Er zijn belangrijke lessen te trekken uit de verkiezingen van 21 april. Ten eerste, de lage opkomst: bijna 28 procent van de mensen is niet gaan stemmen. Ten tweede, de ineenstorting van de communistische partij – de PCF kreeg slechts 3,7 procent van de stemmen. Een historisch fenomeen: de PCF moest ruimte maken voor twee kandidaten van revolutionair links, Arlette Laguiller van Lutte Ouvrière en Olivier Besancenot van de Ligue Communiste Révolutionnaire (LCR), de Franse sectie van de Vierde Internationale. Laguiller kreeg 5,7 procent van de stemmen, Besancenot scoorde 4,3 procent en dus 1,2 miljoen stemmen.
Demagogie
Na jaren van neoliberaal beleid, uitgevoerd door de rechtse Chirac en de sociaal-democratische Lionel Jospin samen, werden de verschillen tussen de twee favorieten wel erg klein. De verwarring nam nog eens toe toen Chirac de onveiligheid tot hoofdthema maakte. Jospin en andere linkse kandidaten volgden snel. Alleen Noel Mamère (groenen) en vooral Olivier Besancenot, konden de druk weerstaan. Zij weigerden de democratische vrijheden op te geven en jongen mensen te criminaliseren. Het resultaat? Een golf van law and order-demagogie onder de leus ‘zero tolerance’, waarbij de beschuldigende vinger vooral uitging naar kansarme jongeren uit de achterstandsbuurten, vooral van allochtone afkomst. Le Pen profiteerde er gretig van.
Discussie
De crisis van parlementair links en de winst van racistisch rechts moet zeker gezien worden als een nederlaag voor de Franse arbeidersbeweging. Duidelijk is dat de huidige situatie tot een hernieuwde discussie over het toekomstige perspectief van heel links aanmoedigt: de parlementaire partijen, de vakbonden en associaties, maar ook radicaal links. Hoe zijn we hier terechtgekomen? Hoe kunnen we ons voorbereiden om terug te vechten, zowel politiek als sociaal? Hoe vinden we weer stabiele ondergrond?
Olivier Besancenot
Deze verkiezingen hebben ook laten zien dat er een ander links bestaat, tegenover het links van de vrije markt. In sociale bewegingen maar ook electoraal. Dat is het startpunt voor heropbouw. Het links dat de belangen van arbeiders en onderdrukte groepen in de samenleving verdedigt is verdeeld over twee partijen: Lutte Ouvrière en LCR. De LCR is zich altijd bewust geweest van deze situatie en heeft geprobeerd met een gezamenlijke kandidaat te komen – de populariteit van Arlette Laguiller accepterend heeft de LCR zelfs voorgesteld dat Arlette die kandidaat zou zijn. Maar LO verkoos een sektarische koers, zonder zelfs maar de discussie aan te willen gaan. Daarop besloot de LCR met een eigen kandidaat te komen, de zevenentwintig jarige postbode Olivier Besancenot, een activist in de andersglobaliseringsbeweging en de vakbeweging. Het doel was een echte activist kandidaat te stellen die de beweging tegen de kapitalistische globalisering serieus neemt, in tegenstelling tot Lutte Ouvrière die die beweging maar vindt afleiden van de ‘echte’ antikapitalistische strijd. Een kandidaat ook die alle vormen van onderdrukking centraal zou stellen, vooral die van jonge mensen, vrouwen en migranten.
Een ander doel was het idee van de opbouw van een nieuwe antikapitalistische partij naar voren te schuiven, om niet alleen revolutionairen maar al die mensen die de barbarij van het kapitalisme afwijzen een plek te geven - bovenal de tienduizenden activisten in de vakbonden en sociale bewegingen die, sinds de ineenstorting van de communistische partij en het verraad van de Parti Socialiste, niet langer een politiek huis hebben
Ons doel in de keuze voor Olivier Besancenot was tevens een nieuw element in het politieke leven te brengen door het miljoenen mensen mogelijk te maken om een kandidaat te steunen die geen professioneel politicus is, maar iemand zoals zij: een arbeider met een gewoon loon. Iemand die na de verkiezingen weer, net als zij, aan het werk moest. Bovendien wilden we jonge mensen aanspreken met een kandidaat die misschien niet bekend is, maar wel hun strijd meevoert – de mobilisaties tegen de kapitalistische globalisering, de strijd tegen de verslechtering van de arbeidsomstandigheden. Dit is ons grootste succes - onder jongeren scoorde Olivier goed (13,9 procent van de 18 tot 24 jarigen en 6,3 procent van de 25 tot 34 jarigen stemden op hem). De campagne, onder de leus ‘onze levens zijn meer waard dan hun winsten’ gaf de LCR de mogelijkheid een veel groter publiek te bereiken dan meestal het geval is. LCR leiders als Alain Krivine en Roseline Vacchetta (Europees Parlement) en bovenal Olivier Besancenot spraken op honderden publieke bijeenkomsten en tot tienduizenden arbeiders en jongeren.
Het electorale succes heeft de relatie van de LCR met de arbeidersbeweging, de sociale bewegingen en andere linkse clubs veranderd. Het eerste resultaat is er al: Lutte Ouvrière nodigde de LCR uit voor een discussie over een electorale overeenkomst voor de parlementsverkiezingen in juni. We moeten niet te vroeg juichen, maar er is iets aan het veranderen binnen links.
Dit artikel is een ingekorte bewerking van een artikel uit International Viewpoint. Vertaling en bewerking Paul Mepschen
Reactie toevoegen