soldaten de straat op te sturen en ongeveer 500 mensen op te pakken, waaronder vakbonds- en gemeenschapsactivisten, journalisten en kunstenaars (de meeste van hen hadden totaal geen banden met het zeer kleine FLQ)
In Toronto waren dit keer kleinschalige vernielingen, begaan door een beperkte groep, het excuus. Hoe je ook tegen de gebeurtenissen van die dag aankijkt, de politiereactie was buiten elke proportie. De totale kosten van de beveiliging van de top bedroegen meer dan 1 miljard dollar. De acties van de politie waren niet geïmproviseerd: de politie was al maandenlang druk aan het plannen voor deze top en deel van de voorbereiding was het infiltreren van actiegroepen.

Nieuw McCarthyisme
In de week voorafgaand aan de top werd steeds duidelijker dat vooral ‘anarchisten’ het doelwit van de politie waren. De conservatieve partij en de veiligheidsdiensten gaven toe dat het risico van een terroristische aanslag klein was. Maar het ging hen niet om terrorisme. Minister Stockwell Day maakte de focus op ‘anarchisten’ duidelijk toen hij sprak over de invloed die ‘een kleine groep tuig’ helaas heeft: ‘en met tuig bedoel ik de anarchisten en de gewelddadige groepen die al hebben aangegeven dat ze aanwezig zullen zijn en rotzooi gaan schoppen.’
Triest genoeg hebben andere meegedaan aan dit stigmatiseren van ‘anarchisten’. Een Canadese vakbondsleider gaf op 26 juni een verklaring uit waarin hij stelde dat ‘onze manifestatie en betoging volledig vreedzaam waren. Het lijkt er op dat een onbekende, kleine groep anarchisten in de loop van de dag betrokken raakte bij geweld en vernielingen’.
De politie rechtvaardigde hun aanvallen op vreedzame demonstranten op zaterdag en zondag en de arrestaties bij mensen thuis en in slaapzalen met beschuldigingen dat zich onder hen leden van het ‘Black Bloc’ zouden bevinden. Bekende activisten werden uit hun huis gesleurd en in busjes gegooid. Het lijkt erop dat de verhalen over ‘anarchisten’ deel uitmaken van een geplande strategie, een die voortbouwt op het deels geheime werk van de veiligheidsdiensten en op zaterdag en zondag uitmondde in massale arrestaties.
Het meest dringende is nu de verdediging van de arrestanten. De huidige aanval op ons recht om te protesteren moet door links gezamenlijk beantwoord worden. We moeten in het bijzonder het zwartmaken van anarchisme, op een manier die doet denken aan hoe senator Joe McCarthy elke radicaal uitmaakte voor ‘communist’, tegengaan.

Welke beweging?
Een beweging tegen dit politieoptreden en de kapitalistische agenda die het verdedigt moet ook ruimtes creëren waarin een open debat gevoerd kan worden over actievormen, in deze en andere mobilisaties. Er moet een discussie zijn over welke actievormen het meest geschikt zijn voor een bepaalde mobilisatie. We moeten ons niet blind staren op een actievorm, in de valse overtuiging dat deze in alle gevallen de meest geschikte zal zijn. Wat is nou eigenlijk het doel van ons protest? Dat is een vraag die we niet kunnen vermijden.
Elk protest heeft, in verschillende verhoudingen, twee doelen: onze aantallen laten zien en symbolisch onze onvrede over hoe dingen zijn duidelijk maken. De precieze verhouding daartussen varieert afhankelijk van de situatie, het precieze doel van de actie en de krachtsverhoudingen.

Zelf kom ik uit een traditie van ‘socialisme van onderop’ – een idee dat erop neer komt dat omwentelingen plaatsvinden als de grote meerderheid van de bevolking in beweging komt en de macht in eigen handen neemt. Aantallen zijn belangrijk, we willen immers meer en meer mensen betrekken bij het veranderen van de wereld. Maar het is ook belangrijk dat de betrokkenen het gevoel hebben daadwerkelijk iets te bereiken met hun activiteiten. Het doel is om een massabeweging te creëren waarin uiteindelijk zeer grote aantallen hun macht gebruiken om de productie stil te leggen en op straat en op de werkvloer werkelijke democratie te creëren.
De door de G8/G20 gecreëerde politiestaat is geen uitzondering maar laat zien welke kant de regering en de veiligheidsdiensten opgaan als ze niet gestopt worden. Protest is belangrijk omdat het zowel het potentieel als de noodzaak laat zien van een nieuw links dat het sociale gewicht heeft om daadwerkelijk een verschil te maken, in acties op straat en in het publieke debat. We moeten zowel een radicaal geluid laten horen als mensen die nog niet overtuigd zijn van de noodzaak van diepgaande veranderingen overhalen dat ze werkelijk een verschil kunnen maken en zich moeten verzetten tegen de onrechtvaardige status-quo.

Alan Sears is een redacteur van het Canadese webzine New Socialist waar dit artikel eerder verscheen

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop