Reactie op jullie stuk “De Globaliseringsbeweging in Nederland”.

Wat betreft de beschrijving van de ontwikkeling van de globaliseringsbeweging (grappig trouwens, dat jij/jullie ook voor deze term gekozen hebben, zonder dat rare anti- ervoor, dat moeten we erin houden) kan ik me over het algemeen aardig vinden in de beschrijving, maar dat is misschien ook het minst omstreden gedeelte. Er zijn wel wat kleiner punten waar ik kanttekeningen bij zou kunnen plaatsen, maar dat sla ik voor het gemak even over.

Wat allereerst opvalt aan het stuk, is de keuze om het hele gebeuren te omschrijven als een (ja zelfs DE) beweging. Ik zou dat zelf niet doen en vroeg me ook af of de keuze voor die term niet een cruciaal verschil in benadering van het geheel blootlegt. Het denken in termen van een orthodoxe beweging – vergelijkbaar met die rondom bepaalde thema’s als apartheid of kruisraketten in het verleden - biedt immers de gelegenheid om er allerlei fantasieën over te koesteren over hoe die bepaalde richtingen op geleid zou kunnen worden. Terwijl het maar zeer de vraag is OF wat er ontstaan is wel een beweging genoemd mag worden, en vervolgens of het gewenst is om daar leiding aan te willen geven. Ik bedoel niet dat jullie dat laatste suggereren in het stuk, het aangename is juist dat jullie aangeven verbreding belangrijk te vinden en geen heil zien in het opplakken van ideologische labels. Ook de verklaring dat het belangrijk is dat “er een grote mate van openheid, transparantie en interne democratie bestaat (...)” geeft natuurlijk aan dat jullie grote waarde hechten aan de diversiteit binnen die “beweging”. Toch heb je daarmee natuurlijk nog geen antwoord gegeven op de vraag welke positie je in wilt nemen als eigen organisatie/partij.

Een benadering die uitgaat van het bestaan van (al dan niet diffuse, maar in ieder geval decentrale) NETWERKEN, in plaats van een beweging is misschien beter op zijn plaats om het globaliseringsgebeuren te beschrijven en begrijpen, en leidt ook tot andere conclusies over de mogelijkheden en gepermitteerde doelstellingen van de verschillende actoren binnen die netwerken. “Beweging” suggereert bijvoorbeeld een veel grotere overeenkomst tussen al de verschillende actoren dan in werkelijkheid misschien het geval is. Het feit dat allerlei verschillende groepen de laatste jaren de weg gevonden hebben om ondanks de verschillen samen protesten te organiseren en uit te voeren, is een van de meest opmerkelijke facetten van het hedendaagse (anti)globaliseringsgebeuren. En dan bedoel ik niet zozeer dat de breedheid zich uitstrekt tot de in jullie stuk gesignaleerde nationalistische en protectionistische groepen, want daarvan betwijfel ik juist of die wel onderdeel vormen van dezelfde netwerken. Ik zie ze in ieder geval nauwelijks, en als er al nationalistische groepen opduiken zijn het toch voornamelijk die van onderdrukte minderheden (zoals de Basken). Van rechts-nationalistische groepen wordt gelukkig steeds gepaste afstand gehouden. Ik bedoel vooral het fenomeen dat onder de term “agree to disagree” gevat is en dat weergeeft dat groepen die verschillende mate van noodzaak tot hervorming van het heersende systeem voorstaan en verschillende thematische aandachtsgebieden ergens een gemeenschappelijk actiefront gevonden hebben. Dat lijkt me een van de grootste winstpunten van de globaliseringsnetwerken ten opzichte van de veel monolitischer en vaak ideologisch aangestuurde ‘bewegingen’ in de decennia hiervoor. Over de redenen dat deze samenwerking nu ineens mogelijk is, valt ook nog veel te zeggen, dat voert hier te ver, maar het valt op dat in jullie stuk daar weinig aandacht voor is. Denken in decentrale netwerken en het waarderen van de diversiteit ervan leidt ook tot andere conclusies over de rol die je daarbinnen zou mogen en moeten spelen. Maar daarover later meer.

Een tweede zaak die opvalt is dat jullie je vooral willen richten op laten we zeggen de macrostructuur van ‘de beweging’. Het uitbouwen van Attac, het platform ‘De Wereld Is Niet Te Koop’ en iets als een Nederlands Sociaal Forum. Ook dit raakt een van de cruciale discussiepunten over welke prioriteiten op dit moment gegeven moeten worden waar het gaat om de investering van politiek werk in Nederland. Veel van de meer activistische organisaties zijn dat juist – deels bewust – steeds meer als een gepasseerd station gaan beschouwen. Ik ben het niet altijd met hen eens, maar kan hun redenering daarvoor wel volgen. Veel van hun kritiek richt zich bijvoorbeeld op het instrumentaliserende karakter dat dat soort initiatieven kan hebben. Iedereen lijkt munt te willen slaan uit de aantrekkingskracht die het globaliseringsspektakel op een breed publiek heeft, ook in Nederland. Sterk hervormingsgezinde groepen – die ervan ‘beschuldigd’ worden in het verleden juist aan de verkeerde kant meegewerkt te hebben - duiken er bovenop. Maar ook marxistische splinterpartijen die plotseling kans zien om hun vergadertijgers naar voren te schuiven en met allerlei verborgen agenda’s een positie te verwerven waar ze anders alleen van konden dromen. De argwaan tegen ‘holle platforms’ die alleen de populariteit willen gebruiken om de eigen organisatie te versterken en de eigen denkbeelden binnen te schuiven, is groot. Nogmaals, ik zeg niet dat jullie daar op uitzijn, maar het zou goed zijn als je oog hebt voor de spanning die er op dit gebied leeft. De meer activistische groepen benadrukken dat campagnes vooral gestoeld moeten zijn op daadwerkelijke politieke inhoud en minder op een – soms naar populisme neigende – recruteringsstructuur. Daarnaast, en dat mis ik ook in jullie stuk, wordt benadrukt dat het activistische karakter van de campagnes niet onder mag sneeuwen. Dat laatste vind ik zeker zo belangrijk. ‘Seattle’ was bijvoorbeeld niet alleen zo’n shock omdat er zoveel mensen op de been kwamen, maar omdat ze zich georganiseerd hadden om de WTO-top daadwerkelijk te verhinderen. Dat was het vernieuwende aan dat fenomeen en vooral de combinatie (massale bereidheid tot directe actie). Dat geldt ook voor de deelgebieden (migratie; vgl de no-border-netwerken, gentech, het bestoken van bepaalde multinationals wegens wanpraktijken, media, etc.) die deel uitmaken van de globaliseringsnetwerken. Het feit dat er nieuwe mogelijkheden gevonden werden om als basisbewegingen in te grijpen op politieke en economische ontwikkelingen vormt deel van de kroonjuwelen van deze netwerken. Platformen als ‘De Wereld is Niet Te Koop’ en sommige leidinggevende organisaties daarbinnen geven veel te weinig blijk van waardering voor dit aspect en lijken soms zelfs terug te willen naar de oude situatie van aanvaarding van het monopolie van de parlementaire besluitvormingsstructuur.

Opvallend is dat jullie stuk voorbijgaat aan een discussiepunt dat binnen de meer actiegerichte organisaties momenteel juist op de voorgrond staat, namelijk hoe structuren te ontwikkelen die het mogelijk maken om de ‘globale’ campagnes lokaal te verankeren. Het gaat dan om het zoeken naar werkwijzes die het mogelijk maken om op een dagelijks niveau met de thematiek aan de slag te gaan die bij de spectaculaire confrontaties rondom de toppen van wereldleiders aangekaart wordt. Een beweging kan immers niet bestaan uit het afreizen van topconferenties.

Met dit alles wil ik niet stellen dat ik eenzijdig zou willen opteren voor een strategie van directe actie. Ik zie best in dat de strategie van radicalere directe actiegroepen ook sterke beperkingen heeft, en dat de kritiek van degenen die (ook) inzetten op het opbouwen van breed toegankelijke structuren vaak zeker hout snijdt. Ik wil alleen maar wijzen op de noodzaak van het besef dat we met badwater het kind niet weg moeten laten spoelen. Veel mensen mobiliseren zonder dat dat lijdt tot acties die ook toeslaan waar het nodig is, en die zich weer beperken tot symbolische demonstraties, lijkt me geen stimulerend perspectief. En de ontwikkeling van gedegen – deels op marxistische leest gebaseerde – analyses is eveneens belangrijk. Ook op dat gebied schiet de actiebeweging vaak tekort.

Uitgaande van een analyse van het bestaan van netwerken eerder dan bewegingen (laat staan EEN beweging) kom ik op het voor jullie misschien wel meest heikele punt. Namelijk dat van het bestaansrecht van een (voorhoede)partij. Aan de ene kant kan ik me goed voorstellen dat je kiest voor die veilige haven, die het immers mogelijk maakt om een maximum aan planning en organisatie te bereiken, met een relatief klein aantal gelijkgezinden. Toch ben ik meer en meer geneigd om te denken dat er voor zo’n soort benadering geen plek meer is. En dat die benadering vaak de ontwikkeling van daadwerkelijk veranderingsgezinde processen eerder in de weg staat. De sektarische concurrentiestrijd tussen allerlei marxistische groepen in het recente verleden (zeg volgend op de jaren ’60) ligt wat dat betreft nog vers in het geheugen.

Initiatieven om de globaliseringnetwerken die nu opbloeien te versterken, zouden vooral gericht moeten zijn op een soort zichzelf als organisaties ondergeschikt maken aan het algehele proces. De initiatieven mogen niet meer primair gericht zijn op het versterken van de eigen organisatie, maar prioriteit moeten geven aan strategische input ten dienste van de kritiek en verzet als geheel. Elke aspiratie om daarbinnen een (al dan niet geheime) voorhoede te vormen zouden overboord gegooid moeten worden. Voor een organisatie als de SAP wil dat allerminst zeggen dat je het bijltje erbij neer zou moeten gooien. Gedegen analyse van en onderzoek naar de politieke en economische verhoudingen, en het delen van expertise over manieren om daar een georganiseerd antwoord op te geven, is bijvoorbeeld zeer gewenst en nuttig. Alleen zou je de eventueel daaraan gekoppelde aspiratie om een leidinggevende politieke rol te spelen, zoveel mogelijk moeten beperken. Waar het tenslotte om gaat, is dat we manieren vinden om mensen middelen te geven om hun eigen problemen op te lossen, om daadwerkelijk op te komen voor hun belangen terwijl ze die koppelen aan de mogelijkheden tot zelfontplooiing van alle overige slachtoffers op deze aardbol. Mogelijkheden tot verzet en bevrijding moeten als een virus de wereld rondgaan, dat niet gereguleerd moet worden maar zo wijd mogelijk verspreid moet raken.

Aanzetten tot zo’n soort benadering zijn bijvoorbeeld te vinden bij de Zapatistas of in het boek Empire van Toni Negri en Michael Hardt (dat in november eindelijk in Nederlandse vertaling beschikbaar zal zijn). Het is niet toevallig dat juist zij een enorme inspiratie bereikt hebben die verder gaat dan hun eigen initiatieven. Dat zit ingebakken in hun benadering waarbij ze bereid zijn om zichzelf weg te cijferen ten opzichte van een hoger doel, namelijk dat van wereldwijd en gecoördineerd maar niet centraal geleide opstandigheid.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop