Turkije: van de Koerdische beweging tot massale protesten

Nu er een akkoord is over het opheffen van de PKK, vertelt Uraz Aydin over de geschiedenis van de Koerdische beweging en hoe het protest tegen het regime van Erdoğan zich heeft ontwikkeld. Het interview is afgenomen door José Sanchez.

Kun je uitleggen wat de PKK is, wat hun belangrijkste standpunten zijn en hoe ze verschillen van andere linkse of nationalistische politieke groeperingen?

De oprichting van de PKK moet worden gezien in een context van politisering en radicalisering. In de jaren zestig ontstond er een arbeidersbeweging en een revolutionaire radicalisering, vooral onder jongeren. Maar het was ook een decennium waarin het Koerdische nationale bewustzijn ontwaakte. Die Koerdische nationale politisering vond grotendeels plaats binnen de Arbeiderspartij van Turkije (TIP), die in dat decennium de belangrijkste politieke speler was in de arbeidersbeweging. Tegen het einde van de jaren zestig, maar vooral na de amnestie van 1974, toen duizenden Turkse en Koerdische activisten die sinds de militaire interventie van 1971 gevangen zaten werden vrijgelaten, begonnen Koerdische revolutionairen hun eigen onafhankelijke organisaties op te richten [1].

De PKK werd in het kielzog hiervan opgericht, maar relatief laat. Hoewel de officiële geschiedenis van de organisatie haar oorsprong in 1973 situeert, vond het oprichtingscongres pas in 1978 plaats. Daarvoor was het een kerngroep van studenten en vooral leraren die zich rond Abdullah Öcalan hadden verzameld. Ze noemden zichzelf de 'Revolutionairen van Koerdistan', maar waren beter bekend als 'Apocu' ('Apo's aanhangers' – afkorting van Abdullah). Vanaf het begin had Öcalan dus een centrale invloed.

Op programmatisch vlak onderscheidde de PKK zich niet specifiek van de vele andere Koerdische radicaal-linkse organisaties die pleitten voor een gewapende strijd voor een 'onafhankelijk, verenigd, democratisch en socialistisch Koerdistan' in een stapsgewijs perspectief. [2]. Maar ondertussen werden wapens vooral gebruikt om zich te verdedigen tegen aanvallen van de fascistische extreemrechtse 'Grijze Wolven' of in de broedermoordoorlog die binnen de revolutionaire linkse beweging woedde. De PKK was een van de twee belangrijkste groeperingen die niet aarzelden om wapens te gebruiken tegen andere rivaliserende Koerdische (en Turkse) groeperingen, maar ze was daarin niet de enige. Vóór de staatsgreep van 1980 [3] was de PKK dus een van de vele Koerdische revolutionaire organisaties.

Wat rechtvaardigde het starten van een gewapende strijd tegen de Turkse staat in 1984?

Het was eigenlijk vooral na 1984 dat de PKK voet aan de grond kreeg onder de gewone mensen en boerenbevolking in Koerdistan. Laten we even teruggaan in de tijd. Öcalan verliet Turkije in 1979 tijdens de noodtoestand, maar vóór de staatsgreep. Dat was een belangrijk moment voor de opbouw van de organisatie. Hij had zo de tijd om contacten te leggen met Palestijnse verzetsgroepen in Syrië en Libanon, om de omstandigheden van ballingschap voor zijn strijders voor te bereiden, omstandigheden die ook die van een echte militaire leertijd zouden zijn. Na de staatsgreep van 1980 riep Apo zijn militanten dan ook op om clandestien naar Syrië terug te keren. Ze werden getraind in dezelfde kampen als de Palestijnen in de Bekaa-vallei in Libanon, dat onder Syrische bezetting stond. Sommigen zouden deelnemen aan het verzet tegen de Israëlische invasie van Libanon. De PKK verloor enkele tientallen leden, wat haar ook een zekere legitimiteit gaf.

De PKK begon de gewapende strijd in augustus 1984... omdat Öcalan vond dat zijn leger toen klaar was. De kwestie van militaire strijd als methode voor de bevrijding van Koerdistan was sinds 1978 gerechtvaardigd, niet door conjuncturele omstandigheden of krachtsverhoudingen, maar op programmatisch niveau.

Het offensief tegen de Turkse staat was al in 1982 gepland, maar werd meerdere keren uitgesteld. Bovendien was Öcalan actief in het Midden-Oosten, waar allianties en vijandigheden tussen verschillende staten en Koerdische nationale bewegingen (uit Irak en Iran) een zeer veranderlijk terrein vormden. Die onstabiele context had ook invloed op de omstandigheden van de strijd.

De alliantie die hij sloot met de groep van Barzani, die dominant was in Noord-Irak, een beweging die hij voorheen als feodaal en reactionair beschouwde, was bijvoorbeeld doorslaggevend voor de bouw van zijn kampen in de bergen aan de Turkse grens en daarmee voor het kunnen voeren van zijn guerrillastrijd. Terwijl alle andere Koerdische en Turkse groeperingen probeerden hun krachten in ballingschap te behouden, in Syrië maar vooral in Europa, was de PKK de enige die een echte gewapende strijd voerde. De legitimiteit die ze door haar offensieven verwierf, stelde haar in staat om steeds meer mensen te rekruteren, ondanks de aanzienlijke verliezen aan strijders op het slagveld.

Lijkt de aankondiging van de ontbinding 40 jaar later geen mislukking, zowel op militair als op politiek vlak?

Ik denk dat militaire doelstellingen al tientallen jaren niet meer bestonden. Terwijl voor Öcalan, de oprichter van de partij en de leider in de jaren tachtig, elk doel dat niet tot onafhankelijkheid leidde (verschillende vormen van autonomie, federatieve entiteiten, enzovoort) reactionair was, begon de leider van de PKK vanaf het begin van de jaren negentig zijn ideeën te herzien, vooral na de val van de bureaucratische dictaturen. Zoals we weten, zou hij uiteindelijk kritiek gaan uiten op de vorm van de natiestaat.

Öcalan had al in 1993 pogingen tot onderhandelingen ondernomen. Na zijn arrestatie in 1999 begon hij een compleet nieuwe koers te bepleiten, tot grote verbazing van de leiders en activisten van de PKK, die zich voorbereidden op een escalatie van de oorlog en zelfmoordaanslagen. Die nieuwe koers was erop gericht de gewapende strijd te beëindigen ten gunste van een permanent staakt-het-vuren, om de weg vrij te maken voor een politieke oplossing. Hij zag dus onmiskenbaar af van de strategische doelstelling van een onafhankelijk Koerdistan. In 2007-2009 en 2013-2015 volgden nog twee onderhandelingsprocessen, die helaas mislukten.

De oprichting van de autonome zone Rojava in het noordoosten van Syrië moet echter ook in dit militaire en politieke kader worden gezien. Het bestaan van een administratieve structuur die verbonden is met de PKK aan de Turkse grens is een belangrijke overwinning voor de organisatie, tegen de Turkse staat en ten opzichte van haar historische concurrent in Noord-Irak, de Barzani-clan en haar Koerdische Democratische Partij.

Waar staan we nu in de nieuwe onderhandelingen?

Er moet worden verduidelijkt dat de Koerdische beweging niet alleen een gewapende beweging is. De PKK is erin geslaagd een massale beweging van enkele miljoenen mensen te vormen, met verschillende civiele structuren die zich soms met een autonome dynamiek hebben ontwikkeld, ondanks het autoritaire karakter van de organisatie. Nu lijkt de civiel-democratische basis veel belangrijker en effectiever te zijn in haar strijd dan de gewapende structuur wat betreft de doelstellingen die voor het Koerdische volk moeten worden bereikt.

Dus hoewel er zeker zeer twijfelachtige aspecten zijn, zoals het autoritaire karakter, het buitensporige fetisjisme van de leider, de willekeurige interne massale executies (vooral aan het begin van de jaren 80 en 90) en de tientallen willekeurige aanslagen... moet worden erkend dat deze beweging in de loop der tijd heel sterk heeft bijgedragen aan de versterking van het nationale bewustzijn van het Koerdische volk en dat grotendeels heeft verankerd in links, met feministische, egalitaire waarden en broederschap tussen volkeren. Vanuit historisch oogpunt is dat een belangrijke troef.

Op het vlak van de onderhandelingen begon alles met de onverwachte oproep van de extreemrechtse leider en belangrijkste bondgenoot van Erdoğan, Devlet Bahçeli, op 22 oktober 2024, aan Abdullah Öcalan om in het parlement te komen spreken om het einde van de gewapende strijd en de ontbinding van de PKK aan te kondigen. Na een periode van heel ondoorzichtige onderhandelingen tussen de Turkse staat en Öcalan, met deelname van een delegatie van de DEM-partij (een linkse hervormingsgezinde partij uit de Koerdische beweging) en de leiding van de PKK, kondigde de oprichter van de organisatie vanuit zijn gevangenis op het eiland Imrali, in de Zee van Marmara, op 27 februari 2025 in een brief aan dat de PKK zou worden ontbonden.

We weten niet wat er binnen de organisatie is besproken. Er waren al spanningen tussen Apo en de presidentiële raad van de organisatie tijdens eerdere onderhandelingen. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat de leiding van de PKK snel akkoord zou zijn gegaan met een proces dat zo abrupt werd aangekondigd. De leiding van de organisatie benadrukt sterk dat het hele proces door Öcalan moet worden geleid, wat kan worden opgevat als een wens om er geen directe verantwoordelijkheid voor te nemen.

De ontwapening van de PKK vormt zeker een belangrijke basis voor een demilitarisering van de Koerdische kwestie, ook al zal het regime van Erdoğan ongetwijfeld proberen dat proces naar zijn hand te zetten en in het bijzonder de alliantie te verbreken tussen de Koerdische beweging en de burgerlijk-democratische oppositie onder leiding van de CHP [4], die door het regime als crimineel wordt bestempeld. We weten echter nog steeds niet welke democratische vooruitgang de Koerden zullen kunnen boeken met de ontbinding van de PKK. Waarschijnlijk zal er een parlementaire commissie worden opgericht om te bepalen welke maatregelen moeten worden genomen.

Die maatregelen zouden in eerste instantie moeten bestaan uit de vrijlating van politieke gevangenen (die banden hebben met de Koerdische beweging), de intrekking van het bewind (kayyum) over Koerdische gemeenten en de terugkeer van burgemeesters in hun functie, de herplaatsing van 'vredesacademici' in hun functie en de mogelijkheid voor Öcalan om zijn beweging vrij te leiden, te communiceren met de buitenwereld, bezoek te ontvangen, enzovoort.

Volgens de Koerdische beweging moeten daarna andere, meer structurele hervormingen volgen, die gaan over de status van hun nationale identiteit en cultuur binnen de Turkse samenleving, waarvoor een nieuwe grondwet nodig is. Erdoğan is van plan de grondwet te veranderen om mee te kunnen doen aan de volgende verkiezingen. Wordt het een grondwet die de rechten van de Koerden garandeert en tegelijkertijd het autocratische karakter van het regime versterkt? Dat is een controversiële vraag, maar zover zijn we nog niet.

Een andere kwestie is de volgorde waarin de stappen zullen worden genomen. Zal de staat wachten tot alle wapens zijn ingeleverd voordat de veronderstelde democratische hervormingen worden doorgevoerd, of zullen de twee processen elkaar overlappen? Het lijkt erop dat Erdoğan voor de eerste optie kiest – wat voor de PKK moeilijk te accepteren is – terwijl Bahçeli op dit punt realistischer lijkt.

Welke politieke ontwikkelingen heeft Turkije doorgemaakt sinds de beweging tegen de gevangenneming van de burgemeester van Istanbul, İmamoğlu?

Na 19 maart waren we getuige van een sociale mobilisatie zoals we die al lang niet meer hadden gezien. Miljoenen burgers gingen de straat op om gekozen burgemeesters, het stemrecht, de democratie en de vrijheid te verdedigen. Hoewel de beweging uiterst heterogeen was, was er een opvallende radicalisering, met name onder universiteits- en middelbare scholieren.

Zoals vaak het geval is na spontane uitbarstingen, nam het momentum van de beweging na een tijdje af. Dankzij boycotcampagnes tegen bepaalde kapitalistische groepen die de AKP steunden, bleef het momentum echter nog een tijdje bestaan. Maar bij gebrek aan duurzame sociale strijdbasissen, platforms en coördinatie om het verzet voort te zetten – afgezien van incidentele oproepen tot bijeenkomsten door de CHP – kan worden gesteld dat de beweging nu haar momentum in de straten heeft verloren, ook al blijft de verontwaardiging sterk aanwezig.

Het regime zet echter zijn harde optreden tegen de CHP voort, met opeenvolgende arrestatiegolven in verschillende gemeenten van Istanbul. Elf burgemeesters zitten nu in voorlopige hechtenis in afwachting van hun proces. Er is een laatste 'anticorruptiegolf' gelanceerd tegen de voormalige CHP-burgemeester van İzmir en zijn medewerkers (in totaal 160 mensen in hechtenis). Nu is het honderd dagen geleden dat İmamoğlu werd gearresteerd en de aanklacht is nog steeds niet klaar. Dit laat duidelijk zien hoe willekeurig het regime van Erdoğan te werk gaat. Daarnaast wordt er ook juridisch geprobeerd om de CHP te splitsen. Er is een proces gestart wegens vermeende onregelmatigheden tijdens het CHP-congres van 2023, waar Özgür Özel, de nieuwe partijvoorzitter, werd gekozen – een leider die sinds de arrestatie van İmamoğlu een voor de CHP ongewoon hard oppositiebeleid voert.

Kemal Kilicdaroglu, de voormalige partijvoorzitter (en voormalig presidentskandidaat, die in 2023 van Erdogan verloor), heeft echter uit wraakzucht gesuggereerd dat hij de partijleiding zou kunnen overnemen als het congres zou worden afgelast. Hij zegt ook dat hij de mobilisatie die op 19 maart begon zinloos vindt, dat het een zaak is tussen Imamoglu en de rechterlijke macht. Er is dus duidelijk en openlijk spanning tussen het team van Kilicdaroglu en dat van Özel en Imamoglu. Voorlopig is het proces uitgesteld tot september.

Hoe staat de arbeidersbeweging er nu voor?

De vakbondsorganisaties van de arbeidersbeweging speelden vrijwel geen rol in deze protestbeweging. De arbeidersklasse kon zich niet vinden in de beweging. Een groot deel ervan blijft ontvankelijk voor de propaganda van Erdoğan, ondanks een dramatische verslechtering van de koopkracht in de afgelopen jaren. En tot nu toe is er (met name door radicaal, antikapitalistisch, revolutionair links) heel weinig gedaan om mensen duidelijk te maken dat de democratische kwestie en de sociale kwestie nauw met elkaar verbonden zijn.

Democratische ambities moeten worden gevoed met inhoud die aansluit bij de belangen van de verschillende klassen. De 'proletarische schok' waar Ernst Bloch het over had, ontbreekt nog steeds in de strijd tegen het regime. Dat is de belangrijkste, historisch beslissende en moeilijkste strategische taak waar de revolutionaire linkse beweging voor staat. Het gaat erom de cultureel-religieuze kloof te doorbreken, waarvan het in stand houden en verdiepen het belangrijkste wapen van de AKP is, en die te vervangen door klassenpolarisatie.

Maar om terug te komen op de zwakte van de vakbonden in de beweging: daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste is het percentage vakbondsleden in Turkije laag, slechts ongeveer 15 procent. En daarbij moet worden bedacht dat dat percentage alleen 'geregistreerde' arbeiders omvat, dus niet degenen die illegaal werken. Het werkelijke percentage vakbondsleden is dus nog lager.

Bovendien zijn de grootste vakbondsconfederaties conservatief en rechts-nationalistisch. Sommige staan volledig achter de AKP. We moeten dus geen stakingen van hen verwachten, zeker niet in het huidige politieke klimaat. DISK en KESK zijn de meest linkse confederaties. Maar net als elders zijn de banden tussen de vakbonden en hun leden niet altijd even heel organisch en er zijn serieuze twijfels of de arbeiders massaal aan stakingen zullen deelnemen. Vooral omdat dat een groot risico op baanverlies met zich mee kan brengen, aangezien de wetten en zelfs de grondwet in dit land geen betekenis meer hebben. Al enkele jaren wordt elke staking verboden ('uitgesteld') omdat die de nationale veiligheid zou ondermijnen.

In juni 2025 was er echter een staking van 23.000 arbeiders bij het stadhuis van Izmir, met een belangrijke, heel legitieme eis: loonsverhogingen en gelijke beloning met collega's die hetzelfde werk doen. De staking werd geleid door de vakbond Genel-Iş, die verbonden is aan DISK, voornamelijk georganiseerd in de CHP-stadhuizen en in nauwe samenwerking met hen. De staking duurde minder dan een week en de arbeiders behaalden aan het einde ervan aanzienlijke resultaten [5]. Maar de achterban van de CHP en de 'witteboorden'-fractie van de arbeidersklasse reageerden heel negatief op die staking: 'jullie spelen de AKP in de kaart door onze stadhuizen te verzwakken', 'waarom eisen vuilnismannen hetzelfde salaris als artsen?' Deze reactie heeft ons opnieuw laten zien hoe solidariteit en klassenbewustzijn altijd opnieuw moeten worden opgebouwd, zelfs (en misschien vooral) in tijden van mobilisatie tegen een dictatoriaal regime.

Hoe denkt de bevolking over de oorlogen die Israël voert?

Antizionisme is, naar alle waarschijnlijkheid, een standpunt dat bijna unaniem door de bevolking wordt gedeeld. Maar er zijn wat problemen bij het opbouwen van een verenigde beweging ter ondersteuning van Palestina en tegen het Israëlische offensief tegen Iran. Het islamistische en nationalistische regime van Erdoğan neemt natuurlijk een anti-Israëlische houding aan en organiseert grote bijeenkomsten uit solidariteit met Palestina. Maar het is gebleken dat de handel met Israël en de financiële en militaire betrekkingen met Tel Aviv gewoon doorgaan!

Onlangs kondigde Selçuk Bayraktar, de schoonzoon van Erdoğan en fabrikant van de beroemde Turkse drones, de oprichting aan van een joint venture met Leonardo, een Italiaans bedrijf dat bekritiseerd wordt vanwege zijn wapenverkoop aan Israël en het doelwit is van protesten in verschillende steden over de hele wereld. Bovendien is het Kürecik-radarsysteem, in de NAVO-militaire basis in de provincie Malatya, rechtstreeks geïntegreerd in het Israëlische defensienetwerk. Daarom is het antizionisme van Erdoğan meer retoriek dan concrete feiten.

Een andere moeilijkheid is dat de Koerdische beweging zich zelden mobiliseert voor de Palestijnse kwestie. De relaties tussen de Koerdische beweging en het Palestijnse verzet – of het nu gaat om Öcalan en Arafat, de PKK en de PLO, of Hamas – worden sinds de jaren negentig gekenmerkt door spanningen en meningsverschillen. Meer recentelijk had Cemil Bayık, een van de leiders van de PKK, kritiek geuit op de methoden van Hamas tijdens Operatie Al-Aqsa Flood en verklaard dat het Palestijnse en het Joodse volk manieren moeten vinden om in broederschap samen te leven. Maar een meer indirecte reden ligt ongetwijfeld in de steun van Washington en Tel Aviv voor de YPG (onderdeel van de SDF), [6] die wordt gezien als een bondgenoot in Syrië. Öcalan had ook scherpe kritiek geuit op die situatie. Tijdens zijn ontmoeting met de DEM-delegatie op 21 april 2025 zei hij over de SDF dat 'Israël zijn eigen Hashd al-Shaabi heeft gevormd' (pro-Iraanse milities die actief zijn in Irak).

Kan er een nieuwe samenwerking komen tussen de Koerdische beweging en de oppositie, ondanks de plannen van Erdoğan?

We moeten niet vergeten dat de samenwerking tussen de Koerdische beweging en de seculiere burgerlijke oppositie vooral goed werkte voor de verkiezingen. Die twee oppositiekrachten hadden elkaar nodig om te winnen van de regering, zowel op gemeentelijk als op presidentieel niveau. Uiteindelijk was dat niet genoeg om Erdoğan in 2023 omver te werpen. Het is heel moeilijk te voorspellen hoe de krachtsverhoudingen en de houding van elk van die elementen er bij de volgende verkiezingen, gepland voor 2028 maar waarschijnlijk eerder, uit zullen zien. Zal het vredesproces doorgaan met alle instabiliteit en oorlogssfeer die in het Midden-Oosten heerst? In welke staat zal de CHP verkeren na deze enorme poging om haar te criminaliseren? Zal Ekrem İmamoğlu vrij zijn en, bovenal, in staat zijn om de oppositie tegen Erdoğan te verenigen?

Maar ik denk dat het van cruciaal belang is om structuren te creëren die de continuïteit van de strijd tegen het regime op verschillende gebieden kunnen garanderen. Of het nu gaat om de strijd tegen de openstelling van olijfboomgaarden voor mijnbouw, de vrouwenbeweging, de huisvestingscrisis die een groot probleem is geworden, de LHBTI-beweging of de mobilisatie van ouders tegen de vermarkting en islamisering van het onderwijs, het fundamentele doel voor revolutionair links moet zijn om structuren, coördinaties en comités op al deze gebieden op te zetten, om voorbereid te zijn op de volgende massale sociale en/of democratische mobilisaties, om te voorkomen dat de dynamiek van strijd binnen enkele weken verdampt.

Noten

[1] Het memorandum van 12 maart 1971 was een militaire coup op z'n Turks, waarbij het leger, zonder direct de macht te grijpen, een autoritair bewind instelde onder het mom van het herstellen van de orde. Die actie was bedoeld om de groeiende arbeidersbeweging en studentenbewegingen de kop in te drukken en een harde onderdrukking van revolutionair links in te voeren. Met de machtsovername door Bülent Ecevit in 1973 werd echter een amnestie afgekondigd, waardoor veel linkse activisten die na de staatsgreep gevangen waren gezet, konden worden vrijgelaten.

[2] Onze stroming beschouwt het idee dat de revolutie in gedomineerde of feodale landen in twee fasen moet worden gerealiseerd als een benadering gebaseerd op fases: eerst de nationale of burgerlijke revolutie, die zou leiden tot een democratisch kapitalisme onafhankelijk van het imperialisme en vervolgens de sociale revolutie. Tegenover die opvatting stellen wij de theorie van de permanente revolutie, die aangeeft dat de twee fasen moeten worden gecombineerd om te slagen.

[3] Op 12 september 1980 greep het leger de macht, onder verwijzing naar botsingen tussen linkse en rechtse nationalistische politieke groeperingen. Deze staatsgreep vernietigde de verworvenheden van de arbeiders- en volksstrijd, vestigde een bloedige militaire dictatuur en legde de basis voor het autoritaire neoliberalisme in Turkije.

[4] Cumhuriyet Halk Partisi, Republikeinse Volkspartij, opgericht in 1923 door Mustafa Kemal Atatürk, lid van de Socialistische Internationale en geassocieerd lid van de Partij van Europese Socialisten.

[5] Een loonsverhoging met terugwerkende kracht van 30 procent voor de eerste zes maanden van het jaar en een verhoging van 19 procent in juli. Volgens officiële cijfers ligt de inflatie in Turkije boven de 35 procent per jaar.

[6] De Volksbeschermingseenheden (Koerdisch: Yekîneyên Parastina Gel) vormen de gewapende tak van de Koerdische Democratische Uniepartij (PYD) in Syrië. De SDF zijn de Syrische Democratische Strijdkrachten, waaronder de YPG valt.

Uraz Aydin is een van de honderden wetenschappers die werden ontslagen omdat ze in 2016 een petitie ondertekenden tegen staatsgeweld tegen het Koerdische volk. Hij mag zijn universitaire baan niet meer hervatten, maar werkt nu als freelance vertaler en journalist. Aydin is lid van het Centraal Comité van de Turkse Arbeiderspartij (TIP) en redacteur van Yeniyol, het tijdschrift van de Turkse afdeling van de Vierde Internationale.

Foto: 12e PKK-congres, dat het einde van de gewapende strijd goedkeurde, 7 mei 2025.

Dit artikel stond op Inprecor. Het is een bijgewerkte versie van de Zwitserse website SolidaritéS. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop