Binnen de communistische beweging hebben we veel spionnen gekend. Spionnen van de heersende macht, zoals AIVD agenten, spionnen van bevrijdingsbewegingen - mensen die in het onderdrukkende apparaat zitten en gevoelige informatie 'lekken' - en spionnen tussen politieke stromingen. Over dat laatste ondermeer gaat dit boek over de gebroeders Pieck.
In de late jaren twintig van de vorige eeuw raakte de Russische revolutie in een ernstig isolement. Als gevolg daarvan zagen we twee bewegingen, bewegingen die niet noodzakelijk elkaar bepaalden. In de jonge Sovjet Unie zagen we de ontwikkeling van een verstarde en steeds verder degenererende bureaucratie - en als reactie daarop een linkse oppositie - en daarbuiten een sterke stroming binnen de socialistische beweging die vooral de goede kanten van het geweldige voorbeeld wilden benadrukken, beschermen en hoog houden.
Met de verdere verloedering van het Stalin-regime werd de leus 'de vijand staat in eigen huis' steeds luider en werden alle anti-stalinistische groepen zwaar verketterd en vervolgd.
Als gevolg hiervan werd er nogal wat gemoord. Dit trauma heeft de gemoederen altijd flink bezig gehouden en met name de bloedige vervolging van aanhangers van Trotsky, die met Lenin de leider van de Russische revolutie was, is nog steeds een onderwerp van onderzoek.
In 1989 publiceerde de oud-trotskist en VN-redacteur Igor Cornelissen het boek De GPOe op de Overtoom, spionnen voor Moskou 1920-1940. De GPOe was de naam van de geheime dienst die later KGB zou gaan heten. Op de Amsterdamse Overtoom woonde Henk Sneevliet, leider van de hoofdstroming binnen het Nederlands revolutionair marxisme en ook internationaal een bekend man. Het boek ging over de moordaanslag in Lausanne op de Sovjet topagent Ignace Reiss - zijn werkelijke naam was Ignace S. Poretsky en hij opereerde onder meerdere namen. Reiss was een belangrijke spin in het Sovjetspionageweb en was tot de conclusie gekomen dat de stalinistische terreur de revolutie verraden had. Hij zocht contact met de anti-stalinist Sneevliet en werd vermoord door zijn vroegere kameraden. Na zijn dood heeft de familie Sneevliet Poretsky's vrouw en zoon nog onderdak geboden.
Cornelissens boek is een gedreven overzicht van alle verhalen die toen over de werkzaamheden van de Russische geheime dienst en hun nauwe banden met leden van de Communistische Partij Nederland bekend waren. Een belangrijke rode draad is de rol van de tekenaar, vormgever en bon vivant Henri Pieck, de tweelingbroer van de bekende tekenaar van oude stadsgezichten en vormgever van de Efteling, Anton Pieck.
In zijn journalistieke stijl is het boek van Cornelissen niet een wetenschappelijke studie maar wel erg onderhoudend. Een belangrijke bron was de zeer oude weduwe van Henri, Bernie Pieck bij wie hij 'verrukkelijke haring', 'heerlijke zalmsalade' en veel drank naar binnen werkte. Het boek is zowel een spannend boek over communistische intellectuelen, partijbazen en kunstenaars die zich voor het karretje van de geheime dienst lieten spannen als een aanklacht tegen het Stalinisme.
Nu, twintig jaar later, zijn de archieven van de Britse geheime dienst open. Die bleken een groot dossier Pieck te bevatten. De auteurs van Twee broers, drie levens, hebben op basis van inzage in dit rapport en de correspondentie van Henri met Berny (in dit boek met een y) die hun dochters nog hadden een aanvulling gemaakt. Veel vragen van Cornelissen worden beantwoord.
Maar helaas als boek is dit vlot gescherven niemendalletje zeer teleurstellend. Het is een leuke gedachten de twee tweelingbroers, die overigens niet veel met elkaar optrokken, naast elkaar te portretteren. Meer dan een opsomming van wetenswaardigheden is het helaas niet geworden. De personen en hun beweegredenen worden nergens uitgediept, hooguit benoemd. Dat de saaie, ambachtelijke Anton zo'n enorm werk verzet heeft als persoonsbewijzen vervalser in de tweede wereldoorlog wordt genoemd, maar waarom Anton die risico's nam, wat erin hem omging blijft onbekend. Henri's rol in de kampleiding van het concentratiekamp Buchenwald kwam al uitgebreid bij Cornelissen aan bod. Maar het inzicht en de discussie over de rol van de zogeheten kampleidingen van gevangen ten aanzien van andere gevangen heeft de laatste jaren veel aandacht gehad. De auteurs hadden dus beter kunnen doen dan een verwijzing naar hetzelfde citaat dat Cornelissen aanhaalde en waarin Henri stelt dat het een kwestie van overleven was. Henri was briljant en effectief als spion, het waarom daarvan blijft steken in een waas van onduidelijkheid. Zo gebeuren de dingen nu eenmaal. Dit terwijl we bij Cornelissen lezen dat zijn weduwe tot het laatst de vlag van het communisme hoog hield...
Het is een vlot boekje met helaas weinig nieuw illustratiemateriaal dat als naslagwerkje zeker past op een plankje 'geschiedenis van het socialisme in Nederland'. Jammer dat er nauwelijks enige maatschappelijke, sociale of psychologische, laat staan politieke achtergrond en analyse in gegeven worden.
Paul Arnoldussen & Hans Olink: Twee broers, drie levens. Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2008. 264p.
Reactie toevoegen