Natuurlijk worden misstanden bij de politie en misdragingen van politieambtenaren regelmatig en uitvoerig beschreven en geanalyseerd door links. Ook wordt bij het politiebureau geprotesteerd bij arrestatie van politiek activisten en bij gewelddadig politieoptreden tijdens demonstraties. De mogelijke reactie van de politie is een integraal onderdeel van de tactische overwegingen binnen de linkse sociale beweging bij de keuze van de actievormen en -middelen.
Maar die beweging richt haar pijlen zelden of nooit op het politie-apparaat zelf. Doorgaans wordt de politie beschreven als een onderdeel van het omvattende repressieve overheidsapparaat, waarvoor uiteindelijk de ministersvan binnenlandse zaken en justitie (en hun partijen) verantwoordelijk zijn. Een apparaat, tenslotte, dat samen met de vernietiging van alle verrotte systemen van onderdrukking, uitbuiting en uitsluiting op de helling gezet moet worden. Toch?
Onbehagen
De discussie over de inrichting van het politieapparaat zelf is mede daardoor een exclusief terrein voor burgerlijke en rechtse krachten (geweest). Dit is nog weer eens versterkt door de recente reorganisaties bij de politie sinds de politiewet van 1993. Toen is immers de controle op het politieapparaat vanuit burgers en de (lokale) politiek zo goed als de nek omgedraaid. De aansturing van de politie geschiedt sindsdien aan de ene kant via de minister met zijn parlementaire verantwoording, en aan de andere kant vanuit de zogenaamde 'driehoek' van de burgemeester, de korpschef en de hoofdofficier van justitie.
De Parlementaire Enquête van Van Traa illustreerde nog eens hoe weinig die politieke aansturing feitelijk nog voorstelt. De 'driehoek' wikt en beschikt zonder publieke verantwoording af te leggen; alleen de burgemeester/korpsbeheerder onderhoudt nog een (zeer magere) verantwoording naar het publiek (via de politie-klachtenregeling) en de gemeenteraad.
Daarmee is het probleem van de controle van het politieapparaat gesteld, waarop vooralsnog geen bevredigend antwoord is gekomen. Illustratief in dit verband was bijvoorbeeld het onvermogen van VVD-minister Dijkstal om het parlement te informeren over het precieze aantal agenten dat op straat actief is. Het onbehagen over deze wantoestand, en ander eigenmachtig optreden van politie, beperkt zich zeker niet tot linkse mensen.
Terug in het hok
Waar burgerlijke en rechtse krachten voornamelijk pleiten voor meer 'blauw op straat', zien we dat het politieapparaat zoveel het politieke rugdekking heeft dat meer en meer terreinen van het sociale en maatschappelijke leven als zijn werkterrein is gaan beschouwen. Zij schuiven niet gewoon bij de discussie aan, maar claimen meer en meer de regie over deze gebieden. Niet zelden hanteert de politie daarbij haar verknipte voorstelling van zaken als uitgangspunt van handelen. Zo storten Amsterdamse agenten zich bijvoorbeeld op het jongerenwerk, de integratie van migranten, drugsvoorlichting, werkgelegenheid en buurtprojecten. Op taken dus waarvoor het apparaat en de agenten niet zijn toegerust, en zo meer kwaad dan goed doen.
Vooral sinds burgemeester van Thijn, en met hem de Amsterdamse gemeenteraad, op de schoot van korpschef Nordholt ging zitten, heeft de Amsterdamse politie bijgedragen aan het uiteendrijven van verschillende bevolkingsgroepen. Nordholt en zijn woordvoerder Wilting, stelden hele categorieën van de bevolking in een kwaad daglicht. Ghanezen, Turken, Marokkanen, Surinamers of Antillianen werden gecriminaliseerd. Daarmee bevorderde de politie racisme en discriminatie.
Om deze reden en om de schade op de terreinen die aan ‘politie-regie’ onderworpen dreigen te worden binnen de perken te houden is een politieke interventie nodig om de politie spreekwoordelijk 'terug in het hok' te meppen. V
Jan Müter is lid van het onafhankelijke onderzoekscollectief Stichting Searchweb
Raadsnotitie Amsterdam Anders en anderen
Klagen moet Lonen
Als een eerste, voorzichtige, schrede op het pad om de politie ‘terug in het hok’ te krijgen is nu door een samenwerkingsverband van Amsterdam Anders, de Stichting Klachten- en Adviesbureau Politieklachten, het Meldpunt Discriminatie Oost en Stichting Searchweb, een notitie voor de Amstedamse gemeenteraad opgesteld met acht voorstellen tot wijziging van de politieklachtenregeling.
De Amsterdamse voorstellen voor een andere politieklachtenregeling speelt zich af tegen de achtergrond van 'Haagse' pogingen om de landelijke politieklachtenregelingen te herzien. Daartoe aangezet door de alarmerende conclusies van het landelijk evaluatierapport 'Klagen bij de Politie' van januari 1998 deden de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie onlangs aanbevelingen aan de regionale politiekorpsen om hun klachtenregeling te verbeteren. Naast grote gebreken wordt hier en daar gewoon in strijd met de wet gehandeld. Door de wijze van afhandeling van klachten zou het vertrouwen van de burger in de politie zijn afgenomen en wordt bij de politie uit de klachten weinig of geen lering getrokken.
Op de achtergrond speelt ook een aanpassing van de politiewet op de Algemene bestuurswet, waardoor de politiekorpsen en gemeenten, medio 2000 / 2001, hun klachtenregelingen zullen moeten 'moderniseren'.
De kern van de Amsterdamse Raadsnotitie ‘Klagen Moet Lonen’ is dat de positie van de klager moet worden versterkt. De procedure om klachten over het optreden van de politie in te dienen is nu ingewikkeld en hoogdrempelig. Een klacht moet op het politieburo of bij de Commissie Politieklachten ingediend worden. Resultaat: veel mensen komen nooit met hun klachten, of haken halverwege af. Veel klachten worden bovendien door de politie bemiddeld, maar de kwaliteit van die bemiddeling wisselt nogal en de klager krijgt niet te horen of zijn klacht effect heeft voor de toekomst.
De nota 'Klagen moet lonen' stelt onder andere de volgende dingen voor:
l De leden en voorzitter van de Commissie Politieklachten worden nu kandidaat gesteld door de zittende commissie. Ons kent ons.
Klagen moet lonen’ stelt voor dat de Amsterdamse gemeenteraad kandidaten voor de Commissie voordraagt.
l De Commissie Politieklachten moet nu eerst afwachten tot de politie zelf een poging heeft om de klacht te bemiddelen ('afdoen'). Die klachtenbemiddelaar is echter een politiefunctionaris, dat schept vaak weinig vertrouwen en bovendien hebben die agenten doorgaans niet de tijd en de opleiding om het zorgvuldig te doen. Vaak wordt de termijn waarbinnen een klager recht heeft op antwoord vaak verschrikkelijk overschreden. De gemiddelde duur van de klachtenprocedure is inmiddels opgelopen tot een periode van meer dan 12 maanden, terwijl dat volgens de huidige regeling binnen 10 tot 14 weken moet gebeuren! In Amsterdam bestaan zelfs uitschieters naar boven met een behandeling van twee tot drie jaar!
Daarom stelt 'Klagen moet lonen' voor dat de commissie Politieklachten meer middelen krijgt om snel en zelfstandig een onderzoek in te stellen. De commissie zou de termijnen moeten bewaken en bij termijnoverschrijding een klacht zelfstandig gaan onderzoeken.
l Nu moeten klachten worden ingediend op politiebureau (bij de collega's of superieuren van de agent waarover je wilt klager!) of bij de Commissie Politieklachten. Vele klagers delen de ervaring dat zij bij de balie worden afgescheept – of domweg niet worden gehoord en de deur gewezen. Andere klachten worden simpel aan de balie afgehandeld – zonder dat een notitie in het dagrapport wordt opgenomen. Weer andere klagers worden afgescheept met een kort excuus of worden, in politiejargon, 'plat gepraat'. Daarbij worden klagers nogal eens op het verkeerde been gezet als zij bijvoorbeeld een aangifte van mishandeling willen laten optekenen – en de deur uitgaan met – op zijn best – een foldertje over de klachtenregeling. Het komt voor dat naast de oorspronkelijke klacht tevens over de bejegening bij de indiening of behandeling van een klacht wordt (of moet worden) geklaagd. Amsterdam Anders wil dat anders en laagdrempeliger.
'Klagen moet lonen' stelt daarom voor dat klager voortaan ook op bijvoorbeeld het stadsdeelkantoor, of een loket op het stadhuis terecht kunnen.
l 'Klagen moet lonen' wil meer steun voor de laagdrempelige en professionele ondersteuning van klagers door onafhankelijke belangenorganisaties. Het verzamelen van onafhankelijk kennis en informatie op het gebied van klachten en kwaliteit van politieoptredenis voor een stad als Amsterdam is van grote waarde en zal het openbare debat in en buiten de gemeenteraad over het politieoptreden alleen maar versterken.
Na indiening van de Raadsnotitie is het wachten op de reactie van het College van B&W. Zij moeten een advies over de voorstellen in de Raadsnotitie opstellen, voordat er daadwerkelijk over gestemd kan gaan worden in de gemeenteraad. In de regel kan dat lang duren, helaas. Amsterdam Anders wil daar niet op wachten. In de komende maanden zullen we het debat blijven aanwakkeren met artikelen, debatten...
Reactie toevoegen