Venezuela opnieuw democratiseren om uit de neokoloniale situatie te komen

Het Madurisme heeft niet alleen de progressieve elementen van het Chavisme begraven, maar ook de democratie om zeep geholpen. De gebeurtenissen van 3 januari, met de Amerikaanse agressie, betekenden een zware klap voor de Republiek en het begin van een neokoloniale situatie die duidelijk de historische nederlaag weergeeft van het Bolivariaanse project en het socialisme van de 21e eeuw dat Hugo Chávez Frías belichaamde. Dat is een concrete realiteit, nodig om de politiek te herformuleren vanuit de democratische, progressieve en linkse volkssectoren.

Die nederlaag komt tot uiting in het ontbreken van een autonome en zelfgeorganiseerde reactie van de bevolking op straat tegen de militaire agressie en de koloniale situatie die de Verenigde Staten willen opleggen.

De regering organiseerde vanuit het machtsapparaat zwakke mobilisaties zonder strijdlust . Rechts raakte verlamd door de erkenning door Trump van de koloniale bestuursraad onder leiding van Delcy Rodríguez. En ook radicaal, antikapitalistisch en antikoloniaal links slaagde er niet in om de volkssectoren te mobiliseren. De volksbeweging kwam op 2 februari in actie met haar meest gevoelde eis: loon en betere materiële levensomstandigheden.

De waarheid moet, hoe pijnlijk ook, gezegd worden: op dit moment is er geen kans op gezamenlijke mobilisaties die blijk geven van nationale anti-imperialistische eenheid. Madurismo heeft ons in deze rampzalige situatie gebracht.

De vrijlating van politieke gevangenen heeft de hoop doen herleven. De angst is echter niet verdwenen. Want de vrijgelatenen krijgen voorwaardelijke maatregelen opgelegd die hen verhinderen verklaringen af te leggen en hun mening te geven. Het doorzettingsvermogen van de moeders en familieleden van politieke gevangenen heeft de belangrijkste democratische overwinning van de afgelopen jaren opgeleverd. Hierdoor is de democratische agenda op de voorgrond getreden.

Het publieke leven en de uitoefening van het burgerschap hebben echter een dieptepunt bereikt. Dat heeft geleid tot collectieve wanhoop. Politiek gezien komt dat tot uiting in het feit dat een aanzienlijk deel van de bevolking, en niet alleen rechts, denkt dat het Amerikaanse bewind beter is dan het wanbeleid van Maduro. Daarom zien we geen grote mobilisaties of een nationaal anti-imperialistisch front. Dat ontkennen is het politieke moment niet begrijpen.

Daarom moet de strijd om het sociale en politieke leven van het land te herdemocratiseren de prioriteit zijn op de nationale agenda. Dat moet gepaard gaan met de herinstelling van de openbare machten. En er moet ruimte komen om aan de dringende sociale eisen tegemoet te komen. Dat is de enig mogelijke weg om de weg vrij te maken voor antikoloniaal bewustzijn en strijd. Zonder democratisering van de Venezolaanse samenleving zal het onmogelijk zijn om de Republiek te herstellen.

In bekende kolonialistische ervaringen bevordert de agressor de vorming van politieke partijen die de koloniale toestand accepteren, omdat ze die als geldige gesprekspartners beschouwen. Nu streeft een belangrijk deel van de politieke klasse, die in de regering zit en sectoren van de oppositie die functioneel zijn voor de status quo, ernaar om die rol te vervullen.

De uitdaging is dan ook om democratische politieke partijen op te richten die daadwerkelijk kunnen bemiddelen de Republiek op constructieve wijze te herstellen. Dat houdt in dat er ruimte moet worden gecreëerd voor samenwerking ondanks verschillen, dat er pluralistische politieke instrumenten moeten worden georganiseerd, als enige manier om te voorkomen dat de herdemocratisering leidt tot een opkomst van partijen die de koloniale situatie bevorderen.

Dat is niet eenvoudig. Want we hebben decennia van polarisatie, onenigheid en verwaarlozing van de politiek als de kunst het onmogelijke mogelijk te maken ten gunste van de meerderheid achter de rug. Voor de niet-Maduristische linkse beweging betekent dit dat ze haar zelfreferentie, haar sektarisme en haar radicale houding zonder vermogen om zich aan te sluiten bij de massabeweging moet overwinnen. Maar ook dat ze haar identiteit moet verdedigen en het recht op bestaan als machtsoptie van de armen en de volksklassen moet behouden. En dat in het kader van een imperialistische agenda die ertoe kan leiden dat elk politiek instrument dat verwijst naar het socialisme, wordt verboden.

Zichzelf opnieuw uitvinden om geen fouten te maken, dat is de grootste uitdaging voor links in Venezuela in een zo complexe periode als deze.

Luís Bonilla-Molina is een Venezolaanse kritische pedagoog en voorzitter van de Venezolaanse Vereniging voor Vergelijkende Onderwijskunde. Momenteel is hij gastdocent aan de Federale Universiteit van Sergipe (UFS) in Brazilië. Van 2004 tot 2006 coördineerde hij het team van internationale adviseurs van president Chávez en van 2006 tot 2019 was hij directeur van het Miranda International Centre in Caracas. Hij is lid van de Vierde Internationale.

Dit artikel stond op Viento Sur. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop