Op de Theemsweg heb je grote kans dat je te maken hebt met een slachtoffer van vrouwenhandel, en dat wist Oudkerk. Als hij ‘alleen’ deftige clubs of gewone raamprostituees had bezocht, dan zou de discussie heel wat lastiger zijn geweest. Want kan dat nou door de beugel of niet?
Veel commentatoren verklaarden de afgelopen tijd dat bezoek aan de gewone prostitutie geen probleem zou zijn. Gedrag in je privé-leven heeft immers niks te maken met je functioneren als wethouder. Bovendien: gewone prostitutie is sinds oktober 2000 legaal. En wat legaal is mag een wethouder gewoon doen. Maar deze redenering is toch iets te simpel.
Natuurlijk heeft ook een politicus recht op een privé-leven. Hij of zij hoeft zich daarin niet honderd procent correct te gedragen. Maar er zijn wel grenzen. Je kan bijvoorbeeld geen dingen doen die dwars tegen de idealen van je partij in gaan. Zou prostitutiebezoek vanuit de PvdA-opvattingen een klein foutje zijn, of staat het haaks op de sociaal-democratische idealen over gelijkheid van man en vrouw? Geen makkelijke vraag. Prostitutiebezoek is aan de ene kant normaal gedrag. Enorm veel mannen, ongetwijfeld ook enorm veel politici, gaan wel eens naar een prostituee. Maar aan de andere kant is het gedrag dat sociaal taboe is. De meeste mannen zijn –in tegenstelling tot Oudkerk- zo slim om het geheim te houden. De meeste vrouwen zouden er zeker niet blij mee zijn als hun man (of hun huisarts, om maar een willekeurig voorbeeld te noemen) liet weten dat hij die middag nog even lekker een prostituee had bezocht.
Met prostitutiebezoek worden twee zeer verschillende normen overschreden: het is natuurlijk uit den boze vanuit ouderwets, preuts, antiseksueel denken. Maar het is ook vanuit een feministische moraal ongewenst.
Ik zeg hier expres ‘een’ feministische moraal. Over prostitutie zijn feministen het namelijk nooit helemaal eens – onderling, of met zichzelf. In Nederland is een stroming die stelt: ‘Prostitutie is een normaal beroep. Er zijn vrouwen die vrijwillig voor dit beroep kiezen. En waarom niet? Waarom zou je wel geld mogen verdienen met je hersens en/of je handen, maar niet met je vagina?’ Anderen twijfelen aan die vrijwilligheid. Nog los van vrouwenhandel of heroïneverslaving werken veel prostituees onder druk van een pooier of loverboy, of omdat ze enorme schulden moeten aflossen, of als reactie op seksueel misbruik in hun jeugd. Dat zijn objectieve feiten. Of er daarnaast nog vrouwen zijn die werkelijk uit vrije keus in de prostitutie werken, dat is bijna een kwestie van geloof. Er zijn zeker vrouwen die zelf zeggen dat ze het vrijwillig doen, maar niet iedereen kan zich voorstellen dat dat waar is.
Ongeacht deze discussie was eigenlijk heel feministisch Nederland voor de legalisering van prostitutie. In de internationale vrouwenbeweging werd en wordt daar vreemd tegenaan gekeken. Maar in Nederland was er eigenlijk weinig twijfel. De geschiedenis leert dat de vraag naar prostitutie zo sterk is, dat een verbod nog nooit heeft geholpen. En als je ervan uit gaat dat prostitutie nu eenmaal bestaat, is het beter om het legaal te maken. De prostitutie komt dan zoveel mogelijk uit de criminele sfeer. Bij misbruik kan de prostituee makkelijker de hulp van de politie inroepen. Prostituees kunnen zich vestigen als zelfstandige, met vergunning en al. En degenen die voor een ander werken, hebben de bescherming van het normale arbeidsrecht. Dit alles versterkt de positie van prostituees, en dat was het uitgangspunt toen werd gekozen voor legalisering.
Overigens is in praktijk nog niet echt bewezen dat de legalisering helpt. Een evaluatieonderzoek dat in 2002 is afgerond leverde weinig op: volgens de onderzoekers was het nog te vroeg om de effecten van de wetswijziging te meten.
Het onderzoek helpt ons overigens niet aan een antwoord op de vraag of prostitutie een normaal beroep is. Enerzijds zegt driekwart van de prostituees in de gereguleerde sector plezier in het werk te hebben. Maar anderzijds noemen zij het werk emotioneel en lichamelijk zwaar. Ze hebben meer klachten ten aanzien van welzijn en gezondheid dan vrouwen in andere beroepen. Bijna de helft van de prostituees zou eigenlijk liever met dit werk stoppen.
De vraag of prostitutie een normaal beroep is, gaat echter niet alleen over de positie van de prostituees. Door Oudkerk zijn we opnieuw met de vraag geconfronteerd: vinden we prostitutie ook een acceptabel verschijnsel wanneer we focussen op de klanten? Kunnen Oudkerk en alle andere klanten zich beroepen op het argument: prostitutie is legaal, dus ik mag daar gebruik van maken? Hebben we daar nog een weerwoord op, vanuit feministisch denken?
Wat mij betreft wel. Prostitutie is gelegaliseerd om de positie van prostituees te versterken, niet om de positie van de klanten te verbeteren. Die klanten zouden zich moeten realiseren dat in elk geval een groot deel van de prostituees niet echt uit vrije keus in dat beroep werkzaam zijn. Je loopt dus als klant een behoorlijk risico dat een vrouw tegen betaling seks met je heeft zonder dat zij daar zelf voor kiest.
Bovendien zouden potentiële klanten bij zichzelf te rade moeten gaan wat ze eigenlijk zoeken bij een prostituee: denken ze dat intimiteit te koop is, proberen zich zichzelf voor de gek te houden en zoeken ze bij de prostituee een soort namaakliefde? Of zijn ze op zoek naar contact dat niet is gebaseerd op wederzijds respect en gelijkwaardigheid – maar op afhankelijkheid en verschil in macht? Is dat laatste juist het aantrekkelijke en opwindende, en wat zegt dat dan over hun kijk op vrouwen?
Reactie toevoegen