In Palestina wonen meer Arabieren dan alleen in de bezette gebieden, de Gaza strook en de Westbank. In Israël zelf wonen ook nog 1,1 miljoen Palestijnen, die twintig procent van de bevolking in Israël uitmaken. De achterstelling van deze groep heeft al geleid tot vele conflicten, maar kwam in het spotlicht te staan door de deelname van Israëlische Arabieren aan de huidige Intifada. (In Israël zijn minimaal twaalf Arabieren omgekomen.)
Ook in Israël zelf speelt de landkwestie een grote rol. Sinds de oprichting van Israël in 1948 is 70% van het land dat in bezit was van Arabieren geconfisqueerd door Israëlische staat.
Adviescentra
Het WAC is in 1985 opgericht door mensen uit de studentenbeweging en heeft de bewuste keus gemaakt om Arabieren te organiseren en zich daarbinnen te richten op arbeiders. De club richt zich op de organisatie van de laagst betaalde werknemers in de Arabische gebieden in Israël. Het heeft daartoe in drie plaatsen adviescentra en sinds kort heeft het ook een spreekuur in Oost-Jeruzalem.
De achterstelling van Arabische arbeiders blijkt bijvoorbeeld uit de situatie in de bouw. Op dit moment is er grote vraag naar personeel in de bouw. De Arabieren in Israël profiteren daar echter niet van. Israelische bedrijven weigeren bijvoorbeeld hun reiskosten te betalen (de bouwprojecten zijn vaak ver van huis), stellen dat de Arabieren niet willen werken en eisen van de regering dat ze nog meer (rechtelozere) arbeiders uit het buitenland mogen halen. Dit aantal is nu 250.000.
Oslo
In tegenstelling tot de Oslo-akkoorden pleit het WAC voor één Palestijnse staat. Het linkse adviescentrum ziet niet hoe de Gazastrook en de Westbank samen een levensvatbare economie kunnen vormen. Zo hebben die gebieden samen een BNP van 5 miljard dollar tegenover de 105 miljard van Israël. Ook worden sinds de Oslo akkoorden de grenzen door Israël veel gemakkelijker afgesloten. Hierdoor is het aantal Palestijnen uit de bezette gebieden dat in Israël kan komen werken gedaald van 120.000 tot 40.000.
Het pleidooi voor een Palestijnse staat heeft het WAC in conflict gebracht met verschillende organisaties waar ze voor 1993 nog mee samenwerkte. De Palestijnse vakbeweging heeft zich bijvoorbeeld achter de Oslo-akkoorden geschaard.
Heerlijk helder
Het contact met Nederland dateert van de acties in 1999 bij de brouwerij Tempo Beer Industries in Nazareth, de grootste Arabische stad in Israël, waar een van de adviescentra is gevestigd. Heineken is de belangrijkste aandeelhouder van Tempo Beer, dat een aanval inzette op de arbeidsvoorwaarden van de werknemers. Hoewel het WAC zichzelf niet ziet als een vakbond heeft ze toch de belangen van de werknemers opgepakt, toen zij daarom vroegen. Het ging zowel om Joodse als Arabische arbeiders. Het actiecomité was fifty/fifty samengesteld. Voor de joodse werknemers, meestal van Russische afkomst, was het ook een probleem dat de Israëlische vakcentrale Histradut niet geneigd is om voor laag betaalde werknemers op te komen.
Het contact met de kaderleden in Nederland bij Heineken is nog niet erg succesvol geweest. Zowel de ondernemingsraad als de FNV voelen zich niet geroepen. FNV-internationale zaken die de Histradut als haar enige gesprekspartner ziet, wil zelfs niet praten met het WAC. Desondanks is de aanval van Tempo Beer afgeslagen. Omdat aan het uithoudingsvermogen van de directie van Heineken niet wordt getwijfeld, zijn met Solidariteit afspraken gemaakt over contacten binnen de Nederlandse vakbeweging.
Reactie toevoegen