De minister deed zijn uitspraken nadat hij een documentaire van de KRO had gezien, genaamd ‘sex sells’. De documentaire gaf een rauw beeld van seksualiteit bij de jeugd. Meisjes werden alleen gezien als ‘hoeren’ (in de straatterminologie van de Bijlmer: banga’s) en deden het met jongens in kelderboxen. Dat deze seksmoraal wijd verbreid was, probeer de documentaire duidelijk te maken door ook met voorbeelden uit de provincie te komen: een meisje uit Twente, bleek zonder enige schroom op haar dertiende met een oudere jongen naar bed te gaan, die haar vervolgens weer liet zitten.
De afgelopen twee weken was het debat over seksualisering weer volop in de media. Vooral de confessionele omroepen hebben zich gestort op het fenomeen. NCRV’s Rondom 10 bracht weer een gebruikelijke schreeuwerige discussie in beeld, met veel nadruk op extremiteiten. EO’s Netwerk interviewde feministe Myrthe Hilkens, die in haar nieuwe boek McSex pleit voor meer begeleiding van jongeren om ze weerbaarder te maken in een oversekste samenleving. De IKON documentaire Geloof, Seks en (Wan-)hoop van Ingeborg Beugel geeft een kritisch beeld van de veranderende normen in de samenleving rond seksualiteit.
Op wat voor wijze moeten we dit debat nu duiden? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of er daadwerkelijk een probleem is. Hebben we te maken met een veranderende norm waarin meisjes zichzelf steeds meer gaan beschouwen als vulling van de schappen van een seksuele supermarkt? Misschien gaat het hier slechts om ‘morele paniek’, opgeklopt door confessionele media en politici van christelijk-rechtse signatuur, geallieerd met een cordon van herboren antiporno feministes.
De tweede vraag die we moeten stellen is: stel dat de seksuele normen inderdaad aan het veranderen zijn en porno en snelle seks de norm beginnen te worden, wat voor ideaal zouden we daar dan tegenover moeten stellen? Belangrijk is het dan om ten eerste te kijken naar de verhouding tussen seksualiteit en het aloude ideaal van gelijkwaardigheid. En ten tweede is het van belang om te kijken naar de verhouding tussen seksualiteit en consumentisme. Is seks eigenlijk wel een vorm van consumptie?
Morele of reële paniek?
‘Morele paniek’ als eerste is een term van de socioloog Stanley Cohen. In zijn onderzoek naar jeugdculturen beschreef hij hoe gedurende een korte periode een bepaalde persoon of groep wordt gezien als een gevaar voor de waarden en normen van een samenleving. Deze ‘morele paniek’ wordt gestileerd door de massamedia en dat gebeurt bijvoorbeeld door het opblazen van feiten, zodat ze groter, gevaarlijker en alomvattender lijken dan ze uiteindelijk zijn. Cohen spreekt van een ‘control culture’ waarbij de media een gesensationaliseerd beeld geeft van een gebeurtenis en dan roept om maatregelen.
Vooral door sociologen en media onderzoekers van marxistische huize is de these van de morele paniek gebruikt om aan te geven hoe de bestaande krachten in de maatschappij hun macht bewust of onbewust veilig stellen door anderen als een zondebok aan te wijzen. Een samenleving kan geen verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen tekortkomingen en ongelijkheden en roept telkens weer een vijand in het leven om daar de frustraties op te koelen. Een manier om morele paniek te ontmaskeren is dus domweg te kijken hoe de beeldvorming in de media zich verhoudt tot de resultaten van wetenschappelijk onderzoek.
Terug naar de kelderboxen en de ‘losgeslagen moraal’. Vinden we deze ontwikkeling ook terug in de statistieken? Als we het onderzoek bekijken dan valt op dat jongeren wel degelijk eerder seks hebben dan tien jaar daarvoor, dat ze vaker seks hebben en dat hun houding tot seksualiteit permissiever is. Aan de andere kant blijkt het merendeel van de jongeren echter seks te hebben in de context van een liefdevolle relatie en blijkt het aantal jongeren dat seks ooit als ruilmiddel heeft gebruikt beperkt te zijn. Ook de documentaire van de KRO gaf dus weer een inkijkje in de wereld van de extremiteiten. De jeugd is helemaal niet ‘losgeslagen’ zoals Rouvoet zegt en in de discussie over seksualiteit zit een behoorlijk aandeel ‘morele paniek’.
Maar om nu deze hele ‘morele paniek’ te reduceren tot de angstige reactie van een heersende klasse op zijn eigen onvermogen (en daarmee te verwerpen als flauwekul en reactionaire machtspolitiek) gaat ook wat ver. Er zijn wel degelijk alarmerende feiten. Zo geeft 18% van de meisjes en 4% van de jongens aan dat ze wel eens onder dwang seksuele handelingen hebben moeten verrichten. Uit onderzoek van de APA-werkgroep in de Verenigde Staten kwam naar voren dat meisjes zichzelf door beeldvorming in de media eerder als een seksueel object zijn gaan beschouwen, met alle negatieve effecten van dien. Los van de door de media opgeblazen extremiteiten is er dus wel degelijk iets aan het veranderen.
Emancipatie van seksualiteit en gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen
In de jaren zestig en zeventig stroomden twee emancipatiegolven over de westerse wereld. Enerzijds was er de seksuele revolutie waarin seksualiteit voor het eerst op zichzelf gewaardeerd kon worden. In de documentaire Geloof, seks en wanhoop worden twee oude vrouwtjes geïnterviewd die aangaven dat in hun tijd het begrip seks simpelweg niet bestond. Seks bestond niet als waarde op zich. De jaren zeventig leerde ons seksualiteit waarderen omwille van zichzelf, als een zelfstandig onderdeel van het leven met een eigen, intrinsieke waarde. Anderzijds was er de tweede feministische golf. Mannen en vrouwen werden voor het eerst in de geschiedenis als gelijkwaardig beschouwd, ook als seksuele subjecten. Dat laatste, seksuele gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, maar ook tussen mannen en mannen en vrouwen en vrouwen, was een radicaal nieuwe ontwikkeling in de geschiedenis, nog nooit eerder vertoond.
Dat seksuele emancipatie en emancipatie van de vrouw niet altijd gelijk opgingen bewees de controverse tussen antiporno-feministes en de zogenaamde sekspositieve feministes in de jaren zeventig en tachtig. Was emancipatie van seksualiteit niet zuiver een emancipatie van mannelijke seksualiteit? En moest je je daar als feministe eigenlijk niet tegen verzetten, omdat het de zoveelste manier was van het patriarchaat om macht over vrouwen uit te oefenen? De sekspositieve feministes vonden dat vrouwen zichzelf juist moesten uitvinden als seksueel subject in plaats van als object. Het probleem was niet zozeer de pornografie op zich, maar eerder het feit dat er te weinig seksuele verbeeldingen waren voor vrouwen.
De antiporno-feministen moesten zich uiteindelijk gewonnen geven en het sekspositieve feminisme maakte via de populaire cultuur een enorme sprong. Madonna stelde zichzelf als voorbeeld voor moderne seksbewuste meisjes die wisten wat ze wilden. Het nieuwe hedonistische en liberale ethos van de jaren negentig maakte de oude discussie snel overbodig. De jonge vrouw met haar vibrator was de vleesgeworden onafhankelijkheid geworden.
Radicale veranderingen hebben tijd nodig om door te dringen. Seksuele gelijkwaardigheid was zo’n radicale verandering. Stereotypische rollenpatronen bleven gerecycled worden. Niet alleen via conservatieve christelijke en islamitische bolwerken, maar ook via dat andere product van de seksuele revolutie: de pornografie. Het gevecht voor gelijkwaardigheid gaat nog steeds door en de strijd van de sekspositieve feministes voor meer verbeeldingen van de vrouwelijke seksualiteit en betere voorlichting hierover is nog lang niet gestreden. Maar op één vraag had ook het sekspositieve feminisme geen antwoord. Namelijk of seksualiteit wel een consumptiegoed is.
Consumentisme en intimiteit
Want intussen was ook een consumentistische moraal de seksuele beleving ingeslopen. Seksueel bevrijde mannen en vrouwen konden op een speelse manier van elkaar genieten. De opvatting dat seks niet iets is om je voor te schamen gaf voeding aan de idee dat seksualiteit dus net zoiets was als een kroket die je uit de muur trekt. Een gelijkwaardige behoeftebevrediging tussen twee mensen en niet meer dan dat. In reclame-uitingen worden regelmatig seksuele of prikkelende afbeeldingen gebruikt om producten aan te prijzen. Het kapitalisme is geseksualiseerd en seksualiteit is gecommercialiseerd.
De vraag die zich opdringt is of seksualiteit eigenlijk wel een consumptiegoed is en of je het zodanig mag behandelen. Is seksualiteit niet eerder een heel intiem gebeuren tussen twee mensen, gekoppeld aan een relatie, en is het niet veel te kostbaar om het te behandelen als het zoveelste consumptiegoed? Is de volledig bandeloze, hedonistische seksualiteit überhaupt wel een ideaal?
Wat het ingewikkeld maakt is dat seks én een consumptiegoed is, een natuurlijk verlangen dat op een instrumentele manier bevredigd kan worden én een moment dat twee individuele mensen heel dichtbij elkaar komen. Daarom kan je ook nooit zeggen dat seks is ‘als het eten van een boterham met pindakaas’. Het eten van die boterham heeft geen enkele invloed op het gevoelsleven van één of meer mensen. Als je seks met iemand hebt dan kun je nooit uitsluiten dat er iets gebeurt tussen twee mensen, dat je je aan die andere unieke persoon hecht, misschien verliefd wordt. Je mag de ander nooit reduceren tot een object, een standaardproduct geschikt voor jouw bevrediging. Aan de andere kant is seksualiteit ook gewoon een vorm van genotsbeleving. Mannen en vrouwen hebben allebei behoeftes op dat gebied en streven naar bevrediging daarvan.
In de uitoefening van seksualiteit bevindt zich dus altijd een bepaalde tegenstelling. Er zit een spanning tussen het bevredigen van al je behoeftes en het beleven van een intieme relatie tussen twee unieke individuen. Ik geloof niet dat die tegenstelling volledig op te heffen is. Als je één van de betekenissen uitsluit, lijd je aan ontkenning.
In de romantische opvatting van een paar dat verliefd wordt en hun leven lang binnen een monogame relatie de liefde bedrijft, wordt ontkend dat monogamie altijd de opoffering betekent van bepaalde seksuele verlangens. In de periode van verliefdheid zijn deze wellicht uitsluitend op elkaar gericht, later zullen toch enige seksuele verlangens onderdrukt moeten worden, omdat men voor elkaar gekozen heeft. Aan de andere kant ontkent de vrijzinnige opvatting van vrijheid en blijheid, waarin seks wordt gezien als consumptiegoed, dat seks altijd meer is dan dat alleen en dat de vrolijke libertijn vaak een spoor van pijn en verdriet achter zich laat. Seks heeft, net als alles in het leven, een tragisch aspect en een bewuste houding ten opzichte van seksualiteit maakt dat je die niet mag ontkennen.
Dat vrouwen net als mannen gewoon een natuurlijke behoefte hebben aan seks was een inzicht van de seksuele revolutie. Dat mannen ook behoefte hebben aan liefde en intimiteit wordt nog regelmatig ontkent. Men zegt vaak –en dat blijkt ook uit onderzoek- dat vrouwen in seksualiteit meer nadruk leggen op de persoonlijke kant ervan en dat mannen seks eerder zien als het bevredigen van een behoefte. Wellicht is dat zo, maar het blijven clichématige algemeenheden en ik vraag me af in hoeverre dit niet nog overblijfselen zijn van een lange geschiedenis van ongelijkwaardigheid tussen de seksen. Vrouwen hebben blijkbaar nog steeds moeite zich als een actief, seksueel verlangend subject te zien, terwijl mannen moeite hebben met het accepteren van zichzelf als afhankelijke wezens, die ook behoefte hebben aan relaties en intimiteit. Ik ben ervan overtuigd dat als de emancipatie verder voortschrijdt dit onderscheid dunner zal worden. Zowel mannen en vrouwen hebben allebei dezelfde tegengestelde verlangens in zich en moeten leren leven met die ambivalentie.
Dat neemt niet weg dat er niet nog voor emancipatie gevochten moet worden. De conservatieve reacties op de ‘morele paniek’ maken duidelijk dat er nog een grote lobby is van reactionaire krachten die het liefst zou willen dat de oude sekse-verhoudingen in zekere mate weer hersteld zullen worden. Wanneer consevatieve christenen hun opvattingen verdedigen dan geven zij aan dat ze seksualiteit juist zien als iets heel kostbaars, een ‘sieraad’, dat je daarom alleen aan een heel speciaal persoon mag ‘weggeven’. Deze opvatting verheft daarbij de idee van seks als intimiteit tussen twee mensen tot enige mogelijke en ontkent dat seks ook domweg het bevredigen van een verlangen is. Seks is niet alleen dat sieraad, het is tegelijkertijd toch een beetje die boterham met pindakaas. Door seks te verheffen tot iets heel hoogs en bijzonders, verlies je de gewone aardse kant ervan uit het oog.
Ook de ‘pornoficatie’ van de media, zoals die bijvoorbeeld door Ariel Levy treffend wordt beschreven is een conservatieve kracht die de emancipatie tegenwerkt. De pornoficatie geeft een eenzijdig beeld van seksualiteit, waarbij vrouwen slechts worden afgebeeld als geile, onderdanige stoeipoezen die klaar staan om mannen te bevredigen. Seks is, zoals alle producten voor massaconsumptie, volledig gestandaardiseerd. Immers, standaardproducten zijn voor velen herkenbaarder en verkopen daardoor beter. Daardoor wordt seks van iets heel individueels gemaakt tot een toneelspel, een vorm van veinzen. Wanneer seks volledig tot consumptiegoed is geworden, wordt het van plastic, net zoals de glimlach van de marktkoopman. In de videoclips van hiphopsterren zien we niet het verdriet en de pijn van vrouwen en mannen in een cultuur waar alle het persoonlijke, intieme en individuele wordt ontkend.
Slow sex
Het staat buiten kijf dat de toekomst is aan een nieuwe opvatting over seksualiteit, die de gelijkwaardigheid van de seksen erkent en tevens een nieuw kader geeft voor seksuele vrijheid. Wij bij denktank Waterland hebben daarvoor de term ‘slow sex’ gekozen. De analogie is die van ‘slow food’. Slow food is het antwoord op fast food. Waar slow food authentiek voedsel is, met aandacht en zorg klaargemaakt en bestaat uit ingrediënten die op een bewuste manier met respect voor mens en natuur zijn geteeld, zo is slow sex seksualiteit waarvan je op je eigen, persoonlijke en authentieke manier geniet, je doet dat op een bewuste wijze, met aandacht en ook zorg voor je partner (en diens gevoelens) en je respecteert de ander als een autonoom wezen, gelijkwaardig aan jezelf. Slow sex heeft verder niets te maken met ‘langzame seks’ zoals mensen wel eens dachten naar aanleiding van de term. Het is geen voorschrift van het ‘hoe’, maar geeft meer een moreel kader waarbinnen seksualiteit volgens ons zou moeten plaatsvinden. Slow sex zou wat ons betreft een maatschappelijk ideaal dat ons inziens via onderwijs maar ook via cultuur en media zou moeten worden uitgedragen. Vandaar ook de ietwat provocerende ondertitel van ons pamflet ‘een erotisch beschavingsoffensief’.
De vergelijking met voedsel lijdt misschien tot het idee dat wij een uitsluitende keuze maken voor de consumptieve benadering tot seksualiteit. ‘Slow food’ mag dan bewust voedsel zijn, het blijft een vorm van consumptie. Dat was echter niet de bedoeling van ons geschrift. Een keuze om seksualiteit binnen of buiten een relatie te beleven, met één of wisselende partners, is aan ieder individu afzonderlijk. Wel is het belangrijk dat zowel vrouwen als mannen zich bewust worden van de twee tegengestelde aspecten van seksualiteit: het individueel-intieme en het consumptieve en dat wat je ook doet in seksualiteit je eigen bewuste keuze zou moeten zijn en niet de keuze van een ander, van de traditie waar je in leeft of de verlangens van je partner. Seksualiteit blijft schipperen, ook in een emanciperende samenleving.
Voorbij de morele paniek is dat het doel dat wij willen nastreven. Dat seksualiteit niet vies en goor is noch alleen maar lekker en gemakkelijk. Dat seksualiteit bewust beleefd zou moeten worden en dat ieder individu zijn weg daarin mag vinden, maar wel met respect voor de gevoelens van anderen. Maar bovenal: dat vrouwen zich niet moeten schamen voor hun seksuele behoeftes en mannen niet voor hun behoefte aan intimiteit. Slow sex betekent aandacht en respect voor elkaar, op je eigen manier, zonder fantasieloze en vrouwonvriendelijke pornoficatie of christelijke mystificatie. Slow sex is een bewuste bevrijding en zou het sluitstuk moeten zijn van de seksuele revolutie, die tot vandaag de dag nog lang niet ‘af’ is.
Reactie toevoegen