In dit artikel kijkt Hamad Gamal, medeoprichter van Sudfa Media, terug op de Soedanese revolutie en de vragen die deze mislukte revolutie heeft achtergelaten in het licht van de wreedheid van de contrarevolutionaire oorlog. Hij bekijkt wat er overblijft van die protesten en waarom ze niet zijn geslaagd.
Op de zevende verjaardag van de revolutie van december 2018 vindt de herdenking plaats in de context van een verwoestende oorlog, die de mobilisaties van het maatschappelijk middenveld in gevaar heeft gebracht en zelfs de betekenis van die revolutie in twijfel heeft getrokken.
Die context van extreem geweld, gecreëerd door de contrarevolutionaire oorlog, dwingt ons om de manier waarop we over de revolutie denken en spreken te veranderen. Het gaat er niet langer om de revolutie van december op te roepen als een eenvoudige herinnering die met emotie wordt opgeroepen, noch als een moment dat alleen met feesten en liederen wordt herdacht, maar als een punt dat beladen is met pijnlijke vragen die worden opgelegd door de oorlog van april 2023. 'December' lijkt zo een onafgemaakt politiek project en een nog steeds open conflict dat vragen oproept over de vorm van de staat, de spelers die de macht hebben en degenen die de wapens controleren.
De revolutie van december was een moment van collectief bewustzijn, waarin de Soedanezen duidelijk lieten zien dat ze genoeg hadden van de militaire macht, de milities, het systeem van sociaal-raciale privileges en een economie die draait om plundering en oorlog.
De revolutie had slogans die duidelijk en simpel waren, maar diepgaand in hun betekenis, en die werden geformuleerd als onlosmakelijke voorwaarden voor het opbouwen van een levensvatbare staat. Het doel van de revolutie van december was zowel fundamenteel als hervormend. De slogan 'Vrijheid, vrede en gerechtigheid' stond in de eerste plaats voor vrijheid van angst, onderdrukking en onrechtvaardigheid waarmee alle Soedanezen, zowel burgers als militairen, zonder uitzondering te maken hadden gehad onder het regime van Omar al-Bashir. Vrede, in de breedste en meest authentieke zin van het woord, is niet alleen een kwestie van afspraken tussen gewapende groeperingen om de macht te delen.
Het garanderen van vrede en stabiliteit voor de hele bevolking is onlosmakelijk verbonden met het eisen van gerechtigheid voor alle slachtoffers. Die eis is bedoeld om de geschiedenis van schendingen, misdaden en tragedies onder ogen te zien en de cyclus van straffeloosheid te doorbreken. Toen de revolutie scandeerde: 'De revolutie is van het volk, de macht behoort aan het volk, het leger moet terug naar de kazernes en de Janjawid moet worden ontbonden', gaf ze daarmee uiting aan haar fundamentele ambitie.
Nu, zeven jaar later, lijkt de realiteit precies het tegenovergestelde van die slogans. Er is geen vrijheid in een proxy-oorlog om de hulpbronnen van het Soedanese volk, geen vrede in een land dat is veranderd in een open slagveld, geen gerechtigheid in een realiteit waarin de Rapid Support Forces op grote schaal oorlogsmisdaden en genocide plegen, zonder verantwoording af te leggen aan enige nationale of internationale instantie. De echte vraag is echter niet waarom de revolutie is mislukt, maar wel: wie heeft haar verraden en hoe is ze van haar inhoud ontdaan?
In het rampzalige verloop van de revolutie dragen de Forces of Freedom and Change een directe politieke verantwoordelijkheid. Alles werd beslist toen ze in juli 2019 kozen om een akkoord met het leger te sluiten in plaats van de revolutie tot het einde toe voort te zetten. Ze hebben zo een historische kans verknoeid, alsof een revolutie een makkelijke of terugkerende gebeurtenis is, door te kiezen voor een wankel partnerschap met het leger en de Rapid Support Forces. Ze gaven dus voorrang aan het verkrijgen van macht boven het hervormen van de sociale en politieke structuren van Soedan, door in te zetten op een snel compromis met de contrarevolutionaire krachten en al vroeg af te wijken van de revolutionaire weg. Dat partnerschap, dat in oktober 2021 eindigde in een militaire staatsgreep, is niet zomaar mislukt: het is mislukt omdat het leger een centrale rol bleef spelen in de politiek, het bestaan van milities legitimeerde en vragen over overgangsrechtvaardigheid op de lange baan schoof.
De huidige oorlog is het resultaat van die mislukte koers. Het leger voert het conflict als politieke speler, terwijl de Rapid Support Forces hun economisch en militair project proberen te realiseren, met de duidelijke steun van de Verenigde Arabische Emiraten.
Wat we nu meemaken, is dus de uitgestelde ontploffing van een conflict dat sinds de val van Omar El-Béchir onopgelost is gebleven en dat zich concentreert rond een centrale vraag: wie is het sterkst en wie heeft de macht?
In die context wordt de herinnering aan de revolutie van december voor de Soedanese activisten eerder een moment van heroverweging dan van nostalgie. Onze 'december' is uitgeput door kogels, door versnippering, door het onvermogen van de burgerlijke krachten die uit de revolutie zijn voortgekomen om een solide politieke beweging op te bouwen, door het terugkerende gokken op buitenlandse steun en door het afstaan van de macht aan het leger. De burgerkrachten raakten verdeeld over de vraag wat de prioriteiten moesten zijn: moesten we koste wat kost naar verkiezingen gaan om de schijn van democratie hoog te houden, of moesten we werken aan echte vrede? Moesten we kiezen voor een wankele stabiliteit of moest de Soedanese bevolking haar rechtvaardigheidsvraagstukken opgelost zien? Alsof die doelen van nature tegenstrijdig waren en niet met elkaar verbonden.
Ondanks hun vermogen om mensen te mobiliseren en hun pogingen om samen te werken en een zelfgeorganiseerde beweging op te zetten, hebben de verzetscomités een belangrijke kans gemist om zich te organiseren en een stevige basis te leggen voordat de oorlog op 15 april 2023 begon. Grote delen van die comités hebben zich beperkt tot protestacties en het opstellen van handvesten, zonder erin te slagen hun sociale kracht om te zetten in een nieuwe politieke organisatie die in staat is het zwaartepunt van de politieke actie te verleggen en de regels ervan te veranderen. Zo'n constructie had echter een oppositie in het politieke veld kunnen vormen, een radicaal alternatief voor de elites die de lokale vertegenwoordigers van het imperialisme in de postkoloniale staat vormen.
Ondanks die sombere context van oorlog en genocide is de revolutie van december niet uitgewist. De mobilisatie is misschien van de straat verdwenen, maar ze bleef levend in het bewustzijn. Ze bleef bestaan in de verzetscomités die ondanks de onderdrukking probeerden nieuwe organisatievormen uit te vinden. Ze bleef bestaan in de noodopvangcentra die de oorlog het hoofd boden met humanitaire hulp, collectieve keukens en inspanningen om wat er nog over was van het sociale weefsel te beschermen. En ze ging door, zowel voor als na het begin van de oorlog, in de diepe afwijzing door de Soedanezen van de macht van de milities en de terugkeer van militair autoritarisme in zijn verschillende vormen.
Het gevaarlijkste vandaag de dag is dat de oorlog de politiek herdefinieert als een louter militaire aangelegenheid en dat de elites de milities gebruiken om aan de macht te komen. Juist in die context krijgt de verwijzing naar de revolutie van december weer zijn volle betekenis: als een daad van verzet tegen de neiging om de staat te reduceren tot de strijdkrachten en tegen de transformatie van het land tot een prooi om te plunderen. 'December' staat voor een open horizon en een maatstaf waarmee we elk project beoordelen dat niet de ontmanteling van de milities en de opbouw van gerechtigheid centraal stelt.
De zevende verjaardag roept een directe vraag op: wat kunnen we vandaag de dag doen? De realiteit biedt geen gemakkelijke oplossingen en laat slechts één deur open: die van een versterking van de volksorganisatie, van de opbouw van een nieuwe, onafhankelijke en radicale politieke kracht die in staat is om de postkoloniale elites te overstijgen, te breken met de neokoloniale afhankelijkheid van het buitenland en elke autoritaire mentaliteit die door de gewapende strijd wordt opgelegd, te verwerpen.
Om uit deze ramp te komen, moeten we dus de militaire, politieke en economische aanwezigheid van de Rapid Support Forces en alle andere milities zonder uitzondering afbouwen en het gebruik van wapens niet langer als normaal beschouwen. Dat betekent ook dat de leiders van het leger geen politieke rol meer mogen spelen.
Het is namelijk onmogelijk om een civiele en democratische staat op te bouwen met generaals die het geweld in handen hebben en zich met de regering bemoeien. Overgangsrechtvaardigheid is echt belangrijk in dit conflict: er kan geen politiek proces worden opgebouwd zonder de daders van geweld verantwoordelijk te houden, zonder de waarheid te onthullen en zonder de misdaden die zijn gepleegd en de noodzaak van herstel voor de slachtoffers te erkennen.
Pogingen om gerechtigheid te omzeilen in naam van stabiliteit leiden vaak tot herhaling van geweld en bieden moordenaars de mogelijkheid om onder een nieuwe naam terug te keren.
Vandaag de dag is vasthouden aan de revolutie van december geen kwestie van trots of nostalgie, maar een politieke en morele noodzaak. Dat vasthouden betekent dat je intellectuele nederlaag weigert en het idee afwijst dat Soedan voor altijd tot geweld veroordeeld is. De revolutie van december herinnert ons eraan, met alle hoop en teleurstellingen die ze met zich meebracht, dat dit land een andere weg verdient, die mogelijk was en nog steeds mogelijk is, ondanks de tijd die verstreken is en de omvang van de verliezen.
Dit artikel stond op Sudfa Media. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen