Borderless

14 November 2019

Winst maken uit een crisis

Onmiddellijk na het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 spraken de regeringen van de leidende economieën af om met een grootschalig stimuleringsprogramma te komen. Doel was de neerwaartse spiraal waarin hun economieën zich bevonden te doorbreken. En inderdaad, dankzij dit programma trad in de loop van 2009 een herstel op en werd een herhaling van de depressie van de jaren dertig voorkomen. Maar bezuinigingen en belastingmaatregelen die daarna werden ingezet hebben ertoe geleid dat Nederland zich opnieuw in een recessie bevindt. Wat drijft dit ogenschijnlijk contraproductieve beleid?

Nederland is geen uitzondering, de meeste Europese landen bevinden zich nu in een recessie. In tegenstelling tot 2008 hebben Europese beleidsmakers op deze nieuwe recessie gereageerd met nog meer bezuinigingen en lastenverhogingen. En dit ondanks dringende waarschuwingen van veel economen en zelfs organisaties als het IMF voor de gevolgen van te harde bezuinigingen. De hardnekkigheid waarmee toch wordt vastgehouden aan de bezuinigingsagenda duidt erop dat deze wel degelijk een functie heeft.

In lijn met Europese afspraken worden in het regeerakkoord van Rutte 2 een reeks maatregelen aangekondigd die de werkloosheid zullen verhogen en de positie van werkenden verzwakken. In de zorg en bij de overheid worden bijvoorbeeld 80.000 arbeidsjaren geschrapt, voor de WW worden de duur en de uitkeringshoogte beperkt en de ontslagbescherming wordt verminderd. Het CPB verwacht dat deze maatregelen een drukkend effect op de lonen zullen hebben. Hierdoor vallen naar verwachting de winsten van het bedrijfsleven in 2017 ongeveer 12 miljard euro hoger uit dan zonder deze maatregelen het geval zou zijn geweest. Het zijn vooral de exporterende bedrijven die hiervan profiteren. Dit beleid past volledig in de neoliberale traditie van de laatste 30 jaar waarin een hoge werkloosheid wordt gebruikt om via lagere lonen de winstmarges te verruimen.

Hoge winsten, lage investeringen
En de winsten staan nu al op een hoog niveau. Met uitzondering van een korte dip op het hoogtepunt van de kredietcrisis weet het Nederlandse bedrijfsleven al jaren hoge winsten te realiseren. De huidige crisis wijkt hierin sterk af van de crisis aan het einde van de jaren zeventig die werd voorafgegaan door een periode van dalende winsten. Ondanks de hoge winsten wordt er sinds de eeuwwisseling weinig geïnvesteerd in Nederland. Dit betekent dat het Nederlandse bedrijfsleven een groot financieel overschot heeft. De laatste jaren bedraagt dit overschot ongeveer 50 miljard euro per jaar. Een deel van dit overschot wordt in het buitenland geïnvesteerd, een ander deel wordt opgepot als geldreserve. Dit verschijnsel van hoge winsten en lage investeringen doet zich ook in andere landen, bijvoorbeeld de Verenigde Staten, voor. Een mogelijke verklaring is dat door de privatiseringen, de schaalvergroting en de vele overnames van de afgelopen decennia grote bedrijven een steeds groter stempel op de markt kunnen zetten. De winstmarges zijn dus hoog omdat machtige bedrijven prijzen die ver boven de kostprijs liggen kunnen vaststellen en ze tegelijkertijd verhinderen dat er concurrerend aanbod wordt geschapen. Hierdoor blijven de investeringen laag.

Neoliberale politiek is altijd gerechtvaardigd met het argument dat lagere lonen via hogere winsten tot een stijging van de investeringen zouden leiden. Deze extra investeringen zouden op hun beurt tot meer banen en een grotere economische groei leiden, waardoor uiteindelijk iedereen, dus ook werknemers wiens lonen werden gematigd, beter af zou zijn. Volgens dit model zouden vakbonden dus eigenlijk altijd moeten pleiten voor loonsverlaging, hoe hoog de winsten van de bedrijven ook zijn. En wel in het belang van werknemers. Die denktrant volgend gaat de Nederlandse Bank in haar laatste economische raming bijvoorbeeld in op de gevolgen als in alle kernlanden van de Euro de lonen met twee procent zouden worden verhoogd. Volgens het model van de DNB leidt dit tot een dusdanige terugval van de investeringen dat dit al na 2 jaar tot een economische terugval en een stijgende werkloosheid zou leiden. Echter, in de praktijk blijkt uitbundig dat hogere winsten niet automatisch leiden tot hogere investeringen. Hiermee is de voornaamste rechtvaardiging van de neoliberale politiek weggeslagen.

Grote financiële overschotten in het bedrijfsleven kunnen alleen bestaan als andere sectoren financieringstekorten hebben. In Nederland kunnen de huishoudens deze tekorten niet dragen omdat ze al in de schulden steken en volgens de Europese regels mag de overheid deze tekorten ook niet dragen. Daarom kan het financieringsoverschot van het bedrijfsleven alleen in stand blijven als het buitenland een groot financieringstekort heeft ten opzichte van Nederland. Dit vormt de belangrijkste oorzaak van de zeer hoge, en nog steeds stijgende, overschotten op de Nederlandse handelsbalans. Deze overschotten zijn bijzonder nadelig voor landen als Spanje en Griekenland die juist proberen om via het vergroten van hun export uit de depressie te komen maar daar niet de ruimte voor krijgen.

Gokken
De noodzaak tot het handhaven van grote handelsoverschotten vormt één van de zwakste punten van de Nederlandse economie. Zodra de exportmachine hapert, zoals de afgelopen maanden het geval was, komt de economie in grote problemen en vallen de winsten sterk terug.

De hypotheekschulden vormen een andere achilleshiel van de economie. De meeste huizen-bubbels kenmerken zich naast sterk stijgende huizenprijzen door een grote toename van de nieuwbouw van woningen. Hierdoor ontstaat na enkele jaren een overschot aan huizen en storten de huizenprijzen in.

De Nederlandse huizenbubbel heeft echter niet geleid tot een stijgende nieuwbouw omdat de woningbouw in Nederland gerantsoeneerd is. Op deze manier wordt de schaarste in stand gehouden en het inzakken van de prijzen voorkomen. Deze rantsoenering heeft ervoor gezorgd dat de huizenbubbel van de jaren negentig in afgezwakte vorm tot aan de kredietcrisis heeft voortgeduurd. Vooral banken hebben hier veel aan verdiend. De schaduwzijde is dat Nederlanders nu naar verhouding de hoogste hypotheekschuld van de ontwikkelde landen hebben, hoger dan het gemiddelde in notoire bubbellanden als Spanje of Ierland.

Ondanks de schaarste aan woningen zijn de prijzen nu aan het dalen als gevolg van dalende koopkracht, oplopende werkloosheid en kredietbeperking door de banken. Als deze prijsdaling doorzet komt de kredietwaardigheid van de banken onder grote druk te staan. Ze zullen dan gedwongen worden om hun kredietportefeuille sterk in te krimpen. En als dit onvoldoende soelaas biedt zullen ze een beroep op de overheid moeten doen, in navolging van banken in bijvoorbeeld Ierland en Spanje.

Het is beleidsmakers er daarom veel aan gelegen om de prijsdaling tot staan te brengen. Voor de hand liggende maatregelen om verdere daling te voorkomen zijn het verhogen van de koopkracht en de terugdringing van de werkloosheid. Deze maatregelen zouden echter tot hogere lonen leiden, en daarmee tot lagere winstmarges. Dit is waarschijnlijk de reden dat de huidige regering er voor kiest om de prijsdaling tegen te gaan door het vergroten van de schaarste aan woningen. Via belastingmaatregelen wordt bijvoorbeeld de bouw van sociale huurwoningen door woningbouwcorporaties onmogelijk gemaakt. De belangen van de huurders en de bouwsector worden opgeofferd aan de belangen van de banken.

De Nederlandse strategie om uit de recessie te komen kan alleen werken als de export stevig gaat groeien. Maar omdat Europa, de belangrijkste afzetmarkt voor Nederland, in zwaar weer verkeert is dit hoogst onzeker. En als het mis gaat met de export kan stijgende werkloosheid leiden tot een verdere escalatie van de problemen op de huizenmarkt. Een neerwaartse spiraal, vergelijkbaar met die waarin Zuid-Europa terecht is gekomen, wordt dan een reële mogelijkheid.

De vraag dringt zich natuurlijk op waarom er zulke grote risico’s met de economie worden genomen, alleen maar ten behoeve van nog grotere winsten. Is dat gewoon roekeloosheid, het kiezen voor grotere winsten zonder oog te hebben voor risico’s op de langere termijn? Allicht is deel van de verklaring ook dat het vooruitzicht van een mogelijke zware crisis niet iedereen afschrikt. Een zware crisis is namelijk niet voor iedereen nadelig maar biedt een uitstekende gelegenheid om een groot deel van de sociale voorzieningen en werknemersrechten af te schaffen. Door de hoge winsten van de afgelopen jaren hebben een aantal grote bedrijven en kapitaalbezitters grote financiële reserves opgebouwd. Zij kunnen hierdoor optimaal profiteren van de kansen die een eventuele crisis biedt en hun marktmacht nog verder vergroten. Daardoor zouden na een mogelijke nieuwe crisis de verliezen die ze tijdens die crisis hebben opgelopen ruimschoots worden goedgemaakt.

Zolang er geen zicht is op grootschalig maatschappelijk verzet is er niets wat een dergelijk cynisch winstbejag in de weg staat.

Tags: 
Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren