29 October 2020

Toespraak 1 mei over Palestina

De SAP in Amsterdam organiseerde een 1 mei bijeenkomst waar o.a. gesproken werd over de situatie in Palestina. Arthur Bruls, SAP-lid en actief in het Palestina Komitee, sprak de bijeenkomst toe.

Er is mij gevraagd vandaag, de eerste mei 2002, een toespraak te houden over de situatie in Palestina. Ik moet zeggen dat het me steeds meer moeite kost om woorden te vinden die in staat zijn mijn diepe zorg en mijn grote woede over dat wat nu in Palestina gebeurt uit te drukken. Wat daar op dit moment plaatsvindt is een wrede koloniale oorlog, zoals we die sinds de ondergang van het Portugese imperium niet meer hebben gezien. Een oorlog trouwens die in menig opzicht een frappante gelijkenis vertoont met de oorlog die de Nederlanders honderd jaar gelden in Atjeh voerden. Een oorlog waarbij de zwakste partij volkomen verbrijzeld lijkt te worden door de sterkste.

Aan de ene kant vecht een volk dat de beschikking heeft over de steun van de machtigste landen van de wereld, de VS en de EU. Een volk dat er dankzij die steun in geslaagd is een staat op te bouwen die beschikt over een ontwikkelde economie, een geschoolde bevolking met een hoge arbeidsproductiviteit en een groot cultureel en intellectueel kapitaal. En bovenal een staat die de beschikking heeft over een uiterst efficiënte vechtmachine. Israël heeft bijna alle kenmerken van een eerste wereldland. Aan de andere kant strijdt een bevolking die alleen maar de beschikking heeft over de aarzelende steun van een aantal Arabische staten. Een volk dat als gevolg van een aantal catastrofale nederlagen er nooit in geslaagd is een staat te vestigen. Een volk waarvan de economie tot op de dag van vandaag doelbewust vernietigd wordt, waarvan de bevolking gedwongen wordt het vuilste en het zwaarste werk te doen in het land van de bezetter en dat bovendien als gevolg van vijftig jaar zionistische politiek cultureel maar ook psychisch ernstig ontwricht is geraakt. Een volk dat alleen maar de beschikking heeft over lichte wapens. De Palestijnse maatschappij heeft alle kenmerken van een derde wereldland.

Die ongelijkheid bestaat ook in de manier waarop de twee partijen aanwezig zijn in de geschiedenis van de werkelijke machthebbers in het Midden-Oosten, de VS en de EU. Israël heeft nog steeds een plaats in de geschiedenis als het land van de overlevenden van de Holocaust. En de Palestijnen hebben eigenlijk helemaal geen plaats in de geschiedenis. Er zijn maar weinig mensen die Palestijnse artiesten of kunstenaars kennen en het is voor Palestijnse sporters onmogelijk om uit te komen onder eigen vlag. En voor veel mensen is het woord Palestijn nog steeds een synoniem voor terrorist.

Toch hebben de Palestijnen wel degelijk een plaats in de geschiedenis. In de laatste tachtig jaar is het Palestijnse volk drie keer in opstand gekomen tegen de zionistische kolonisten. De eerste keer in de jaren dertig, de tweede keer tijdens de eerste Intifadah en de derde keer tijdens deze Al Aqsa intifadah. En ik vrees dat het voor de Palestijnen deze keer een beslissende opstand is, die er over gaat beslissen of ze überhaupt nog rechten in hun eigen land hebben en misschien zelfs of ze überhaupt nog in hun land mogen wonen. Het is daarom ook dat ik in deze toespraak ook niet zeg dat “het geweld moet stoppen”. Het is op dit moment in de geschiedenis juist noodzakelijk dat die strijd doorgaat. Israëli’s beweren vaak dat geweld de enige taal is die Arabieren begrijpen. Het zou een ramp zijn voor het Palestijnse volk zijn als de Israëlische maatschappij de indruk krijgt dat de strategie die Sharon de laatste paar weken gevolgd heeft werkt.

Het conflict in Palestina is er uiteindelijk één tussen een westerse cultuur die zijn eigen democratie, zijn eigen culturele en economische ontwikkeling verheerlijkt en een volk dat de prijs betaalt voor die ontwikkeling. In een wereld waarin de westerse cultuur dagelijks haar eigen menselijkheid, haar eigen democratische karakter en haar eigen economische superioriteit bewierookt, maar tegelijkertijd steeds meer mensen uitsluit van vooruitgang is het geen wonder dat de strijd van het Palestijnse volk zoveel emoties oproept bij iedereen die zich uitgesloten voelt.

In Nederland hebben we dat kunnen zien op de indrukwekkende demonstratie van 13 april waar 30.000 mensen hun solidariteit met het Palestijnse volk betuigden. Die demonstratie laat zien dat mensen in Nederland eindelijk door de verhalen van de zionisten heen beginnen te prikken. Dat geldt zeker voor allochtone Nederlanders, maar niet minder voor autochtone. Als je er vanuit gaat dat 15% van de demonstratie uit autochtone Nederlanders bestond, dan demonstreerden er zeker 4500 autochtone Nederlanders, wat op zich al de grootste antizionistische demonstratie uit de Nederlandse geschiedenis en één van de grootste demonstraties van de afgelopen jaren is. Tegelijkertijd kunnen we zien dat de pers een ongekend agressieve campagne is begonnen tegen de demonstratie, enkele incidenten werden uitvergroot en het geheel werd beschreven als een antisemitische demonstratie. Dat alles leidt er toe dat een succesvolle demonstratie door sommigen cynisch gebruikt kan worden om het anti-islamisme aan te wakkeren. Hoe kan dat?

Natuurlijk speelt de ongelijke plaats in de geschiedenis een belangrijke rol. Een ongelijke plaats waarvan veel migranten zich maar nauwelijks bewust zijn en waar ze zeker niet altijd even verstandig mee omgaan. Maar je demonstreert tenslotte om iets te laten zien en het is in die zin wel belangrijk dat je er over nadenkt wat voor indruk je maakt.
Maar er is volgens mij meer aan de hand. De demonstratie van 13 april was ook een uiting van morele verontwaardiging, van woede en sociale betrokkenheid van mensen die in normale omstandigheden in de Nederlandse maatschappij vooral te zien zijn als patatbakkers, straatvegers of bewakingspersoneel. Een massa die –vaak nog onhandig- zijn eigen politieke prioriteiten stelt. En dergelijke uitingen van echte volkswoede wekken altijd het wantrouwen van de bourgeoisie. Bolkestein die waarschuwt voor grote aantallen migranten in grote steden, is niet zozeer een racist, maar iemand die uiting geeft aan de oerangst van de bourgeoisie, de angst voor de arbeidersklasse.

Er is nog een derde reden waarom de reacties op de demonstraties zo fel waren. Sinds het bloedbad van Jenin is de staat Israël moreel in het defensief. Oog in oog met dit morele failliet, rest de zionisten en hun fellow travellers –denk aan het Parool- niets anders dan één van de fundamentele mythes van het zionisme, antizionisme is antisemitisme- op de meest agressieve wijze uit de kast te halen.

Ik wil daar nog aan toevoegen dat ik zelden zin krijg om me aan te sluiten bij organisaties als Hamas of Hezbollah, maar dat ik dat wel kreeg toen ik de maandag na de demonstratie het Parool las, ik dat wel kreeg. Als dergelijke irrationele verdachtmakingen en halve leugens de westerse, humanistische en rationalistische cultuur typeren, dan heb ik het echt gehad met die cultuur.

Maar alles bij elkaar was de demonstratie van 13 april een succes waar we op moeten voortbouwen. Werken aan solidariteit met Palestina is op zich belangrijk, maar het biedt ook een unieke gelegenheid om migranten te integreren in de linkse beweging. Ik denk ook dat we fel de discussie aan moeten gaan met al degenen die op dit moment beweren dat we ons afzijdig zouden moeten houden van de solidariteitsbeweging met Palestina, omdat die gedomineerd zou worden door fundamentalisten. Ten eerste is het buitengewoon twijfelachtig of dat zo is. Maar ten tweede, als links zich niet inzet in een nationale bevrijdingsbeweging, zal die beweging alleen maar des te meer gedomineerd worden door reactionairen. Dat was in de dagen van Lenin zo in Polen, dat was in de Spaanse burgeroorlog zo in Baskenland en dat is vandaag de dag zo in Palestina.

Hoe kunnen mensen zich op dit moment inschakelen in de solidariteitsbeweging met het Palestijnse volk?
De strijd tegen de staat Israël moet op dit moment op diverse vlakken gevoerd worden. Op ideologisch vlak moeten we ons fel blijven verzetten tegen elke poging om elke kritiek op de staat Israël gelijk te stellen aan antisemitisme. Op dit moment, twee weken na de demonstratie staan er nog dagelijks brieven van mensen in kranten die zich boos maken over de manier waarop de kranten over die demonstratie verslag hebben gedaan. Het is op zich een teken dat de praatjes van de zionisten niet meer aanslaan en het schrijven van dergelijke brieven blijft belangrijk. We moeten vooral ook onze steun betuigen aan joodse mensen –zoals Hajo Meyer vorige week in de Volkskrant- die de strijd aangaan met deze zionistische mythe.
Een andere zaak is dat er nu aangedrongen wordt op een onderzoek naar het bloedbad in Jenin. De manier waarop de regering Sharon op dit moment een onderzoek door de Verenigde Naties traineert, toont alleen maar aan dat er iets vreselijk is gebeurd. De Israëlisch hebben inde afgelopen jaren alle mogelijke VN resoluties aan hun laars gelapt, waarom zijn ze dan nu zo bang voor een odnerzoekscommissie? Als er echt niet iets vreselijks gebeurd was, dan had men al lang een onderzoekscommissie toegelaten. De Israëli’s zijn er de afgelopen vijftig jaar met behulp van een uitermate professionele public relations machine in geslaagd om recht te buigen wat krom is en krom te maken wat recht is. Wat dat betreft is er niets veranderd sinds Uri Geller inde jaren zeventig zijn trucs met theelepels uithaalde. Maar we moeten deze keer voorkomen dat de bedriegers, de goochelaars, de illusionisten, de morele charlatans van het type Peres, die zo graag poseren als het geweten van de wereld, opnieuw de show stelen. Jenin moet voor de zionisten worden wat Guernica was voor de Spaanse fascisten, Sharpville was voor het apartheidsregime, en wat de moord op Bisschop Romero voor de militairen van El Salvador. Een teken dat hun brandmerkt tot immorele machtswellustelingen en dat ze nooit meer kwijt raken.

Maar er zijn meer taken. In Nederland zijn we geprivilegieerd met onze zuiderburen. België is op dit moment het enige land op de wereld waar een proces tegen Sharon wordt gevoerd. Het land is daarom op dit moment het slachtoffer van allerlei druk van de zijde van de VS en Israël. We moeten erover nadenken hoe we diegenen die dit proces voeren kunnen ondersteunen.

Maar bovenal moeten we opkomen voor een consumentenboycot van Israëlische producten, zoals software, diamanten en citrusvruchten. Ook als zo’n boycot maar gedeeltelijk slaagt leidt ze tot minder inkomsten en tot lagere prijzen voor de producten. We moeten de Nederlandse regering dwingen geen wapens meer te kopen in Israël. Israël kan alleen maar een sterk leger opbouwen als het er in slaagt een gedeelte van de door haar geproduceerde wapens te exporteren. We komen –vanzelfsprekend- ook op voor een verbod op de export van wapens en militaire technologie naar Israël. En het belangrijkste is dat we opkomen voor een totale handelsboycot in EU verband.

Ik wil deze toespraak afsluiten. Ik geloof dat je een toespraak volgens de regels van de retorica afsluit door een verband te leggen tussen het grootse verleden, het inspirerende heden en de stralende toekomst. Wat het heden betreft zal ik niet ontkennen dat ik vreselijk trots ben op het succes van de demonstratie van 13 april. Wat het verleden betreft is er eigenlijk maar één grootse gebeurtenis uit de Nederlandse geschiedenis die zonder meer verteld zal worden in het boekje korte wereldgeschiedenis van de klassenstrijd in de twintigste eeuw. Dat is de februaristaking. Weinig bekend is dat één van de leiders van die februaristaking, Piet Nak, eind jaren zestig ook één van de oprichters van het Nederlands palestinakomitee was. De organisatie die het initiatief nam tot die demonstratie. Dat is geen toeval. Mensen die streden tegen antisemitisme, waren later misschien ook minder vatbaar voor manipulatie op basis van schuldcomplexen. We leven in een tijd waarin er grote meningsverschillen bestaan over de rol van socialistische organisaties. Maar laat er in ieder geval –en wat dat betreft kan zo’n persoon als Piet Nak een inspiratiebron zijn- geen twijfel bestaan over de rol van socialistische individuen. En dat is overal de strijd aan te gaan tegen onderdrukking en racisme. Geen volk voert die strijd al langer dan het Palestijnse. Laten we daarbij niet werkloos toekijken, maar bijdragen aan de opbouw van een krachtige solidariteitsbeweging. Het zal nog lang duren eer het Palestijnse volk een stralende toekomst heeft, maar laten we in ieder geval verhinderen dat de zon boven Palestina definitief ondergaat.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren