29 October 2020

Staken voor pensioen

Zowel in Frankrijk als in Oostenrijk vonden dit voorjaar grote en heftige stakingsacties plaats. De Franse beweging omvatte op haar hoogtepunt twee miljoen stakers. In Oostenrijk was sprake van de grootste stakingsbeweging sinds de wereldoorlog. In beide gevallen ging het vooral om de pensioenen. Ook elders in Europa staan de pensioenen ter discussie.

In Frankrijk begonnen de acties op 1 mei. In feite gaat het hier om twee bewegingen die samenvloeien. Een beweging in het onderwijs die zich verzet tegen een plan om het onderwijs te decentraliseren en een beweging van ambtenaren en werknemers in het bedrijfsleven tegen een verslechtering van het pensioenstelsel. In het onderwijs richtte de stakingen zich tegen het zogenaamde plan Fillon, dat het niet onderwijzend personeel zijn positie als rijksambtenaar wilde ontnemen en onder de regionale overheid te laten vallen. Dit plan wordt gezien als een eerste stap in de ontmanteling van het nationale onderwijssysteem en de privatisering van het onderwijs.

Pensioenstrijd
De pensioenplannen stuiten op zoveel weerstand omdat ze er toe leiden dat mensen pas een volledig pensioen krijgen als ze tweeënveertig jaar gewerkt hebben. Mensen die een minder aantal jaren gewerkt hebben – en dat zijn er natuurlijk veel - of mensen die in het kader van een sociaal plan vervroegd met pensioen gaan, krijgen dan een veel lager pensioen. Met name vrouwen, die als ze met pensioen gaan gemiddeld maar een arbeidsverleden van tweeëndertig jaar hebben, dreigen hier de dupe van te worden.
De plannen worden door de regering en de werkgeversorganisaties verdedigd met het argument dat door de vergrijzing een steeds kleinere groep werkende mensen moet betalen voor een steeds grotere groep gepensioneerden. In een alternatief pensioenplan van wetenschappers en vakbondsleden wordt er op gewezen dat de aanpassingen die nodig zijn om het huidige pensioenstelsel bij een stijgend aantal gepensioneerden te kunnen behouden door de werkgevers in de media bewust worden overdreven. Het pensioenstelsel dat deze wetenschappers en vakbondsleden voorstellen garandeert na 37 werkjaren iedereen minimaal een pensioen op het niveau van het minimumloon. Om dat te kunnen doen moet het gedeelte van het Bruto Binnenlands Product dat naar de gepensioneerden gaat omhoog van twaalf procent op dit moment naar 18,5 procent in 2040. Dat lijkt misschien veel, maar in het alternatieve pensioenplan wordt er op gewezen dat anno 2003 zestig procent van de toegevoegde waarde van de Franse economie naar de werkenden en de mensen met een uitkering of een pensioen gaat. In het begin van de jaren tachtig was dat nog zeventig procent. Dit pensioenstelsel is ondanks de vergrijzing dus wel degelijk betaalbaar – het is een verdelingskwestie tussen werkgevers aan de ene kant en werkende, uitkeringsgerechtigden en mensen met een pensioen aan de andere.
Een dergelijke herverdeling van het BBP is voor de werkgevers onbespreekbaar. Met een felle perscampagne werd tekeer gegaan tegen het gebrek aan realiteitszin van de vakbonden.
Inmiddels heeft de regering het nieuwe pensioenstelsel door het parlement gejaagd. Het is waarschijnlijk dat steeds meer mensen nu weer aan het werk gaan. Dit teleurstellende resultaat van de grootste stakingsbeweging sinds de befaamde stakingen van 1968 en 1995 heeft uiteindelijk vooral gelegen aan de leiding van de belangrijkste vakbondscentrale CGT, die geweigerd heeft een algemene staking uit te roepen. Daarnaast is een van de problemen waar deze beweging mee te kampen heeft gehad - en dat is een probleem van sociale bewegingen in de hele wereld- dat mensen zich na alle nederlagen van de afgelopen periode eigenlijk nauwelijks kunnen voorstellen dat ze kunnen winnen. Dat betekent dat mensen aarzelen om gedurfde initiatieven te nemen – zoals het voorstel voor een algemene staking - maar ook dat men geneigd is om acties af te blazen op het moment dat de burgerij kleine concessies doet.
Toch moeten we ons realiseren dat we niet meer in het tijdperk van Thatcher leven. Het neoliberalisme heeft zijn glans verloren en de kritiek op het neoliberalisme zoals verwoord door de andersglobalisten, is ondertussen gemeengoed geworden.

Oostenrijk
In Oostenrijk ging de strijd om vergelijkbare pensioenplannen. De strijd in Oostenrijk is interessant omdat de politieke situatie in Oostenrijk
vergelijkbaar is met die in Nederland. Net als in Nederland is Oostenrijk sinds de Tweede Wereldoorlog een typische overlegeconomie geweest. Stakingen kwamen nauwelijks voor. De Oostenrijkse regering van Christendemocraten (ÖVP) en extreemrechtse populisten (FPÖ) heeft nu een omvangrijk bezuinigingspakket op de sociale voorzieningen aangekondigd en streeft er naar het sociale overleg af te schaffen. Waarbij het meest opvallende is dat de Oostenrijkse vakbondsfederatie ÖGB, een federatie die net als de FNV niet bekend staat om haar strijdbaarheid of actiebereidheid, nu opeens massaal actie heeft gevoerd. Aan een actiedag op 6 mei namen een half miljoen mensen deel en op 13 mei liepen 200.000 mensen door het regeringscentrum in Wenen.
In Oostenrijk kent men voor de pensioenen het zogenaamde omslagstelsel. Iedere werknemer betaald premie aan een pensioenkas en dit bedrag wordt aangevuld door zijn werkgever. De pensioenkas betaalt uit aan de mensen die op dat moment recht hebben op een pensioen. Omdat de bedragen die de pensioenkas ontvangt natuurlijk nooit helemaal gelijk zijn aan wat men moet betalen, worden de tekorten gedekt door de regering.
Er is echter geen enkele aanwijzing dat het pensioensysteem onbetaalbaar zou worden. Ondanks het feit dat de laatste jaren veel Oostenrijkers met vervroegd pensioen zijn gegaan, kwam de regeringsbijdrage aan de pensioenvoorziening in 2002 nog maar overeen met 2.2 procent van het Bruto Binnenlands Product, terwijl dit in 1997 nog drie procent was, en dit percentage zal bij ongewijzigd beleid in de komende jaren zelfs nog dalen tot 1.8 procent.
De leiding van de ÖGB zou het liefste weer gewoon teruggaan naar het bekende overlegmodel, maar door de mobilisaties is het binnen de Oostenrijkse maatschappij gemakkelijker geworden mensen te interesseren voor alternatieven voor het neoliberalisme. Gezien de houding van de vakbondsbureaucraten is het voor radicale linkse mensen belangrijk een plaats te hebben waar mensen die nu actief zijn de mogelijkheid hebben om te discussiëren, alternatieven te ontwikkelen en politieke initiatieven te nemen. Eén van de plekken waar dat gebeurt is het Oostenrijks Sociaal Forum. Dat Oostenrijks links het ÖSF voor dit doel gebruikt laat zien dat ideeën uit de andersglobalistenbeweging praktische betekenis krijgen in de strijd van alledag.

Europese aanpak
De pensioenproblematiek speelt in een groot aantal Europese landen. Ook een Nederland wordt er steeds maar geroepen dat door de vergrijzing de pensioenen onbetaalbaar worden en circuleren er allerlei plannen om de pensioenvoorzieningen aan te tasten.
Wat zou er logischer zijn dan dat de Europese vakbeweging initiatieven nam om gezamenlijk de strijd tegen de aantasting van de pensioenen op te pakken. Helaas laten zowel Frankrijk als Oostenrijk zien dat de nationale vakbondsleidingen daar niet toe bereid zijn. Toch zou een dergelijk initiatief tot de verbeelding van mensen spreken en bovendien het argument dat de concurrentiepositie van ‘onze’ economie aangetast wordt als ‘wij’ niet bezuinigen, onderuit halen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren