Inleiding I. Internationale samenwerking en solidariteit 1. Een nieuwe wereldwanorde
2. Oost-Europa: van Tweede Wereld naar Derde Wereld
3. Leger en militarisme
4. Solidariteit en Derde Wereld
5. Migratie
6. Voor een ander Europa II. Werk en een inkomen om van te leven 1. Goed en nuttig werk voor iedereen
2. Vrouwen, migranten, jongeren en ouderen hebben recht op een zelfstandig bestaan
3. Iedereen heeft recht op een goed inkomen
4. Werken om te leven: de kwaliteit van het werk verbeteren
5. Een rechtvaardig stelsel van sociale zekerheid III. Rood is groener 1. Regionalisering en kringloopekonomie
2. demokratisering van de ekonomie
3. Energie en broeikas
4. Een landbouw in krisis ombouwen
5. Het goederenvervoer beperken
6. Ruimtelijke samenhang herstellen
7. Vliegen kan niet meer
8. Natuur, landschap en rekreatie
9. Industriële produktie
10. Het milieu schoonmaken en -houden
11. De tijd dringt IV. Wat beter gezamenlijk kan, moet kollektief zijn 1. Gezond weer op
2. Wie past op de kleintjes
3. Onderwijs is een recht, geen voorrecht
4. Kultuur, het zout in de pap
5. Volkshuisvesting V. Voor een leefbaar Nederland 1. Je bent jong en ...
2. Gelijke rechten voor migranten
3. Ouderen als volwaardige burgers behandelen
4. Leefvormen
5. Seksuele voorkeur
6. Kriminaliteit VI. Demokratie VII. Het geld halen waar het zit Wat is de SAP Voor linkse samenwerking Inleiding Met dit programma keert de Socialistiese Arbeiderspartij (SAP) zich tegen de brede konsensus die in ons land lijkt te heersen over de landelijke politiek. Wie de programma's van de vier grootste partijen naast elkaar legt, ziet nauwelijks verschillen. Wij doen daar niet aan mee. We keren ons falikant tegen het beleid zoals dat door de PvdA-CDA-regering wordt gevoerd en stellen er radikale alternatieven tegenover. Omdat het heel anders moet. En omdat het heel anders kàn. Want wat is logieser dan drastiese arbeidstijdverkorting, als het ene deel van de bevolking zich soms letterlijk doodwerkt, terwijl het andere deel gedwongen werkloos thuiszit? Wat ligt meer voor de hand dan een drastiese herverdeling van macht en inkomen, als een steeds grotere groep mensen onder het bestaansminimum komt, terwijl een kleine selekte groep rijker en rijker wordt? En wat is realistieser, nu de natuurlijke rijkdommen van de aarde in snel tempo worden opgesoupeerd door een kleine minderheid in een verspillende konsumptiemaatschappij, dan het planmatig ombouwen van produktie en konsumptie op wereldschaal, zodat de grondstoffen eerlijk worden verdeeld en het milieu niet verder achteruitgaat? De grootste politieke partijen zijn voorstander van het Verdrag van Maastricht en van de verdere uitbouw van deze Europese Unie. Dat Maastrichtleidt tot nog meer milieuvernietiging, tot afbraak van de welvaartsstaat en tot een steeds asocialer en ongelijker Europa nemen ze op de koop toe. Want "onze" konkurrentiepositie vereist dat. Om diezelfde reden bedenken ze steeds meer plannen en maatregelen waardoor de sociale apartheid in ons land toeneemt. Zoals meer flexibilisering van de arbeidsmarkt. Nieuwe bezuinigingen op sociale en kollektieve voorzieningen. Hogere drempels in de gezondheidszorg voor wie weinig geld heeft. Een onmenselijk scherp toelatingsbeleid voor migranten. Een toename van de inkomensverschillen. En afbreken van de bescherming van werkende mensen tegen ontslag. Daarbij maken ze veelvuldig gebruik van het "blaming the victim" mechanisme: de methode waarmee slachtoffers tot schuldigen worden gemaakt. Werklozen, zieken, vluchtelingen en migranten hebben het zogenaamd aan zichzelf te danken dat het tegenzit. Ze moeten met veel kontrole en met minder hulp en faciliteiten, worden gedwongen zelf hun positie te verbeteren. En onder het mom van verhogen van de veiligheid worden rechtsbescherming en de rechten van het individu tegenover de staat langzaam uitgehold. De werkloosheid neemt gigantiese vormen aan, evenals de sociale ongelijkheid op wereldschaal, binnen de EU en in ons land. Toch blijft het heilige liberale huisje voor PvdA, CDA, D66 en VVD overeind: steeds meer moet worden overgelaten aan de 'vrije' markt die de problemen wel zal oplossen. Konsekwentie is dat er nog minder middelen zijn voor de kollektieve sektor. De partijen willen de komende vier jaar respektievelijk 9, 17, 13 en 20 miljard extra bezuinigen. Ze zullen zich blijven inzetten voor minder overheid, minder sociale en kollektieve voorzieningen, minder regulering, meer privatisering en meer flexibilisering. Wat hen betreft wordt steeds meer overgelaten aan "het vrije spel der maatschappelijke krachten". Dat betekent dat multinationals nog meer speelruimte krijgen. Het leidt ertoe dat het gewicht dat iemand in de schaal legt afhankelijk is van zijn of haar macht en vermogen. Zo worden de rijken steeds rijker, de machtigen steeds machtiger en de minderbedeelden steeds minder bedeeld. Veel mensen worden er moedeloos van. Ze geloven ook nauwelijks nog dat het anders kan. Niet zo gek. Elke dag overspoelt de TV ons met oorlog, armoede, massaontslagen, milieurampen en de cholera die weer terug is. En als mensen dan in aktie komen tegen bezuinigingen, ontslagen, aantasting van het landschap of kortingen op de sociale zekerheid, levert dat vaak weinig op. En lezen we niet elke dag in de krant dat het achterhaald is om te denken dat de wereld maakbaar is? Ons wordt voorgehouden dat de wereld met z'n gemondialiseerde produktie, handel en kapitaalverkeer, zo ingewikkeld is geworden, dat elke poging tot bewust ingrijpen per definitie tot mislukken is gedoemd. In dit klimaat van moedeloosheid en gebrek aan echte alternatieven krijgen racisten en fascisten een nieuwe kans met hun verderfelijke antwoorden op de problemen. De SAP verzet zich tegen dit fatalisme. Wat is dat voor wereld, waarin regeringen om het hardst roepen dat er hoognodig veel aan het milieu moet gebeuren, maar waarin niemand wat doet omdat iedereen op iedereen zit te wachten? Wat is dat voor wereld, waarin een spekulant als George Soros een held is, omdat hij met valutaspekulaties in één week een miljard dollar bij elkaar graaide - een bedrag waar een minimumloner honderdduizend jaar voor moet werken? Wat is dat voor wereld, waarin Daimler Benz ruim vijftigduizend banen schrapt, maar zijn aandeelhouders belooft dat de dividenduitkering over 1993 minstens zo hoog zal zijn als in voorgaande jaren? Wat is dat voor wereld, waarin verschillende landen in de Derde Wereld per jaar meer rente aan grote banken moeten betalen dan ze in totaal aan ontwikkelingshulp binnenkrijgen? Wat is dat voor wereld, waarin de regering duizenden banen bij de overheid schrapt, maar ook besluit tot uitbreiding van Schiphol, het duurste banenplan uit de geschiedenis - dertig miljard gulden voor ruim vijftigduizend banen, ofwel zes ton per arbeidsplaats - dat bovendien een ramp wordt voor het milieu? Als we verandering willen, zullen we de gevestigde belangen en de machtigen der aarde moeten aanpakken. De konfrontatie aangaan moeten met de nietsontziende ekonomiese logika, waarin sociale, ekologiese en menselijke belangen en behoeften ondergeschikt zijn aan materiële belangen, konkurrentieposities en het streven naar winst. We moeten het gevecht beginnen voor een radikaal links alternatief, waarin niet-kapitalistiese kriteria, waarden en normen doorslaggevend zijn. In dit programma schetsen we de contouren van zo'n alternatief. Een solidair en internationalisties alternatief, waarin niet winstmaximalisatie voor een kleine minderheid, maar duurzame bevrediging van de noden en behoeften van de totale wereldbevolking wordt nagestreefd. Realisme Ook in deze verkiezingsperiode zullen we weer vaak te horen krijgen dat we met deze voorstellen buiten de politieke realiteit staan. We zijn natuurlijk niet de enigen. Werkenden die zich tegen ontslagen verzetten zijn ook onrealisties, want "onze" konkurrentiepositie vereist nou eenmaal verder afslanken. Uitkeringsgerechtigden die zich verzetten tegen aanvallen op de sociale zekerheid zijn erg onrealisties, want "iedereen weet toch dat we allemaal een stapje terug moeten". En milieuaktivisten die de groei van Schiphol willen stoppen, plaatsen zich buiten de realiteit, "want je kunt toch ook een kind niet verbieden te groeien". Onrealisties? Als wat realisties is wordt bepaald door wat de grote partijen willen en door wat onder de huidige machtsverhoudingen kan, dan is dat zondermeer waar. Met dit programma geven we niet alleen aan dat het radikaal anders moet, maar vooral ook dat het radikaal anders kàn. Is dat hemelfietserij? Dat geldt alleen zolang links blijft kiezen voor een misplaatst soort realisme en de 'materiële groeidwang' en machtspositie van ondernemingen niet wil aanpakken. Maar zou het kiesrecht voor vrouwen er ooit gekomen zijn als niet op een gegeven moment een klein groepje "onrealistiese" vrouwen de strijd daarvoor begonnen was? Zou de acht-urige werkdag er ooit gekomen zijn als niet een aantal "onrealistiese" arbeid(st)ers daar ooit de strijd voor was gaan organiseren? Zouden nieuwe kerncentrales in Nederland zijn tegengehouden, zonder de akties, demonstraties en blokkades van begin jaren tachtig. En zouden de stalinistiese regiems in Oost-Europa ooit gevallen zijn als niet de bevolking massaal tegen hen in opstand was gekomen? Ons plaatsend in die traditie roepen we iedereen die met ons van mening is dat radikale veranderingen nodig zijn op, de handen ineen te slaan. Om een andere politieke realiteit te kreeëren. Want door akties, door kampanjes en door massamobilisaties zijn verslechteringen tegen te houden en zijn positieve radikale alternatieven tot realiteit te maken. Natuurlijk is de wereld maakbaar. De kleine minderheid die dagelijks in direktiekamers en op recepties beslissingen neemt die het leven van miljoenen mensen bepalen weet daar alles van. Als de meerderheid van de bevolking in aktie komt om zelf over haar eigen lot en leven te beslissen, kan die minderheid de wereld niet langer zo maken, dat zijzelf er de vruchten van plukt. Daar gaat het om als we zeggen dat we de marges die de politieke realiteit stelt niet aksepteren. Dat we die marges radikaal willen veranderen. De wereld is wel degelijk maakbaar: het gaat er alleen om wie haar maakt en in wiens belang. Geen loze beloftes De SAP pretendeert niet dat ze alle antwoorden heeft. In bewegingen, akties en andere organisaties komen uitstekende alternatieven naar voren. Op basis van gemeenschappelijke, nieuwe ervaringen en door opheldering en diskussie kunnen we daar het beste van benutten. Om het daarvoor noodzakelijke proces van linkse samenwerking een impuls te geven verstuurde de SAP begin dit jaar de achterin dit programma afgedrukte "Open brief aan links Nederland" aan een groot aantal linkse bewegingen, organisaties en partijen. Van die brief trekken we geen letter terug. Want: verkiezingen of niet, meer linkse samenwerking is en blijft hard nodig. Als links niet in staat is met meer daadkracht aan de weg te timmeren, gaan we allemaal ten gronde gaan aan de winst- en machtshonger van de kleine minderheid die het in de wereld voor het zeggen heeft. Een radikaal alternatief is nodig. Voor de SAP is dat een socialisties alternatief. De mogelijkheden voor een betere, een socialistiese, toekomst zijn voorhanden. Er is rijkdom genoeg en er zijn mensen genoeg om er iets van te maken. De kennis die op alle gebieden bestaat betekent dat een wereld mogelijk is zonder honger, armoede, oorlogsgevaar en milieuvernietiging. In de huidige maatschappij worden deze mogelijkheden niet benut. Het socialisme zoals de SAP dat voorstaat heeft niks te maken met de systemen zoals die funktioneerden in Oost-Europa, de voormalige Sovjet-Unie of nog steeds in China. De SAP wil niet minder, maar juist méér demokratie en zeggenschap voor de totale bevolking. Socialisme betekent dat de ekonomie werkelijk gedemokratiseerd wordt: de ondernemingen en produktiemiddelen komen onder beheer en in bezit van de maatschappij als geheel. Het beheer van de produktiemiddelen kan dan planmatig aangepakt worden. Met een planmatige aanpak van de produktie en een eerlijke verdeling van de middelen over de hele wereldbevoling, op basis van werkelijke basisdemokratie. Met ruimte voor kreativiteit, experimenten en individuele wensen. En rekening houdend met de grenzen die de natuur aan ons handelen stelt. Anders dan anderen beloven we de kiezer niet allerlei moois als hij of zij maar op de SAP stemt. Wat we wel toezeggen is dat we net als de afgelopen tijd in akties en bewegingen aktief zullen blijven. Voor de voorstellen die in dit programma staan. En voor elke stap in die richting, voor elke konkrete verbetering, hoe bescheiden ook. Echte radikale maatschappelijke veranderingen komen niet tot stand door een simpele meerderheid in het parlement. De ekonomiese besluiten in ons land worden niet in de eerste plaats in de Tweede Kamer genomen, laat staan in verkiezingen. Die besluitvorming vindt plaats in de direktie-kamers van managers en kapitaalbezitters. Wezenlijke beslissingen over de toekomst van miljoenen mensen wat betreft werkloosheid, inkomen en milieu zijn voorbehouden aan een kleine groep rijken. Een realisties programma dat ècht werk maakt van het opruimen van alle gif en rotzooi in het milieu en dat zorgt voor volledige en verantwoorde werkgelegenheid en een goed inkomen voor iedereen, is onmogelijk zonder de ekonomiese besluitvorming volledig te demokratiseren en dus de eigendomsverhoudingen te veranderen. Daarom moeten de grote bedrijven en banken genationaliseerd worden. Wat wij voorstaan is een radikale verandering, een revolutionaire verandering van de maatschappelijke verhoudingen. Daarvoor is vooral de eigen machtsvorming van werknemers, uitkeringsgerechtigden, sociale bewegingen, jongeren en vrouwen van doorslaggevend belang. Tegenover de ekonomiese en politieke macht van de ondernemers. In bedrijven en instellingen, in de vakbeweging en andere sektoren van de maatschappij. Het dagelijkse politieke werk van de SAP is gericht op het versterken van die machtsvorming. Ook wanneer u het niet met alles in dit programma eens bent, is een stem op de SAP een nuttige stem. Het betekent kiezen voor een partij die in de praktijk laat zien dat ze stáát voor haar voorstellen. In de vakbeweging, in de milieubeweging, in internationale solidariteitsbewegingen, in de anti-racistiese strijd en in akties van jongeren en vrouwen hebben vele aktieve mensen onze partij leren kennen als een waardevolle partij. Een partij met zinvolle initiatieven en aktievoorstellen die de strijd verder wil brengen. Een kleine partij, maar met een grote inzet. Een stem op de SAP is een stem op die partij: een stem voor radikale anti-kapitalistiese oplossingen en voor konsekwente strijd om die oplossingen gerealiseerd te krijgen. Hoofdstuk 1 Internationale samenwerking en solidariteit De wereld is steeds kleiner geworden. Overstromingen, bombardementen en hongersnoden waar ook ter wereld komen via de televisie direkt de kamer binnen. Maar de internationalisering van de ekonomieën en de mondialisering van de grote problemen waar de mensheid voor staat hebben meer opgeleverd dan de oppervlakkige nieuwsflitsen van CNN. Alles hangt met alles samen. Als een Nederlands bedrijf het milieu vervuilt hebben ook Duitsers, Belgen en Denen daar last van. Er "moet" een Betuwelijn komen om het goederentransport naar Duitsland en Oost-Europa te kunnen uitbreiden. Europese bedrijven laten hun salarisadministratie doen door slecht georganiseerde en slecht betaalde mensen aan de andere kant van de wereld. En omdat miljoenen mensen in de Derde Wereld op de vlucht zijn voor honger, oorlog en milieuvernietiging, neemt de migratie over de hele wereld toe. Deze grote maatschappelijke vragen overschrijden nationale grenzen en vereisen een internationale aanpak. De manier waarop dit nu gebeurt verergert vaak alleen maar de problemen en bevoordeelt vooral de machtigen. De Europese Unie doet alles om het vrije verkeer van goederen, diensten en kapitaal mogelijk te maken, terwijl ze tegelijkertijd een nieuwe Berlijnse muur opricht tegen personen van buiten de Europese Unie (EU). Als gevolg van de luid bejubelde vrijere wereldhandel (GATT) wordt multinationals en spekulanten steeds minder in de weg gelegd als zij van hot naar her springen bij hun pogingen zoveel mogelijk winst te maken. In Europa en in de Verenigde Staten worden arbeidsvoorwaarden en sociale voorzieningen onder druk gezet door ondernemers die in Zuidoost-Azië of Oost-Europa goedkopere arbeidskrachten kunnen inhuren, waarbij iedereen in een spiraal naar beneden terecht komt. De verregaande internationalisering van produktie, handel en kapitaalverkeer heeft zo als resultaat dat de rijken rijker en de machtigen machtiger worden. Door de steeds maar toenemende mobiliteit en de groei van het goederentransport wordt het milieu aan deze winsthonger opgeofferd. Onkontroleerbare ondemokratiese internationale organisaties als de Wereldbank, het IMF, de GATT en de Verenigde Naties spelen een steeds grotere rol. Ze werken binnen de bestaande strukturen en verhoudingen en zijn erop gericht de machtsrelaties en heersende ekonomiese logika in stand te houden. Zo lijden dagelijks honderden miljoenen mensen in de Derde Wereld onder de diktaten van ongekozen "wereldregeringen" als het IMF en de Wereldbank. Het alternatief voor deze organisaties en voor het heersende marktliberalisme is geen terugval op nationalisme. We zien dagelijks in bijvoorbeeld ex-Joegoslavië, hoe extreem nationalisme leidt tot racisme, haat en zinloos geweld. Bovendien: geen van de grote problemen waarvoor de mensheid zich gesteld ziet is oplosbaar binnen één land. Daarom komt de SAP op voor een derde weg, tegenover de puinhopen van het liberalisme en de ravages van het nationalisme. Die weg bestaat uit meer internationale samenwerking, maar op een totaal andere basis dan nu het geval is. De huidige mondiale gemeenschap is een paradijs voor maximale winst zoekende multinationals. Daartegenover stellen we de internationale bevrediging van noden en behoeftes van de totale wereldbevolking. Dat vereist aktieve solidariteit tussen volken, het beëindigen van uitbuitings- en afhankelijkheidsrelaties en internationale samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respekt. Tegenover de huidige internationale koehandel en cyniese machtspolitiek van burokraten en regeringsleiders aan de top, stellen we "globalisering van onderaf". Dat is: meer internationale samenwerking van gewone mensen en hun vakbonden, sociale bewegingen en andere onafhankelijke organisaties, voor een andere wereld. 1. Een nieuwe wereldwanorde Na de val van de Muur werd ons een nieuwe wereldorde beloofd. Dat hebben we gemerkt. De Golf-oorlog tegen Irak. Etniese zuiveringen in ex-Joegoslavië. De EU telt eind 1993 23 miljoen werklozen en meer dan 40 miljoen armen. En in de Derde Wereld is de cholera weer terug. De wereld is één grote chaos, waar niemand enige greep op lijkt te hebben. Internationale organisaties als de Wereldbank, het IMF, de GATT en de Verenigde Naties krijgen steeds meer invloed, want is er juist nu niet meer internationale samenwerking nodig? Maar wat voor internationale samenwerking? In het belang van wie? Beslist en geleid door wie? In de nu funktionerende internationale organen bepalen de machtigste en rijkste landen, de Verenigde Staten voorop, het beleid. Geen wonder dat deze organisaties een aktieve rol spelen bij het instandhouden van de huidige ongelijke machtsverhoudingen. Voor de opstelling van de SAP betekent dit: * Geen militaire interventies en geen toenemende bemoeienis met konflikten in en tussen landen en volken in de wereld door de VN. In Somalië leidde de VN-hulp tot een vertraging van de voedselhulp; in Irak tot een bloedbad; in ex-Joegoslavië tot een verergering van de ellende. Daartegenover: aktieve steun aan krachten, groeperingen en organisaties die opkomen voor het recht op zelfbeschikking, voor demokratiese en burgerrechten en voor sociale gelijkheid. * Opheffing van de Wereldbank - die zelfs volgens eigen onderzoek in veel landen meer kwaad dan goed doet - en van het IMF, waar ook de bevolking van veel Derde Wereld-landen tegen te hoop loopt. * Tegen het GATT-akkoord, dat Derde Wereldlanden dwingt hun markten te openen voor goederen, diensten en kapitaal en dat slecht is voor het milieu, omdat het gefixeerd is op meer en meer produktie en export, in plaats van op drastiese herverdeling van de extreem ongelijk verdeelde rijkdommen in de wereld en op het stimuleren van regionale zelfvoorzienendheid. * Weg met de NAVO. Nederland uit de NAVO en de NAVO uit Nederland. 2. Oost-Europa: van Tweede Wereld naar Derde Wereld De val van de Berlijnse Muur in november 1989 werd door de SAP van harte toegejuicht. Het was het symbool van het ineenstorten van tientallen jaren stalinistiese diktatuur in Oost-Europa. Die diktaturen bleken verrot en hadden zichzelf uitgehold. Maar de nieuwe tijd heeft de bevolking in Oost-Europa niet gebracht waar velen op hadden gehoopt. De mensen verlangden naar vrijheid, demokratie, bestaanszekerheid en meer welvaart. Maar de 'hervormingen' op weg naar de zogenaamde sociale martkekonomie zijn voor de meesten een grote desillusie geworden. Al snel bleek dit vooral een groeiende werkloosheid te betekenen en een afbraak van sociale voorzieningen. Vrouwen werden daarbij extra getroffen, denk aan het opheffen van kinderopvang en het offensief tegen abortus. De prijzen van alle elementaire levensbehoeften als voedsel, kleding, verwarming en openbaar vervoer gingen met tientallen of honderden procenten omhoog. Vooral voor mensen met een vast inkomen en een beetje spaargeld, zoals veel ouderen, is dit rampzalig. Tientallen miljoenen mensen in Oost-Europa leven door dit alles nu onder het bestaansminimum. Niet voor niets doet in Hongarije de grap de ronde: "Wat is het ergste aan het stalinisme? Wat erna komt!" Het vakuüm dat de oude diktaturen achterlieten is opgevuld door nieuwe vormen van diktatuur. Vaak zijn de nieuwe machthebbers niemand anders dan de oude machthebbers in een nieuw jasje. Duidelijke voorbeelden zijn het door de westerse regeringen gesteunde oud-Politburo-lid Jeltsin, die het met de demokratiese rechten in zijn land niet zo nauw neemt, en Milosevic in Servië. En het ideologies vakuüm wordt vaak opgevuld door reaktionair nationalisme en onverdraagzaam religieus fundamentalisme, zoals blijkt uit de fascistoïde politiek van etniese zuivering in voormalig Joegoslavië en uit de overheersing van de katholieke kerk in Polen. Het beetje vrijheid dat de val van de stalinistiese diktaturen opleverde, dreigt voor miljoenen mensen weer snel verloren te gaan. Volken en naties worden tegen elkaar opgezet en oude zondebokken, zoals zigeuners en joden, dreigen opnieuw het kind van de rekening te worden. Oost-Europa wordt een nieuwe 'Derde Wereld' en zo wordt het door het Westen ook behandeld. Ekonomiese hulp komt maar mondjesmaat los. Aan leningen worden keiharde eisen gesteld. En net zoals de strukturele aanpassingsprogramma's van het IMF en de Wereldbank in de Derde Wereld tot armoede en ellende leiden, heeft het beleid van deze zelfde organisaties naar Oost-Europa armoede, verpaupering en snel toenemende sociale ongelijkheid tot gevolg. Deze "hulporganisaties" gaan daarbij zo grof te werk, dat zelfs Al Gore, vice-president van de VS, na de grote verkiezingswinst voor de fascist Zjirinovski in Rusland, openlijk de vraag stelde of het IMF en de Wereldbank niet een socialer beleid naar Oost-Europa moeten voeren. Anderen - en zij zullen wel weer de overhand krijgen - riepen op om toch vooral de NAVO sterk en groot te houden tegen het nieuwe Oosteuropese gevaar. Maar ontwikkelingen zoals in Rusland hebben alles te maken met het soort "steun en hulp" voor Oost-Europa vanuit het rijke Westen sinds de val van de Muur. De SAP is altijd solidair geweest met mensen en groepen die zich in Oost-Europa verzetten tegen de onderdrukking. Nu is nieuwe solidariteit nodig, tegenover de diktaten van het IMF en van het Europa van Maastricht. Daarom: * Kwijtschelding van de buitenlandse schulden van de landen in Oost-Europa. * Voor massale steun aan de hongerende bevolking in Bosnië-Herzegovina (de SAP steunt de kampanje International Workers Aid, voor de bevolking in het gebied van Tuzla in Bosnië, en de aktie 'Press Now', voor steun aan de onafhankelijke media in het voormalige Joegoslavië). * Erkenning van de demokratiese rechten en het recht op zelfbeschikking van alle nationaliteiten. * Opening van de grenzen van de EU voor produkten en vluchtelingen uit Oost-Europa. * Voor een snelle ekonomiese en ekologiese hulpoperatie vanuit de EU voor Oost-Europa, deels te financieren door beslag te leggen op de bankrekeningen in het Westen van de Oosteuropese mafia. 3. Leger en militarisme Na ruim vier jaar 'nieuwe wereldorde' kunnen we konkluderen dat de rijke westerse landen in feite de alleenheerschappij in de wereld hebben gekregen en ongestoord hun belangen verdedigen met behulp van de verschillende militaire bondgenootschappen. Van echte ontwapening is geen sprake; er wordt juist gewerkt aan het aanpassen en stroomlijnen van de legers om beter en sneller te kunnen opereren onder de nieuwe omstandigheden. Nederland doet dapper mee. De Nederlandse regering werkt aan een geldverslindende nieuwe militaire eenheid, de luchtmobiele brigade. De dienstplicht wordt dan wel afgeschaft, maar tegelijkertijd wordt een sterk gespecialiseerd beroepsleger opgebouwd. Daarmee dreigt het leger een staat binnen de staat te worden, want dienstplichtigenverzet en -organisaties, die veel hebben bereikt binnen het leger, vallen weg. De SAP komt op voor afschaffing van dit leger en verzet zich tegen elke versterking daarvan. Daarom: * Geen modernisering van de krijgsmachten. Tegen snelle interventiemachten. Verbod op produktie van nukleaire, biologiese en chemiese wapens en vernietiging van alle voorraden. * Geen militaire interventies, ook als ze plaatsvinden onder de vlag van de VN, NAVO of West-Europese Unie (WEU). * Stop de integratie van de Europese legers en wapenindustrie. Ombouwen van de wapenindustrie naar nuttige vredesproduktie (konversie). * Geen enkele stap in de richting van een beroepsleger. Geen aantasting van de demokratiese rechten van dienstplichtigen en beroepsmilitairen. Verbetering van de rechtspositie van dienstplichtigen. Wedde op beroepsnivo. Stakingsrecht voor dienstplichtigen. Ondersteuning van de Europese organisatie van dienstplichtigen, ECCO. * Voor drastiese bezuinigingen op de defensiebegroting. * Geen luchtmobiele brigade, afstoting van de overgebleven atoomtaken, sluiting van alle militaire oefenterreinen en militaire vliegvelden. * Geen politietaken voor het leger, geen inzet als stakingsbreker. * Geen inzet van de Militaire Politie (de Marechaussee) in de burgermaatschappij (bijvoorbeeld voor de kontrôle op vreemdelingen) 4. Solidariteit en Derde Wereld Nederland en Nederlandse ondernemers spekken ook internationaal de rijken op kosten van de armen. Via het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stellen ze scherpe voorwaarden aan de begrotingen van Derde Wereldlanden, die de loonafhankelijken en kleine boeren daar in nog grotere armoede storten. Veel landen in de Derde Wereld zitten via gigantiese schulden met handen en voeten vastgeketend aan internationale banken - Nederlandse banken hebben naar schatting zo'n achttien miljard gulden uitstaan bij schuldenlanden. Verschillende landen betalen per jaar meer aan rente over hun schulden, dan ze in totaal aan ontwikkelingshulp binnenkrijgen. Nederlandse multinationals als Shell, Philips en Unilever zijn berucht om de methoden waarmee ze hun arbeiders in die landen uitbuiten en verzet neerslaan. Verder laat de overheid ontwikkelingshulp terugvloeien in de zakken van ondernemers: vaak moet de hulp besteed worden aan Nederlandse artikelen, zodat de eigen ekonomie van de "geholpen" landen er niets mee opschiet. Hoewel zo een aanzienlijk deel van de officiële ontwikkelingshulp ten goede komt aan het westerse bedrijfsleven, vinden regering en ondernemers dat blijkbaar toch nog niet genoeg, want ze willen verder bezuinigen op het toch al beschamend lage budget dat formeel voor hulp aan de Derde Wereld is uitgetrokken. Tegelijkertijd bestaat de 'hulp' van Wereldbank en IMF vooral uit grootschalige projekten, opgesteld in overleg met de lokale elite en autoritaire regeringen. Die hebben doorgaans weinig oog voor de belangen van de totale bevolking. Projekten als grootschalige dijk- en dammenbouw, irrigatie en boskap dienen meestal vooral de verwesterde elite en de export-landbouw. De lokale bevolking wordt intussen gemarginaliseerd of verdreven, de natuur onherstelbaar vernietigd. Volgen nog snelle uitputting van natuurlijke hulpbronnen, oprukken van ziekten en ekologiese katastrofes. Via de Europese Unie stemmen Westeuropese landen de verdediging van hun belangen in de Derde Wereld op elkaar af. Door de miljarden subsidies op landbouwgoederen uit de EU-landen worden boeren uit de Derde Wereld ekonomies kapot gemaakt en worden honger, armoede en uitbuiting groter. Via de NAVO is Nederland rechtstreeks betrokken bij het neerslaan van bevrijdingsbewegingen, die de bevolking uit de kringloop van armoede en onderdrukking proberen te bevrijden. En met een door de VS gedekreteerde ekonomiese blokkade proberen de rijke landen het kleine Cuba de nek om te draaien. Hiertegenover komt de SAP op voor aktieve solidariteit tussen volken, het beëindigen van uitbuitings- en afhankelijkheidsrelaties en internationale samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respekt. * Scheld alle schulden aan de Derde Wereld kwijt. * Weg met IMF en Wereldbank. * Terugbetaling van de Nederlandse schuld aan de Derde Wereld: een struktureel veel hoger bedrag dan de huidige 'ontwikkelingshulp' voor een demokratiese ontwikkeling van eigen, grotendeels regionaal georiënteerde ekonomieën. * Geen steun aan diktatoriale regimes, wel steun aan bevrijdingsbewegingen. * Handen af van Cuba. Stop de ekonomiese blokkade. 5. Migratie Terwijl kapitaal en goederen zich vrijer en vrijer over de wereld bewegen, worden steeds meer belemmeringen opgeworpen voor personen. Dat wil zeggen: voor personen die geen geld hebben, die op de vlucht zijn voor honger, armoede, milieurampen of oorlog. De Europese Unie richt met het Verdrag van Schengen en met het koppelen van de computers van de vreemdelingenpolitie in alle EU-landen een nieuwe Berlijnse muur op, tegen personen uit de Derde Wereld en Oost-Europa. De 'vrijheid' van het liberalisme geldt alleen voor het bedrijfsleven en voor mensen met geld. Vluchtelingen en andere migranten die huis en haard verlaten voor een zeer onzekere toekomst, geven er blijk van dat ze gezegend zijn met een gezonde dosis ondernemingslust. Deze zo door het liberalisme vereerde en door allerlei internationale organisaties overal in de wereld aktief gepropageerde eigenschap is dan plotseling niet voldoende om toegang te krijgen tot in het "vrije Westen". Het overgrote deel van de vluchtelingen in de wereld wordt opgevangen in andere arme landen in de Derde Wereld. Slechts enkele procenten van de mensen die op de vlucht slaan bereikt Duitsland, Nederland of een ander land van de EU. Daar ontdekken ze dat ze absoluut niet welkom zijn. Als Europol in Nederland gevestigd wordt kan de gemeente Den Haag binnen enkele maanden huisvesting regelen voor de uit verschillende EU-landen afkomstige superspeurneuzen. Als een multinational vestiging in Nederland overweegt, worden subsidies uit de kast getrokken en alle mogelijke infrastrukturele en logistieke hulp geboden. Maar een migrant die zonder cent op zak ons land weet te bereiken mag er in de meeste gevallen niet in, wordt geweerd, opgesloten, teruggestuurd. De SAP wil een eind maken aan deze mensonwaardige dubbele moraal. Daarom: * Geen visumplicht, vrije toelating en vestiging. * Geen heksenjachten van politie en marechaussee op illegalen. Sluiting van het grenshospitium. * Opzegging van (elke medewerking aan) het Verdrag van Schengen 6. Voor een ander Europa De Europese Unie bevindt zich in een ernstige krisis. Maar terwijl werkloosheid en armoede ongekende vormen aannemen, vereist het Verdrag van Maastricht overal in de EU meer bezuinigingen en een verdere afbraak van sociale en kollektieve voorzieningen. Bovendien keert deze Europese gemeenschap zich in toenemende mate tegen migranten van buiten de grenzen van de EU. Er wordt een nieuw 'IJzeren Gordijn' opgetrokken om migranten buiten de deur te houden. En wie oorspronkelijk van buiten de EU komt krijgt volgens Maastricht nog steeds geen stemrecht bij verkiezingen. Net als de miljoenen arbeid(st)ers, jongeren, gepensioneerden en milieuaktivisten die de afgelopen tijd in verschillende Europese landen massaal in aktie kwamen, zegt de SAP "Nee" tegen dit Europa van het kapitaal en van de sociale achteruitgang. Onze afwijzing van deze EU komt niet voort uit de bescherming van de Nederlandse souvereiniteit of van de allerheiligste natie, maar uit de verdediging van de belangen van arbeid(st)ers, vrouwen en migranten. Het alternatief voor 'Maastricht' kan geen terugval op en verheerlijking van de nationale staten zijn, maar is een ander Europa. Een sociaal Europa, waarin sociale rechten niet door de wetten van de marktekonomie vertrapt worden, maar naar boven worden geharmoniseerd, met als referentie de beste situatie voor wat betreft sociale zekerheid, werk en wetgeving. Een demokraties Europa, waarin de burgers meester(es) zijn over hun eigen lot, kontrole kunnen uitoefenen op beslissingen en kunnen diskussiëren en meebeslissen over de belangrijke zaken die hun toekomst raken. Een Europa met gelijke politieke en sociale rechten, te beginnen met stemrecht, dat wil zeggen: kompleet burgerschap voor al diegenen die verblijven en werken in Europa, ongeacht hun afkomst. Een Europa gebaseerd op de vrijwillige en omkeerbare vereniging van vrije volkeren, de erkenning van het recht op zelfbeschikking en op afscheiding voor alle nationaliteiten die dat willen, met de volledige waarborging van alle rechten van nationale minderheden. Een ekologies Europa, waarin overal de beste milieuwetgeving wordt ingevoerd, waarin hoge (kwaliteits)eisen worden gesteld aan produkt en produktieproces, waarin kollektief gebruik van middelen wordt gestimuleerd. Een Europa waarin onnodige transportkosten en uitbuiting van de Derde Wereld worden teruggedrongen door vormen van regionale zelfvoorzienendheid op vele nivo's (van ekologiese landbouw tot rekreatie, van diverse konsumptie-artikelen tot energie). Een Europa waarin niet meer blind wordt geïnvesteerd in nog meer wegen, tunnels en bruggen, maar waar de resterende natuur wordt gerespekteerd en in stand gehouden. Een Europa van de vrede, dus voor eenzijdige ontwapening, tegen de NAVO en tegen een Europees (interventie)leger. Een solidair Europa, dat zonder beperkingen openstaat voor nieuwe landen die mee willen doen en willen toetreden, met aktieve samenwerking met andere landen of samenwerkingsverbanden - en dus geen 'Fort Europa'. Zo'n ander Europa scheldt Derde Wereld-landen hun schulden kwijt, annuleert het akkoord van Schengen en sluit de grenzen niet voor "vreemdelingen". Vanuit deze benadering wil de SAP in ieder geval: * Bij de bepaling van het beleid in ons land wordt op geen enkele manier rekening gehouden met de in het Verdrag van Maastricht afgesproken vereisten voor rente, overheidstekort, overheidsschuld en inflatie. * Geen Europese centralisatie van inlichtendiensten en politie, geen Europol in Den Haag. * Opheffing van de Westeuropese Unie. * Aktief en passief stemrecht bij de Europese verkiezingen voor iedereen die in de EU woont. Een sociaal Europa, waarin alle voorzieningen worden opgetrokken tot het hoogste nivo binnen Europa. Hoofdstuk 2 Werk en een inkomen om van te leven Ieder zichzelf respekterend bedrijf - inklusief de overheid - reorganiseert, slankt af, beperkt zich tot kernaktiviteiten, kortom: zet mensen op straat. Voor de mensen die werk hebben wordt het er niet beter op. Honderdduizenden hebben slecht betaald en onzeker werk: kleine deeltijdbaantjes, afroepbanen, thuiswerk, uitzendwerk, werken in Banenpools, de Jeugdwerkgarantiewet of het leerlingwezen. De mensen met de zogenaamd goede banen hebben voortdurend te maken met reorganisaties en 'aanpassingen van de werkorganisatie'. Voortdurende onzekerheid, flexibilisering, een sterk verhoogde werkdruk, de 'nullijn' en een verscherpte kontrole bij ziekte zijn hun deel. De werkloosheid bereikt rekordhoogtes. Begeleid door borrelpraat over 'fraude', levert dat 'de politiek' extra munitie om het stelsel van sociale zekerheid in hoog tempo te reduceren tot een 'ministelsel'. Zo zijn we langzamerhand in de situatie terecht gekomen, dat bijna iedereen, die geen werk (meer) heeft, vroeg of laat in de Bijstand of op bijstandsnivo belandt. En dat is te weinig om fatsoenlijk van te kunnen leven, zoals armoede-onderzoeken keer op keer uitwijzen. Maar zelfs dat minimum is niet heilig. Dat bewijst de diskussie over de Bijstand, terwijl Brinkman al meerdere keren heeft gesteld dat de AOW omlaag kan. De oplossing van 'de politiek': meer mensen moeten aan het werk. Daar is niks op tegen, integendeel. Iedereen moet kunnen werken. Maar de manier waarop dat bereikt moet worden doet ons de haren ten berge rijzen. Door ekonomiese groei, het goedkoper maken van arbeid (afschaffing minimumloon, loonmatiging, invoering Banenpools en Jeugdwerkgarantiewet), het 'prikkelen' van werklozen om sneller werk te aanvaarden (uitkeringen lager, schrappen begrip 'passend werk'), mensen langer in het arbeidsproces te houden (verhoging pensioengerechtigde leeftijd, afschaffen VUT) en bedrijfstijdverlenging (afschaffen vrije zaterdag; flexibilisering). Daarnaast dreigt versoepeling van het ontslagrecht, komt er een nieuwe slechte Arbeidstijdenwet, staat de Algemeen Verbindendverklaring van cao's op de tocht en wordt het in de toekomst moeilijker een beroep op de WW te doen. Als klap op de vuurpijl moeten we het idee van 'volledige werkgelegenheid' maar vergeten. Wat een wenkend perspektief! Alle verworven rechten van werkenden en niet-werkenden gaan op de helling, tot meerdere eer en glorie van ongerichte 'ekonomiese groei' en van het konkurrentievermogen (winsten) van de BV Nederland. Dat een deel van de mensen zonder werk permanent aan de zijlijn geparkeerd wordt moeten we maar als gegeven aksepteren. Dat dat vooral vrouwen, migranten en mensen met een lage opleiding zullen zijn, kun je op je vingers natellen. Daar helpen geen positieve aktieplannen of extra bemiddeling door de Arbeidsvoorziening tegen. Het moet anders. Beter. Dat vindt de SAP. In een notedop: een maatschappij, waarin iedereen die kan en wil werken recht heeft op plezierig, gezond en vast werk. Met èchte zeggenschap wat betreft arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Waarin geldt dat je werkt om te leven in plaats van leeft om te werken. Dus: vaste werktijden en een goed inkomen. Met dat uitgangspunt is ook een drastiese verbetering van de sociale zekerheid mogelijk. Als een maatschappij deze elementaire mensenrechten niet kan verwezenlijken is er iets grondig mis met die maatschappij. 1. Goed en nuttig werk voor iedereen Werkloosheid is méér dan alleen maar geen werk hebben. Het leidt tot armoede, maatschappelijk isolement en een gevoel van minderwaardigheid. Het beperkt de mogelijkheden om je te ontwikkelen. Voor de ondernemers is het een zegen. Zij schroeven hun eisen op onder het motto: "Voor jou tien anderen, met heel wat minder praatjes." Dat er niet genoeg werk voor iedereen is is onzin. Je kunt het werk verdelen over iedereen die kan en wil werken. Niet door het scheppen van deeltijdbaantjes of 'taakafsplitsing'. Dat is het scheppen van vooral minderwaardig en slecht betaald werk. Korter werken is ook nodig om meer mogelijkheden voor OR- en vakbondswerk te krijgen. Nu gebeurt dat meer en meer in de vrije tijd. Daarnaast kan werkgelegenheid geschapen worden door als overheid te investeren in maatschappelijk nuttige voorzieningen als de zorgsektor en groene publieke werken. Dat is heel wat beter dan wat de afgelopen jaren gebeurde: zo'n 25.000 banen schappen in de kollektieve sektor (met name de zorgsektor) en de invoering van Banenpools en de Jeugdwerkgarantiewet. Daarom wil de SAP: * Onmiddellijke verkorting van de werkweek tot 32 uur en daarna doorgaan tot 25 uur per week. Arbeidstijdverkorting (atv) moet met behoud van loon en volledige herbezetting van arbeidsplaatsen. Zo levert atv meer banen op, wordt de werkdruk verminderd, kan OR en vakbondswerk beter gedaan worden en kan ook het huishoudelijk werk beter verdeeld worden. * Geen mens de poort uit. Geen versoepeling van het ontslagrecht, maar een verbetering van de ontslagbescherming. * Behoud van de 'Havenpools'. 'Pulparbeid' is inmiddels een wijdverbreid verschijnsel. Het gaat om mensen, die werken in deeltijdbanen, op (half)jaar(s)kontrakten, als oproep- en uitzendkrachten en als thuiswerksters. Maar evengoed om mensen in Banenpools en jeugdwerkgarantiewet. De groei van de werkgelegenheid sinds halverwege de jaren tachtig zit 'm vooral hier. Alleen al daarom is het inzetten op 'ekonomiese groei' als motor voor méér werkgelegenheid misdadig: het stuurt niets, de groei van de werkgelegenheid wordt aan het toeval overgelaten en als er dan nieuwe banen ontstaan zijn dat slechte banen. Omdat vooral vrouwen dit soort banen krijgen bevordert het bovendien diskriminatie. Thuis- en telewerk zoals zich dat steeds meer ontwikkeld moet ontmoedigd worden. Voor de ondernemers is thuiswerk aantrekkelijk omdat ze een deel van hun 'overhead'-kosten kunnen afwentelen op de thuiswerk(st)ers. Voor de werknemers zijn er soms ook voordelen, maar de mogelijkheden voor sociale kontakten en om zich te organiseren zijn minimaal. Daarom wil de SAP: * Gelijke rechten voor mensen met deeltijdbanen. Voorrang voor deeltijdwerk(st)ers om als er uren vrijkomen door te groeien naar een full-timebaan. * Een verbod op nulurenkontrakten. * Thuiswerk(st)ers moeten tenminste onder de cao in de betreffende sektor vallen. Kosten in verband met inrichting en verbetering van de werkplek komen voor rekening van de uitbesteder. * Alle uitzendburo's moeten worden samengevoegd tot één uitzendburo: Start. Dat wordt verplicht uitzendkrachten een vast, full-time kontrakt aan te bieden. Het wordt werkgever, in plaats van bemiddelaar. Tijdelijke kontrakten alleen via dit uitzendburo. Veel noodzakelijk werk wordt niet gedaan. Daarom stelde het kongres van de PvdA in december 1993 voor om de 'werkverschaffing' opnieuw in te voeren. Uitkeringsgerechtigden zouden met behoud van uitkering aan de bak moeten als 'maatschappelijke dienstverleners'. Het zou immers niet alleen om 'rechten', maar ook om 'plichten' gaan. Dus zouden uitkeringsgerechtigden ingezet moeten worden in de verzorgende sektor (gezondheids-, bejaarden- en gehandikaptenzorg), als stadsreiniging (papierprikkers), stadswachten, enzovoort. Banenpools en Jeugdwerkgarantiewet gaan van hetzelfde idee uit, zij het dat daar in ieder geval nog het minimum(jeugd)loon (op basis van 32 uur in het JWG) betaald wordt. Dat het met name gaat om werk dat wegbezuinigd is wordt voor het gemak vaak vergeten. Ook de SAP vindt dat mensen zonder betaald werk nuttig werk moeten kunnen doen. In de praktijk gebeurt dat ook, maar de belemmeringen ervoor zijn enorm. Vrijwilligerswerk doe je maar beter stiekem. Als je geluk hebt krijg je een onkostenvergoeding, rechten heb je niet, plichten des te meer. Zo moet er vaak genoeg een soort arbeidskontrakt getekend worden, waarin bijvoorbeeld werktijden vastgelegd zijn. Vanuit instellingen gezien is dat niet verwonderlijk. Bejaarden- en ziekenhuizen, gehandikaptenzorg en psychiatriese inrichtingen draaien immers voor een belangrijk deel op vrijwilligsters. Dat alles heet 'mantelzorg'. Vooral vrouwen werken er. De SAP vindt: * De mogelijkheden om met behoud van uitkering vrijwilligerswerk te kunnen doen moeten fors verruimd worden. Tegelijkertijd moet veel vrijwilligerswerk omgezet worden in betaald werk. * De positie van Banenpoolers moet verbeterd worden. Ze moeten beschouwd worden als ambtenaren en komen onder de cao voor gemeenteambtenaren. Ook komt er een pensioenregeling voor Banenpoolers. * (Buurt)voorzieningen op gebieden als onderwijs, gezinszorg, gezondheidszorg, kinderopvang, openbaar vervoer, kultuur, opvang van zogenaamd niet-produktieve mensen (ouderen, geestelijk en lichamelijk gehandikapten, enz.) moeten uitgebreid worden. De werkdruk moet omlaag door nieuw personeel aan te nemen. 2. Vrouwen, migranten, jongeren en ouderen hebben recht op een zelfstandig bestaan Vrouwen en betaalde arbeid. Steeds meer vrouwen hebben betaald werk. Het aandeel van vrouwen in de beroepsbevolking was in 1979 dertig procent, nu is dat veertig procent. Maar van die veertig procent heeft maar zestig procent een fulltime baan. Er zijn wel steeds meer vrouwen betaald gaan werken, maar hun banen zijn kleiner geworden. Van alle betaald werkende vrouwen tussen 16 en 64 jaar verdient maar zeventig procent een inkomen op bijstandsnivo of daarboven. Vrouwen werken vooral in deeltijd omdat full-time werk niet te kombineren is met het onbetaalde werk dat ze moeten doen in en buiten het gezin. Ook komt het veel voor dat het werk zo zwaar is (bijvoorbeeld schoonmaakwerk) dat de werkgever ervoor kiest om dit werk uitsluitend in deeltijd te laten verrichten (dat is makkelijker dan het werk aanpassen door middel van ekstra rustperiodes of afwisseling van zware en lichtere taken). Vrijwel alle politieke partijen, maar ook de FNV, willen deeltijd bevorderen. De SAP vindt dit geen goede weg. In praktijk zal bevordering van deeltijdwerk de huidige trend niet veranderen. Er gaan misschien nog een paar mannen in deeltijd werken, maar veel meer vrouwen "kiezen" voor deeltijd. De verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid verandert niet wezenlijk. Bovendien krijgt wie in deeltijd werkt natuurlijk ook maar een deeltijdloon, en als zij (of hij) geen werk meer heeft een deeltijduitkering of deeltijdpensioen. Ook worden deeltijdwerkers vaak minder serieus genomen, op een zijspoor gezet, en hebben zij minder promotiekansen. Op dit moment verdienen vrouwen per uur ongeveer 75 procent van wat mannen verdienen. Hierin is al twintig jaar geen verbetering gekomen. Eén van de oorzaken is dat deeltijdwerkers vaak slechtere arbeidsvoorwaarden hebben dan voltijdwerkers, en de meeste vrouwen werken in deeltijd. Meestal is ongelijke beloning van deeltijdwerkers in strijd met de Wet gelijke behandeling, maar het is ingewikkeld om het via die wet aan te pakken. Een aparte wettelijke bepaling zou veel effektiever zijn. Een andere oorzaak van de lagere lonen van vrouwen is de oneerlijke funktiewaardering. Vrouwenberoepen worden vaak te laag gewaardeerd. Zo verdient een kresj-leidster minder dan een parkeerwachter en wordt zorgarbeid lager aangeslagen dan techniese arbeid. Verantwoordelijkheden die vrouwen in hun werk hebben worden over het hoofd gezien. De zogenaamde flexibilisering van de arbeidsmarkt vergroot de kloof tussen de bovenkant en de onderkant van de arbeid. Werknemers met flexibele kontrakten (en dat zijn vooral vrouwen) hebben bijna altijd slechtere arbeidsvoorwaarden. Bovendien houdt de flexibilisering in dat veel bedrijven de zogenaamde ondersteunende diensten zoals schoonmaak en kantine uitbesteden aan andere firma's waar slechtere arbeidsvoorwaarden gelden. De SAP vindt: * Een full-time werkweek moet te kombineren zijn met andere taken. Daarom: arbeidstijdverkorting bij voorkeur per dag of week (zie ook hierboven), en geen werkdagen van meer dan acht uur. * Er dient betaald zorgverlof te komen. Hieronder valt het ouderschapsverlof, maar ook andere situaties waarin gedurende een bepaalde periode niet (of minder) kan werken in verband met bijzondere zorgtaken. Het gaat hierbij om een tijdelijk zorgverlof; je blijft in dienst bij de werkgever en je keert na afloop van het verlof terug in je eigen baan. Het betaalde zorgverlof zou het karakter van een sociale verzekering moeten krijgen. * Vrouwen moeten betere promotiekansen krijgen. * De kinderopvang moet uitgebreid worden (zie hoofdstuk 4). * Er dient een wettelijke bepaling te komen voor gelijke behandeling en gelijke beloning (per gewerkt uur) van deeltijd- en voltijdwerk. * De salarissen in vrouwenberoepen, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, de thuiszorg en de kinderopvang moeten worden aangepast aan een eerlijke funktiewaardering. * Afschaffing van flexibele kontrakten. Iedereen die voor een bedrijf werkt moet dezelfde Caorechten hebben. Migranten De werkloosheid onder migranten is vele malen hoger dan onder mensen van Nederlandse afkomst. In 1992 was zo'n 45 procent van de Marokkanen werkloos, bijna 40 procent van de Turken en 20 procent van de Surinamers. Plannen om meer buitenlanders aan het werk te krijgen leveren nauwelijks iets op. Zo liep een akkoord, dat in 1990 door vakbonden en ondernemers in de Stichting van de Arbeid afgesloten werd met als doel om in vijf jaar tijd zestigduizend migranten aan een baan te helpen, uit op een debakel. Uit een onderzoek van de Loontechniese Dienst (LTD) onder 1426 ondernemers bleek dat slechts twintig procent wist van het akkoord. En van die twintig procent probeerde slechts drie procent meer migranten aan te nemen. De ondernemers verzetten zich te vuur en te zwaard tegen de invoering van wetgeving, terwijl die niet meer inhield dan een plicht voor bedrijven om te melden hoeveel migranten zij in dienst hadden. De bal is nu toegespeeld naar de Arbeidsvoorziening. De bedoeling is dat die extra aandacht besteedt aan het vinden van werk voor migranten. Maar met de snel groeiende werkloosheid is het natuurlijk dringen op de arbeidsmarkt... De oorzaken van de grote werkloosheid onder migranten zijn veelzijdig. De opleiding van migranten is van invloed, maar ook diskriminatie speelt een rol. Die kan verschillende vormen aannemen, variërend van openlijke diskriminatie tot meer ongrijpbare mechanismes bij de selektie van nieuw personeel. Veel ophef wordt gemaakt over de 'illegalen'. Zo maakte de Rotterdamse burgemeester Peper zich in oktober 1992 onsterfelijk belachelijk door te beweren dat er in zijn gemeente op één adres 1100 'frauderende, illegale Turken' ingeschreven stonden. Hoe dan ook, 'illegalen' moeten ieder baantje pakken dat ze kunnen krijgen. Ze zijn volkomen rechteloos, worden enorm uitgebuit (uurlonen van vijf gulden; onverzekerd) en krijgen als klap op de vuurpijl regelmatig met razzia's te maken, waarvoor nu ook de marechaussee wordt ingezet. De SAP vindt: * Om de achterstand van migranten op de arbeidsmarkt ongedaan te maken moet er naast drastiese atv een beleid van positieve aktie komen. Onderdeel daarvan moet een kwotumregeling zijn. Doel: de personeelssamenstelling moet op alle nivo's (ook bij personeelszaken) een afspiegeling zijn van de bevolkingssamenstelling. * De wachtlijsten bij taalonderwijs moeten worden weggewerkt. Onderwijs in de Nederlandse taal onder werktijd en op kosten van de werkgever. De SAP komt op voor open grenzen. Als onmiddellijke eisen stelt ze: * Een Sofi-nummer moet, ongeacht nationaliteit, direkt toegekend worden. * Vrouwen en jongeren moeten een zelfstandige verblijfsvergunning krijgen. * Generaal pardon voor 'illegalen'. Tegelijk werkgevers, die 'illegalen' in dienst hebben, verplichten die in vaste dienst te nemen. * Stop de razzia's op 'illegalen'. Jongeren De werkloosheid onder jongeren stijgt snel. Voor het eerst sinds jaren hadden in 1993 met name schoolverlaters erg veel moeite om werk te vinden. De oplossing van de regering: invoering van de Jeugdwerkgarantiewet, waar na verloop van tijd op straffe van verlies van hun uitkering alle werkloze jongeren tot 27 jaar aan mee moeten doen. De redenering: jongeren hebben gebrek aan werkervaring, die kunnen ze opdoen in de JWG, daardoor stijgen hun kansen op de reguliere arbeidsmarkt. Nu is er niets tegen speciale regelingen om jongeren aan werk te helpen. Maar dan moet het wel fatsoenlijk werk zijn, waarvan je een zelfstandig bestaan kunt leiden. En precies dat is er mis met de JWG. In de JWG werk je 32 uur, voor een deeltijdminimum(jeugd)loon. Bovendien krijg je een kontrakt voor maar een half jaar, dat eventueel met een half jaar verlengd kan worden. Alsof jongeren het kunnen helpen dat ze geen werkervaring hebben, terwijl de ondernemers het liefst zeer ervaren mensen aannemen en de meest idiote eisen stellen. Tenslotte wil de regering ook het leerlingwezen flink uitbreiden. Hierin werk je vier dagen per week, naast één dag studie. Meestal wordt hier het jeugdloon betaald, soms ook voor de studiedag, maar het dreigt ook hier steeds vaker voor te komen dat alleen maar zakgeld betaald wordt. De SAP vindt: * Jongeren hebben recht op een zelfstandig bestaan. Daarom: gelijk loon voor gelijk werk, ook in het leerlingwezen. Afschaffen van de jeugdlonen. * Het scheppen van JWG- en leerlingwezenbanen mag niet leiden tot verdringing. Het moeten boventallige banen zijn. * Deelname aan de JWG moet op basis van vrijwilligheid. Geen sankties op weigering. JWG-ers moeten een vast kontrakt voor onbepaalde tijd krijgen, moeten onder de cao voor gemeenteambtenaren vallen en recht op scholing onder werktijd krijgen. Ouderen Op de arbeidsmarkt ben je bent steeds vroeger oud. Met sukses solliciteren als veertiger is bijna onbegonnen werk, laat staan als vijftiger. Bij reorganisaties worden vooral 55-jarigen en ouderen in grote getale 'vrijwillig' verplicht op straat gezet. Voor de een is dat een opluchting. Niet meer iedere dag op je tandvlees hoeven te lopen, eindelijk van een welverdiend pensioen gaan genieten. Maar voor de ander is het een gruwel. Het idee dat je niet meer nuttig bent, niet weten wat je met al die vrije tijd moet doen, het gemis van sociale kontakten en problemen, die er thuis komen. Tot slot zijn er ook mensen, die na hun 65ste best nog willen werken. De SAP vindt: * Ouderen moeten recht op werk hebben: voor een verbod op leeftijdsdiskriminatie. * Recht, geen licht, op pensioen op 55 jaar voor vrouwen en 60 jaar voor mannen. Dit onderscheid maken we in verband met de dubbele belasting van vrouwen: naast het werk moeten de meeste vrouwen het huishoudelijk werk doen. * Recht - wederom: geen plicht - om werk af te bouwen door korter te gaan werken: vier jaar voor je pensioen vier dagen werken, drie jaar ervoor drie dagen, enzovoort. Tegelijkertijd volledige opbouw pensioen. * Handen af van de VUT en andere regelingen voor vervroegde uittreding. 3. Iedereen heeft recht op een goed inkomen Loonmatiging - er is geen woord dat zo vaak in de mond genomen wordt door politici ter linker- en rechterzijde. Het blijft niet bij woorden: er zijn nauwelijks landen in de OESO te vinden met een mindere loonkostenstijging de afgelopen tien jaar dan Nederland. Daardoor zouden Nederlandse produkten goedkoper worden in het buitenland, wat goed zou zijn voor de export. Maar de effekten van die loonmatiging worden volledig teniet gedaan door het beleid van de Nederlandsche Bank om de gulden 'hard' te houden, waardoor 'Nederland' duurder wordt in het buitenland. Van de mensen, die onder een cao vallen, verdient zeventig procent minder dan f 58.100 bruto (ongeveer f 2500 netto per maand) - de ziekenfondsgrens. En zeker de komende jaren zal het 'de nullijn' zijn, die de klok slaat, terwijl anderzijds bijvoorbeeld huren, schoolgeld, gemeentelijke belastingen en eigen bijdragen in onder andere de gezondheidszorg met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid fors zullen stijgen. Grote groepen mensen hebben daarom in de praktijk te maken met een 'minlijn', terwijl er wel steeds meer van hen vereist wordt. Voor mensen, die werken in de (semi-)overheid, geldt dat zij nog steeds sluitstuk van de overheidsbegroting zijn. Keer op keer vangen de bonden van overheidspersoneel bot in hun meer dan gerechtvaardigde eis voor een salarisontwikkeling, die gelijk op moet gaan met de ontwikkeling in het bedrijfsleven. En in de gezondheidszorg werd tot twee maal toe een loonsverhoging betaald door de pensioenpremies te verlagen - een sigaar uit eigen doos dus. De SAP vindt: * Handen af van het minimumloon. Iedereen vanaf 16 jaar krijgt een individueel recht op een inkomen van tenminste dit minimumloon. De kinderbijslag verdwijnt dan vanaf die leeftijd. * Voor drastiese nivellering: totale inkomsten per persoon mogen maximaal tweemaal modaal (nu: ongeveer f 90.000 per jaar) zijn. * De automatiese prijskompensatie moet worden hersteld. * De SAP is tegen de Centrale Akkoorden, zoals die tussen vakbeweging en ondernemers worden afgesloten. De lasten zijn voor de werkenden en baanlozen (loonmatiging; opschorten koppeling), terwijl de ondernemers daar niets anders dan wat vage beloftes tegenover stellen. * De belastingwetgeving Oort, die alleen de hoogste inkomens ten goede komt, moet ingetrokken worden * De 'tweeverdienerswet' moet ingetrokken worden. Met name vrouwen met kleine baantjes zijn daarvan de dupe. * Uit vakbondsonderzoeken blijkt dat werknemers bij de (semi-)overheid zo'n tien procent achterlopen op de marktsektor. Daarom moeten zij een eenmalige loonsverhoging van tenminste tien procent krijgen. Daarbij worden hun salarissen jaarlijks verhoogd met in ieder geval de gemiddelde loonstijging in het bedrijfsleven. * Voor volledige stakingsvrijheid van (semi) overheidspersoneel. 4. Werken om te leven: de kwaliteit van het werk verbeteren "Nederland is ziek", zo stelde Lubbers in 1991. In eendrachtige samenwerking met de PvdA werd vervolgens de WAO kaalgeschoren. En per 1 januari 1994 werd de Wet Terugdringing Ziekteverzuim (WTZ) ingevoerd. Het gevolg van deze wet, die door kommerciële instanties moet worden uitgevoerd: de kontrole op zieken zal enorm opgevoerd worden. En of de arbeidsomstandigheden verbeterd worden blijft de vraag. Terwijl er toch veel mis is met de kwaliteit van het werk. Onderzoeken wijzen uit dat steeds meer mensen lijden onder stress en te hoge werkdruk. En dat mensen op steeds jongere leeftijd afgekeurd worden. Verwonderlijk is dat natuurlijk niet. De arbeidsproduktiviteit in Nederland is zowat de hoogste ter wereld. En er wordt konstant gereorganiseerd. Dat brengt onzekerheid met zich mee. Bovendien leiden reorganisaties tot voortdurende interne veranderingen, vergen dus enorm veel van het aanpassingsvermogen van werkenden. Daarbij is het arbeidsproces vergeleken met tien jaar geleden ingrijpend veranderd. Voortdurende automatisering leidt ertoe dat kennis en vaardigheden in snel tempo verouderen. Regelmatige bijscholing is bittere noodzaak. Dat blijkt: éénderde van de werkenden volgt op de een of andere manier wel een kursus, die nodig is voor het werk. Daarnaast wordt er meer van je verwacht dan alleen maar je werk te doen. Je moet meedenken (werkoverleg), aan kwaliteitsbewaking doen, bereid zijn gaten die je kollega laat vallen te vullen, multi-inzetbaar zijn. Kortom: inzet van je volledige kreativiteit is een vereiste geworden. En dat alles in een situatie dat de konkurrentie tussen bedrijven moordend is. 'Kostenreduktie' is dan ook het abc van iedere ondernemer. Dus moet je 'voor twee' werken (scheelt loonkosten) en zijn de voorraden zo laag mogelijk (minder 'dood' kapitaal). Bestellingen moeten precies op tijd afgeleverd worden, precies op wens van de koper. Want 'de klant is koning' en als die zijn zin niet krijgt gaat 'ie naar de konkurrent en dat scheelt weer omzet. Tot slot moet de produktiekapaciteit maximaal - liefst 24 uur per dag, zeven dagen per week - benut worden. Zo kan een ondernemer het snelst zijn investeringen terug verdienen. Vandaar de roep uit ondernemerskringen tot flexibilisering van de werktijden. Zij willen dat er gewerkt moet worden als het druk is en dat mensen thuis blijven als het niet druk is. Het logiese gevolg: atv-dagen mogen alleen opgenomen worden als het de baas uitkomt (in de bouw: 's winters); het vrije weekeinde moet afgeschaft worden (dat scheelt weekeindtoeslagen); gebroken diensten (lokketisten NS) moeten mogelijk worden; volkontinu werken (dat scheelt overwerk- en ploegentoeslagen), enzovoort. En bijvoorbeeld de verruiming van de winkelsluitingswet past precies in dit plaatje. Alles moet ondergeschikt gemaakt worden aan het 'bedrijfsbelang'. Uiteindelijk gevolg: je leeft om te werken. Andersom zou beter zijn. Dat is een stuk gezonder. De SAP vindt: * Atv moet (zie eerder). Om te voorkomen dat ondernemers de aanname van nieuw personeel proberen te voorkomen door het werktempo op te voeren moeten werknemers een veto-recht krijgen op veranderingen in werktempo en de invoering van nieuwe technologieën. * De WAO-'nieuwe stijl' en de WTZ moeten ingetrokken worden. * Ploegendiensten en nachtarbeid moeten verboden worden, tenzij ze maatschappelijk nodig zijn (in ziekenhuizen bijvoorbeeld). Overwerk wordt verboden. * Er moet een nieuwe Arbeidstijdenwet komen, waarin vastgelegd is dat de maximale werkweek 32 uur is. Werktijden vallen tussen 8 uur 's morgens en 6 uur 's avonds, van maandag tot en met vrijdag. * De verruiming van de Winkelsluitingswet moet worden ingetrokken, gekombineerd met bovenstaande eisen en verruimde mogelijkheden (rechten) voor winkelen tijdens en dichtbij het werk. * 'Ongewenste intimiteiten' komen vaak voor. De instelling van onafhankelijke 'meldpunten' moet verplicht gesteld worden. 5. Een rechtvaardig stelsel van sociale zekerheid Toen de PvdA haar intrede in het kabinet deed werd herstel van de koppeling beloofd. Dat werd - enige tijd - een koppeling op afstand, die bovendien meer dan ongedaan gemaakt werd door bijvoorbeeld huursverhogingen. Toen het ekonomies tij tegen ging zitten werden het huurs- en andere tariefsverhogingen zonder koppeling op afstand. Kortom: de hele kabinetsperiode hebben uitkeringsgerechtigden op de minlijn gezeten. Daarbij bleef het niet. De WAO werd afgeschaft, waarbij 'oude' gevallen maar zeer ten dele ontzien werden. De Verhaalsplicht in de Bijstand werd ingevoerd. De hoogte van de Bijstandsuitkering gaat omlaag, tenzij je aan kunt tonen ècht alleenstaande te zijn. De WW wordt opnieuw verslechterd. De regering heeft in de sociale zekerheid een ware slachting aangericht. Het minimum (bijstandsnivo) wordt regel, ook in de WW en de WAO. Ook dat minimum is niet heilig. Daarnaast is het stelsel van sociale zekerheid ingewikkelder - dus ondemokratieser - geworden (WAO). Aan de ekonomiese zelfstandigheid van vrouwen wordt slechts lippendienst bewezen (kostwinnersbegrip, Verhaalsplicht), terwijl onder het mom van 'fraudebestrijding' ook de rechtsstaat fundamenteel op zijn kop gezet is (de nieuwe Bijstandswet). Voor de SAP zijn de belangen van uitkeringsgerechtigden uitgangspunt. Als mensen om wat voor reden dan ook geen werk kunnen krijgen mogen ze niet gestraft worden met een inkomensachteruitgang of vernederende kontroles. Uitkeringen moeten honderd procent van het laatstverdiende loon zijn. Ondergrens moet het minimumloon voor een 23-jarige worden (1650 gulden per maand). Bovengrens is 2x modaal. De lappendeken, waaruit het huidige stelsel bestaat, moet worden vervangen door één loondervingswet. Dat is een volksverzekering waarop je na je zestiende een beroep kunt doen als je geen inkomen uit arbeid hebt. Het stelsel van sociale zekerheid moet volledig geïndividualiseerd worden. Je hebt recht op een uitkering als je ingeschreven staat bij de Arbeidsvoorziening. Leeftijd, geslacht, samenwoningsvorm of afkomst doen niet ter zake. De gemeentelijke sociale diensten moeten belast worden met de uitvoering van deze wet. Zo weet iedereen direkt waar zijn of haar recht te halen en worden de kosten van de uitvoering van de sociale zekerheid - nu zijn die soms tien procent van de totale uitgaven - drasties verlaagd. Tevens betekent deze drastiese vereenvoudiging een uitbreiding van de demokratiese rechten. Door arbeidstijdverkorting, herscholing en recht op vervangend werk moet voorkomen worden dat overtollig personeel van de uitvoeringsorganisaties de dupe wordt van deze vereenvoudiging. De SAP vindt: * Alle uitkeringen moeten met twintig procent verhoogd worden. * Er moet een 'koppeling plus' komen. Ieder jaar moeten de uitkeringen verhoogd worden met tenminste het officiële inflatiepercentage (dat te laag is). * Alle bijverdiensten tot het minimumloon moeten vrij zijn. * Geen decentralisatie van de Bijstand naar de gemeenten, want dat werkt willekeur in de hand. Uitkeringsgerechtigden mogen niet anders behandeld worden dan mensen die een inkomen uit werk hebben. Het argument dat je als uitkeringsgerechtigde leeft van 'gemeenschapsgeld' en dus extra gekontroleerd mag worden is flauwekul. Ambtenaren en hoogleraren bijvoorbeeld leven ook van 'gemeenschapsgeld'. Hun (neven-)inkomens worden - steekproefsgewijs - gekontroleerd door de belastingdienst. Moet dat met uitkeringsgerechtigden dan anders? Stop de heksenjacht op uitkeringsgerechtigden: * De Verhaalsplicht in de Bijstand moet worden afgeschaft. * De sollicitatieplicht moet worden opgeschort, omdat de werkloosheid giganties is. * Sociale rechercheurs moeten hun werkzaamheden staken, het gebruik van anonieme tips moet verboden worden. * De bewijslast in het geval van 'fraude' mag niet bij de beschuldigde komen te liggen. * Geen koppeling van bestanden van de sociale diensten en de belastingdienst. Een uitkering is een inkomen. De kontrole op inkomens wordt gedaan door de belastingdienst. * Uitkeringsgerechtigden moeten het recht krijgen om met behoud van uitkering een (dag)opleiding te kunnen volgen. De pensioenvoorziening moet verbeterd worden. Een belangrijk probleem is de pensioenbreuk. Die kan ontstaan als je van werk verandert en in een ander pensioenfonds terecht komt. Er is nu een wet die dit probleem grotendeels oplost, maar alleen voor de toekomst. Alle pensioenbreuken uit het verleden blijven bestaan. Tot 1990 werden vrouwen in vrijwel alle pensioenregelingen gediskrimineerd. Door een beslissing van het Europese Hof van Justitie mag dat niet meer vanaf 17 mei 1990. Maar de ongelijke pensioenopbouw van vóór die datum blijft bestaan. De SAP vindt: * Voeg alle pensioenfondsen samen tot één fonds in handen van de organisaties van de direkt belanghebbenden: ouderenorganisaties en vakbonden. * Pensioenfondsen worden wettelijk verplicht om aan alle gediskrimineerde vrouwen alsnog met terugwerkende kracht pensioenopbouw toe te kennen. * De SAP is tegen het belasten van de vermogens van pensioenfondsen. Je betaalt al belasting over je pensioen. Eén keer belasting betalen is voldoende. En de vermogens van de pensioenfondsen zijn hard nodig om bijvoorbeeld de achterstelling van vrouwen met terugwerkende kracht ongedaan te maken. * De (vermogens van de) pensioenfondsen mogen niet gebruikt worden voor loonsverhogingen in het kader van cao-afspraken te financieren, zoals bijvoorbeeld een paar keer in de gezondheidszorg gebeurd is. De SAP wil de sociale zekerheid betalen door een progressieve belastingheffing. Om het stelsel 'betaalbaar' te houden moet iedereen recht op betaald werk hebben. Slechts weinig mensen hoeven daardoor een beroep te doen op de sociale zekerheid en dan kan dus ook de kwaliteit ervan belangrijk verbeterd worden. De kontrole op de sociale zekerheid komt in handen van de organisaties van belanghebbenden: organisaties van uitkeringsgerechtigden, vrouwen, ouderen, jongeren en vakbonden. De ondernemers moeten volgens de SAP geen zitting hebben in dergelijke kontrole-organen. Voor hen geldt immers: hoe lager de premies, des te beter. Hoofdstuk 3 Rood is groener De vorige verkiezingen stonden meer dan ooit in het teken van het milieu. Politici van CDA en PvdA putten zich uit in mooie beloften. Er kwam een heuse progressieve minister van Milieu. Het Nationaal Milieubeleidsplan Plus beloofde om nog binnen deze generatie een eind te maken aan de vervuiling en een begin te maken met het opruimen van de rotzooi uit het verleden. We zouden op weg zijn naar een 'duurza-me samenle-ving'. De ene belofte na de andere is intussen gesneuveld. Er zijn plannen aangenomen die het transport enorm laten stijgen. Samen met de groei van het autoverkeer maken deze elke winst van een betere techniek weer ruimschoots ongedaan. Op openbaar vervoer wordt bezuinigd; de prijs ervan stijgt sneller dan die van het autogebruik. Het mestpro-bleem is geen stap dichter bij een oplossing gekomen. In plaats van minder koolzuuruitstoot (terugdringen broeikaseffekt) is er nu meer, waarbij de stagnerende energiebesparing een belangrijke rol speelt. In plaats van beperking is het verpak-kingsafval in korte tijd enorm toegenomen. En zo kunnen we nog even doorgaan. Terwijl we aan materiële middelen rijker zijn dan ooit, vindt deze regering het onderwijs, de gezondheidszorg, kinder-op-vang en ouderenzorg onbetaalbaar en heeft ze het mes in de sociale uitkeringen gezet. Dit terwijl groei van deze 'immateriële' zaken èn herverdeling van werk en inkomen noodzakelijk zijn binnen een omvor-ming naar een echt duurzame samenleving. Deze regering praat kritiekloos de onderne-mers na die zeggen dat groei (van de 'harde ekonomiese sektoren') nodig is om een schoon milieu te kunnen betalen. Het begrip 'duurzaam-heid' wordt misbruikt en inhouds-loos gemaakt. De SAP vindt dat er een einde moet komen aan de huidige benadering, waarbij korte-termijn winstbejag en - daarmee samenhangend - steeds meer materiële konsumptie voorop staan. Een duurzame samenleving draait om het hanteren van het begrip milieugebruiksruimte. De ekonomie zal wereldwijd moeten worden omgevormd, uitgaande van de hoeveelheid energie en grondstoffen (inklusief bodem!) die dankzij zuinig gebruik en hergebruik voor iedere persoon op deze wereld beschikbaar is en voor toekomstige generaties beschikbaar blijft. Zo'n omvorming is alleen mogelijk en kan alleen voldoende draagvlak vinden als de besluitvorming demokraties plaats vindt op basis van volledige openheid van gegevens over wat met de huidige stand van wetenschap mogelijk is of ontwikkeld kan worden. Tweede belangrijke kriterium is sociale rechtvaardigheid: het werk en inkomen dienen in Nederland èn wereldwijd herverdeeld te worden over iedereen. Wat een noodzakelijke sociale en ekologiese omvorming precies zal inhouden is natuurlijk onmogelijk precies te voorspellen. Toch kunnen we een aantal basiselementen aangeven, en vandaaruit komen tot eisen voor hervormingen op korte termijn die passen binnen een strategie op langere termijn. 1. Regionalisering en kringloopekonomie Er moet gewerkt worden aan een kringloopekonomie. Het gesleep van goederen over deze aardbol moet tot een fraktie teruggebracht worden. Er zal altijd vervoer over grotere afstanden en grootschalige industriële produktie nodig blijven, maar het hanteren van 'milieugebruiksruimte' betekent in veel gevallen dat we toe moeten naar een situatie van regionale zelfvoorzienendheid. Voor de Derde Wereld betekent dit een eerlijke kans om eindelijk zichzelf te ontwikkelen. De SAP vindt: * Import van goederen die om natuurlijke redenen niet (of tegen hoge onkosten) voorhanden zijn in Nederland dient zoveel mogelijk de vorm aan te nemen van 'eerlijk betaalde' eindpro-dukten: de voorde-len (werk en inkomen) van bijvoor-beeld het branden van koffie dienen genoten te worden in de landen waar de koffieboon groeit. Als 'herstelbetaling' voor de eeuwenlange plundering van het Zuiden dient technologie, gekoppeld aan bijstand voor de noodzakelijke scholing en in overleg met de direkt betrokkenen in het Zuiden (dus niet de elites aldaar) ter beschikking gesteld te worden. * In ons land vergt regionalisering een einde aan de groei of zelfs krimp van bepaalde sektoren, kwaliteitsverbetering van produkten, minder gerichtheid op materiële en individuele konsumptie en meer gerichtheid op kwaliteit van het leven. Een (denk)voorbeeld van overkonsumptie: als ieder in de wereld evenveel papier zou gaan gebruiken als wij, dan zou er tekort aan landbouwgrond zijn, laat staan dat er nog iets voor natuur, toerisme en rekreatie over zou blijven. Daarom zal er een eind moeten worden gemaakt aan verspillend papiergebruik (vaak samenhangend met de kapitalistiese produktiewijze, denk aan reklamefolders!), zal er meer produktiebos in Nederland moeten komen, zal er onderzoek gedaan moeten worden naar techniese oplossingen (van kringlooppapier tot toepassing van computer en E-mail in bepaalde gevallen) en zullen kollektieve voorzieningen in de plaats moeten komen van privé-bezit: een veel uitgebreider stelsel van uitleenvoorzieningen (bibliotheken) en informatiecentra dan we nu kennen... 2. Demokratisering van de ekonomie Omdat in de konkurrentiestrijd van de 'vrije' ondernemingen groei van de materiële produktie een absolute dwang is, zelfs ten koste van 'immateriële voorzieningen', is een demokraties alternatief onontkoombaar. Diepingrijpende veranderingen in de ekonomie zijn nodig. Uitgangspunten van de SAP zijn: * Ekonomiese beslissingen moeten uitgaan van de behoeften van de bevolking en in overeenstemming zijn met wat het milieu aankan. Beslissingen moeten niet meer genomen worden door kleine groepjes direkteuren, aandeelhouders en bankiers. Die kijken alleen naar winstverwachtingen. * Er is een geplande ombouw van de ekonomie nodig: internationaal op hoofdlijnen, verder regionaal en lokaal ingevuld: besluitvorming op het laagst mogelijke nivo. Daarom komt de SAP op voor een socialisties alternatief, dat onder meer uitgaat van nationalisatie van de belangrijkste sektoren van de ekonomie en vormen van zelfbeheer in andere sektoren, waarbij betrokkenheid van iedereen bij voor hem of haar relevante beslissingen voorop staat. Veel van de hierna genoemde veranderingen zullen alleen onder de hierboven geschetste verhoudingen (ten volle) uitvoerbaar zijn, dan wel gekorrigeerd kunnen worden voorzover bepaalde aannames in de toekomst op misvattingen zouden blijken te berusten. Dit geldt bijvoorbeeld als de huidige (omstreden) gegevens en verwachtingen over de beschikbaarheid van energiebronnen en grondstoffen niet juist blijken te zijn. 3. Energie en broeikas Eén van de grootste vraagstukken van deze tijd is het energieprobleem. Het in enorm tempo verstoken van de fossiele energiebronnen (steen- en bruinkool, aardolie en -gas) is niet alleen een probleem vanwege de eindigheid van deze grondstoffen, maar ook vanwege de uitstoot van schadelijke stoffen. De meeste geleerden zijn het erover eens dat de uitstoot van kooldioxide leidt tot het versterkte broeikaseffekt, met nog onvoorspelbare gevolgen voor het klimaat. Duurzame energiebronnen worden intussen nauwelijks ontwikkeld omdat daar voor de ondernemers weinig winst mee te behalen valt. Door de lage prijzen voor fossiele energie - de gevolgen voor het milieu van toekomstige generaties hebben immers geen prijs - stagneert zelfs het veruit grootste 'alternatief' op korte termijn, namelijk energiebespa-ring door efficiëntere en duurzamere produktie, veel minder transport en bewuster konsumptiegedrag. Daarom vindt de SAP: * Grootverbruikerskortingen op energie moeten onmiddellijk ongedaan gemaakt worden. * Nationalisatie van de energiesektor - dus ook de oliegiganten als Shell en Esso. * Geen bouw van nieuwe kolencentrales, geen gasboringen in de Waddenzee en andere natuurgebieden. * Het kernenergiepro-gram-ma dient volledig te stoppen: sluiting van Doodewaard, Borssele en de UCN te Almelo. Geen ondergrondse opslag van radioaktief afval. Er dient een stop te komen op de import van atoom-stroom uit het buitenland. * Nieuwbouw en renovatie van woningen dienen te voldoen aan de strengst mogelijke isolatie-eisen, en waar nuttig moeten zonneboilers ingebouwd worden. * Er dient spaarzaam omgesprongen te worden met het relatief schone aardgas, om daarmee de tijd te kunnen overbruggen naar een maatschappij die draait op duurzame energiebronnen. Naast de opbrengst uit energieheffingen dienen ook alle andere overheidsgelden voor energie-onderzoek gericht te worden op het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen. Waar die alternatieven nu al bestaan - isolatie, warmtekrachtkoppeling, kleinschalige toepassingen van zonne- en windenergie - dienen ze versneld ontwikkeld en benut te worden. Over de vraag of er een energieheffing moet komen verschillen op dit moment de meningen binnen de SAP. De SAP-milieukommissie vindt dat er een flinke heffing moet komen op niet hernieuwbare energiebronnen. Zo'n heffing kan een belangrijke sturende werking hebben en levert bovendien enkele tientallen miljarden guldens per jaar. De milieukommissie is echter tegenstander van de heffingen zoals ze onder de huidige politieke verhoudingen dreigen te worden ingevoerd. Een effektieve en rechtvaardige heffing moet aan de volgende voorwaarden voldoen: = De heffing dient per sektor van de ekonomie uitgewerkt te worden, waarbij een deel van de opbrengst bestemd wordt voor energieonderzoek en -besparing. = 50 procent van de totale opbrengst van de energieheffing dient bestemd te worden voor terugbetaling van de milieuschulden aan de Derde Wereld. = De heffing moet nivellerend werken. Voor de huishoudens moet er een heffingsvrije voet komen van circa 1200 kubieke meter gas en 1200 KWH elektriciteit per jaar (om de laagste inkomens te ontzien), waarbij de opbrengst deels voor een isolatieprogramma bestemd wordt. = De opbrengst van de heffing op het energieverbruik in het partikuliere vervoer dient grotendeels gebruikt te worden voor investeringen in het openbaar vervoer, vooral gericht op de overgrote meerderheid van de dagelijkse verplaatsingen over korte afstand. = De besteding van deze gelden dient te verlopen via in te stellen fondsen, waarin onder meer bewoners- en konsumentenorganisaties, milieu- en Derde Wereldbeweging en vakbeweging vertegenwoordigd zijn. De betrokkenheid van deze organisaties kan een stap zijn op weg naar een meer omvattend plan voor een demokratiese omvorming van de ekonomie, waarbij terugdringing van de uitstoot van kooldioxide met minstens vijf procent per jaar een belangrijk uitgangspunt is. --------------------------einde--------------------------------- 4. Een landbouw in krisis ombouwen De landbouw is de derde grote vervuiler naast de industrie en het verkeer. Slechts de helft van onze bossen is nog min of meer vitaal: een grote rol bij de (dreigen-de) bossterfte speelt de verzuring door de intensieve veehouderij (legbatterijen, slachtkuikens, varkens, melkvee etc.). De mest ervan (en een overdadig gebruik van kunstmest) bedreigt het grondwater met onder meer nitraat en zware metalen, waardoor de drinkwatervoorzie-ning in gevaar komt. Het kwistig gebruiken van bestrijdingsmiddelen heeft al tot een 'bom' geleid die onderweg is naar de grondwaterbekkens. Deze landbouw, een suksesverhaal volgens opeenvol-gende landbouwministers, draait op roof-bouw van de aarde. Voor de import van agrariese grondstoffen in Nederland wordt een areaal aan grond gebruikt zo groot als zeven keer het oppervlak aan landbouwgrond in Neder-land. Grote gebieden zijn bebouwd met gewassen bestemd voor de Nederlandse veevoederfa-brikanten en veehouders. Dit is mogelijk omdat het vervoer (de energie) goedkoop is, de arbeidskracht zwaar onderbetaald wordt en doordat met name in de Derde Wereld onder druk van de oneerlijke ruil en de schuldenlast steeds meer goede landbouw-grond, geschikt voor produktie van eigen voedsel, omgezet wordt in grond voor de exportlandbouw, waarvan ter plekke meestal slechts een elite profiteert. Bovendien lijdt deze mineralenroof tot uitputting van gronden en erosie in onvoorstelbaar hoog tempo. De tuin-bouw, met steeds meer bloementeelt, is slechts rendabel door de goedkope energie, kwistig gebruik van bestrijdingsmiddelen en onderbetaling van de arbeid .Bij veel tuinderijen werken 'illegalen' tegen een steeds lager uurloon: het lage uurloon van negen gulden is inmiddels gezakt naar een schandalige vijf gulden per uur. Desondanks hebben vele boeren en tuinders moeite om het hoofd boven water te houden. De verantwoordelijkheid voor de genoemde problemen ligt ook maar voor een klein deel bij de boeren zelf. Ze ligt vooral bij het regeringsbe-leid van de afgelopen decennia, waarbij grootschaligheid is gepropageerd en gesubsidieerd. Profiteurs zijn de banken, de agrobusiness (de grote veevoerimporteurs, -mengers, vleesexporteurs, zaadveredelaars enz.), de chemiese industrie (kunst-mest, bestrijdingsmiddelen). De voormannen in de standsorganisaties van boeren en tuinders spelen daarmee onder een hoedje. De minister van Landbouw misbruikt het begrip duurzame landbouw. Stallen die minder ammoniak verliezen, mineralenboekhouding en plafonds voor bestrijdingsmiddelen verminderen in het beste geval slechts de groei van het probleem, maar lossen dit niet op. Mestverwerking is zelfs een schandalige 'oplossing': zeer veel energie is nodig om de natte mest in droge korrels om te zetten. Korrels die vervolgens verkocht dreigen te worden aan de Derde Wereldlanden, waar de mineralen juist uit weggeroofd zijn. Een wel zeer wrange manier van het 'sluiten van kringlopen'. De aardappel, de suikerbiet en (in mindere mate) graan zijn zowat de enige produkten van de akkerbouw die op de wereldmarkt nog rendabel zijn. Veel onderzoeksgeld wordt besteed aan alternatie-ve gewassen en onzinnige ideeën als 'agrifikatie'. Het probleem, de wereldmarkt zelf en de daardoor gedikteerde monokultuur op liefst zo groot mogelij-ke oppervlakten, wordt zo niet aangepakt. Minder bestrijdingsmiddelen in de tuinbouw, zoals Alders wil, is hard nodig, maar de huidige tuinbouw (bloemen per vliegtuig voor de gehele wereld) is zelf een pro-bleem dat aangepakt moet worden. De oorzaak van de landbouw- en milieukrisis blijft door het huidige beleid intakt. De SAP is voorstander van een alternatief landbouwbeleid. Dat is nodig en mogelijk. Nu al willen meer boeren biologiese landbouw gaan bedrijven, meer zelfs dan de huidige markt toelaat. Kernbegrippen bij dit alternatief zijn: landgebondenheid, vruchtwisseling, gemengd bedrijf en regionalisering van de markt. Uiteraard zonder al die mens-, dier- en milieubedreigende aktiviteiten die de huidige landbouw kenmerken. De SAP wil een volledige ombouw van de landbouw in de richting van een echt duurzame landbouw. Daarom: * Striktere wetgeving aangaande omgang met (huis)dieren. Dus geen oormerken, stroomstokken, legbatterijen, kistkalveren, internationaal veetransport... * Snelle invoering van eenduidige keurmerken voor wat onder 'scharrel', 'ekologies' enzovoorts verstaan mag worden. * Algeheel verbod op genetiese modifikatie. Ontheffing onder strikte, onafhankelijk van het bedrijfsleven gekontroleerde voorwaarden. * Verwarmde en verlichte bloemkassen dienen vanwege de verspilling te sluiten. Ook de verspillende kaskulturen zijn niet te handha-ven. De ekologiese ombouw van deze sektoren moet in maximaal tien jaar plaatsvinden, waarbij een direkt verbod van bloemenimport en - export per vliegtuig afgekondigd wordt, en de illegale werknemers gelegaliseerd worden. * De intensieve veehouderij dient binnen maximaal tien jaar zover teruggebracht te worden dat de import van veevoer van buiten Europa daalt tot nul. De veehouderij dient te funktioneren op veevoer dat in de eigen regio (niet bepaald door landsgrenzen) verbouwd wordt. In de overgang dient voor de niet-biologiese landbouw het verbod op het uitrijden van mest uitgebreid te worden, evenals het 'exporteren' van mest naar gebieden die nog niet overbemest zijn en dit ook niet dienen te worden. De konsekwen-tie is dat de intensieve veehouderij verdwijnt en het gemeng-de bedrijf op veel plekken terugkeert. * De SAP is voor een noodzakelijke primaire energieheffing juist op de grootverbruikers (transpor-teurs van veevoer, zuivelprodukten en vlees) en een mineralenheffing (bijvoorbeeld ter hoogte van de prijs voor de in theorie benodigde kunstmest ter vervanging van de mineralenroof uit de Derde Wereld). Zo'n heffing zou de onzinnig-heid van de import van veevoer onmiddellijk duidelijk maken. * Alle subsidies op de landbouw worden vanaf nu volledig ingezet voor ombouw van agrariese bedrijven richting biologiese landbouw, en voor ondersteuning van de biologiese landbouw zelf. Hetzelfde geldt voor landbouwkundig onderwijs en onderzoek. * In de overgang naar biologiese landbouw dienen bestrijdingsmiddelen met onmiddellijke ingang nog slechts op recept voor landbouwers verkrijgbaar te zijn om op korte termijn (vrijwel) volledig verboden te kunnen worden. Er moet een plan opgesteld worden met de betrokkenen hoe de omvorming (internationaal, landelijk en regionaal) gestalte krijgt. Daarbij spelen zowel de macht van de profiteurs van het huidige landbouwbeleid, als de prijzen en distributie een belangrijke rol. De eerder genoemde banken, zaadveredelaars, enzovoort zullen genationaliseerd moeten worden. Het Landbouwschap moet opgeheven worden, nieuwe zelforganisaties en koöperaties van omschakelende boeren moeten gesteund worden, evenals platforms van boeren, konsumenten en dergelijke. De kleine boeren(koöperaties) in de Derde Wereld zullen gesteund moeten worden bij de (weder)opbouw van een eigen landbouw. Biologiese produkten worden in prijs konkurrerend door het effekt dat heffingen, geboden en verboden zullen hebben op tot nu toe gangbare produkten. De biologiese landbouw vergt meer arbeidskracht en kan - bij het berekenen van hogere prijzen voor de geproduceerde kwaliteitsprodukten - rendabel zijn met kleinere stukken grond. Hierdoor ontstaat ruimte om de intensieve veehouders en kastuinbouwers kans te geven op meer grond voor biologiese bedrijfsvoering, met in ieder geval gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden aan de banken. Dit laatste heeft uiteraard grote gevolgen voor de exporten uit met name de Derde Wereld, voor de koopkracht van burgers en voor de arbeiders in met name de overslag (havens), bij het vervoer en bij veevoermengers. Wat de koopkracht betreft: de gevolgen van hogere prijzen voor ekologiese produkten worden tot op zekere hoogte gekompenseerd (prijskompensatie). Wat werkgelegenheid betreft: er wordt een sociaal plan met herplaatsing en zonder loonverlies opgesteld onder kontrole van betrokkenen en de vakbeweging. De Derde Wereld zal er op vooruit gaan als de weinige produkten die nog geëxporteerd worden een veel hogere prijs krijgen, de (milieu)schuld voor de eeuwenlange (mineralen)roof wordt vereffend door het Noorden, en voedselproduktie voor de eigen bevolking mogelijk wordt. 5. Het goederenvervoer beperken De kapitalistiese produktiewijze leidt tot steeds meer vervoer van goederen over steeds grotere afstanden over de gehele wereldbol: de verdergaande Europese eenwording en het GATT-akkoord versterken dat proces wederom. Import en export maken een groot deel van de Nederlandse bedrijvigheid uit (63 procent). De regering wil deze import-export nog aanzienlijk vergroten, met onder meer vervijfvoudiging van de hoeveelheid vracht op Schiphol in vijfentwintig jaar. De SAP is tegen deze ontwikkeling, wijst het koncept van Nederland-Distributieland af, en wil het transport van goederen door Europa en over de wereld drasties terugdringen. Daarom vindt de SAP: * De landbouwproduktie moet zich regionaal kunnen bedruipen. De huidige veevoerimport en vleesexport en het veevervoer over absurde afstanden moet stoppen, evenals de verspil-lende en vervuilende produktie en export van tuinbouwprodukten zoals bloemen. De steeds absurdere wereldwijde arbeidsdeling in de industrie moet teruggebracht worden, zodat ook het vervoer hiervoor aanzienlijk minder kan worden. De SAP pleit voor regionalisering. De grootte van de regio wordt niet bepaald door de huidige landsgren-zen, maar is afhankelijk van produkt en sektor. Schematies betekent dat: diensten in de wijken, landbouw-produktie in de wijde omgeving van de steden, zware industrie op grotere schaal en gecentraliseerd. * Voor het overblijvend noodzakelijk transport hebben de milieuvriendelijke vormen de voorkeur: transport meer per schip en over spoor, alleen op korte afstanden per vrachtauto of bestelbusje. Daarbij moet wat het spoor betreft in de eerste plaats gebruik gemaakt worden van het bestaande, wel op vele plaatsen te verdubbelen spoorwegnet. Evengoed zal een flinke uitbreiding van railvoorzieningen nodig zijn. Het aanprijzen van de Betuwelijn met milieuargumenten is echter bedrog. In Rotterdam wordt veertig miljard gulden geïnvesteerd in de uitbreiding van de haven. De Betuwelijn zal vooral de groei van het transport moeten opvangen, het vervoer over de weg zal er zeker niet door afnemen. Dit is strijdig met ons koncept van een drastiese afname van het transport over lange afstanden. 6. Ruimtelijke samenhang herstellen Ook het personenvervoer is in dertig jaar explosief gestegen. Daarbij is niet het aantal verplaatsin-gen zelf (om te werken, boodschappen te doen, bezoeken af te leggen en te rekre-ren) zo sterk gestegen, maar wel de afstanden. Er worden veel grotere afstanden afgelegd om hetzelfde te doen. De tijd die mensen daarbij onder-weg zijn is nagenoeg gelijk gebleven of toegenomen ondanks snelheidsvergroting. Door de ruimtelijke ordening drasties aan te pakken moet deze gedwongen mobili-teit teruggebracht worden. Maar ook nu al moeten en kunnen zowel het autogebruik als het autobezit drasties teruggedrongen worden. Het ruimtebeslag, de hoeveelheid energie en grondstoffen die nodig zijn voor de produktie, het brandstofverbruik en de vervuiling maken de privé-auto tot een inefficiënt, verspillend en schadelijk transportmiddel. Het openbaar vervoer zal flink moeten worden uitgebouwd tot een fijnmazig en dekkend systeem, waarbij auto's slechts een geringe aanvullende rol kunnen spelen. De SAP stelt voor: * Woon-werkafstanden moeten korter door de schaalvergro-ting van de produktie en de diensten om te keren. De werk- en woonplek moeten dichter bij elkaar gebracht worden. * Tegenover het koncept van de 'big city' waarin alle voorzieningen naar enkele centra getrokken worden, stelt de SAP dat de 'big city' een aantal aardige kanten heeft, maar dat voorzieningen als winkels, ontspanning en gezondheidszorg veel meer (terug) naar de wijken gebracht moeten worden. Kinderopvang in de wijk. Bezorgdiensten voor grote bood-schappen. In de stadsplanning dienen nieuwe wijken maximaal zelfvoorzienend te zijn voor de dagelijkse behoef-ten en dienen oude wijken in die zin hersteld te worden. Alles zoveel mogelijk op loop- en fietsafstand. Er dient een goed landelijk, regionaal en lokaal net van fiets- en wandelpaden ontwikkeld te worden. * Daarnaast kunnen veel meer fysieke maatregelen worden genomen. Zoals het autovrij maken van wijken (met voldoende wijkvoorzieningen) en stadscentra, en het fors uitbreiden van betaald parkeren. Er moet een wettelijk 'kompensatieprincipe' ingesteld worden, hetgeen inhoudt dat voor elke nieuwe kilometer asfalt, elders in dezelfde regio een kilometer voor autoverkeer wordt gesloten. * Binnen de bebouwde kom wordt de regel dat snelverkeer voorrang heeft boven langzaam verkeer omgedraaid. Voorrang heeft in de eerste plaats het openbaar vervoer, dan de fiets en de voetganger. De huidige trend is tegenovergesteld: de regering trekt steeds meer geld uit voor een aantal nieuwe snelwegen en tunnels en prestigeprojekten als TGV en Betuwelijn, en bezuinigt intussen op het 'gewone' openbaar vervoer. Wij zijn tegen deze plannen, en komen op voor een snelle, planmatige verbetering van het openbaar vervoer: fijnmazig, frekwent (de klok rond!), op maat (tot en met beltaxi's en buurtbussen), geïntegreerd (minimale wachttijden bij overstap), stipt en betrouwbaar (dus ook vrije bus- en trambanen), veilig en komfortabel en goedkoop. Het openbaar vervoer zal zoveel mogelijk elektries en vaker als nu over rail moeten. De SAP stelt voor: * Vervoersbedrijven en de NS moeten (weer) in gemeeschapshanden komen. * Alle bedrijven en instellingen moeten als onderdeel van hun jaarlijks openbaar milieuverslag/plan (zie paragraag 10) een mobiliteitsplan en -verslag opstellen, gericht op een reduktie van de bedrijfsgebonden milieuvervuiling door transport (zowel van personeel als goederen), en moeten de kosten van het transport van hun personeel per openbaar vervoer of fiets betalen. * Openbaar vervoer als basisvoorziening wordt gratis. In de SAP wordt op dit moment een diskussie gevoerd over in hoeverre het openbaar vervoer gratis kan zijn. De SAP-milieukommissie wil dit beperken tot vervoer over niet te lange afstanden. Verder moet volgens haar het openbaar vervoer wel goedkoper, maar niet gratis zijn: daarvoor is mobiliteit op zichzelf teveel een probleem geworden. De kommissie stelt het volgende voor: stads- en streekvervoer (in elk geval trams en bussen) wordt gratis, en iedere burger krijgt een gratis abonnement voor snellere verbindingen binnen een bepaalde straal om zijn/haar woonplaats (met name de trein). ---------------------------------------------------------------- * Om meer mensen warm te maken voor het openbaar vervoer kan vaker gewerkt worden met ideeën als kombi-kaarten (OV + ticket) voor grote evenementen. 7. Vliegen kan niet meer Het zeer milieu-onvriendelijke vliegverkeer moet drasties worden teruggedrongen. De SAP is tegen de uitbreiding van Schiphol, voor sluiting van het oude en tegen een nieuw Zestienhoven, en ook voor inperking van de andere regionale vlieghavens. Afgezien van allerlei onnodig goederentransport (zoals bloemen en parfum!) en zakenreizen, is ook het toeristies vliegen voor een bevoorrecht deel van de wereldbevolking in onze ogen te gemakkelijk geworden. Wij stellen niet voor vliegreizen te verbieden. Dat is trouwens onmogelijk, in onze klein geworden wereld. Wel kan het vliegverkeer flink ontmoedigd en teruggedrongen worden. Daarvoor zijn op de korte termijn de volgende maatregelen nodig: * Afschaffen van de huidige belastingvrijstelling van tickets, kerosine en taxfree shops. In feite is dit een verkapte subsidie; * Toepassing van de meest recente inzichten voor het instellen van strikte milieu-, veiligheids-, gezondheids- en geluidsoverlastnormen (wat in veel gevallen zal leiden tot een verbod op nachtvluchten); * Een verbod op reklamevluchten en op het spuiten van landbouwgif vanuit de lucht; * Maatregelen om te voorkomen dat internationale bedrijven vrachtvliegtuigen gebruiken om te bezuinigen op hun magazijn; * Een verbod op binnenlandse lijnvluchten. Als ondanks dit alles het vliegverkeer blijft groeien, zijn drastieser maatregelen nodig, zoals: * Regulering welke vracht per vliegtuig vervoerd mag worden; * Regulering van zaken- en plezierreizen, P.R.-vluchten en dergelijke in privé-vliegtuigen; * Een maximum aantal vluchten: vol is vol. Vaak wordt de hoge snelheidslijn (HSL) naar voren geschoven als alternatief voor het nog explosief groeiende vliegverkeer binnen Europa (cityhoppers!), met Schiphol als rail-luchthaven. Maar net als bij de Betuwelijn geldt ook hier dat er geen enkele garantie is dat het niet en-en wordt. Extra argument tegen de Betuwelijn èn tegen de HSL is dat de kosten voor het aanleggen van die lijnen enorm zijn, en beter besteedt zouden kunnen worden aan het drasties verbeteren van de meer fijnmazige (rail)infrastruktuur in Nederland, inklusief verbetering van internationale aansluitingen (over bestaand/verdubbeld spoor). 8. Natuur, landschap en rekreatie Afgezien van de diskussie over de 'eigen waarde' van natuur en landschap, kan gesteld worden dat deze nodig zijn voor een leefbare wereld. Niet alleen om fysieke redenen (het klimaat e.d.), maar ook om psychiese redenen: de menselijke kreativi-teit onderhouden en herstellen. Dit vereist dat binnen de stedelijke bebouwing en direkt in de buurt ervan de mogelijkheden tot ontspanning en rekreatie uitgebreid worden. De SAP vindt dat een extra argument tegen de steeds verder uitdijende asfaltering en bedrijfsterreinen en tegen de grote monokultures in de landbouw. De biologiese landbouw is het best geschikt voor het onder-hou-den van een gevarieerd land-schap. De SAP vindt dat in een dichtbevolkt land als Nederland natuur, land-schap en landbouw in principe niet nog verder gescheiden, maar juist verweven moeten worden. Dat betekent niet dat de SAP zich tegen 'natuurbouw' uitspreekt. De zogenaamde 'nieuwe natuur' mag echter geen alibi zijn voor minder bescherming van soorten en gebieden die daarbuiten vallen, en steeds meer opgeofferd dreigen te worden aan stadsuitbreiding en grootschalige landbouw. * Striktere biotoop- en soortbescherming. * Onmiddellijke stopzetting van de huidige Landinrichting (verkapte ruilverkaveling). * Een snellere invulling van een grof- en fijnmazige 'ekologiese hoodstruktuur', en voor een meer natuurlijke ontwikkeling van de grote natuurgebieden. * Door het leger gebruikte terreinen moeten volledig omgevormd worden tot natuur- en rekreatiegebieden. * De vervuiling van water en bodems en versnippering van natuurgebieden moeten versneld opgeheven worden, zodat onder meer (her)introduktie mogelijk wordt van soorten als otter en lynx, die aan de top van de voedselpiramide staan. * Natuur- en rekreatiegebieden dienen, afhankelijk van hun kwetsbaarheid, meer of minder bereikbaar te zijn per openbaar vervoer, gekoppeld aan mogelijkheden voor fietsverhuur en dergelijke. De auto moet er drasties worden teruggedrongen door vele wegen in (de nabijheid van) die gebieden af te sluiten, mede om de huidige versnippering van natuur en landschap tegen te gaan. * In de grote landbouwgebieden (de polders, het noorden) dienen multifunktionele bossen ontwikkeld te worden: voor rekreatie en voor houtwin-ning, inklusief inheems 'hardhout' (om onder meer ekologiese redenen zo gemengd mogelijke bossen, waar plagen de minste kans krijgen). * De waterstandsverlaging en te snelle afvoer van regenwater moeten verminderen, onder meer door het her-meanderen van stromen, het verwijderen van drainagesystemen in gevoelige gebieden en het verbieden van beregening: alleen in uitzonderlijke situaties kan voor dat laatste ontheffing verleend worden. * De jacht dient in Nederland te stoppen. Ontheffing kan verleend worden door een kommissie bestaande uit organisaties als Vogelbescherming en Dierenbescherming, bijvoorbeeld als gevaar voor de volksgezondheid zou dreigen: ook dan dienen echter alternatieve methodes ontwikkeld te worden. De grootschalige visserij moet meer dan nu aan banden gelegd worden. * Over de pleziervisserij moet een diskussie onder betrokkenen en deskundigen opgestart worden. * De kontrole op de verboden handel in bedreigde dier- en plantesoorten wordt meer systematies aangepakt, met onder meer sterk verhoogde boetes, maar er komt ook een verbod op het houden van vele andere soorten, zoals inheemse zangvogels, tenzij men kan bewijzen dat ze speciaal gekweekt zijn. * Alle ruimte voor stadsekologie. Meer 'wilde' stadsparken en groene zones door de steden, gebruikmaken van bestaande landschapsstruktuur bij nieuwbouw, bescherming van kwetsbare vegetaties (bijv. op muren), aandacht voor nest- en schuilgelegenheid dieren. Elk kind heeft recht op een eigen boom, niet omwurgd door asfalt, om in te klimmen en uit te vallen! 9. Industriële produktie Nog steeds maken grote bedrijven, met of zonder medeweten van de overheid, op een schandalige wijze gebruik van lucht, water en bodem om hun - vaak giftige - afvalstoffen kwijt te raken. Bovendien maken ze op uiterst verspillende wijze gebruik van grondstoffen en energie. Om de omzet maximaal te maken, en de verkoopprijs in de konkurrentie minimaal te houden, worden produkten gemaakt van de goedkoop-ste kwaliteit zodat ze zo snel mogelijk vervangen dienen te worden. De grondstof-fen worden veelal in Derde Wereld-landen tegen schandalig lage prijzen weggeroofd, waarna hele gebieden verwoest achtergelaten worden. Bovendien worden de onkosten van deze manier van produceren op de maatschappij afgewenteld in de vorm van hoge afvalverwerkingskosten. Op dat terrein zijn meer dan eens 'mafia-achtige' bedrijven aktief die zich op onverantwoordelijke wijze van het afval ontdoen om zelf maximale winst op te kunnen strijken. Jarenlang is afval illegaal gestort, soms gemengd bij het huishoudelij-ke afval, verscheept naar landen in de Derde Wereld of tegen dumpprijzen in onder andere Schönberg (Oost-Duitsland) gestort. De ergste uitwassen lijken te verminderen onder invloed van akties, maar de kern van de problemen - de verspillende produktiewijze - blijft bestaan. De SAP vindt: * De export van afval moet verboden worden, tenzij er een gegarandeerd milieuver-antwoorde verwerking plaatsvindt in een van de buurlanden. Hierbij blijft de producent van het afval ten volle aansprakelijk voor eventuele schade. Ook dienen alsnog de kosten van het opruimen van het geëxporteerde afval in de Derde Wereld en Oost-Europa op de veroorzaker verhaald te worden. Leden van de raad van commissarissen moeten wettelijk hoofdelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden voor schade die het bedrijf aan het milieu aanricht. * De hoeveelheid afval moet drasties verminderd worden. Daarvoor is kontrole op de produktiebeslissingen nodig: niet alleen het produktieproces dient schoner te worden, maar ook de produkten zelf. Deze dienen getoetst te worden op minimaal energie- en grondstofverbruik en wel in de gehele keten van grondstof via produkt tot afval. De levensduur van produkten dient verlengd te worden tot het technies haalbare maximum. Bovendien dienen produk-ten zodanig ontworpen te worden dat ze repareerbaar zijn en in laatste instantie de grondstoffen ervan weer hergebruikt kunnen worden. * Ondernemers moeten verplicht worden om de duurzame gebruiksgoederen na het afdanken weer terug te nemen. Modieuze veranderingen dienen aan banden gelegd te worden, evenals reklame en overbodige verpakkingen. * Er moet een van de ondernemers onafhankelijk buro van produktinformatie komen onder kontrole van konsumentenorganisaties en milieubeweging, (deels) te financieren uit een opslag op reklame-uitingen. * Er dient in elk bedrijf een openbare boekhou-ding te komen van grondstof- en energiegebruik en van alle bij het proces vrijkomen-de vervuiling. Een jaarlijks openbaar milieuver-slag, een periodieke milieudoorlichting en een milieuaktieprogramma dienen wettelijk voorge-schreven te worden. 10. Het milieu schoonmaken en -houden De milieuvernietiging is al zover voortgeschreden dat op zo kort mogelijke termijn radikale en drastiese maatregelen aan de bron nodig zijn. Om verdere aantasting van het milieu hier en in de hele wereld te voorkomen, is een snelle omvorming van de ekonomie nodig in een duurzame richting. Maar ook dan moet er nog tientallen jaren worden gewerkt aan het opruimen van de vervuiling uit het verleden. Door allerlei na-ijl-effekten zal de aantasting van de ozonlaag en het versterkte broeikaseffekt nog vele decennia doorgaan, ook als we nu onmiddellijk stoppen met schadelijke aktiviteiten. * Om nieuwe vervuiling te voorkomen staat het saneren van vervuilende industrieën (zoals de chloorchemie) voor de SAP voorop. Negatieve sociaal-ekonomiese gevolgen mogen niet tot uitstel leiden. Een planmatige sanering maakt het mogelijk om zonodig voor vervangende werkgelegenheid te zorgen in nieuwe en schone groeisektoren. Dit moet worden begeleid met een stelsel van (om-, her- en bij-)scholingen en opleidingen, om zo te voorkomen dat de gevolgen van milieu-maatregelen worden afgewenteld op mensen die toevallig ergens werken. De werknemers en hun organisaties dienen vanaf het begin bij het proces van herstruktu-rering betrokken te worden. * Zeer milieuschadelijke stoffen (cfk's en halonen, cadmium...) en produkten moeten direkt verboden worden. Voor andere schadelijke stoffen wordt een trajekt van voortschrijdende normstelling doorlopen, in samenhang met bovengenoemde planmatige sanering. * Door vermindering van afval en scheiding van afvalstromen ten behoeve van recycling moet het volume terugge-bracht worden tot een minimum dat op zo schoon mogelijke manier verwerkt dient te worden. * Er mogen geen nieuwe afvalverbrandingsinstallaties gebouwd worden. Fabrikanten of importeurs moeten verplicht worden afgedankte produkten terug te nemen. Milieugevaarlijk afval dat op dit moment niet op een veilige manier onschadelijk gemaakt kan worden dient (bovengronds) gekontroleerd opgeslagen te blijven op kosten van de producent of importeur. * De Nederlandse bodem moet eerder schoon zijn, overeenkomstig de wensen van Nederland Gifvrij. Het geld dat hiervoor nodig is, moet opgebracht worden door bedrijven die voor de vervuiling aansprakelijk zijn, ook al zijn ze intussen gefuseerd, overgenomen of van naam veranderd, danwel door een fonds op kosten van de industrie. * De sanering van vervuilde waterbodems moet versneld aangepakt worden, en er dient meer vaart te komen in terugdringing bij de bron van de vervuiling van het oppervlaktewater en van de grote rivieren. De zoutvracht en de hoeveelheid meststoffen in de grote rivieren zijn onaanvaardbaar hoog. Daarvoor is een groene en sociale Europese samenwerking nodig in de plaats van de huidige Europese Unie. 11. De tijd dringt Er is een trendbreuk nodig, vindt de SAP. Een alternatieve politiek die sociaal en groen is en gebaseerd is op een drastiese uitbreiding van de demokratie. Een demokratiese kontrole op produktiebeslissingen en een planning van de herstrukture-ring vergt het vanaf het begin betrekken van alle betrokkenen bij de besluitvorming en uitvoering. Nationalisatie van de multinationals is daarvoor onontbeerlijk, om hun internationale chantage te kunnen beantwoorden. We leven in een rijke maatschappij waarin een bewuste omvorming mogelijk is in de richting van een duurza-me, een kringloopmaatschappij op betrekkelijk korte termijn. Nodig voor de omvorming is openheid - de feiten (ook die in direktiekamers opgesla-gen zijn) moeten openbaar zijn - en vooral ook veel gericht onderzoek, op basis van internationale samenwerking in plaats van konkurrentie! Op basis hiervan kan de herstrukturering vorm krijgen vanuit de 'milieugebruiksruimte als leidend principe'. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden 'wat wel, wat niet, wanneer' die alleen door middel van meer demokratie het nodige sociale draagvlak kunnen krijgen. Een betere planning van wonen, werken en ontspannen is nodig, evenals het vormgeven van kollektieve oplossingen (wasserettes en autoverhuur direkt in de buurt, stedelijke distributiecentra en bezorgdiensten van goederen). De natuurlijke rijkdommen van de aarde zijn eindig en zullen eerlijk verdeeld moeten worden. Sociale rechtvaardigheid is nodig om de motor te stoppen van 'het vluchten in materiële produkten in plaats van welbevinden'. De wereld is (nog) rijk genoeg om iedereen een goed bestaan en alle basisbehoeften (inklusief kultuur, rekreatie enz.) te garanderen, mits de geperverteerde behoeftes uitgeschakeld worden. Het is volstrekt onmogelijk dat iedere Nederlander een zeilboot heeft of iedere wereldburger de Afrikaanse savannen bezoekt. Deze behoeften zullen in het algemeen niet verboden hoeven te worden, maar wie hiervoor kiest zal de prijs van deze schaarste moeten betalen. Sociale rechtvaardig-heid (nivellering) maakt voor ieder een gelijkwaardige andere keuze mogelijk. De SAP is een groot voorstander van mens- en milieuvriendelijk konsumeren: minder en scharrelvlees; geen kastomaten of tomaten die van ver weg geïmporteerd zijn, oftewel weer vaker groente van het seizoen; meer sociaal of milieuvriendelijk gemaakte produkten (Max Havelaarkoffie); produkten los kopen in plaats van voorverpakt, of met minimale verpakking; onbespoten bloemen in de vaas; meer dingen in kollektief verband doen; de auto met meerderen delen; liever een bij aankoop iets duurdere maar wel energiezuiniger koelkast; geen verf door de goot; bewuster omgaan met gebruik van water en energie; enzovoort enzovoort. Een morele oproep daartoe is echter niet voldoende. De regeringsleus 'Een beter milieu begint bij jezelf' geeft zelfs reden tot wantrouwen. Diezelfde overheid stimuleert immers juist een verdere verkeerde groei van de ekonomie, stimuleert de onderlinge konkurrentie tussen mensen en kleedt sociale voorzieningen uit. Ook worden steeds meer onrechtvaardige heffingen ingevoerd. Zoals (per gemeente verschillende) aanslagen voor zuiveringskosten en rioolrechten, die onafhankelijk van het waterverbruik per huishouden worden geheven, en een dreigende energieheffing alleen voor de kleinverbruikers. ----------------------kadertje? kursief?---------------------- Evenals bij de energieheffing is de SAP er ook nog niet uit of ze voor het 'groenen' van belasting en btw - lagere btw op bijvoorbeeld duurzame produkten - en het gebruik van regulerende heffingen is. Traditioneel is de SAP tegen 'indirekte belastingen'. De SAP-milieukommissie ziet hier echter goede mogelijkheden voor regulering, mits de heffingen voldoen aan kriteria van rechtvaardigheid. Alternatieven moeten voorhanden zijn: minder gebruik van water moet dus een lagere heffing betekenen, er moet bovendien een heffingsvrije voet zijn; milieuvriendelijke produkten moeten in de buurt verkrijgbaar en niet veel duurder zijn; juist ook de grootverbruikers moeten worden aangepakt. --------------------------------------------------------------- Er moeten verder veel meer statiegeldsystemen worden ontwikkeld. Wegwerpfototoestellen, plastic bekertjes en dergelijke dienen verboden te worden. Ernstige milieube-dreigers als bestrijdingsmiddelen voor planten dienen voor konsumenten verboden te zijn. Belangrijker nog (doeltreffender!) zijn ingrepen in de produktie. Het best is natuurlijk een bewust geplande ingreep met konkrete herstruktureringsplannen per sektor. De vanwege het milieu vereiste omvorming kan zo op sociale wijze tot stand komen. Om te voorkomen dat de vervuilende produktie naar elders geëxporteerd wordt kan nationalisatie van bedrijven een middel zijn. Ook kan een vorm van 'groen' protektionisme ingezet worden om milieuvriendelijke produkten te beschermen tegen milieu-onvriendelijke importen. Deze middelen betekenen een stevig konflikt met organisaties als Europese Unie en GATT, en kunnen dus slechts effektief zijn als ze gekoppeld zijn aan een internationale aanpak van onderop door milieubeweging, vakbeweging enzovoort. Hoofdstuk 4 Wat beter gezamenlijk kan, moet kollektief zijn. Goede en voor iedereen bereikbare kollektieve voorzieningen zijn essentieel voor een rechtvaardige en demokratiese maatschappij. Gelijke kansen op ontplooiing en een plezierig en nuttige invulling van het leven zijn alleen mogelijk als alle burgers zonder onnodige drempels gebruik kunnen maken van kwalitatief goede openbare basisvoorzieningen op het gebied van het onderwijs, de gezondheidszorg, huisvesting, sociale hulpverlening en kulturele voorzieningen. Drie opeenvolgende regeringen Lubbers hebben de afgelopen elf jaar flink wat sloopwerk verricht aan de kwaliteit en bereikbaarheid van de meeste openbare voorzieningen. Jaar in, jaar uit kregen instellingen, scholen, universiteiten, ziekenhuizen, openbare diensten en voorzieningen te maken met bezuiniging op bezuiniging, kostenbesparende reorganisaties en hogere eigen bijdragen. De politieke elite overgoot die aanval op de 'welvaartstaat' met een dikke ideologiese saus. De voorzieningen zouden te uitgebreid zijn: 'van de wieg tot het graf'. De eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid van burgers zou daardoor in de knel komen. Het CDA probeerde de bezuinigingen op zorgvoorzieningen goed te praten met een beroep op de 'zorgzame samenleving'. De PvdA kwam wat meer recent met een eigen versie van dat verhaal: de nieuw flinkse burgerzin. De regeringen maakten de ideologiese saus verder af met een paar eigen dogma's: 'lastenverlaging en een lager financieringstekort moet' en 'kollektief slecht, markt goed!'. Maar in feite is precies het omgekeerde aan de hand. De afbraak van tal van voorzieningen werkt een verdere verharding van de maatschappij juist in de hand. Meer egoïsme en ellebogenwerk, ongelijke kansen en minder keuzemogelijkheden voor wie het niet breed heeft. Doorleren na de leerplicht wordt door hogere financiële drempels in het onderwijs meer en meer een voorrecht voor het rijkere deel van Nederland. En wie toch doordringt tot het hoger onderwijs wordt door de kortere studieduur en de studiefinanciering gedwongen om een felle konkurrentieslag aan te gaan met medestudenten. De bezuinigingen op de sociale woningbouw, stadsvernieuwing en huursubsidie stellen niet alleen een toenemend aantal mensen voor een beroerde keuze: een slechte, tochtige en/of te kleine, maar betaalbare woning of een beter, maar onbetaalbaar huis (en dus schulden). Daarnaast levert de verdeling van de schaarse goede èn betaalbare woningen steeds meer afgunst, konflikten en frustraties op. Janmaat lacht in z'n vuistje: verdeeldheid die hij mooi kan gebruiken om z'n vreemdelingenhaat in de stadswijken rond te strooien. De bezuinigingen op de gezondheidszorg, thuiszorg, jeugdhulpverlening, bejaardenzorg en andere zorg-instellingen dragen bij tot een samenleving die juist minder zorgzaam wordt. Lange wachtlijsten, mensen die verpieteren omdat ze de hulp die ze nodig hebben niet krijgen en een groeiend aantal mensen dat helemaal door alle vangnetten heen zakt: daklozen, zwerfjongeren, alkohol-, gok- en drugsverslaafden. De afbraak van de welvaartsstaat maakt onze samenleving minder leefbaar en zorgzaam. De ideologie die de politieke elite daarbij gebruikt is niet meer dan een verkooppraatje. Waar het werkelijk om draait zijn harde guldens. Volgens het ekonomiese dogma van de regering moeten de kollektieve uitgaven beperkt worden ten gunste van het partikuliere bedrijfsleven. De SAP staat voor verbetering en uitbreiding van de maatschappelijke voorzieningen. Met een radikaal andere kijk op de ekonomie kan dat ook. Dat er in ons land geen draagvlak zou zijn voor het op peil houden en uitbreiden van de kollektieve voorzieningen is onzin. Mensen zouden niet meer bereid zijn om de hoge premies en belastingen te betalen, stelt schatkistbewaarder Kok. Maar het is maar net hoe je daar naar kijkt. Op de eerste plaats moet je die belastingen en premies eerlijker regelen: de afgelopen jaren (belastingherziening volgens 'Oort' o.a.) zijn het vooral ondernemers en rijken geweest die de 'baten' van de bezuinigingen op allerlei voorzieningen in hun zak mochten steken. Op de tweede plaats laat de onafzienbare rij demonstranten op en buiten het Binnenhof vanuit het onderwijs (kleine scholen, leerkrachten, studenten), de gezondheidszorg (werknemers, patiënten en kliënten), gehandikapten, huurders- en bewonersorganisaties, thuiszorg en bejaarden, zien dat er heel veel behoefte en draagvlak is voor goede en bereikbare voorzieningen. Waar maatschappelijke veranderingen en behoeften niet stroken met de voorzieningen zoals die bestaan, gebruikt de regering dit als extra argument voor bezuinigingen. Maar als ouderen oud willen worden in hun eigen omgeving of zieken minder en korter in het ziekenhuis willen blijven betekent dat nog niet dat er daardoor minder zorg hoeft te zijn. De inhoud van de voorzieningen moet mee veranderen met de maatschappelijke ontwikkelingen. En dat kan ook als er voldoende middelen en personeel beschikbaar zijn. Lijnrecht tegenover het regeringsbeleid stelt de SAP: minder markt en meer kollektief is niet alleen beter voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de voorzieningen, maar ook is dat in veel gevallen dé manier om voorzieningen 'betaalbaar' te houden. Markt-elementen in de openbare sektor dragen vaak juist bij aan de opdrijving van de kosten. De geneesmiddelen-industrie (die steeds weer nieuwe, duurdere medicijnen probeert aan te smeren), kosten voor specialistiese hulp (specialisten die niet in loondienst zijn), partikuliere bedrijven die de afgelopen jaren specifieke bedrijfsopleidingen hebben afgestoten en nu proberen om met hun grotere invloed op het onderwijs die opleidingen uit gemeenschapsgeld gefinancierd te krijgen. Bovendien is het vaak de werking van de markt die preventie in de zorgsektor frustreert. Opvoering van de werkdruk en stress in fel konkurrerende bedrijven leidt tot meer lichamelijke en geestelijke ziekte, werkloosheid en uitzichtloosheid tot psychiese en maatschappelijke problemen, ongezonde werk- en woonsituaties tot een groter beroep op de zorgvoorzieningen. 1. Gezond weer op... Kostenbesparing was de afgelopen jaren prioriteit nummer één in het gezondheidszorg-beleid van de regering. Staatssekretaris Simons probeerde dat te bereiken door een vrije werking van de markt in de ziektekostenverzekering en de ziekenfondsen èn door bezuinigingen op de ziekenhuizen, psychiatriese inrichtingen en andere zorginstellingen. Dat beleid is waar het gaat om kostenbesparing dweilen met de kraan open en desastreus voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de gezondheidszorg. Meer markt in het verzekeringswezen betekent doodeenvoudig dat winst maken en konkurrentie ook daar meer de leidraad van handelen wordt. Uiteindelijk kan dat enkel leiden tot hogere premies òf uitgeklede verzekeringspakketten. De SAP vindt dat kostenbesparing geen argument mag zijn voor een slechtere of duurdere gezondheidszorg. Voor de komende jaren heeft Simons het hele beleid zelfs afhankelijk gemaakt van een wurggreep op het personeel in ziekenhuizen en instellingen. De keuze is: op de nullijn en dus flink inleveren of minder personeel en een slechtere zorg. Dat vinden wij onaanvaardbaar (het personeel in de gezondheidszorg staat kwa salaris nog steeds op een flinke achterstand) en volstrekt onnodig. De zorg moet op peil blijven en waar nodig uitgebreid worden. Het grote beroep op de gezondheidszorg ('Nederland is ziek') en de maatschappelijke kosten daarvan kunnen op termijn alleen teruggedrongen worden door preventie. Voorkomen is en blijft beter. Korter werken, minder stress, een gezondere leef- en werkomgeving door verbetering van het milieu en arbeidsomstandigheden, een leefbaarder samenleving waardoor minder mensen helemaal door het lint gaan (verslaving, geweld), een betere preventieve en eerste lijns-zorg: dat leidt op den duur tot kostenbesparing. Net als het aan banden leggen van de geneesmiddelenindustrie. De SAP wil: * Een algemene volksverzekering tegen ziektekosten voor iedereen. Zonder eigen risiko's, betaald uit een premieheffing naar draagkracht. De gezondheidszorg gratis toegankelijk voor iedereen. * Tegen aidstesten door verzekeringsmaatschappijen en bij sollicitaties. * De bedrijven die geneesmiddelen en mediese apparatuur maken worden in gemeenschapshanden gebracht. Het gaat juist hier om een zó verantwoordelijke produktietaak dat we deze zeker niet kunnen overlaten aan partikuliere ondernemers die enkel een optimalisering van hun winsten kunnen/willen nastreven. * Specialisten, huisartsen en tandartsen komen in loondienst van een nieuw te vormen nationale gezondheidsdienst. * De achterstand van verplegend, verzorgend en ondersteunend personeel in de zorgsektor (op dit moment gemiddeld 9 procent) moet op korte termijn volledig ingelopen worden. * In plaats van afbraak van de Ziektewet een wettelijke regeling dat werknemers die ziek zijn 100 procent doorbetaald worden door hun werkgever. * Versterking van de eerstelijns zorg op het vlak van lichamelijke en psychiese ziekten. Preventie wordt uitgebreid: een gratis jaarlijkse mediese kontrole voor iedereen die wil. * In plaats van bezuinigingen bij die zorgsektoren die nu de meest ernstige slachtoffers van de maatschappelijke verharding en verschraling voor hun kiezen krijgen: grote prioriteit voor verslavings-hulpverlening, opvang van dak- en thuislozen. Bij voldoende hulp kunnen velen die nu in de kou staan in plaats van een zogenaamde last weer een nuttig lid zijn van onze samenleving. De keus is: opsluiten (kampementen in het Lubberiaans) of helpen. Opsluiten doet vrijwel niemand goed en verergert de problemen: helpen dus. 2. Wie past op de kleintjes? De politieke elite in ons land hamert de laatste jaren op een vergroting van de arbeidsdeelname. Te weinig mensen hebben werk, te veel mensen zijn daar financieel direkt of indirekt van afhankelijk. Om een reële invulling te geven aan het recht op arbeid voor iedereen zijn verschillende openbare voorzieningen van belang. Eén daarvan is kinderopvang. In de praktijk is vooral voor veel vrouwen kinderopvang een voorwaarde om betaald te kunnen werken. Ook de regering Lubbers-Kok zag de noodzaak van meer kinderopvang. Kinderopvang is één van de weinige openbare voorzieningen waarop de afgelopen jaren niet is bezuinigd, maar waarin juist meer geld is gestopt. De situatie in de kinderopvang bij de vorige verkiezingen was dan ook heel, heel erg slecht. Tienduizend kindplaatsen kende Nederland in het hele land. Dat is nu uitgebreid tot zo'n 45.000. Maar het aantal kinderen op de wachtlijst is nog verder toegenomen. Dat geeft de grote behoefte aan kinderopvangvoorzieningen duidelijk weer. De regering wil het aantal kinderopvang-plaatsen verder uitbreiden. Maar de manier waarop ze dat wil doen staat garant voor mislukking en maakt kinderopvang wel heel erg duur. Alleen mensen met betere inkomens kunnen er dan nog gebruik van maken. Minister d'Ancona heeft in haar meerjarenbeleid twee maatregelen genomen om de kosten te besparen en toch wat meer kinderopvang te realiseren. Zowel de bijdragen van ouders als van bedrijfsleven - via cao's, bedrijfsregelingen, kopen van kindplaatsen - gaan flink omhoog. Dat moet voor een budget-neutrale uitbreiding van de kinderopvang gaan zorgen. Bedrijven zijn echter geen sociale instellingen in onze maatschappij. Ze zorgen alleen voor kinderopvang als het voor hen gunstig is. Bijvoorbeeld om gekwalificeerde vrouwelijke werknemers in dienst te houden of te kunnen nemen. Voor lager opgeleide werkneemsters (waar de bedrijfsbijdrage voor kinderopvang bovendien veel hoger is door een lagere ouderbijdrage) zal de redenering veel sneller zijn: voor jou tien anderen, dus je regelt het zelf maar of ik neem iemand anders aan. De SAP vindt dat kinderopvang een basisvoorziening moet worden, vergelijkbaar met het recht op voldoende en gratis basisonderwijs. Alleen op die manier is kinderopvang voor iedereen te garanderen als voorwaarde om het recht op werk te kunnen uitoefenen. Maar ook als (één van) de ouders ervoor kiezen geen gebruik te maken van het recht op werk (studie, vrijwilligerswerk, etc.) is goede en gratis kinderopvang van belang. Ook voor het kind zelf is het belangrijk om al op jonge leeftijd om te leren gaan met leeftijdgenootjes. Zolang kinderopvang als gratis basisvoorziening niet gerealiseerd is, is elke uitbreiding van het aantal plaatsen toe te juichen. Voor de komende vier jaar is er een aantoonbare behoefte voor uitbreiding met 100.000 plaatsen (op basis van de bestaande wachtlijsten). Maar een uitbreiding op basis van de huidige regeringsplannen maakt kinderopvang ontoegankelijk voor met name vrouwen met een laag loon èn maakt uitbreiding afhankelijk van de goodwill van sociale partners. De SAP vindt dat bij de bestaande schaarste de toegang tot de kinderopvang open moet blijven: oftewel, wie het eerst inschrijft, krijgt het eerst een plaats. Het grote knelpunt in de kinderopvang is de naschoolse opvang. Het lijkt wel alsof geen van de beleidsmakers eraan gedacht heeft: meer vrouwen aan het werk en meer kinderen die het krèche-trajekt (nul tot vier jaar) doorlopen betekent na enkele jaren een probleem met de schooltijden. Die sluiten niet aan bij de werktijden van de ouders.De kwaliteit van de kinderopvang-voorzieningen is de afgelopen jaren verbeterd. Dat moet ook zo blijven en verder versterkt worden. Alle vormen van kinderopvang (dagverblijven, halve dagopvang, gastouderprojekten, buitenschoolse opvang) moeten voldoende middelen krijgen om de kwaliteit te waarborgen èn om te voldoen aan de redelijke salariseisen van het personeel (net als in de gezondheidszorg is hier sprake van een flinke achterstand). Samenvatttend: * Gegeven het huidige ernstige tekort aan kinderopvangplaatsen: geen voorkeur voor bedrijfsplaatsen, en verdubbeling van de kapaciteit van de buitenschoolse opvang. * Zo snel mogelijk uitbreiding van alle vormen van kinderopvang tot een voor ieder bereikbare basisvoorziening, gratis en de klok rond. 3. Onderwijs is een recht, geen voorrecht Op het onderwijs lijkt in de afgelopen vier jaar minder te zijn bezuinigd dan daarvoor. Uit cijfers van de OESO blijkt echter dat in Nederland minder in onderwijs wordt geïnvesteerd dan in veel andere hoog-ontwikkelde landen. De afbraak van het onderwijs is dus hooguit tot staan gebracht. Bovendien wordt het lagere bedrag aan bezuinigingen vertekend door de grotere financiële bijdragen van ouders, leerlingen en studenten. De kosten worden dus steeds meer op hen afgewenteld. Er wordt al jarenlang bezuinigd op de studiefinanciering. Studenten en hun ouders moeten daardoor steeds meer zelf financieel aan hun studie bijdragen. Nu worden ook in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs de schoolgelden steeds hoger. Studenten en leerlingen met minder draagkrachtige ouders kunnen daardoor minder gemakkelijk doorleren. Studenten worden in toenemende mate financieel afhankelijk van hun ouders. Bij voortduring wordt er geknaagd aan de formatie van kleine basisscholen. Ook is er steeds minder subsidie op speciale projekten. Dit laatste gaat ten koste van de onderwijs-vernieuwing. Al jaren achtereen krijgen scholen geen kompensatie voor toegenomen kosten. Tot slot zijn er steeds minder mogelijkheden voor begeleiding van kinderen van migranten. De laatste jaren ontstaan er steeds meer zogenaamde 'zwarte scholen', met veel kinderen van migranten. Dit heeft vooral te maken met de gemiddeld lage sociaal-ekonomiese positie van migranten. Vergeleken met scholen met een meer evenwichtige samenstelling hebben 'zwarte scholen' te kampen met extra problemen. Extra faciliteiten en personeel zijn noodzakelijk om deze problemen aan te pakken. (Dat geldt uiteraard voor alle kinderen met een onderwijsachterstand, bijv. ook in het speciaal onderwijs.) Maar beter is te voorkomen dat er ongewenst 'zwarte scholen' ontstaan. Verbetering van de ekonomiese positie van migranten is daarvoor de enige echte oplossing. Maar ook op korte termijn kunnen dingen gebeuren. Financiële drempels voor het volgen van onderwijs moeten geslecht worden. En in buurten waar de samenstelling van (basis)scholen sterk afwijkt van de bevolkingssamenstelling moet in overleg tussen gemeente, scholen, ouders en migrantenorganisaties een toelatingsbeleid tot stand komen. Dit toelatinsgbeleid moet de onderwijssituatie voor buitenlandse kinderen zo gunstig mogelijk maken en moet in overeenstemming zijn met de doelstellingen van interkultureel onderwijs. De afspraken moeten ook gelden voor het bijzonder onderwijs. In Nederland bestaat er leerrecht. In de praktijk wordt dit beperkt door wat ouders, leerlingen en studenten voor het onderwijs moeten betalen. Het onderwijs wordt daardoor al steeds minder toegankelijk. Nu komt ook het leerrecht zelf steeds meer ter diskussie te staan. De regering vindt dat teveel leerlingen via een te lange weg doorstromen naar het hoger onderwijs. Er wordt tegengegaan dat middelbare scholen leerlingen die minder kans hebben in het hoger onderwijs laten doorgaan naar de hoogste klassen van Havo en VWO. De doorstroming wil men beperken door de financiering van scholen te koppelen aan de examenresultaten. Leerlingen die toch willen doorleren, moeten meer voor die studie betalen. Deze maatregelen benadelen leerlingen uit milieus met minder kansen. Kommercialisering en verzakelijking nemen steeds meer toe in het hele onderwijs. In het beroepsonderwijs worden scholen zelfstandiger. De SAP is op zichzelf niet tegen een grotere zelfstandigheid van scholen. Verzelfstandiging wordt echter doorgevoerd om in de toekomst nog meer te kunnen bezuinigen. Scholen worden beoordeeld op het aantal leerlingen dat slaagt: het "rendement" van het onderwijs. Het gevolg voor leerlingen en studenten is een scherpere selektie: zwakkere leerlingen vallen eerder uit de boot. Scholen worden steeds meer beschouwd als ondernemingen die zich op de "markt" begeven. Het onderwijs verschraalt hierdoor. Opleidingen waar de "onderwijsmarkt" en het bedrijfsleven geen behoefte aan hebben, verdwijnen. De dienstbaarheid van het onderwijs aan de wensen en eisen van het bedrijfsleven wordt door deze ont-wikkeling verder vergroot. De maatschappelijke taak van het onderwijs wordt uitgehold. Dit is niet in het belang van leerlingen en studenten. Schaalvergroting en fusies gaan in het hele onderwijs door. Zij hebben ook geen ander doel dan te bezuinigen op het onderwijs. Grotere scholen leiden tot vervreemding en tot een toenemende anonimiteit. Dit is, gevoegd bij de eerder genoemde ontwikkelingen, niet goed voor de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen. De SAP wijst schaalvergroting en fusies dus af. Als scholen fuseren, moet ervoor worden gezorgd dat het onderwijs zo dicht mogelijk bij de leerling wordt aangeboden, bijv. door een lokatie van de school in de wijk of het stadsdeel. Dat principe geldt (in mindere mate) tot op universitair nivo. Schaalvergroting, bezuinigingen en verzelfstandiging van scholen hebben ook gevolgen voor leerkrachten. De positie van leraren wordt met name bedreigd door de verzelfstandiging van scholen. Scholen kunnen tot op zekere hoogte een eigen personeelsbeleid en een eigen financieel beleid voeren. Er komen aparte onderwijs-cao's voor elke sektor van het onderwijs. Hoewel dit anders wordt voorgesteld, verbetert hierdoor de positie van leraren niet. Integendeel, het onderwijs wordt meer hiërarchies en er komt loon naar prestatie. De afstand tussen mensen werkzaam in het onderwijs, en tussen leraren en leerlingen neemt toe. Hetzelfde geldt voor de werkdruk. Arbeidsvoorwaarden komen onder druk te staan. De SAP wijst de aanbevelingen van met name de Commissie Toekomst Leraarschap af. De SAP pleit voor één algemene onderwijs-cao waarin afspraken worden gemaakt over salarissen, jaartaak, werkdruk, arbeidstijdverkorting en over de positie van oudere leerkrachten. De SAP komt op voor een ander onderwijs. Het onderwijs moet niet zijn afgestemd op het winststreven van de ondernemers, maar op het oplossen van maatschappelijke problemen en het voorzien in maatschappelijke behoeften. Behoud en uitbouw van de maatschappelijke funktie van het onderwijs moet daarom centraal staan. Evenals het recht van ieder individu op volledige ontplooiing. De SAP wil daarom: * Onderwijs is een recht, geen voorrecht. Onderwijs tot HBO en universitair onderwijs is gratis voor iedereen. Voor deelname aan HBO en universitair onderwijs geldt een bijdrage naar draagkracht. Schoolgelden worden afgeschaft. Na overschrijding van de leerplichtige leeftijd (zestien jaar) heeft iedereen recht op studieloon ter hoogte van het minimumloon. * De SAP is tegen een verkorting van de studieduur en tegen een te vroege keuze van leerlingen voor een bepaald beroep respektievelijk beroepsopleiding. De huidige Basisvorming moet worden verlengd tot vier jaar en uitgroeien tot een nieuw algemeen schooltype waarin oriëntatie op de maatschappij centraal staat. Daarnaast moet er een algemene teoretiese en praktiese beroepenoriëntatie komen, waardoor leerlingen zorgvuldiger dan nu dikwijls gebeurt, op de beroepskeuze worden voorbereid. Dit schooltype vervangt de bestaande VBO (Voorbereidend Beroepsonderwijs) en Mavo, en gaat vooraf aan de hoogste klassen van Havo en VWO. * Mede ingegeven door de blijvende werkloosheid, moet er een levenslang recht voor ieder zijn op bij- en omscholing, betaald door overheid en bedrijfsleven. * Meiden en migranten worden extra gestimuleerd in het onderwijs. Uitbreiding van de mogelijkheden voor migranten tot het leren van Nederlands in de Basiseducatie en de beroepsgerichte Volwasseneneducatie (CBO en MBO). * Meer aandacht voor individuele leerlingen betekent verkleining van de grootte van klassen en extra personeel voor alle vormen van onderwijs. * Maatschappelijke problemen dienen een volwaardig onderdeel van het onderwijs te worden. Dus onder andere aandacht voor milieu-edukatie en anti-racisme, ook in het voortgezet en het beroepsonderwijs. * Het bedrijfsleven moet zich terugtrekken uit allerlei advieskommissies en besturen in het onderwijs. Demokraties beheer van het onderwijs is een zaak van (onderwijzend) personeel, ouders, studenten en scholieren. 4. Kultuur, het zout in de pap... Niemand kan zonder kunst en kultuur. Om te amuseren, te irriteren, te behagen of tot denken aan te zetten. Grote kunst of kleine kunst. Om naar te kijken of om zelf te beoefenen; Kunst en kultuur bepalen een belangrijk deel van de kwaliteit van ons bestaan. Toch liggen kunst en kultuur onder vuur. Voorzieningen om zelf kreatief te zijn, zijn er maar mondjesmaat en worden wegbezuinigd. Orkesten worden ingekrompen. Televisie, wat een prachtig medium zou kunnen zijn, wordt steeds kommerciëler. Kleine alternatieve filmhuizen houden met moeite het hoofd boven water. Er zijn plannen om twintig miljoen op de kunsten te bezuinigen. Nu al geeft het rijk op iedere honderd gulden maar twintig cent aan kunst uit. Wat dreigt is een situatie waarin alleen elitaire 'top-kunst', gezegend door arrogante museumdirekteuren, of kommerciële prullaria overleeft. De SAP pleit voor een kunst en kultuur-beleid dat iedereen in staat stelt zich te laten uitdagen. Kunst en kultuur moeten zich in alle vrijheid kunnen ontplooien. Ze moet vrij gemaakt en vrij genoten kunnen worden, niet geremd door elitair beleid of de kommercie. Daarom vindt de SAP: * Het Rijksbudget voor kunst moet verdubbeld worden. Om te beginnen moet de eis van de kunstenaarsbonden ingewilligd worden: 40 miljoen erbij in de komende regeerperiode. * Kultuurbeleid moet gedemokratiseerd worden. Een regionale spreiding van kultuursubsidies moet ervoor zorgen dat kultuurbeleid niet alleen een Randstedelijke aangelegenheid blijft. Het toekennen van kultuursubsidies moet uit het gesloten kunstcircuit. * De kultuurvernauwing door de kommercie moet worden tegengegaan. In de programmering van de TV-omroepen moet meer ruimte voor niet-kommerciële kunst en kultuur afgedwongen worden. Ook moeten er meer fondsmogelijkheden komen voor filmhuizen, teaterzalen ed. die niet-kommercieel programmeren. * Kunst moet voor ieder een vast onderdeel van het dagelijkse leven kunnen zijn. Dat begint al op school: kunstzinnige vorming moet een integraal onderdeel van het onderwijs worden. De regeling die voorschrijft dat een vast percentage van bouwprojekten moet worden besteed aan kunst, moet worden uitgebreid en verbeterd. Kreatieve kursussen, muziekscholen, musea-, film- en teater-bezoek moeten aanmerkelijk goedkoper. Het net van openbare bibliotheken op buurtnivo moet gehandhaafd blijven. Zonder kunstenaars geen kunst. Hun positie is echter door de jaren heen dramaties verslechterd. Sinds de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) in 1987 werd afgeschaft, zijn kunstenaars die niet, of slechts in periodes, van hun werk kunnen leven volledig aangewezen op de Bijstand. De nieuwe 'Richtlijn Passende Arbeid' en de wijziging van de Algemene Bijstandswet (ABW) dreigen nu definitief een einde te maken aan het soepele beleid van veel gemeenten ten aanzien van de sollicitatieplicht en verrekening van inkomsten voor kunstenaars. Meer dan zevenduizend kunstenaars (zowel beeldende als podiumkunsten) zullen door de herziene ABW gedwongen zijn hun werk te beëindigen of te beperken. De gevolgen voor ons kunstklimaat laten zich raden. De SAP vindt: * De beroepsmatigheid van kunstenaars moet erkend worden. * Iedereen in de Bijstand, dus ook kunstenaars, moet van de sollicitatieplicht verlost worden. Daarnaast moet er een goede beroepskosten-regeling voor kunstenaars komen. * Er moet een Statuut voor de kunstenaar komen dat de positie van kunstenaars regelt en versterkt: de sociale positie (pensioens en werkloosheidsregelingen), de juridiese positie (auteursrecht) en de fiskale of ekonomiese positie. Dat Statuut moet worden opgesteld door de kunstenaars en hun bonden zelf. 5. Volkshuisvesting Zorgen voor goede en goedkope huisvesting is niet langer een taak van de overheid, vindt Heerma. Huisvesting moet maar door 'de markt' geregeld worden. En 'de markt' werkt voor winst. Geen wonder dat de woningnood weer groeit: 250.000 mensen hebben dringend huisvesting nodig. Gemeentelijke woningbouwkorporaties worden 'geprivatiseerd' tot ondemokratiese stichtingen, die als een normaal bedrijf moeten funktioneren. Subsidies voor sociale woningbouw worden stopgezet, de huren worden vrijgelaten, de huursubsidie verlaagd en de rechtsbescherming van de huurder ondermijnd. De gevolgen laten zich raden. Huizenbouwers richten zich vooral op de mensen met een dikke portemonnee. Honderden miljoenen worden geïnvesteerd in dure koopappartementen en luxe wijken met de prachtigste voorzieningen. Daarentegen wordt de (goedkope) 'oude' woningvoorraad (achterstandswijken) aan zijn lot overgelaten, maar betaal je mooi wel ieder jaar een fikse huursverhoging. Hier verloedering, daar pracht en praal, gesubsidieerd door de onderkant van de samenleving. En voor een groeiende groep mensen wordt wonen helemaal onbetaalbaar. Die worden zonder pardon op straat gegooid en mogen blij zijn als ze een slaapdoosje krijgen. Om werkgelegenheid en dikke portemonnees aan te trekken doet iedere zichzelf respekterende stad aan 'city-vorming'. Het centrum van de stad wordt volgestopt met dure (koop)appartementen, spiegelende kantoren, parkeergarages, dure winkelcentra en prestigieuze kulturele voorzieningen. Vele honderden miljoenen gemeenschapsgeld worden besteed aan prestige-projekten en projektontwikkelaars worden in de watten gelegd. Van planning is geen sprake. Dat is het kenmerk van 'de markt'. Dus struikel je in ieder stad over de bordjes 'te huur'. De stad is 'vol' - met leegstaande kantoorruimte, winkels, bedrijfsruimte en hotels. De sociale veiligheid komt dat niet ten goede. Maar voor de beleggers maakt dat niet uit. Die trekken de verliezen gewoon van de belasting af. De stad raakt 'vol' en steden dijen alsmaar verder uit. Delen van aangrenzende gemeentes worden 'geannexeerd', en vervolgens volgeplempt met woonwijken, bedrijventerreinen en snelwegen. De toch al schaarse vrije natuur wordt opgeofferd. Een 'uitstraling tot ver buiten de stadsgrenzen', dat wil ieder stadsbestuur. Daardoor slibt de stad dicht met autoverkeer. En met de mond wordt dan wel het stimuleren van openbaar vervoer en fiets beleden, als puntje bij paaltje komt gaat de auto voor. De SAP vindt dat recht op huisvesting een elementair mensenrecht is. Dat het zorgen voor goede en goedkope huisvesting een wezenlijke overheidstaak is. Daarbij moeten we zuinig zijn op de beschikbare ruimte en vrije natuur. En er moet gestopt worden met de bouw van allerlei prestige-projekten en andere dikdoenerij. De wensen en ideeën van (toekomstige) bewoners en gebruikers moeten veel meer bepalend zijn. Daarom vindt de SAP: * De financieringsstromen moeten drasties worden gekeerd. Sociale woningbouw en renovatie moeten de voorkeur krijgen boven dure nieuwbouw. * Geen afbraak, maar uitbreiding van de huursubsidie en -gewenning. * Bij nieuwbouw en renovatie moeten mens-, natuur- en milieuvriendelijker methodes en materialen gebruikt worden. Het onderzoek daarnaar - isolatie, 'duurzame' hout- en verfsoorten, hergebruik, gebruik zonne-energie... - dient drasties te worden uitgebreid, om niet over tien jaar met een nieuw 'asbestprobleem' opgescheept te zitten. * Afschaffen anti-kraakwetgeving. * Onteigening van het grote partikuliere woningbezit, verbod op kommerciële verhuur van woonruimte. Tegen huisjesmelkerij. * Stop de city-vorming: tegen spekulatie met grond en gebouwen. Beleggers (verzekeringsmaatschappijen, banken) moeten genationaliseerd worden. * De woonfunktie van de binnensteden moet hersteld worden. Leegstaande kantoor- en bedrijfsruimtes ombouwen tot goede en goedkope huisvesting voor jongeren, ouderen en asielzoekers, kleinschalige kulturele voorzieningen als bibliotheken, kinderopvang- en jongerencentra en kleinschalige podia. * Geen nieuwe stadswijken in het Groene Hart, geen dichtgroei van de tussenruimte in stedelijke knooppunten (als Arnhem-Nijmegen, Hengelo-Enschede). Juist extra ontwikkeling van de natuurlijke potenties. * Om de schaarse ruimte zo goed mogelijk te kunnen benutten moet er kompakt gebouwd worden, met behoud van het stadsgroen. Woningen meer op maat, aangepast aan de woonwens van individuen of groepen. Meer mogelijkheden voor woongroepen en dergelijke, meer mogelijkheden voor gezamenlijk beheerd groen. * Stimuleren dat meer mensen in één huis gaan wonen kan ook door de voordeurdelerskorting af te schaffen. * Om de stadscentra te ontlasten: de nadruk leggen op spreiding en uitbreiding van (kollektieve) voorzieningen op buurtnivo. * Kale huren mogen maximaal vijftien procent van het inkomen zijn. Hoofdstuk 5 Voor een leefbaar Nederland Overvolle winkelcentra. Geen praatje met de lokettist in het Postkantoor maar geld pinnen. Een treinkaartje uit de automaat, en snel de volgende overstap maken. De bus in die in een file blijft steken. Niet naar huis, maar naar het woonblok. Overlast van onbekende buren. Enorme werkdruk op het bedrijf, tijd voor een praatje met je kollega is er nauwelijks. Het dagelijkse leven wordt steeds jachtiger. Sneller, geautomatiseerd, onpersoonlijk. Wat dat jachtige leven leefbaar zou moeten maken is verworden tot een grijze brij. Verschillen tussen mensen, kulturen en seksen dreigen weggepoetst te worden. Uit de pas lopen is beangstigend, integratie de norm. Homosexuelen, migranten, vrouwen, jongeren en ouderen krijgen steeds minder de kans de samenleving op hun manier te verrijken, maar dienen zich aan te passen. Homo's mogen, als ze maar op Jos Brink lijken. Vrouwen mogen emanciperen als ze dat maar als manager proberen. Migranten mogen hier leven als ze maar keurig aangepast zijn. Jongeren mogen af en toe wel ergens tegen aan schoppen, zolang ze niet te ver gaan... Ouderen zijn een probleem geworden. 'Individualisering' is tot norm verheven. De kabinetten Lubbers verstonden daar kennelijk iets anders onder dan het recht op een zelfstandig bestaan; de sociale zekerheid werd immers systematies uitgekleed. Allerlei (kollektieve) voorzieningen zijn wegbezuinigd of ernstig in hun funktioneren beknot. Zelforganisaties van vrouwen, migranten en homoseksuelen krijgen steeds minder subsidies. Steeds grotere groepen mensen wordt het moeilijk gemaakt een zelfstandig bestaan op te bouwen. Het idee dat de samenleving voor haar leden kan zorgen is overboord gezet. Deelname aan het maatschappelijk leven heeft steeds vaker een prijs. Die is formeel voor iedereen gelijk, in werkelijkheid treft het de kleinste portemonnees het hardst. Individualisering is gaan betekenen: "zoek maar uit hoe je het redt". Dit soort 'individualisering' neemt steeds meer mensen genadeloos in de tang. Zie maar hoe je tijd (en geld) vindt om voor je bejaarde ouders te zorgen, als die zichzelf niet meer kunnen redden. Als het je niet lukt staan de zedenprekers klaar om je te veroordelen. Zie maar hoe je aan werk komt, dat is het pakkie-an van de overheid niet meer. Zij houdt zich alleen nog bezig met het verzinnen van nieuwe strafkortingen als je te lang werkloos blijft. 'Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid' laat de overheid ons weten, maar zoek zelf maar uit hoe je aan het werk blijft zolang kinderopvang niet geregeld is. 'Individualisering': iedereen zijn eigen belangen, die bijna per definitie strijdig zijn met de belangen van anderen. Dat is de boodschap die we er vrijwel konstant ingeramd krijgen. De 'kalkulerende burger' komt om de hoek kijken, die geen boodschap heeft aan kollektieve oplossingen, maar voor zichzelf de krenten uit de pap zoekt, desnoods ten koste van anderen. Het gehuil van de overheid over de 'kalkulerende burger' in de Bijstand die niet opgeeft dat hij of zij samenwoont is hypokriet. Eens te meer een manier om de zwaksten in de hoek te zetten, te kriminaliseren, en bij de volgende bezuinigingsronde nog harder te pakken. Een manier de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van haar eigen beleid af te schuiven. De andere kant van 'de kalkulerende burger' blijkt het duidelijkst als een bepaalde groep voor haar belangen in aktie komt. Patiëntenorganisaties stappen naar de rechter als verplegend en verzorgend personeel in aktie komt voor betere arbeidsvoorwaarden; de reizigersorganisatie die hetzelfde doet als spoorwegbonden het treinverkeer lamleggen om hun rechtvaardige eisen kracht bij te zetten. Overheid en bedrijfsleven zijn de lachende derde: verdeel en heers... Een samenleving die zo 'geïndividualiseerd' raakt, kent geen ruimte voor de ontplooiing van individuen. Ze versplintert mensen, isoleert en frustreert. De 'kalkulerende burger' die opgejaagd z'n eigen zaakjes in orde probeert te krijgen, niet uit de pas durft te lopen, geen strijd voor kollektieve belangen aan durft te gaan... zo'n burger verliest ieder grip over het eigen leven. Een grauwe en jachtige samenleving, waar vernieuwing door jongeren, het doorgeven van het goede uit voorgaande generaties door ouderen, kruisbestuivingen met andere kulturen, andere leefvormen geen plaats meer krijgen. De SAP vindt dat ieder individu zich moet kunnen ontplooien. De strijd daarvoor is er echter niet één van 'ieder voor zich', maar een gezamelijke strijd voor het scheppen van de voorwaarden voor de bloei daarvan. Recht op eigen identiteit blijft een holle frase zolang het recht op werk en een goed inkomen, op een zelfstandig bestaan, onder vuur liggen. Daarom keert de SAP zich tegen iedere afbraak van kollektieve voorzieningen (zie hoofdstuk 4). Maar dat is niet alles. Recht op een eigen identiteit blijft ook een holle frase zolang allerlei strukturele achterstanden in de maatschappij blijven bestaan. Zolang de drempels die de emancipatie van vrouwen, jongeren, migranten en homoseksuelen belemmeren niet verdwijnen. De SAP pleit voor toegankelijkheid van sociale en kollektieve voorzieningen voor iedereen; gelijke mogelijkheden om zich te ontplooien, het afbreken van de drempels om deel te nemen aan onderwijs, kultuur. Tegen iedere diskriminatie, tegen iedere betutteling. Om dat te bewerkstelligen is een solidariteitsstrategie nodig: met allen die door het regeringsbeleid gepakt worden de handen ineenslaan en samen opkomen voor onze rechtvaardige eisen. Die strijd voor gelijke rechten, voor de emancipatie van vrouwen, van migranten, van homoseksuelen en van ouderen kan alleen suksesvol zijn als zij gebaseerd is op solidariteit. Solidariteit tussen al diegenen, die ondanks hun verschillen, gemeen hebben dat hen belangrijke rechten ontzegd worden. Die hun verschillen niet verdoezelen, maar er juist hun kracht uit putten. Alleen zo'n gezamelijke strijd voor kollektieve voorzieningen en gelijke rechten, kan de ontplooiing van ieder individu garanderen. Het is meer dan de strijd voor direkt eigen belang, het is tegelijkertijd de strijd voor een veelzijdige samenleving van mensen. Het is de strijd voor een leefbaar Nederland. 1. Je bent jong en ... Nieuwe generaties zorgen voor nieuwe ideeën, nieuwe oplossingen. De jongeren hebben niet alleen de toekomst, zonder jongeren heeft de samenleving geen toekomst. Toch is er tien jaar lang onder Lubbers schandalig met de belangen van jongeren gesold. Onder het motto 'jongeren moeten niet zeuren, maar werken of studeren, later krijgen ze het immers beter' werd gekort op jeugdlonen, sociale zekerheid en studiefinanciering. De Jeugdwerkgarantiewet werd ingevoerd en de huursubsidie voor jongeren afgeschaft. Daarmee is de klok, wat betreft het recht op een zelfstandig bestaan van jongeren vijfentwintig jaar teruggezet. Enkètes moeten bewijzen dat jongeren laks geworden zijn, zonder interesses, konsumentisties. Jongeren worden zo verdacht gemaakt. Ter Veld verdedigde haar bezuinigingen op de bijstand van jongeren als 'een anti-fraude maatregel'. De eerste kampementen voor jongeren die zich moeilijk in het gareel laten dwingen worden al ingericht. Voor jongeren die tegen het regeringsbeleid protesteren stond - op 8 mei 1993 in Den Haag - de ME klaar. Bezuinigingen op jongeren worden verkocht als het medicijn om ze tot werk te prikkelen. Zo is betutteling en achterstelling weer regel. Toen 178.000 scholieren op 10 juni 1993 staakten tegen de bezuinigingen 'wisten ze niet waarover ze praatten', 'ze staakten alleen maar voor een dagje vrij van school' en 'het ging ze alleen maar om plat eigenbelang'. De bezorgdheid van jongeren over racisme, over het milieu, over de kwaliteit van het onderwijs, wordt genegeerd. De terechte eisen van de jongerendemonstraties, niet gehoord. De mogelijkheid, en de bereidheid, van jongeren de nieuwe maatschappelijke problemen op te lossen, ontkend. Ten onrechte. Daarom wil de SAP: * Volledige burgerrechten voor jongeren. * Stemrecht voor iedereen vanaf 16 jaar. * Stakingsrecht voor scholieren en studenten. * Jongeren hebben recht op een zelfstandig bestaan. Geen diskriminatie op leeftijd bij beloning, huisvesting en sociale zekerheid. * Stop de betutteling: recht op (financiële) onafhankelijkheid van ouders, recht op eigen sexualiteit en samenlevingsvormen * Stop de hetze tegen jongeren: geen jongerenkampementen. 2. Gelijke rechten voor migranten Waar individualisering "ieder voor zich" gaat betekenen, is het zoeken naar zondebokken niet ver meer. Onder het motto 'taboes doorbreken' worden door politici en media migranten en kriminaliteit op één lijn gesteld, islamieten tot minderwaardig bestempeld en wordt de 'Nederlandse kultuur' als norm gesteld. De suggestie dat Nederland 'vol' is, is koren op de molen van rechts-extremisten, wat blijkt uit aanslagen, brandstichtingen en bedreigingen. En als klap op de vuurpijl probeert 'de nette politiek' extreem-rechts de wind uit de zeilen te nemen door delen van Janmaats programma over te nemen en uit te voeren. Migranten zijn onder het PvdA/CDA-kabinet meer dan ooit tweederangs burgers geworden. Zij kregen net als alle andere inwoners van Nederland te maken met bezuinigingen op lonen, uitkeringen en voorzieningen. Veel migranten behoren tot de minima die hun inkomen drasties zagen dalen. Daarnaast worden migranten op alle mogelijke manieren ekstra getroffen. Ze hebben te maken met diskriminatie en vooroordelen op de arbeids- en woningmarkt. En er is meer ellende in het verschiet. Identifikatieplicht en verscherpte binnenlandse kontrole... dat is 'het nieuwe Europa' voor migranten. Het recht op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd dreigt afgeschaft te worden. Het zijn wetten die ruim baan maken voor racistiese willekeur. Op allerlei manieren wordt migranten de mogelijkheid ontnomen zich tegen de hetze en de bezuinigingen te verdedigen. Sociale verbanden, elkaar helpen, eigen voorzieningen worden afgeknepen. De norm van 'integratie' maakt het steun zoeken bij je eigen gemeenschap ook nog eens verdacht. Maar serieus genomen worden in de 'Hollandse' gemeenschap is er ook niet bij. Als gunst mogen migranten meedoen met gemeenteraadsverkiezingen. Daar blijft het bij, terwijl de meeste problemen voor hen in Den Haag worden gemaakt. Het "migranten-probleem" bestaat voor de SAP niet. Andere volken en kulturen zijn geen bedreiging, maar een versterking van een samenleving. Immigranten hebben altijd deel uitgemaakt van de Nederlandse samenleving. De eis van 'integratie' van minderheden wijzen we af. Een samenleving die een deel van haar bevolking eigen kultuur, taal en tradities ontneemt en ze dwingt zich aan te passen aan 'nationale zeden en gewoontes' is onleefbaar. Ze beknelt niet alleen de minderheden, maar doet ook zichzelf te kort: ze staat stil. Een leefbare samenleving is een gemeenschap waarin verschillen genoten kunnen worden, en waarin bevolkingsgroepen elkaar kunnen verrijken. In de SAP komen migranten en autochtone Nederlanders samen op voor verbetering van de situatie van migranten. Dat doen we samen met organisaties van migranten. De achterstand die migranten op vele gebieden hebben moet zo snel mogelijk ingehaald worden. De SAP is tegen iedere achterstelling en diskriminatie, voor gelijke rechten en kansen, en voor respekt voor elkaars achtergronden en wensen. De SAP vindt: * Diskriminatie en racisme moeten aktief bestreden worden. Migranten moeten recht op eigen kultuur en onderwijs in eigen taal houden. * Geen spreidingsbeleid, dat werkt in de praktijk diskriminerend uit voor migranten. * Verbeteren voorzieningen voor migranten om 'in te lopen': taalkursussen en bijscholingsmogelijkeden voor hen die dat willen. De wachtlijsten voor taalkursusen moeten weggewerkt worden. * Aktief en passief kiesrecht op alle nivo's voor iedereen die in Nederland woonachtig is. * In afwachting van open grenzen: rechtspositie verbeteren, niet verslechteren. Meer mogelijkheden voor gezinshereniging. Voor het recht op een zelfstandige verblijfsvergunning voor vrouwen en jongeren. Geen afschaffing van de onbeperkte verblijfsvergunning. Voor terugkeer-mogelijkheden naar Nederland bij remigratie en na het vervullen van militaire dienstplicht in het land van herkomst. * Voor de mogelijkheid van Turkse jongens om de dienstplicht in Nederland te vervullen, tegen de 'afkoopsom'. * Ondersteuning van onafhankelijke organisaties en media van migranten, migrantenvrouwen en -jongeren. 3. Ouderen als volwaardige burgers behandelen Nederland wordt ouder. In 2030 is naar verwachting een kwart van de bevolking 65 jaar of ouder. En mensen worden steeds ouder. Nu is één op de vijf 65-plussers ouder dan tachtig. In 2010 is dat één op de vier 65-plussers. Met name het aantal vrouwen ouder dan 65 zal toenemen. De inkomenspositie van oudere vrouwen is vaak slecht. Willen ze gaan werken als de kinderen groot zijn, dan kunnen ze vaak geen of alleen maar slecht werk krijgen. Voor om- en bijscholing komen ze niet in aanmerking doordat daarvoor idiote leeftijdsgrenzen gelden. De meeste vrouwen hebben in het verleden geen pensioen opgebouwd, omdat ze thuisbleven voor kinderen en huishouden. Als ze wel een baan hadden, bouwden ze ook vaak geen pensioen op omdat gehuwde vrouwen en deeltijdwerksters tot 1990 in de meeste pensioenfondsen werden gediskrimineerd. Voor allerlei voorzieningen (gezondheidszorg, thuis- en kruiswerk, bejaardenzorg, maaltijdenservice) worden 'eigen bijdragen' gevraagd en/of verhoogd. Ouderen worden vaak gekonfronteerd met een opstapeling van 'eigen bijdragen'. Doodgewoon omdat ze zelf niet meer alles kunnen. En subsidies voor bijvoorbeeld woningaanpassing worden verlaagd of afgeschaft. Zo wordt het ouderen steeds moeilijker gemaakt zelfstandig te blijven leven. Tegelijkertijd wordt er voortdurend bezuinigd op de bejaardenzorg. Daardoor zijn er te weinig plaatsingsmogelijkheden in bejaarden- en verpleegtehuizen. En kan het personeel niet de zorg geven, die het zou willen. Want de werkdruk is te hoog. Tot slot 'verPINd' de maatschappij in hoog tempo. Alles moet 'sneller' en 'efficiënter'. De automatisering grijpt om zich heen. Informatieverschaffing als éénrichtingsverkeer, zonder de mogelijkheid vragen te stellen als je iets niet snapt. Onpersoonlijk. Ouderen dreigen zo op alle mogelijke manieren tussen de wal en het schip te vallen. Ouderen hebben recht op een volwaardig bestaan. Dat vindt de SAP. Daarom: * Terugdraaien van bezuinigingen die zijn doorgevoerd ten koste van ouderen. Om te beginnen moet de AOW-uitkering, net als alle andere uitkeringen tenminste even hoog als het minimumloon zijn. * Een plan voor geschikte woonruimte voor ouderen. Uitgangspunt daarbij is dat ouderen vrij zijn in hun keuze hoe en waar zij willen wonen. * Voorzieningen moeten uitgebreid worden zodat ouderen in principe een zelfstandig bestaan kunnen leiden. Onder andere is goed openbaar vervoer belangrijk. * Ouderen moeten zelf kunnen bepalen tot wanneer zij willen blijven werken: iedereen moet het recht - niet de plicht - hebben om ook na de pensioengerechtigde leeftijd te kunnen werken. Voor ouderen moet zonder beperking de mogelijkheid bestaan voor om-, her- of bijscholing om tot de pensioengerechtigde leeftijd een baan te kunnen houden. Wie dat wil moet vervroegd uit kunnen treden met 55 jaar, met behoud van koopkracht en volledige pensioenrechten. 4. Leefvormen Zedenpreker Brinkman, de kroonprins voor het premierschap, heeft de mond vol van 'de hoeksteen van de samenleving'; het traditionele gezin. Het wordt tijd dat hij de realiteit onder ogen gaat zien: minder dan de helft van de huishoudens in Nederland bestaat nog uit traditionele gezinnen. Toch worden andere leefvormen door de overheid gediskrimineerd. Inkomens van tweeverdieners worden bijvoorbeeld zwaarder belast. Homoseksuele mannen en lesbiese vrouwen worden rechten ontzegd in de wetgeving. Aan de ene kant dus diskriminatie van een grote groep mensen die andere manier van leven kiezen. Aan de andere kant een steeds hogere druk op het traditionele gezin, vaak ten koste van vrouwen. De SAP is geen voorstander van het huwelijk als instituut. Hoe mensen willen leven is hun eigen zaak. Het huwelijk is echter meer dan een 'ja-woord', het is ook een juridiese konstruktie. Een konstruktie waaraan de overheid allerlei rechten en plichten verbindt. Een konstruktie waarin de overheid traditionele verhoudingen tussen mannen en vrouwen vastlegt. De vrije keuze om van je relatie of je leven te maken wat je wil wordt beperkt door de dreiging allerlei rechten te verliezen. Vooral vrouwen worden daarvan de dupe. Temeer nu de overheid onder het mom van 'individualisering' de verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid van de gemeenschap van zich af schuift. Het gezin moet dat maar opvangen. Met name vrouwen krijgen die verantwoordelijkheid op hun bordje. Hun werk in huishouden en verzorging kost de overheid immers geen cent. 'De zorgzame samenleving' verlangt van vrouwen dat ze hun gezin, maar ook bejaarde ouders onderhouden en een deel van het onderwijs overnemen onder het mom van 'ouderparticipatie'. Enerzijds meer verantwoordelijkheid, anderzijds het vrouwbeeld dat reklames en media voorschotelen. Koffie, kleding, auto's, quizzen en popvideo's worden 'versierd' met vrouwelijke modellen. Een vrouw hoort uitdagend en gewillig, avontuurlijk en mooi te zijn. Een persoonlijkheid is niet vereist. Het 'alternatief' daarvoor is karrière-vrouw worden. Dat wordt verpakt als emancipatie. Vrouwenbladen presenteren de supervrouw: de sexy manager die zo'n persoonlijke band met haar personeel heeft. Een samenleving die met zoveel verwachtingspatronen het onmogelijke van vrouwen verlangt. Hoezo leefbaar? Onafhankelijkheid is voor vrouwen een voorwaarde om uit die patronen te breken. Van de overheid hebben vrouwen daarbij weinig te verwachten. Loze woorden, mooie reklame-spotjes, daar blijft het bij; 'Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid'. De praktijk is vaak anders. Diskriminatie op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid neemt toe. Partner-afhankelijkheid is nog steeds troef. Een kampanje voor een techniese studie alleen garandeert vrouwen geen onafhankelijke toekomst. Zonder gelijke kansen op werk en garanties op gelijke beloning is onafhankelijkheid en emancipatie van vrouwen een holle frase. Er moeten voorzieningen geschapen worden om vrouwen de achterstand die zij op de arbeidsmarkt hebben te kunnen laten inlopen (zie ook hoofdstuk 2). Maar het gaat ook om het opruimen van achterstelling, diskriminatie en rolpatronen die vrouwen beknellen. De SAP wil een èchte zorgzame samenleving. Niet één waarin vrouwen de rekening gepresenteerd krijgen van het falend overheidsbeleid, maar een samenleving waarin kollektieve voorzieningen de zorg voor ieder garandeert. Waarin huishoudelijke taken tussen man en vrouw verdeeld worden. Een samenleving ook die vrouwen onafhankelijkheid garandeert. Waarin vrouwen bepalen wie ze zijn, niet de normen van overheid, reklame of bedrijfsleven. De SAP wil: * Wettelijke regels die vrouwen afhankelijk maken, zoals bijvoorbeeld de Verhaalsplicht in de Bijstand, moeten afgeschaft worden. * Gratis anti-konceptie. 'Baas in eigen buik'. * Serieus nemen van zorgvakken in middelbaar onderwijs. * Geen beknotting vrouwenstudies. * Stimulering van roldoorbrekende TV- en radioprogramma's. 5. Seksuele voorkeur De situatie voor homoseksuele mannen en lesbiese vrouwen is in Nederland duidelijk beter dan elders. Er is minder diskriminatie en meer ruimte om een eigen sociaal leven te leiden. Toch is er geen reden tot tevredenheid. Buiten de Randstad ziet het er minder rooskleurig uit. Bovendien is er geen sprake van echte emancipatie, maar van een soort tolerantie die meer wegheeft van onverschilligheid. Homoseksuele of lesbiese relaties worden niet gezien als een belangrijk deel van de samenleving maar als een uitzonderlijkheid. De door de Tweede Kamer aangenomen Wet Gelijke Behandeling is tekenend voor die schijntolerantie. Homoseksualiteit mag wel, als de homoseksuele mannen en lesbiese vrouwen hun voorkeur maar niet - te veel - laten blijken. Er gebeurt niets aan de barrières die er nog wel degelijk zijn. Teveel volwassenen op hun werk en teveel jongeren op hun school kunnen niet uitkomen voor hun voorkeur. Veel gevoelens en levens moeten verborgen blijven. Aan de wens van veel homoseksuele mannen en lesbiese vrouwen hun relatie om te zetten in een huwelijk, wordt niet voldaan. Hoewel wij geen voorstander zijn van het huwelijk, vinden wij dat voor homoseksuele mannen en lesbiese vrouwen precies dezelfde rechten moeten gelden als voor wie dan ook. Voorlichting is een kruciaal middel om deze barrières te doorbreken. Daarvoor is geld nodig, maar wat doet de overheid? Die beperkt de subsidies aan de organisaties voor homoseksuele mannen en lesbiese vrouwen. Terwijl de organisaties van met name de lesbiese vrouwen feitelijk al geld te kort kwamen. De SAP pleit voor een werkelijke emancipatie van homoseksuele mannen en lesbiese vrouwen. Het betekent een aktief progressief beleid. Helaas is zo'n beleid te meer nodig omdat de tolerantie onder druk komt te staan. Recent onderzoek geeft aan dat mèt de toenemende diskriminatie tegen minderheden ook de diskriminatie tegen mensen met andere seksuele voorkeuren in Nederland toeneemt. Opheffing van alle wettelijke achterstellingen is dan ook dringend nodig. Net als het op grote schaal invoeren van voorlichting door de organisaties van deze groepen op school en op het werk. De strijd voor echte emancipatie moet nog grotendeels worden gevoerd. De SAP komt op voor: * Uitbreiding van de financiële steun voor homobevrijdings- en emancipatiebewegingen. * Bestrijding van diskriminatie op grond van leefvormen en seksuele geaardheid of voorkeur. Recht op huwelijk voor homoseksuele en lesbiese relaties. * Voorlichting op grote schaal over alle (seksuele) relatievormen, voorbehoedsmiddelen, geslachtsziekten en aids. * Gratis verstrekken van kondooms en andere voorbehoedsmiddelen, ook aan minderjarigen. * Erkenning van seksualiteit van 'minderjarigen'. * Bestrijding van ongewenste intimiteiten, seksueel geweld en gedwongen heteroseksualiteit van zowel mannen als vrouwen. * Opheffen van de wettelijke beperkingen en verschillen in regelingen (zoals de verlofregeling) voor homoseksuele en lesbiese partners. * Ouderrechten voor alleenstaanden en homosexuele mannen en vrouwen, zowel als het gaat om het opvoeden van eigen kinderen als adoptie. 6. Kriminaliteit. Als je de media moet geloven wordt Nederland steeds onveiliger. Veel van de verhalen daarover zijn opgeklopt. Toch is het probleem reëel genoeg. De angst voor kriminaliteit treft mensen in hun dagelijkse zekerheden. s'Nachts niet meer over straat durven, angst voor inbraak, aanranding, geweld... Vrijwel iedere partij probeert punten te skoren door op die angst in te spelen: meer cellen, meer politie, meer bevoegdheden, een repressiever gevangenisregiem, werkkampen... De SAP gelooft niet in dit soort 'oplossingen'. Het is symptoombestrijding. De illusie wordt gewekt dat er iets aan gedaan wordt. In werkelijkheid vergroot het toenemende repressie- en kontrôle-apparaat alleen maar het beangstigende gevoel 'dat er iets mis is' en bedreigt het vergroten van politie-bevoegdheden de rechtsbescherming van ieder individu. Een asociale maatschappij roept asociaal gedrag op. Het huidige rechtssysteem is - zolang het de bestaande ongelijkheid in de samenleving in stand houdt - niet in staat werkelijk een oplossing voor de kriminaliteit te bieden. Niets is bijvoorbeeld wettelijk zo goed beschermd als het partikulier eigendom van produktiemiddelen terwijl dàt juist de ongelijkheid tussen mensen bevordert. Een rechtssysteem dat eigendom beter verdedigt dan, bijvoorbeeld, het recht op huisvesting is het onze niet. Voor de SAP is fundamenteel dat een rechtvaardige verdeling van goederen en middelen en het bieden van bestaansperspektief voorwaarde is voor de oplossing van kriminaliteit. Praktijkervaring leert dat kriminelen hun gedrag vaak veranderen op het moment dat hen kansen op werk, ontspanning, en zekerheid geboden wordt. Beleid zou daar dan ook vooral op gericht moeten zijn, in plaats van een verscherping van repressie of straffen. Door reklasseringsambtenaren wordt steeds meer erkend dat straf niets oplost en dat alternatieve straffen (werken of kursussen volgen) veel meer perspektief bieden voor een blijvende oplossing. De SAP ziet geen enkel heil in verscherping van het gevangenisregiem of het uitbreiden daarvan. Bovendien is de manier waarop de rechtsbescherming van verdachten ondermijnd wordt schanddalig. Onder het mom van 'effektiviteit' werd snelrecht ingevoerd. De vele klachten over 'vormfouten' maken de weg vrij voor het beknotten van allerlei rechten die verdachten hebben, zoals bijvoorbeeld het op tijd kennen van de precieze aanklacht. Om de kriminaliteit aan te pakken, zullen we moeten beginnen met er reëel over te zijn. Allerlei zaken worden volgens ons ten onrechte als krimineel beschouwd. Je magere bijstandsuitkering tot het minimumloon aanvullen met bijverdiensten is in onze ogen geen misdaad maar een reaktie op een misdadige situatie. Druggebruik is ook niet misdadig, maar zolang druggebruikers als kriminelen worden vervolgd worden ze de kriminaliteit in gedwongen om de woekerprijzen voor drugs en hun levensonderhoud te kunnen betalen. Deze zaken onderkennen nuanceert het hysteriese beeld dat over kriminaliteit bestaat, en biedt - in het geval van drugsmisbruik - betere mogelijkheden voor hulpverlening. Ook preventief, bemiddelend en konfliktoplossend beleid kan effektief kriminaliteit indammen. Bijvoorbeeld waar het gaat om (de meest voorkomende) misdrijven die te maken hebben met alkohol- en drugmisbruik of het bemiddelen ten gunste van gemarginaliseerde groepen jongeren. Een dergelijke kriminaliteitsbestrijding is niet alleen effektiever maar levert ook een afname van onveiligheidsgevoelens op. Het huidige beleid van steeds meer geüniformeerde beambten, kamera's en beveiligingsinstallaties versterkt eerder onnodige ongerustheid dan dat het een werkelijke bijdrage levert aan de veiligheid. Het kreëren van (een gevoel van) veiligheid vereist volgens de SAP een uitgebreid vangnet van hulpverlening en voorzieningen. Vooral op buurtnivo. In de eerste plaats het terugdringen van werkloosheid en verpaupering die buurten teistert. Maar ook de opvang van slachtoffers van geweldsmisdrijven en voorlichting door buurtcentra, welzijnswerk, burenhulp, ongewapende wijkagenten en verkeerspolitie. De uitbreiding en versterking van het politieapparaat wijst de SAP af. Regionalisering van de politie is een gevaar omdat ze zich zo steeds meer aan demokratiese kontrole onttrekt. Hoge politiefunktionarissen hebben er geen enkele moeite meer mee hun eigen politieke prioriteiten te stellen. De aanvaringen van bijvoorbeeld de Amsterdamse politiekommissaris Nordholt met burgemeester van Thijn zijn daar een voorbeeld van. De toenemende privatisering van politiefunkties wijst de SAP af. Partikulieren beveiligingsdiensten (waaronder ook delen van de politie zelf die als kommerciële beveiliger optreedt) hebben de afgelopen tijd een grote vlucht genomen, zonder dat er een goede kontrole op mogelijk is. Kriminaliteit, die vaak buiten de politierapporten valt, zoals milieukriminaliteit en winst- en belastingsfraude richt doorgaans de grootste maatschappelijke schade aan. Zo berekende de belastingdienst dat het bedrijfsleven in 1990 voor bijna 4,3 miljard aan winsten heeft verzwegen. Dat betekende een 'belastingtegenvaller' van bijna 1,5 miljard - evenveel als Van der Zwan aan 'steunfraude' bij elkaar verzon. De schade door milieukriminaliteit werd door buro McKinsey geschat op 4 miljard. De nadruk die bijvoorbeeld in de pers gegeven wordt aan kleine kriminaliteit, vaak ook nog eens met een racistiese bijklank, is volgens ons misplaatst. De SAP pleit voor een keiharde bestrijding van de grote kriminaliteit. Meer aandacht zou er ook besteed moeten worden aan seksueel geweld. De overheidskampanje tegen seksueel geweld lost alles op boven een geurig kopje thee. In het echte leven heeft de regering de financiering van de Blijf van m'n Lijf-huizen gedecentraliseerd: een bezuiniging. Bij stadsplanning en rijtijden van openbaar vervoer wordt met de veiligheid van vrouwen geen rekening gehouden. Seksueel geweld op het werk en op straat betekent voor vrouwen een voordurende intimidatie, een voortdurende aanslag op de onafhankelijkheid. Vervolging van seksueel geweld en het vergroten van veiligheid op straat zou prioriteit moeten krijgen. De SAP vindt: * Uitbreiden hulpverlening aan slachtoffers van geweldsmisdrijven. Extra aandacht voor de opvang van slachtoffers van verkrachting, incest en poten- of pottenrammerij. Verkrachte vrouwen dienen altijd aangifte te kunnen doen bij en verhoord te kunnen worden door een vrouwelijke agent. * Geen verstrekking van initialen (of namen) van arrestanten en slachtoffers aan de pers. Het achterwege laten van iedere aanduiding die wijst in de richting van de nationale herkomst van verdachten. * Iedere gemeente moet een onafhankelijke klachtenregeling inzake politieoptreden krijgen en een klachtenkommissie met eigen onderzoeksbevoegdheden. Strafmaatregelen tegen buitensporig politieoptreden moeten niet intern binnen de politie geregeld worden, maar zijn een zaak van de gekozen vertegenwoordigers in gemeenteraad of parlement. * Legalisering van soft- en harddrugs. Produktie en verkoop moeten in handen van de overheid komen. Zo kan hulpverlening op maat geboden worden. Uitgebreidere voorlichting over drugs-, alcohol en gokverslaving. * Ruimere mogelijkheden voor alternatieve straffen. * Geen uitbreiding van politie. Geen privatisering van politietaken. Een einde aan gespecialiseerde of gemilitariseerde politieteams met uitgebreide bevoegdheden. Geen regionalisering van de politie. * Voor een humaan regiem in gevangenissen: één persoon per cel; verruiming bezoekmogelijkheden; geen aantasting recht op rechtshulp en recht van beroep. Geen uitbreiding aantal cellen. * ME weg ermee. Opheffen van de BVD en de PID's. Openbare verantwoording van werkmethodes van de politie. Inzagerecht in eigen politiedossiers. * Veiligheid voor vrouwen vergroten: uitgebreid nachtvervoer en goede straatverlichting. Geen bezuinigingen op vrouwenhulpverlening en opvang (Blijf van m'n Lijf-huizen). Hoofdstuk 6 Demokratie Er wordt veel gepraat over de krisis van "dè" politiek. En daar is alle reden voor. Steeds minder mensen stemmen. Voor veel politici is de politiek letterlijk een bedrijf, een opstapplaats voor een latere karrière. In verschillende landen - bij ons nog in geringe mate - zijn korruptieschandelen met parlementsleden en (ex-)ministers in de hoofdrol aan de orde van de dag. Ogenschijnlijk stabiele grote partijen als de Italiaanse christen-democraten of de Japanse LDP worden van de ene op de andere dag weggevaagd of ontploffen. Politici worden steeds inhoudslozer en richten zich meer en meer tot de kiezer via roddelbladen en televisiespelletjes. Inspraakprocedures worden uitgehold of met slimme truukjes omzeild als mensen echt van hun rechten gebruik proberen te maken. En in politieke diskussies spelen kreativiteit, idealen en maatschappijvisies hoogstens zijdelings een rol: ieder probleem wordt teruggebracht tot een boekhoudkundige ogenschijnlijk techniese kwestie. Overal in Europa wint uiterst-rechts aanhang onder mensen die geen vertrouwen meer hebben in de gevestigde partijen, door zich als anti-establishment partij te profileren. Het antwoord op deze krisis wordt, behalve in kosmetiese aanpassingen in het funktioneren van partijen en van parlementaire regels (Waarom mag alleen de minister-president ministers ontslaan? Dat willen we allemaal!), meestal gezocht in "staatsrechtelijke vernieuwing". Maar ondanks vele jaren van diskussie over de gekozen burgemeester, de gekozen minister-president en het invoeren van een referendum, neemt in de praktijk de demokratie eerder af dan toe. De (niet-gekozen) vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zijn in Den Haag kind aan huis, maar de 'mondige burger' heeft het nakijken. Belangrijke politiek beslissingen worden genomen tegen maatschappelijke meerderheden in. Of het nou gaat om bestaande kerncentrales, de plaatsing van kruisraketten, of meer recent de afbraak van de WAO, de aanleg van de Betuwelijn en de afbraak van het streekvervoer: de mening van de kiezers wordt gemanipuleerd, weggemasseerd en uiteindelijk genegeerd. Demokratie betekent in dit land dat je eens in de vier jaar mag stemmen en daarmee heb je het gehad. Op dat moment geef je een beroepspoliticus het recht om vier jaar te beslissen voor jou, zonder jou en over jou. Besluiten die trouwens vaak ook niet eens over de echt belangrijke zaken gaan, want over wat ondernemers met "hun" bedrijf doen hebben parlement noch gemeenteraden iets te zeggen. Eigenlijk is het hele bestaan van beroepspolitici iets bizars. Politiek en besluiten nemen moet niet op deze manier gedelegeerd worden aan een speciale groep mensen, maar zoveel mogelijk in handen zijn van alle mensen zelf, op het laagst mogelijk nivo. De lijdensweg van het voorstel om een referendum in te voeren laat goed zien hoe bang de meeste politici zijn voor de mening van de mensen die ze zeggen te vertegenwoordigen. Ook eind '93 werd het recht om een volksstemming te eisen over belangrijke politieke besluiten gesaboteerd door CDA en VVD. De SAP is voorstander van een referendum, maar alleen indien het intiatef 'van onderaf' komt en de uitslag bindend is. Dit om te voorkomen dat politici het middel misbruiken (zoals het referendum over de autoluwe binnenstad in Amsterdam). Er zijn dan twee mogelijkheden. Een korrektief bindend referendum referendum biedt de 'kiezers', veelal in de vorm van een maatschappelijke beweging, de mogelijkheid een reeds genomen overheidsbesluit aan een volksstemming te onderwerpen. Een volksinitiatief bied de mogelijkheid dat een groep kiezers zelf voorstellen voordraagt voor een referendum. Een referendum maakt het moeilijker voor beroepspolitici om besluiten door te drukken tegen de wens van maatschappelijke meerderheden in. Het betekent daarmee een belangrijke stimulans voor bewegingen, om akties suksesvol af te (kunnen) sluiten op allerlei gebieden waar nu parlementaire besluiten worden doorgedrukt 'in naam van de demokratie'. Een veel gehoord bezwaar tegen een referendum is dat de kans op politieke manipulatie ermee erg groot is. Dat geldt echter ook voor verkiezingen. Om die manipulatie suksesvol tegen te kunnen gaan is het belangrijk dat demokratiese rechten ook op andere terreinen worden uitgebreid. Alle van belang zijnde gegevens moeten volledig openbaar zijn. Er moet voldoende tijd zijn voor eigen onderzoek en publiciteit, waarvoor alle betrokkenen bovendien een voldoende financiële bijdrage en gelijke faciliteiten moeten krijgen. Er moet een maximum gesteld worden voor financiering door 'derden'. Zo kan de voorsprong die vertegenwoordigers van kapitale belangen hebben enigszins worden ingeperkt. Sommigen zijn bang dat extreem-rechts of de pro-auto lobby het referendum zullen misbruiken. Dat is inderdaad een reeël gevaar. Maar uiteindelijk is onwetendheid de belangrijkste bondgenoot van deze klubs. De SAP kiest voor een open maatschappelijk debat, waarbij alle argumenten boven tafel komen. De SAP wil dat iedereen direkte medezeggenschap krijgt over alle zaken die hem of haar aangaan. Daarvoor is een drastiese uitbreiding van demokratiese en burgerrechten nodig. En ook dáárvoor is trouwens drastiese arbeidstijdverkorting nodig, zodat we meer tijd krijgen om ons aktief met het zelfbeheren van ons leven bezig te houden. Echte demokratie houdt niet zoals nu op bij de poort van bedrijven en instellingen, of aan de rand van buurten en wijken. In een echte demokratie nemen alle mensen samen, zoveel mogelijk gedecentraliseerd, de belangrijke politieke, sociale en ekonomiese beslissingen. En niet onkontroleerbare machthebbers en aan niemand verantwoording verschuldigde rijken. De SAP verdedigt de bestaande demokratiese en burgerrechten en komt op voor uitbreiding daarvan. Bij die toepassing van demokratiese (grond)rechten hoort wat ons betreft ook het recht op werk en een onafhankelijk inkomen om van te leven voor iedereen; voor iedereen toegankelijk onderwijs en het recht op werkstaking zonder enige beperking. Verder vindt de SAP: * Wettelijke invoering van de mogelijkheid voor een korrektief bindend referendum en een volksinitiatief op alle nivoos. * Elke aan verkiezingen of referendum deelnemende partij krijgt gelijke toegang tot informatie en (financiële) middelen. * Verlaging van de drempels voor partijen èn andere (gelegenheids)groeperingen tot deelname aan verkiezingen. * Bedrijfsgegevens die van belang zijn voor werknemers in het bedrijf of voor derden (vanuit milieu-oogpunt of konsumentenbelang) zijn openbaar. Er komt een onafhankelijk buro voor produktinformatie, te betalen door middel van een heffing op reklame-boodschappen. * Kiesrecht voor iedereen vanaf zestien jaar. * Aktief en passief stemrecht voor migranten bij alle verkiezingen. * Opzetten van nieuwe vormen van direkte demokratie op de werkplek, op de school, in de buurt etc., zodat mensen beslissingen kunnen nemen die nu door bedrijven, burokraten, huisbaze e.d. genomen worden. * De BVD en de andere per definitie ondemokratiese en onkontroleerbare inlichtingen- en veiligheidsdiensten moeten worden afgeschaft. * Iedereen moet altijd de over hem of haar aangehouden persoonsarchieven kunnen inkijken en kontroleren. Het aan elkaar koppelen van alle mogelijke bestanden moet worden stopgezet. * Terugdringen van het proces van kommercialisering van de media en het proces van fusies en perskoncentratie. Verscherpte kontrôle op de beïnvloeding van de inhoud van TV-programma's door het bedrijfsleven. * Meer subsidie voor onafhankelijke media, zowel lokaal als regionaal en voor speciale doelgroepen. * De Eerste Kamer moet worden afgeschaft. * De monarchie moet worden afgeschaft. * Rechtshulp moet voor iedereen toegankelijk en gratis zijn. Afschaffing van eigen bijdrages voor rechtshulp en van het betalen van griffiekosten bij procedures (griffierechten). * Geen algemene identifikatie- of legitimatieplicht. * Opzegging van het Verdrag van Schengen, dat allerlei obstakels opwerpt voor het vrije verkeer van personen naar en binnen de Europese Unie. * Tegen anoniem dagvaarden, anoniem getuigen door politie-agenten, onbeperkt fouilleren en omkering van de bewijslast. * Handhaven van het recht om tegen beslissingen van een rechter in beroep te gaan bij een hogere instantie * Intrekken van de 'Nimby-wet' en de mogelijkheid tot 'aanwijzingen' in de Tracéwet, waarmee de regering de bestaande inspraakprocedures buiten werking kan stellen als het gaat om grote infrastrukturele projekten 'van landsbelang'. * Verbetering en uitbreiding van de verplichte inspraak- en MER-procedures, en instelling van een met de MER vergelijkbare Sociale Effect Rapportage (SER). * Demokratie betekent ook zelbeschikkingsrecht. Dus: euthanasie uit het Wetboek van Strafrecht. Hoofdstuk 7 Het geld halen waar het zit Alle onderzoeken wijzen het uit: door dénivellering zijn de inkomensverschillen in ons land sinds de tweede helft van de jaren tachtig weer groter geworden en terug op het nivo van begin jaren zeventig. Dat is geen natuurverschijnsel, maar een gevolg van bewust politiek beleid. Zo leidde de stelselherziening van Oort in 1990 ertoe, dat de 5 procent inkomensontvangers die meer dan 90.000 gulden per jaar verdient, 22 procent van de lastenverlichting in haar schoot geworpen kreeg. En dat was voorzien. Veel ekonomen en politici vinden deze dénivellering niet alleen geen probleem, maar verdedigen haar zelfs als terecht en nog niet ver genoeg gaand. Omdat grotere inkomensverschillen "meer dynamiek in de markt brengen" bepleiten zij verdere dénivellering. Bijvoorbeeld door het hoogste tarief van de inkomstenbelasting (door Oort al teruggebracht van 72 naar 60 procent) nog verder terug te brengen, tot 50 procent om te beginnen, of door de vermogensbelasting af te schaffen. Om diezelfde reden zouden we ook de ondernemers meer moeten ontzien en flink moeten subsidiëren. Want iedereen ziet toch dat we in de ergste krisis sinds de Tweede Wereldoorlog zitten? Dat zitten we inderdaad, maar het zijn niet de ondernemers die daar de gevolgen van dragen. Als het slechter gaat met een bedrijf worden de werkenden op straat geschopt, terwijl het management rustig mag blijven zitten en vangen, of het nou fouten heeft gemaakt of niet. Maar gaat het werkelijk zo slecht met de ondernemers? Ook in het ekonomiese rampjaar 1993 maakte 86 procent van de ondernemers volgens eigen opgaaf winst, en in de jaren daarvoor was dat zelfs 90 procent of meer. Zo erg is het allemaal dus niet. Voor hen. Diezelfde deskundigen en politici die minder belastingen voor ondernemingen en topinkomens bepleiten, hameren er op dat we het met minder overheid en minder sociale en kollektieve voorzieningen moeten doen, omdat er geen geld meer voor is. Maar dat haalt je de koekoek, als je de belastinginkomsten laat dalen en het belastingsstelsel steeds minder progressief maakt. De SAP stelt voor de bestaande rijkdom drasties te herverdelen. Het sprookje dat er geen geld is is onzin. Het geld voor een radikaal ander beleid is er wel degelijk, het zit alleen op de verkeerde plaatsen. Voor de uitbreiding van sociale en kollektieve voorzieningen, voor het optrekken van het inkomen van de anderhalf miljoen mensen die op of onder het bestaansminimum zitten en voor het opruimen van de milieupuinhopen moeten we het geld halen waar het zit. * Bij de winsten, die ondanks alle gejammer over de krisis onder Lubbers en Kok verder zijn gestegen. De bedrijven in ons land hebben dankzij de loonmatiging vele tientallen miljarden in kas, die ze niet produktief (is winstgevend) zeggen te kunnen investeren. Daarom: een drastiese verhoging van de vennootschapsbelasting (nu 37 procent) en van de dividendbelasting (nu 25 procent). * De belachelijk lage vermogensbelasting (slechts 0,8 procent) kan flink omhoog. Bovendien kan als tegenvoeter voor de nu al vele jaren van loontrekkenden en uitkeringsgerechtigden gevraagde loon- en uitkeringsoffers een solidariteitsheffing worden gevraagd aan de kleine groep mensen in ons land die zoveel vermogen aan de belasting opgeven, dat ze er vermogensbelasting over moeten betalen. Zo'n heffing van gemiddeld 10 procent levert meer dan 25 miljard gulden op. * Hoewel er sinds de val van de Berlijnse Muur officieel geen vijand meer in de buurt is waar we ons tot de tanden toe tegen moeten bewapenen, blijft de defensiebegroting 13 miljard gulden per jaar opslokken. Daar kan rigoreus een einde aan gemaakt worden. * Het toptarief van de inkomstenbelasting moet niet worden verlaagd, maar worden verhoogd. Niemand hoeft over een inkomen te beschikken dat hoger is dan twee keer modaal (ongeveer 90.000 gulden). * Afschaffing van de aftrek van hypotheekrente boven de 250.000 gulden levert 800 miljoen per jaar op. * Er moet belasting geheven gaan worden over de aan- en verkoop van aandelen, obligaties, opties, termijnkontrakten en valuta, om te beginnen door de provisies te verdubbelen en de opbrengst in de belastingpot te stoppen. Tevens moeten spekulatiewinsten belast worden. * De winsten van Esso en Shell worden voortaan volledig in de Staatskas gestopt, dat levert per jaar 2 miljard op. * We stoppen onmiddellijk met megaprojekten als de Betuwelijn, uitbreiding Schiphol en aanleg van nieuwe tracé's voor de Hoge Snelheidstrein, besparing: 40 miljard. * Het beeïndigen van de verspillende konkurrentie, het beter nadenken over welke produkten en diensten ècht nodig zijn en het vanaf het begin meerekenen van sociale en ekologiese kosten zullen op termijn de grootste kostenbesparing opleveren. Bijna alle partijen laten tegenwoordig hun programma doorrekenen door het Centraal Planburo. Als dat geen prijskaartje aan een programma hangt kan het niet serieus zijn. Maar het CPB werkt met modellen waarin het huidige ekonomiese stelsel in vergelijkingen benaderd wordt. Onze voorstellen passen daar niet in, omdat ze willen breken met de heersende ekonomiese logika. Als het CPB onze voorstellen doorrekent slaat daar de komputer op tilt, want 'een goed investeringsklimaat', 'hogere winsten' en de heilige neo-liberale koe van de 'loonmatiging' komen in ons verhaal niet voor. Het gaat bij de radikaal andere inrichting van de samenleving zoals de SAP die voorstaat niet alleen om het herverdelen van geld en vermogen, maar vooral ook om een strukturele verandering die het mogelijk maakt dat alle belangrijke beslissingen in de maatschappij genomen worden door de totale bevolking. Voor het centraal stellen van behoeftebevrediging in plaats van winst en om greep te krijgen op de produktie ten behoeve van een ekologies verantwoorde ontwikkeling, bepleit de SAP nationalisatie van de banken en grote bedrijven, als basis voor een demokratiese, geplande ekonomie. Voor meer linkse samenwerking De SAP pretendeert niet alle antwoorden te hebben. In bewegingen, akties en andere organisaties bestaan veel goede alternatieven voor hoe de zaken nu geregeld zijn. Op basis van gemeenschappelijke nieuwe ervaringen en door opheldering en diskussie kunnen we daar het beste van benutten. Om het daarvoor noodzakelijke proces van linkse samenwerking een impuls te geven verstuurde de SAP voorjaar '93 onderstaande "Open brief aan Links Nederland" aan een groot aantal linkse bewegingen, organisaties en partijen. De reakties liepen uiteen van afwijzend en onverschillig, via afwachtend, tot positief en "laten we maar eens verder praten." Als het gaat om samenwerking bij akties en in kampanjes wisten een aantal organisaties elkaar ook voor we onze brief verstuurden al redelijk snel te vinden - dat moet de komende tijd doorgaan en bij voorkeur een breder draagvlak krijgen. Een gezamenlijke lijst bij deze verkiezingen zat er voor wat betreft de meeste andere organisaties en partijen blijkbaar niet in. De SAP betreurt dat, maar is zeer verheugd dat de socialistiese jongerenorganisatie Rebel op een speciale konferentie besloot wél op het voorstel voor één lijst in te gaan. De gezamenlijke kampanje van de SAP en Rebel bij deze verkiezingen is daarvan het resultaat. Van de strekking van de open brief nemen we intussen niets terug, want verkiezingen of niet: meer linkse samenwerking is en blijft keihard nodig. Ook de komende tijd zal de SAP zich daar op alle mogelijke manieren voor inzetten. Wat is de SAP Het programma van de SAP is niet uit te voeren door een simpele meerderheid in het parlement. De ekonomiese besluitvorming vindt in ons land immers niet plaats in de Tweede Kamer. Wezenlijke beslissingen over de toekomst van miljoenen mensen wat betreft werkloosheid, inkomen en milieu zijn voorbehouden aan een kleine groep rijken. Voor hen telt slechts één argument: "Hoe kunnen we een zo groot mogelijke winst realiseren?" Een realisties programma dat echt werk maakt van het opruimen van alle gif en rotzooi in het milieu, dat zorgt voor volledige werkgelegenheid en een goed inkomen voor iedereen, is onmogelijk zonder de ekonomiese besluitvorming te demokratiseren en de eigendomsverhoudingen te veranderen. Daarom moeten de grote bedrijven, banken en pensioenfondsen genationaliseerd worden. En is het vooral belangrijk om tegenover de ekonomiese en politieke macht van de ondernemers te werken aan eigen machtsvorming van werknemers, uitkeringsgerechtigden, jongeren, vrouwen en migranten. In bedrijven en instellingen, in de vakbeweging en in andere maatschappelijke bewegingen. Het dagelijkse politieke werk van de SAP is dan ook gericht op het versterken van die machtsvorming. In bonden en bedrijven komt de SAP op voor een strijdbare en demokratiese vakbeweging. De SAP werkt mee aan de opbouw van belangenorganisaties van vrouwen, migranten en jongeren. SAP-leden zijn aktief in tal van maatschappelijke bewegingen, zoals de milieubeweging en de internationale solidariteitsbeweging. Dit streven naar buiten-parlementaire machtsvorming is wezenlijk. Dat is een belangrijk verschil tussen de SAP en Groen Links. Door in verschillende plaatsen zitting te nemen in Kolleges van B&W stelt Groen Links zich vaak op tegenover mensen die in aktie komen. Dat neemt niet weg dat in het Groen Links-programma veel zaken staan, waarmee de SAP het van harte eens is. Maar op veel andere punten stelt Groen Links zich wel erg 'realisties' op. Met een radikaal pleidooi voor wezenlijke verandering heeft dat programma weinig van doen. De feitelijke macht van de ondernemers en kapitaalbezitters wordt er niet door aangetast. Dat verwijt kan je de Socialistiese Partij nauwelijks maken. Toch valt op haar programma -zeker waar het migranten aangaat- nogal wat kritiek te geven. Wezenlijker is de kritiek op de zelfopvatting van de SP, die steeds linkse samenwerking afwijst. De SAP blijft van mening dat hét alternatief, en een sterke tegenmacht, niet door ons of enig andere partij alléén gevormd kan worden. Daar is de strijd, kreativiteit en samenwerking van heel links voor nodig. Machtsvorming van onderop is nodig om de logika van het kapitalisme doorbreken. De mogelijkheden voor een betere toekomst zijn volop aanwezig. Er is rijkdom genoeg, er zijn mensen genoeg om er iets van te maken. Het kapitaal opereert allang internationaal. De problemen in de wereld zijn steeds meer met elkaar vervlochten. Een radikaal andere maatschappij kan dan ook niet alleen in Nederland opgebouwd worden. Daaraan zullen we internationaal moeten werken. Daarom is de SAP aangesloten bij de Vierde Internationale, een internationale socialistiese organisatie met afdelingen over de hele wereld.
SAP programma 1994
Soort artikel
Reactie toevoegen