De christen-democratie en in mindere mate de sociaal-democratie vormden decennialang de kapstok van het Belgisch burgerlijk systeem. De christen-democratie (CVP) was de onbetwiste leider in Vlaanderen, de sociaal-democratie (PS) was veruit de grootste politieke partij in Wallonië. Na 13 juni bleven CVP en PS nipt de grootste partijen in Vlaanderen en Wallonië, maar in het nationaal parlement werden de liberalen het sterkst. Een aantal oude zekerheden van het Belgisch compromismodel zijn hierdoor weggevallen. De echte grote winnaars van de verkiezingen waren de groene partijen. In Wallonië behaalde Ecolo 18 procent van de stemmen in Vlaanderen kreeg Agalev 11,6 procent van de stemmers achter zich.
Naar paars-groen
De liberale voorman Verhofstadt (VVD-adept) trachtte snel een regering met een nieuwe look en een nieuwe stijl in het zadel te krijgen. Dat de CVP, als de machtspartij bij uitstek, daar niet in thuishoorde werd snel duidelijk. Bij de sociaal-democratie waren inmiddels nieuwe leiders op de voorgrond getreden die zich maar wat graag spiegelen aan Blair, Schröder of Kok. En de groenen vonden dat ze met hun briljante uitslag niet langer aan de kant konden blijven staan. Het resultaat is een regering die bestuurlijke vernieuwing en inspraak hoog op de agenda plaatst, maar fundamenteel de neoliberale politiek nog versterkt. Het Ecolo-congres stelde heel wat vraagtekens bij deze regeringsdeelname, maar de Vlaamse groenen stemden hun partij in de regering.
Het programma van de regering is duidelijk geïnspireerd door de 'Derde weg' van Blair. Communicatie, luisterbereidheid en vernieuwing zijn de toverwoorden van de nieuwe ploeg. Maar tegelijkertijd wordt de Maastricht-politiek voortgezet, blijven de uitwijzingen van illegalen voortgaan, krijgen migranten ook de komende jaren geen stemrecht (zelfs niet op gemeentelijk niveau) en staan privatiseringen weer op de agenda. Zelfs rond milieu halen de groenen in een aantal gevoelige dossiers hun slag niet thuis.
De lange weg van radicaal links in België
Deze verkiezingen waren voor België de eerste na een uiterst woelige periode. De roep naar verandering blijkt dan ook duidelijk uit deze uitslag. De bevolking was de arrogante politiek en de misprijzende stijl van de uittredende coalitie beu.
Tegenover de verschuivingen slaagde radicaal links er helaas niet in om uit de marginaliteit te kruipen. De bekendste uiterst-linkse partij, de maoïstische PVDA, zag haar aanhang achteruitgaan en bengelt nu rond een half procent van de stemmen. In Wallonië was het enkel de lijst van de bekende stakingsleider Roberto D'Orzaio, die maandenlang een voorbeeldige strijd leidde tegen de sluiting van de staalfabriek Forges de Clabecq, die enigszins scoorde. Zijn lijst 'Debout' (overeind), die enkel in Wallonië opkwam voor het Europees parlement, behaalde twee procent van de stemmen. De SAP leverde één kandidaat op deze lijst en ook de mao-stalinistische PVDA mocht een kandidaat leveren. De Parti Communiste besliste desondanks toch een eigen lijst in te dienen.
Onze deelname aan de lijst van D'Orazio neemt niet weg dat de SAP ook een hele reeks meningsverschillen met hem heeft en dat zij ernstige twijfels heeft over de verdere mogelijkheden ervan. Reeds tijdens het conflict rond de Forges de Clabecq bleek dat de SAP regelmatig met D'Orazio van mening verschilden over de kwestie van arbeidersdemocratie en pluralisme. D'Orazio kon het ondertussen steeds beter vinden met de PVDA, waardoor het initiatief steeds vaker met het stalinisme werd geassocieerd. Dit werd nog eens in de hand gewerkt doordat hij weigerde om van de lijst een echte brede lijst van het sociale verzet te maken. Onder andere dit maakt dat de SAP van mening is dat Debout in zijn huidige vorm onmogelijk de start van een radicale, antikapitalistische en democratische beweging kan inluiden. Een gemiste kans.
David Dessers is hoofdredacteur van Rood, het blad van de Belgische SAP.
Reactie toevoegen